“Een oprechte ‘hoe is het’ doet veel”

02-02-2026

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Maja Vanbellinghen (29 jaar) is hoofdverpleegkundige binnen de mobiele equipe van revalidatieziekenhuis Inkendaal en lid van de werkgroep Pediatrie.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Zorg dragen zat er altijd al in. Ik was ook jarenlang lid van het Jeugd Rode Kruis. Na het middelbaar twijfelde ik tussen verpleegkunde en onderwijs. Om die laatste piste te verkennen, trok ik een jaar naar de Filipijnen om les te geven in een weeshuis. Daar kwamen vaak kindjes met verwondingen binnen en ik nam spontaan de eerste zorgen op. Dat maakte veel duidelijk: ik kon als leerkracht iets betekenen, maar niet op het niveau dat ik wou.

Wat boeit je in je job?

In Inkendaal werken we vooral met patiënten die hun leven moeten (her)organiseren door een aangeboren of verworven lichamelijke beperking. Elke dag word je hier herinnerd aan de weerbaarheid van kinderen. Die roze wolk waarop ouders starten, blijkt soms minder rooskleurig te zijn. Net dan kan je als verpleegkundige veel betekenen, voor de patiënt en voor de ouders. We ondersteunen hen, juichen elke kleine overwinning toe en tonen dat anders zijn niet minder is, maar soms zelfs net meer. Samen bouwen we aan de kinderen van morgen.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Luisteren. We vervallen soms te snel in de gedachte ‘ik ben verpleegkundige en ken het allemaal wel’. Terwijl je net het verschil maakt door te luisteren naar kleine, persoonlijke signalen. Een kop koffie binnen handbereik zetten of een oprechte ‘hoe is het’ doet de patiënt vaak meer dan een routinebezoek.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Bij elke nieuwe patiënt maken we vooraf een inschatting van wat haalbaar is. De mooiste momenten zijn die waarop patiënten aan het einde van de rit alle, inclusief hun eigen, verwachtingen overstijgen en je het geluk op hun gezicht afleest. Die momenten raken mij des te meer omdat ik zelf ook revalidant ben. Het gaat niet alleen om wat je moet kunnen, maar vooral om wat je wil kunnen.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Veel patiënten komen binnen in rouw. Ze rouwen nog om wat ze niet meer kunnen. Dat brengt veel vragen, frustraties en verdriet met zich mee. Als verpleegkundige sta je vaak in de vuurlinie van die eerste emoties. Mensen willen blijven vechten voor wat ze belangrijk vinden, en dat maakt sommige momenten bijzonder hard. Elke patiëntmoment heeft iets moois, maar dat neemt niet weg dat het ook hard kan zijn.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

Rond de nieuwe functieladder bestaan nog veel onduidelijkheden. Op papier lijkt er verbetering, maar in de praktijk voelt dat vaak nog anders aan. Daarnaast blijven de personeelstekorten wegen. Verpleegkundigen moeten steeds meer doen met minder middelen, terwijl daar niet altijd begrip voor is. Patiënten worden mondiger en stellen, terecht, meer vragen. Als verpleegkundige is dat frustrerend: je wil de beste zorgen bieden, maar krijgt daar niet altijd de tijd of ruimte voor. Hoe krijg je dat uitgelegd aan de patiënt?

Wat doe je in je vrije tijd?

Een groot deel van mijn vrije tijd gaat naar mijn eigen revalidatie. Daarnaast eist mijn hond ook zijn deel op en vind ik ontspanning in muziek. Ik speel klarinet en basklarinet in de lokale harmonie. Maar ook buiten mijn werk vind je mij vaak nog in Inkendaal als vrijwilliger.