
Onder hypnose: het gebruik van hypnose bij patiënten met prikangst
02-02-2026
Prikangst veroorzaakt bij kinderen vaak stress, weerstand en negatieve zorgervaringen. Ook voor verpleegkundigen is het uitvoeren van naaldprocedures in die context belastend. Tijdens mijn opleiding verpleegkunde merkte ik hoe moeilijk het is om angst bij kinderen weg te nemen. Dat bracht me ertoe om in mijn bachelorproef te onderzoeken of hypnose een haalbare, niet-farmacologische ondersteuning kan zijn in de verpleegkundige praktijk.
Context
Lange tijd stond ik sceptisch tegenover hypnose. Pas tijdens de coronaperiode, toen ik de tijd had om me erin te verdiepen, ontdekte ik hoeveel internationaal wetenschappelijk onderzoek al bestaat naar de effecten ervan bij pijn en angst. Dat inzicht deed mijn beeld kantelen.
Dat onderzoek toont aan dat hypnose en hypnotisch taalgebruik angst en pijn tijdens medische handelingen kunnen verminderen. Toch blijft hypnose in Vlaanderen weinig ingebed in de verpleegkundige praktijk. Ze is geen erkende verpleegkundige techniek en komt nauwelijks aan bod in het reguliere opleidingsaanbod. Vanuit die vaststelling besloot ik dit thema centraal te stellen in mijn bachelorproef.
Methode
Mijn onderzoek combineerde een literatuurstudie met een praktijkonderzoek. In dat praktijkluik verspreidde ik een online vragenlijst bij verpleegkundigen die werken met kinderen en regelmatig naaldprocedures uitvoeren. Daarnaast organiseerde ik een vorming over hypnose. Zowel voor als na de vorming stelde ik de deelnemers vragen over hun kennis, houding en bereidheid om hypnose toe te passen. In de vragenlijst peilde ik naar hun ervaringen met prikken bij kinderen, de emotionele belasting die dat met zich meebrengt en de technieken die zij vandaag al inzetten om angst te verminderen.
Resultaten
De resultaten tonen aan dat hypnose bij verpleegkundigen relatief onbekend is, maar zelden negatief wordt beoordeeld. Prikken bij kinderen wordt breed ervaren als stressvol, voor het kind, de ouders en de verpleegkundige. Tijdstekort, emotionele belasting en herhaalde negatieve ervaringen spelen daarbij een belangrijke rol. Hoewel verpleegkundigen al verschillende technieken inzetten, zoals afleiding of lokale verdoving, wordt hypnose gezien als een interessante aanvullende mogelijkheid. Na het volgen van de vorming nam de kennis over hypnose toe en evolueerde de houding duidelijk in positieve zin. Vooral hypnotisch taalgebruik, zoals angstverhogende woorden vermijden, werd als laagdrempelig en onmiddellijk toepasbaar ervaren. Tegelijk wijzen verpleegkundigen op structurele drempels, zoals te weinig opleiding, ondersteuning en een ontbrekend organisatorisch kader.
Conclusie
Mijn bachelorproef toont aan dat er bij verpleegkundigen een duidelijke openheid bestaat voor het gebruik van hypnose bij prikangst. Hypnose wordt niet gezien als een wondermiddel, maar als een waardevolle aanvulling binnen een bredere, trauma-arme zorgaanpak. Om deze techniek verantwoord te kunnen inzetten, zijn gerichte opleiding, begeleiding en structurele verankering in onderwijs en praktijk noodzakelijk.
Over de student
Ik ben Roel Van Hofstraeten (54), verpleegkundige op de spoedgevallendienst in Vitaz Sint-Niklaas en zijinstromer vanuit de horeca en journalistiek. Zorgen voor mensen loopt als een rode draad door mijn loopbaan. Mijn interesse in hypnose groeide uit een persoonlijke zoektocht naar minder angst en meer menselijkheid in de zorg, vooral bij kinderen met prikangst.



