
Zijn verpleegkundigen voorbereid op cytostatica in de thuiszorg?
06-04-2026
De impact van kanker op de gezondheidszorg is groot. Er is steeds meer vraag naar oncologische zorg. Sinds 1 juli 2023 is er in België de mogelijkheid om cytostatica toe te dienen in de thuiszorg. Door de invoering van de wet op thuishospitalisatie groeit de nood aan eerstelijnsverpleegkundigen die instaan voor de toediening van cytostatica. Het veilig toedienen van cytostatica in de eerstelijn vereist opleiding in neveneffectmonitoring, patiëntbegeleiding en zelfmanagementondersteuning.
Methode
Het onderzoek is een kwantitatieve pre-post studie met interventie- en controlegroep. De pre-test vragenlijst bestond uit theorie- en praktijkgerichte vragen. Direct na het invullen van de pre-test werden de deelnemers ingedeeld in de interventiegroep of de controlegroep. Bij de interventiegroep werden er drie educatieve video’s aangeboden. Bij de controlegroep werd gevraagd om de huidige standaarden op de dienst te bekijken. Eén week na het invullen van de pre-test werd de post-test afgenomen. De post-test vragen waren opnieuw theoretisch- en praktijkgerichte vragen. De kennistest, bestaande uit 29 vragen, is specifiek ontworpen om kennis over het gebruik van cytostatica te evalueren binnen diverse verpleegkundige contexten. Een score van 21 of hoger wordt beschouwd als voldoende kennis over cytostatica.
Resultaten
De analysegroep bestaat uit 78 deelnemers. Bij aanvang van de studie waren er 29 (37,2%) deelnemers geslaagd. De volledige groep deelnemers hadden een gemiddelde totaalscore op de pre-test van 18/29 (62,1%). De gemiddelde kennisscores lagen significant hoger bij verpleegkundigen die via de werkgever het voorbije jaar een bijscholing over cytostatica hadden gevolgd in vergelijking met de verpleegkundigen die geen dergelijke bijscholing hadden gevolgd (20,3/29, SD: 4,1 vs 17,3/29 SD: 5,4, p=0,023). Verpleegkundigen met een postgraduaat in de oncologische zorg behaalde eveneens gemiddeld hogere scores dan verpleegkundigen zonder het postgraduaat (23,3/29, SD: 1,8 vs 17,5/29, SD: 5,1, p<0,001). Ook verpleegkundigen die vonden dat hun kennis met betrekking tot cytostatica voldoende was scoorden gemiddeld hoger dan verpleegkundigen die hun kennis met betrekking tot cytostatica als onvoldoende inschatten (20,1/29, SD: 3,6 vs 16,3/29, SD: 6,3, p=0,005).
De resultaten van 18 deelnemers in de post-test werden geanalyseerd (10/18 interventiegroep en 8/18 controlegroep). Ondanks een significante stijging van de kennisscore in de controlegroep werd geen significant effect van de interventie op de kennisscore aangetoond.
Conclusie
Deze studie toont aan dat de algemene kennis van eerstelijnsverpleegkundigen over cytostatica momenteel beperkt is. Verdere studies met grotere en representatievere steekproeven zijn nodig om het effect van educatieve strategieën robuuster te onderbouwen. De scores in de pre-test tonen aan dat er nood is aan bijkomende opleidingen voor eerstelijnsverpleegkundigen rond cytostatica. Tegelijk tonen de pre-test scores aan dat bijkomende en gerichte opleidingen duidelijk geassocieerd zijn met een hoger basisniveau van kennis. Deze bevinding benadrukt het potentieel en de noodzaak van continue educatie in een evoluerende zorgcontext. Investeren in toegankelijke en relevante vorming kan een belangrijke hefboom zijn om de competentie en veiligheid in de thuiszorg verder te versterken.
Wie?
Ik ben Ward Quintens en behaalde vorig jaar mijn master in de verpleegkunde met afstudeerrichting verpleegkundig specialist. Momenteel ben ik werkzaam in het Imeldaziekenhuis te Bonheiden, halftijds op bijzondere zorgen (medium care en CCU) en halftijds als hartfalenverpleegkundige. Vanuit een sterke interesse in innovatie onderzocht ik in mijn masterproef de nieuwe wetgeving rond thuishospitalisatie.



