NETWERK VERPLEEGKUNDE neemt afscheid van Marc Dupon

Lieve mensen, net voor de 48ste Week van de Verpleegkundigen van start ging, moest NETWERK VERPLEEGKUNDE afscheid nemen van een van de drijvende krachten achter deze congresweek en achter onze beroepsorganisatie. Marc Dupon overleed op 3 september 2022, omringd door de personen die hij het liefste zag. Jarenlang was hij de logistiek manager van de Week van de Verpleegkundigen en zette hij zich met hart en ziel in voor alle aanwezigen. Samen met de voormalig algemeen coördinator Michel Foulon halen we herinneringen op aan de warme persoon die Marc was.

Een hartelijke lach, een goed glas wijn, een levensgenieter en een trouw, plichtsbewust persoon. Het zijn slechts enkele woorden die Marc Dupon omschrijven. Hij wordt geboren op 14 juli 1949 in Roeselare en trekt na het middelbaar onderwijs naar de Guislainschool in Gent. Daar studeert hij af als psychiatrisch verpleegkundige en gaat van 1970 tot aan zijn pensioen in 2007 aan de slag in de Kliniek Sint-Jozef, centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie in Pittem. In 1971 start zijn inzet voor onze beroepsorganisatie, een bewuste keuze en toewijding die hij nooit losgelaten heeft. Marc en Michel leerden elkaar twee jaar later kennen toen ze beide een opleiding volgden bij het NVKVV. “We hadden toen niet zoveel contact. Marc volgde een tweejarige opleiding tot hoofdverpleegkundige aan de kaderschool van het NVKVV. Ik deed toen de tweejarige pedagogische cursus. We hadden drie dagen per maand op hetzelfde tijdstip les. Ik herinner mij dat ik zijn inzet bewonderde”, vertelt Michel Foulon.

Inzet voor de Week

Marc was een van de grondleggers van de allereerste Week van de Verpleegkundigen in 1975. Hij begreep de nood aan bijscholing en gaf zelf heel vaak vormingen over allerlei onderwerpen. “Als geen ander wist hij hoe hij firma’s kon rekruteren om de congresweek te sponsoren”, zegt Michel. “We gaven dat uithanden aan een ander bedrijf, maar Marc vond dat hij dat beter kon. En gelijk had hij. Zijn commerciële ingesteldheid en warme persoonlijkheid trokken heel wat sponsors en standhouders over de streep. Hij gaf zichzelf al snel de titel van logistiek verantwoordelijke. Die heeft hij 48 jaar lang met recht en rede gedragen. De Week creëerde voor het NVKVV, vandaag NETWERK VERPLEEGKUNDE, een jaarlijks terugkerende financiering waardoor onze beroepsorganisatie kon groeien, personeel kon aanwerven en een patrimonium kon uitbouwen.”

Michel Foulon was van 1988 tot 2014 directeur van het Vervolmakingscentrum van het NVKVV. Van 1991 tot 2014 nam hij ook de rol van algemeen coördinator op zich. In die jaren en in die functies werd zijn band met Marc steeds hechter. “Dat was vooral om de Week te organiseren. We hebben heel wat nevenactiviteiten op poten gezet toen. Ik denk dan aan een cartoonfestival of een kunstgalerij waar verpleegkundigen hun hobby konden tentoonstellen. Het hoogtepunt was misschien wel het nachtcongres, dat dit jaar een terugkeer maakte. We nodigden een groep uit die de pauzes opluisterde met muziek en zang.” Ook huidig algemeen coördinator Ellen De Wandeler kijkt vol bewondering terug op Marc zijn inzet: “Hij motiveerde sprekers, sponsors, vrijwilligers, deelnemers en standhouders. Vandaag heeft de Week een bestaansreden die nooit in vraag zal gesteld worden. En dat hebben we te danken aan Marc zijn bijzondere kracht en steeds vernieuwende blik. Hij deed het vele werk voor onze beroepsorganisatie met heel zijn hart. En hij zou het zo opnieuw doen.”

Vrijwilligers motiveren

Naast zijn werk voor de beroepsorganisatie zette Marc zich nog in voor tal van andere organisaties. Zo gaf hij opleidingen over diverse onderwerpen, organiseerde hij Lourdesreizen samen met vrijwilligers. “Hij was een meester in het inspireren van die vrijwilligers. Met een groot luisterend oor, een humoristische toets en een immer goedlachse houding sprak hij zijn uitgebreide netwerk probleemloos aan”, vertelt Michel. “Binnen het NVKVV was hij ook betrokken bij de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg, hij was voorzitter van de regionale afdeling en zetelde in de raad van bestuur. Na de Week nodigden we alle vrijwilligers uit op een post-congresdag met een cultureel bezoek en een etentje. Daarnaast organiseerde hij de laatste bijeenkomst van het Erefonds voor gepensioneerde en chronisch zieke verpleegkundigen.”

Dat Erefonds werd opgestart door juffrouw Ghislaine Van Massenhove, de vrouw achter het statuut van de verpleegkundigen, zoals Marc haar omschrijft in een artikel van Luc De Munck. Hij werkte met haar samen voor de Week, maar ze hadden al vroeger kennis gemaakt. “Ik leerde haar kennen in 1971, toen ik als pas afgestudeerd psychiatrisch verpleegkundige actief was in de afdeling Roeselare-Tielt-Ieper-Poperinge van het NVKVV. Onder invloed van de studentenrevoltes op het einde van de jaren zestig liet ik me kritisch uit tegenover de werking van de afdeling: ik vond dat het NVKVV te veel een zaak van religieuzen en juffrouwen was en dat mannelijke verpleegkundigen te weinig kansen kregen, en schreef daarover een brief naar Van Massenhove. Ze antwoordde dat ik dan maar zelf verantwoordelijkheid moest opnemen en mijn kandidatuur als voorzitter van de afdeling stellen. Zo werd ik in 1971 eerder onverwacht verkozen en leerde ik haar beter kennen. Ze was een zeer krachtige en gedistingeerde vrouw, die een ruggengraat gaf aan het NVKVV. Ik was onder de indruk van haar pleidooi voor voortdurende vorming waardoor ze ervoor zorgde dat de verpleegkunde in België op een hoger niveau werd getild. In 1973 ging ik zelf de kaderschool volgen en daarbij heb ik zeer veel van haar geleerd. Ze had ook goede contacten op beleidsvlak, wat zeer nuttig bleek bij haar jarenlange inzet voor het statuut van de verpleegkundige. In 1975 betrok ze me als West-Vlaming zeer nauw bij de organisatie van de eerste Week van de Verpleegkunde, die in het Kursaal van Oostende werd georganiseerd, en waar ik vandaag nog steeds bij betrokken ben. Ze had een grote dossierkennis waardoor ze op alle niveaus respect afdwong. Ze zorgde ervoor dat ze in alle voor de verpleegkundigen relevante organisaties en raden aanwezig was, waar ze dan het standpunt van het NVKVV met vuur kon verdedigen.”[1]

Inspiratie doorgeven

Het woord bourgondiër komt vaak terug wanneer over Marc gesproken wordt. Hij genoot dan ook van lekker eten en een verfijnde wijn. “Het was een plezier om samen met zo’n positief persoon weg te gaan”, zegt Michel nog. “Nochtans kende hij ook enkele tegenslagen. Zijn tweelingbroer Rik overleed veel te vroeg aan botkanker. Hij kwam, net als de rest van de familie, vaak helpen tijdens de Week. Ook zijn echtgenote Roos was vaak aanwezig, zijn dochter Annemie was aanwezig als verpleegkundige en zijn zoon Bart transporteerde als vrachtwagenchauffeur al het materiaal van Brussel naar Oostende. Marc zelf was doordrongen van de christelijke waarden en kon goed filosoferen. Bijvoorbeeld over leven en dood. Toch dacht hij tijdens zijn ziekte niet aan sterven. Hij bleef genieten. Ik heb de indruk dat hij pas een klop kreeg toen hij in een rolstoel belandde. Bovenal wil ik me Marc blijven herinneren als een man die steeds open stond voor nieuwe ideeën. Die overal inspiratie vond en anderen op zijn beurt wist de inspireren en motiveren om steeds beter te doen. Hij kon goed luisteren en je vertrok steeds met een goed gevoel. Hij zal door iedereen die hem liefhad ontzettend gemist worden.”

[1] Ghislaine Van Massenhove, een leven ten dienste van de verpleegkunde. Luc De Munck, p79.


Nancy Boucquez overleden

In juni namen we afscheid van Nancy Boucquez, lid van regionaal netwerk West-Vlaanderen en al 26 jaar actief bij Hogeschool VIVES. Ze begon haar carrière als lector verpleegkunde. Hierna werkte ze als opleidingscoördinator verpleegkunde. Tot slot nam ze tien jaar lang de rol van studiegebieddirecteur verpleegkunde en vroedkunde op. Haar collega’s, vrienden en familie herinneren Nancy als een vrouw met enorme drijvende kracht, onuitputtelijk enthousiasme en inspirerende woorden. Ook bij NETWERK VERPLEEGKUNDE wordt ze gemist.


Het KCE wil patiënten meer betrekken bij onderzoek

Het betrekken van patiënten bij onderzoek op het gebied van volksgezondheid, organisatie van de zorg, sociaal beleid, … is een trend die overal ter wereld wordt waargenomen. In België was het KCE de eerste federale onderzoeksinstelling die dit deed. Vandaag is een volgende stap gezet met de publicatie van twee brochures voor geïnteresseerde patiënten.  

Het onderzoek van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) heeft als doel de gezondheidszorg te verbeteren. Iedereen is dus betrokken partij: mensen met een ziekte of handicap, hun familieleden en verzorgers, maar ook alle gezonde mensen en alle burgers die belastingen betalen om onze gezondheidszorg te financieren.

Bij zijn onderzoek doet het KCE uitgebreid beroep op deskundigen en belanghebbenden om inzicht te krijgen in de verschillende dimensies van de bestudeerde vraagstukken. Patiënten (of hun familieleden) maken hier een natuurlijk deel van uit, aangezien zij een unieke ervaring en kijk op zorg hebben. Zo worden de koepelorganisaties van patiëntenverenigingen jaarlijks uitgenodigd om te bespreken bij welke projecten van het KCE patiënten zeker betrokken moeten worden. Om de mogelijkheden om als partner bij het onderzoek betrokken te worden toe te lichten publiceerde het KCE nu twee brochures.

Klik hier om de korte brochure (4 blz.) te raadplegen.

Klik hier om de gedetailleerde brochure (16 blz.) te raadplegen.


Willeke Dijkhoffz wordt CEO van ziekenhuisgroep Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS)

De raden van bestuur van zowel Gasthuiszusters Antwerpen (GZA) als Ziekenhuisnetwerk Antwerpen (ZNA) ondertekenden na jaren onderhandelen een intentie tot fusie. Samen zullen ze vanaf 2024 de nieuwe ziekenhuisgroep Ziekenhuis aan de Stroom (ZAS) vormen. Willeke Dijkhoffz, lid van de Juridische Adviesgroep (JAG) van NETWERK VERPLEEGKUNDE, krijgt als CEO de leiding over één van de grootste ziekenhuisgroepen van Europa, met meer dan 3.300 bedden en 10.000 werknemers.

Willeke Dijkhoffz begon haar carrière als verpleegkundige op de afdeling geriatrie van Sint-Vincentius. In 2004 werd ze federaal ombudspersoon voor de rechten van de patiënt. Een jaar later keerde ze als juridisch adviseur terug naar het GZA waar ze doorgroeide als directeur. Sinds 2015 staat ze als CEO in voor de dagelijkse leiding. Daarnaast is Dijkhoffz lid van de federale commissie Rechten van de Patiënt, de Juridische Adviesgroep van NETWERK VERPLEEGKUNDE en geeft ze les aan de AP Hogeschool in Antwerpen.


Marie-Claire Vermeulen overleden

Op 8 augustus bereikte ons het droevige nieuw van het overlijden van Zuster Marie-Claire Vermeulen. De uitvaart vond plaats op zaterdag om 10 uur in de Sint-Walburgakerk in Oudenaarde. Ze was geëngageerd lid van het Regionaal Netwerk Vlaamse Ardennen. Vanuit NETWERK VERPLEEGKUNDE danken we haar voor haar jarenlange inzet.


Commissie Zorgstrategie

Op 1 april 2022 trad het besluit van de Vlaamse Regering over de zorgstrategische planning in werking. De Commissie Zorgstrategie adviseert de minister van Gezondheiszorg over de regionale en thematische zorgstrategische plannen die ziekenhuisnetwerken en samenwerkingsverbanden tussen ziekenhuizen kunnen indienen.

Inge Luts, directeur patiëntenzorg van het AZ Damiaan en lid van de werkgroep Directies van NETWERK VERPLEEGKUNDE, werd geselecteerd als lid van de Commissie Zorgstrategie.

De doelstellingen van zorgstrategische planning zijn:

  • het zorgaanbod beter afstemmen op de zorgnoden van de burgers
  • samenwerking en netwerking stimuleren tussen ziekenhuizen en met andere zorg- en welzijnspartners
  • expertise concentreren met name bij complexe pathologieën
  • uitgaven afstemmen op de huidige financiële context om tot een gezondheidseconomisch verantwoord aanbod te komen, onder andere door het hoogtechnologisch zorgaanbod te beperken


Een nieuwe naam in het teken van verbinding

Het NVKVV, het Nationaal Verbond voor Katholieke Verpleegkundigen en Vroedvrouwen, bestaat al sinds 1959. De naam dekte toen exact de doelgroep en de doelen van de beroepsorganisatie. Maar dat doet het intussen al lang niet meer. Zo is de vzw niet langer nationaal actief, is sinds 2015 overtuigd voor pluralistische statuten gekozen en ging de beroepsorganisatie voor vroedkundigen hun eigen weg. “We zijn en blijven de grootste Vlaamse beroepsorganisatie van en voor verpleegkundigen”, zegt Ellen De Wandeler, coördinator van NETWERK VERPLEEGKUNDE sinds 2014. “We vertegenwoordigen onze leden op alle niveaus en over alle verpleegkundige sectoren heen. Dat is het DNA van onze beroepsorganisatie en daar mogen we zeer fier op zijn.”

Toch dringt een verandering van naam zich op. Net omdat de taken, doelen en uitdagingen van een beroepsorganisatie vandaag elders liggen dan bij de oprichting zo’n 63 jaar geleden. “We kiezen voor een duidelijke, krachtige naam die verbinding uitstraalt”, zegt De Wandeler. “De zorgsector staat onder druk, de personeelstekorten stapelen zich op, de werkdruk stijgt. Samenwerken en samen achter één visie staan is nodig om met de veranderende wereld rondom ons om te gaan. Als verpleegkundige en als beroepsorganisatie. Met deze nieuwe naam treden we naar buiten als een beroepsorganisatie die duidelijk strijdt voor de kernwaarden van haar huidige en toekomstige leden. Een naam die sterk staat, een naam die onze ledenorganisatie reflecteert, een naam die alle verpleegkundigen welkom heet. Zowel via digitale weg als in het binnenkort gerenoveerde gebouw aan het Vergotesquare in Brussel. We zijn klaar voor de toekomst, strijdvaardig en met grote ambities.”

Betrokkenheid en ontmoeting

De naamsverandering van de beroepsorganisatie werd ingezet bij de lancering van het nieuwe tijdschrift Netwerk Verpleegkunde in april 2021. “Daar kozen we resoluut voor een zelfstandige koers en die zetten we ook voort”, licht Ellen toe. “Het tijdschrift dat je vandaag in handen hebt draagt al van bij de start de naam Netwerk Verpleegkunde. Dit magazine heeft dan ook altijd in het teken gestaan van onze leden. Verbinden, kennis delen en informeren staan steeds centraal. Daarnaast is het ook symbool van een meer moderne aanpak en verspreiden we nieuws via verschillende kanalen.”

Communicatie is een van de hoekstenen van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Doordacht en helder je boodschap overbrengen is dan ook cruciaal wanneer je met duizenden leden in de organisatie zit. Maar ook naar externe stakeholders is het belangrijk dat zij goed weten waar je als beroepsorganisatie voor staat. “Duidelijk en stipt communiceren heeft als bijkomend voordeel dat je een bepaalde bereikbaarheid en laagdrempeligheid installeert voor al je stakeholders. Zo bouw je een vertrouwensband op”, zegt de coördinator. “Dat laat ons toe om hard verder te werken aan het verder professionaliseren van het beroep verpleegkunde. Iets wat we ook jaarlijks bevestigen tijdens de Week van de Verpleegkundigen. Kennis en expertise worden er met elkaar gedeeld, als een echt netwerk. Het is een contactmoment voor verpleegkundigen van over heel Vlaanderen, die er met elkaar in dialoog gaan over topics die hen na aan het professionele hart liggen. Samen meer gezien en gehoord worden begint bij connecteren.”

Deskundigheid uitstralen

De koers die NETWERK VERPLEEGKUNDE voortaan wil varen, komt niet zomaar uit de lucht gevallen. “We staan dicht bij onze leden en weten wat er leeft. Daar moeten we als beroepsorganisatie uiteraard op inspelen”, zegt Ellen. “We willen onze leden een stem geven, hen begeleiden doorheen hun hele loopbaan. Door hen de informeren, ons hulpvaardig op te stellen, onze deskundigheid in te zetten en hen te ondersteunen bouwen we verder aan het verpleegkundig beroep. Levenslang leren is iets wat we met z’n allen moeten doen. Wanneer je dat kan doen door in dialoog te gaan met gelijkgestemden, bouw je meteen ook aan een sterk wij-gevoel. Zo zetten we alle Vlaamse verpleegkundigen op de kaart, met hun professionalisme, hun deskundigheid en hun drang om bij te leren. Ook bij het beleid en bij het onderwijs.”

NETWERK VERPLEEGKUNDE is dan ook een spreekbuis voor haar leden naar de overheid en naar het onderwijs toe. Daarbij merken we dat vooral de hoge werkdruk en een betere verloning aangepakt moet worden. “Te weinig personeel, te veel administratie, te zwaar fysiek werk, onregelmatige uren en onvoldoende verloning zijn de belangrijkste oorzaken voor de uitstroom uit het verpleegkundig beroep”, vertelt Ellen. “Daarover gaan we in dialoog met de betrokken instanties en we communiceren beslissingen naar onze leden via verschillende kanalen. Vandaag willen onze leden niet enkel meer geïnformeerd worden via aan maandelijks magazine. Ook een nieuwsbrief en sociale media maken deel uit van de communicatiemix. Tot slot kijken we ook uit naar de afwerking van ons gebouw aan het Vergotesquare, waar we verpleegkundigen opnieuw kunnen ontmoeten aan de hand van infomomenten en opleidingen. Met deze nieuwe naam bouwen we verder aan de toekomst van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Het brengt onze ambities en onze doelgroep beter onder woorden en draagt bij tot een herpositionering van de beroepsorganisatie.”


Preoperatief screenen en behandelen van een asymptomatische bacteriurie

In bepaalde Oost-Vlaamse ziekenhuizen worden preoperatief urinestalen genomen ter voorbereiding van een urologische ingreep waarbij de mucosa doorbroken wordt. Zo worden postoperatieve complicaties vermeden, zoals urineweginfecties en urosepsis. Andere ziekenhuizen voeren deze preoperatieve screening niet standaard uit. In België bestaat geen eenduidige richtlijn over het preoperatief screenen en behandelen van een asymptomatische bacteriurie bij dergelijke urologische ingrepen. Is dit noodzakelijk?

Context

Vanuit een niet-gestructureerde bevraging bij regionale ziekenhuizen werd vastgesteld dat er nood was aan een richtlijn over het al dan niet preoperatief screenen bij urologische ingrepen waarbij de mucosa doorbroken wordt. Dit is bij volgende ingrepen het geval: ureteroscopie, flexibele ureterorenoscopie, transurethrale resectie van de prostaat (TURP) en transurethrale resectie van de blaas (TURB). Preoperatief een urinecultuur afnemen kan relevant zijn om een specifieke antimicrobiële behandeling te starten. Al is dit niet altijd zo. Daarom zijn eenduidige richtlijnen nodig die correct en specifieke antimicrobiële behandelingen opstellen om op termijn postoperatieve complicaties te vermijden.

Methode

Om een antwoord te krijgen op de onderzoeksvraag werd een gedegen literatuuronderzoek uitgevoerd. Het is belangrijk vooraf een aantal begrippen eenduidig te definiëren. Een asymptomatische bacteriurie (ASB) is een infectie, veroorzaakt door één of meerdere soorten bacteriën die zich vermenigvuldigen en terug te vinden zijn in twee opeenvolgende urineonderzoeken. Hierbij vertoont de patiënt geen tekenen of symptomen die kunnen worden toegewezen aan een urineweginfectie (UWI). Een UWI daarentegen is een asymptomatische bacteriurie met waarneembare symptomen zoals een pijnlijke of branderige mictie en een toegenomen mictiefrequentie.

Resultaten

Het behandelen van een ASB wordt niet altijd aangeraden aangezien het tot multiresistente bacteriën kan leiden en niet per se een UWI voorkomt. Bij zorgvragers met risicofactoren kan het behandelen van een ASB toch resulteren in een lager risico op een postoperatieve UWI bij ingrepen waarbij de mucosa doorbroken wordt. Risicoverhogende factoren zijn: het mannelijk geslacht, chronische obstructie, chronische nierinsufficiëntie, een urinestent, nefrolithiasis, ontregelde diabetes, zwangerschap, verblijfskatheters, urostoma of nefrostomie, immunosuppressie en een hogere BMI. Deze bepalen mee of er al dan niet preoperatief gescreend moet worden.

Door de European Association of Urology (EAU) worden vooral de specifieke richtlijnen uitgeschreven voor medische urologische zorgprofessionals. Een diagnostische of therapeutische procedure waarbij de mucosa van de urinewegen niet doorbroken wordt, wordt niet beschouwd als een risicofactor. Bij procedures waarbij de mucosa wel doorbroken wordt, is een bacteriurie wel een risicofactor. Daarom is het belangrijk om voorafgaand aan dergelijke procedures een urinecultuur af te nemen en wordt een behandeling aanbevolen.

Als het urinestaal wordt afgenomen, gebeurt dit het best 48 tot 72 uur voor de urologische ingreep. Indien er een ASB wordt vastgesteld, wordt aangeraden om een korte antimicrobiële behandeling op te starten, dertig tot zestig minuten voor de urologische ingreep.

Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat door de tegenstrijdige richtlijnen geen concreet antwoord is op de onderzoeksvraag. Specifieker onderzoek is dus nodig. Voorlopig blijft de gouden standaard gehanteerd, namelijk de richtlijnen volgen zoals geformuleerd door de EAU. Concreet wil dit zeggen: enkel preoperatief screenen bij ingrepen waarbij de mucosa doorbroken wordt, met name bij endoscopische urologische chirurgie.

 

Bronnen:

  1. Bonkat, G., Bartoletti, R., Buy.re, F., Cai T., Geerlings, S.E, K.ves, B., Schubert, S., & Wagenleghner, F. (2021). EAU Guidelines on Urological Infections.
  2. Cai, T., Verze, P., Palmieri, A., Gacci, M., Lanzafame, P., Malossini, G., Nesi, G., Bonkat, G., Wagenlehner F.M.E., Mirone, V., Bartoletti, R., & Johansen, T. E. B. (2017). Is preoperative assessment and treatment of asymptomatic bacteriuria necessary for reducing the risk of postoperative symptomatic urinary tract infections after urologic surgical procedures?
  3. Nicolle, L.E., Gupta, K., Bradley, S.F., Colgan, R., DeMuri, G.P., Drekonja, D., Eckert, L.O., Geerlings, S.E., K.ves, B., Hooton, T.M., Juthani-Mehta, M., Knight, S.L., Saint, S., Schaeffer, A.J., Trautner, B., Wullt, B., & Siemieniuk, R. (2019). Clinical practice guideline for the management of asymptomatic bacteriuria: 2019 update by the Infectious Diseases Society of America.
  4. Ramos-Castaneda, J.A., Ruano-Ravina, A., Munoz-Price, L.S., Toro-Berm.dez, R., Ruiz-Londo.o, D., Segura-Cardona, A.M., & Lemos-Luengas, E.V. (2019). Risk of infection in patients undergoing urologic surgery based on the presence of asymptomatic bacteriuria: A prospective study.

Annelore De Meyer en Lisa De Schepper studeren in juni 2022 af als bachelor verpleegkundigen aan de Odisee Hogeschool Campus Sint-Niklaas, en Laura Pieters en Emma Berckmoes in het voorjaar 2023. Voor hun bachelorproef ‘Preoperatief screenen en behandelen van een asymptomatische bacteriurie‘ onderzochten ze of het preoperatief screenen en behandelen van een asymptomatische bacteriurie noodzakelijk is bij urologische ingrepen waarbij de mucosa doorbroken wordt.


Ziekenhuizen moeten voortaan zelf medische fouten weerleggen

Een patiënt die tijdens een operatie een infectie opliep en het ziekenhuis daarvoor aanklaagde, heeft gelijk gekregen zonder zelf de fout te moeten bewijzen. Vroeger moest de patiënt kunnen bewijzen dat er een fout gemaakt is. Een nieuwe wet zegt nu dat het ziekenhuis zelf moet aantonen dat het alle voorzorgsmaatregelen genomen heeft.

In 2004 ging een patiënt met erge rugpijn naar een ziekenhuis. Hij kreeg een epidurale verdoving, waarna hij een ziekenhuisinfectie ontwikkelde. De man bleef arbeidsongeschikt en startte een rechtszaak. De zaak sleepte jaren aan.

Jaarlijks zijn er tienduizenden ziekenhuispatiënten die zo’n besmetting oplopen. Het feit van de besmetting kon voor de rechtbank daarom niet als bewijslast gelden. De gerechtsdeskundige vroeg meermaals aan het ziekenhuis om documenten voor te leggen die aantoonden dat er gepaste voorzorgsmaatregelen waren getroffen om het risico op besmetting met de ziekenhuisbacterie te verkleinen.

Omdat het ziekenhuis meldde niet over de documenten te beschikken die konden aantonen dat zorgvuldig werd gehandeld oordeelde de rechter het aansprakelijk. Het is voor het eerst dat een rechtbank een beroep doet op de nieuwe Belgische wet die op 1 november 2020 in werking trad.


Het portfolio stimuleert permanente vorming

In het kader van de Kwaliteitswet moeten verpleegkundigen hun vakbekwaamheid aantonen met een portfolio. Op vraag van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke verleende de Federale Raad voor Verpleegkunde hun advies over de inhoudelijke modaliteiten van het portfolio. Dit advies werd overgeleverd aan het kabinet, de praktische omzetting ligt momenteel in hun handen.

De Kwaliteitswet, voluit de Wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, voorziet de invoering van een praktijkregister en een portfolio. “Het praktijkregister impliceert dat je als zorgverlener geregistreerd staat met je diploma en dat je aan het werk bent”, legt Kenny De Cuyper uit. “De volgende stap is: ben je wel bekwaam om dit werk uit te voeren?” Daar komt het portfolio in het verhaal. Ten slotte maakt het portfolio controle mogelijk, wat momenteel nog ontbreekt. Het portfolio is een tool waarmee verworven competenties en andere activiteiten op een overzichtelijke manier in beeld worden gebracht. “Het is ook een soort beroepstrots, je toont aan wat je al hebt opgebouwd”, vult Kenny aan.

Minister Vandenbroucke stelde de volgende vragen aan de Federale Raad voor Verpleegkunde:

  • Welke onderdelen zijn noodzakelijk binnen het portfolio, welke gewenst en welke minder belangrijk?
  • De verantwoordelijkheid voor het up-to-date houden van het portfolio ligt bij de zorgverlener zelf, maar de overheid wenst bepaalde processen toch te automatiseren. Welke onderdelen kunnen hier volgens de raad onder vallen, wie levert de informatie aan als het niet de zorgverlener zelf is?
  • Op welke specifieke manier worden alle onderdelen bijgehouden, wat zijn de bronnen, …?

Up-to-date houden

In het portfolio verzamelt de verpleegkundige gegevens van vier categorieën: enkele basisgegevens en informatie over gevolgde bijkomende opleidingen, permanente vorming en beroepservaring (zie tabel). Het portfolio zal je kunnen updaten via een online portaal. “Hoe dat er zal uitzien of hoe het zal werken, kunnen we nog niet voorspellen”, zegt Kenny. Het bijhouden van het portfolio is de verantwoordelijkheid van de verpleegkundige zelf, dus niet van de werkgever of van een externe partij. Wel beveelt de Federale Raad voor Verpleegkunde aan om een jaarlijkse herinnering uit te sturen om de gegevens te controleren en waar nodig aan te passen.

De toegang tot het portfolio is voorbehouden aan de verpleegkundige zelf. “De basisgegevens zijn openbaar, bijvoorbeeld je diploma”, zegt Kenny De Cuyper. “Wil een inspectie weten of je genoeg opleidingen hebt gevolgd, dan moet die de info bij de verpleegkundige zelf opvragen. Externen krijgen geen toegang tot het portfolio.”

Het belang van permanente vorming

Volgens Kenny is het ongehoord dat de aansporing om bij te leren als verpleegkundige ophoudt na het behalen van een diploma. “Voor artsen bestaat het systeem van accreditering. Ook voor thuisverpleegkundigen bestaat al een wettelijk kader: zij tonen aan dat ze vormingen volgden om bepaalde handelingen uit te voeren bij het RIZIV. Voor andere verpleegkundigen bestaat er niets. Het portfolio is een stimulator om zich permanent te vormen. En als er al richtlijnen zijn, worden die amper gecontroleerd.”

Kenny geeft het voorbeeld van BBT van een verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie: “Om BBT te behouden volgt de verpleegkunde minstens zestig uur permanente vorming per vier jaar, oftewel vijftien uur per jaar.” Daarnaast moet de verpleegkunde tewerkgesteld zijn op een erkende geriatrische dienst en/of zorgdomein (al dan niet specifiek gericht tot ouderen). Het portfolio zou het aantonen van deze voorwaarden vergemakkelijken.

Kwaliteit van de zorg waarborgen

Het portfolio zal er niet toe leiden dat je visum inkrimpt of een bepaalde specialisatie je mogelijkheden beperkt. Kenny: “Een verpleegkundig met jaren ervaring in een woonzorgcentrum die terug wil naar het ziekenhuis, zal dat kunnen. Niet enkel op de afdeling geriatrie, met de basisopleiding verpleegkunde kan je in elke sector aan het werk. De algemene inzetbaarheid komt dus niet in gevaar. Neem nu mobiele equipes. Zij moeten net breed inzetbaar zijn om acute tekorten op te vangen. Dat is het doel. Daarnaast kan het wel interessant zijn om te differentiëren in specialisatie, maar omstandigheden waarin een mobiele specialist net op de juiste plek wordt ingezet, zijn momenteel schaars. In de ideale wereld is er een team mobiel inzetbaar op basis van zorgzwaarte. In die ideale wereld bestaan geen tekorten meer in de zorgsector, maar ook in tijden van personeelstekorten mogen we niet eender wie aanstellen. We mogen niet inboeten op kwaliteit van de zorg. Daarom vinden we het zo belangrijk dat je kan aantonen dat je competent bent, het portfolio is daarin een belangrijk hulpmiddel.”

Raadpleeg het advies FRV 2022/02 betreffende het portfolio: https://overlegorganen.gezondheid.belgie.be/nl/documenten/advies-frv-202202-betreffende-het-portfolio

Wat komt in het portfolio?

Elementen die aantonen dat de beoefenaar van de verpleegkunde de verpleegkunde kan beoefenen
  • Het diploma
  • Het visumnummer
  • Het RIZIV-nummer
Elementen betreffende bijkomende opleiding
  • BBT/BBK
  • Specifieke competentiecodes
  • Functies zoals hoofdverpleegkunde
Elementen betreffende permanente vorming
  • E-learning, webinars, workshops, congressen, symposia, studiedagen, interviesies, excursies…
  • Competenties verworven volgens de CanMEDS-rollen
Elementen betreffende beroepservaring
  • Vroegere en huidige beroepsactiviteiten

Wie is Kenny De Cuyper?

  • Afgestudeerd als Bachelor in de verpleegkunde in 2004
  • Combineerde eerste job met masteropleiding en academische lerarenopleiding
  • Volgde de referentieopleiding ouderenzorg
  • Werkte tussen 2008 en 2020 deeltijds in het ziekenhuis en deeltijds bij Karel de Grote hogeschool, gezondheidszorg
  • Diensthoofd geriatrie en revalidatie bij GZA ziekenhuizen
  • Voorzitter van de werkgroep Ouderenzorg van het NETWERK VERPLEEGKUNDE, lid van BVGG
  • Lid van de Federale Raad sinds 2022

De Federale Raad voor Verpleegkunde is een adviesraad voor de overheid over verpleegkunde met Franstalige, Duitstalige en Nederlandstalige vertegenwoordigers. De raad bestaat uit twaalf algemene verpleegkundigen (HBO5, bachelor en master verpleegkundigen) en twaalf verpleegkundigen met een BBT of BBK, vier zorgkundigen, zes artsen, drie ambtenaren uit het onderwijs en een ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid. Elk lid heeft een plaatsvervanger. De FRV vergadert elke twee maanden in Brussel.