
“Je moet blijven zoeken naar beter”
04-05-2026
We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Imana Truyers (32) is verpleegkundig consulent binnen het spina bifidateam in het UZ Leuven. Daarnaast is ze al jarenlang actief als topsporter in de atletiek.
Waarom ben je verpleegkundige geworden?
Ik wist eigenlijk al vroeg dat ik een zorgend type was. Als kind was ik altijd bezig met poppen, later ging ik vaak babysitten. Tegelijk was ik heel sportief en zat ik al vroeg in de atletiek. Op de topsportschool raadden ze me sterk aan om een opleiding naast de sport te volgen. Sport is nu eenmaal onzeker, door blessures of andere omstandigheden. Verpleegkunde sprak me meteen aan: het medische aspect interesseerde me en het feit dat je echt iets betekent voor mensen trok me over de streep.
Wat boeit je in je job?
Als conventiecentrum volgen we patiënten op van baby tot volwassen leeftijd. Ik werk daar als verpleegkundig consulent en begeleid patiënten en hun families doorheen heel dat traject. Die langetermijnrelatie vind ik heel waardevol. Daarnaast ben ik nog één dag per week op mijn oorspronkelijke afdeling kinderorthopedie. Op beide afdelingen blijft dat rechtstreekse contact met patiënten belangrijk. De combinatie maakt het voor mij zo boeiend: je hebt op verschillende manieren impact op het leven van patiënten.
Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?
Voor mij is dat vooral het vermogen om je ergens helemaal in vast te bijten. In de sport wil je altijd het beste uit jezelf halen. Dat herken ik ook in verpleegkunde. Je moet blijven zoeken naar beter. Altijd het beste willen doen voor je patiënt. Die drive mag je nooit verliezen.
Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?
Het vertrouwen dat je krijgt van kinderen en ouders. Soms gaat het om moeilijke procedures of spannende momenten voor een kind. Als je dan merkt dat een kind zich toch veilig voelt bij jou, geeft dat veel voldoening. Dat ouders hun kind aan jouw zorg toevertrouwen, blijft iets heel bijzonders.
Zijn er ook minder fijne momenten?
De werkdruk kan zwaar wegen. Wanneer je voelt dat je de zorg niet kan geven zoals je die eigenlijk zou willen geven, ga je soms naar huis met het gevoel dat het beter had gekund. Mijn eerste reflex is dan om naar mezelf te kijken, al besef je ook dat het vaak om een groter systeem gaat. Mijn sportachtergrond helpt mij hiermee om te gaan. Zorg vraagt dezelfde veerkracht als sport. In de sport leer je dat niet elke wedstrijd loopt zoals je wil: dan moet je bijsturen en verdergaan.
Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?
We moeten erover blijven waken dat het patiëntcontact centraal staat. Door alle administratie en computerwerk bestaat het risico dat we te veel naar het scherm kijken. Maar uiteindelijk ligt er een mens in dat bed. Dat mogen we nooit vergeten.
Wat doe je in je vrije tijd?
Sport blijft een belangrijk deel van mijn leven. De laatste jaren leg ik me, in plaats van veldlopen, meer toe op de marathon. Al staat mijn sportcarrière momenteel even on hold omdat ik ook nadenk over een volgende stap in mijn leven. Maar lopen blijft voor mij de manier om mijn hoofd leeg te maken en lastige dingen te relativeren. Dat zal altijd zo blijven.



