Verpleegkundig specialist geriatrie: een uitzondering in Vlaanderen

Met vijf zijn ze, de verpleegkundig specialisten geriatrie in Vlaanderen. Anthony Jeuris uit het Jessaziekenhuis in Hasselt is er een van. Hij heeft nog collega’s in het Maria Ziekenhuis in Overpelt, in het UZ Gent en in het AZ Nikolaas in Sint-Niklaas. De veelzijdigheid van geriatrie, de nood aan veel inhoudelijke expertise en het gebrek aan specifieke financiering zijn volgens hem misschien wel de verklaringen waarom deze verpleegkundige functie nog niet breder bekend is. Tijd om daar verandering in te brengen.

Anthony Jeuris startte zijn carrière als HBO5-verpleegkundige. Na enkele stages in het Jessaziekenhuis begon hij er op de afdeling geriatrie, een dienst waar hij nog niet gewerkt had, maar die hem al snel zijn ware passie liet ontdekken. Zijn diensthoofd motiveerde hem vervolgens een bachelor verpleegkunde te halen, waarna hij werkte als liaisonverpleegkundige tot hij zijn master in de verpleegkunde behaalde en verpleegkundig specialist werd. “Mijn werk focuste zich de afgelopen jaren vooral op ambulante zorg en op zorg voor ouderen die niet op geriatrische afdelingen verblijven. Als verpleegkundig specialist ben je gespecialiseerd in een deeldomein van de zorg”, zegt Anthony. “Voor een verpleegkundig specialist geriatrie is dit deeldomein ouderen waarbij mijn specifieke focus ligt op kwetsbare ouderen in het ziekenhuis. Deze populatie kenmerkt zich, net als in woonzorgcentra, door een bepaalde complexiteit ten gevolge van allerlei verschillende mogelijke aandoeningen in combinatie met geriatrische syndromen. Doordat we een profiel behandelen zien we patiënten met veel uiteenlopende redenen van opname binnen geriatrie waardoor het een uitdaging vormt om steeds over voldoende inhoudelijke expertise te beschikken. De variëteit van geriatrie is één iets. Daarnaast behandel je ook – samen met een interdisciplinair team – patiënten met een levensverhaal en met een netwerk. Je maakt deel uit van een zorgteam. De families, de mantelzorgers, het woonzorgcentrum, … Het is een patiëntengroep die je heel dankbaar is omdat je een rol vervult in hun leven en vaak ook hun eenzaamheid tegen gaat.”

Financiering

De verpleegkundig specialist1 werd in 2015 opgenomen in de Wet op de uitvoering van de gezondheidszorgberoepen. Voorlopig is het nog wachten op de wettelijke invulling van deze functie en op de bijhorende financiering. Daardoor is de functie in ons land nog weinig bekend en zijn er ook geen aparte budgetten voorzien. Aan die definitie2 wordt volop gewerkt. “Dat maakt het voor kleine ziekenhuizen niet altijd evident om een verpleegkundig specialist geriatrie aan te nemen”, licht Anthony toe. “Hoewel het ziekenhuis in Overpelt eerder klein is, kozen zij er bewust voor om iemand in die functie aan te nemen Bij de opstart van een verpleegkundig specialist geriatrie is het goed om te spreken over welke meerwaarde hij/zij denkt te genereren om zo de investering te verantwoorden. Want een verpleegkundig specialist geriatrie betaalt zichzelf terug, als de outcomes duidelijk gecommuniceerd worden. Waar denken we verbetering te realiseren? Hoe volgen we dit op? Dat hoeft geen voltijdse functie te zijn. Iemand kan dit ook initieel aan 20 procent opnemenopnemen om dan later naar meer procent te evolueren.”

Helikopterperspectief

De invulling van de functie verpleegkundig specialist geriatrie gebeurt dus in nauw lokaal overleg binnen de instelling. “In het Jessa Ziekenhuis werk ik zo in overleg met de inhoudsverantwoordelijke, onder meer voor ons eigen geriatrisch handboek”, zegt Anthony. “Zo werk ik bepaalde processen uit en begeleidt deze, waardoor ik ook anderen help met de inhoud van hun job. Gezien de diversiteit binnen geriatrie werkt een verpleegkundig specialist geriatrie bij voorkeur samen met verpleegkundig consulenten geriatrie. Een voorbeeld hiervan zijn de mensen van het geriatrisch supportteam. Verder hebben we de afgelopen jaren nog een aantal andere verpleegkundig consulentschappen binnen geriatrie ontwikkeld. Zo hebben we iemand die gespecialiseerd in hartfalen bij ouderen. Naast het uittekenen van het zorgmodel, werken we ook aan het continu optimaliseren van dit zorgmodel en werken we aan de verspreiding van dit model, voorlopig in het binnenland maar hopelijk ook naar het buitenland. Daarnaast probeer ik de verpleegkundig consulent hartfalen geriatrie ook inhoudelijk te begeleiden in zijn job. Andere verpleegkundig consulentrollen die binnen geriatrie gepland staan zijn een VC onco-geriatrie, een VC incontinentie bij ouderen en een VC wondzorg/decubitus bij ouderen. Daarnaast maken consultaties bij patiënten onderdeel uit van de job, vaak in de opstart van een nieuw model. Door de complexiteit van de zorg, is het noodzakelijk dat je als verpleegkundig specialist geriatrie een helikopterperspectief inneemt dat de coördinatie en de continuïteit van de zorg – zowel binnen als buiten de ziekenhuismuren – garandeert.”

Hoe de verpleegkundig specialist geriatrie zich dan verhoudt ten opzichte van verpleegkundigen met een BBT of BBK? “Een goede vraag. Al ben ik zeker geen expert in de materie. Ik denk vooral aan de link met de complexiteit die een kwetsbare oudere patiënt met zich mee brengt. Hoewel geriatrie nu veel meer een plaats krijgt in het curriculum van studenten, behandelt dit niet alle aspecten van die complexiteit. Voor alle medewerkers op een afdeling geriatrie is het belangrijk om zich hierin verder te verdiepen, bijvoorbeeld door een bijkomende opleiding. Ik zie een BBT en een BBK vooral als een bekroning of erkenning van het hebben van die bijzondere bekwaamheid in het zorgen voor ouderen. In ons ziekenhuis is die samenwerking op de ambulante dienst eerder beperkt. Al sta ik er zeker voor open om naar de toekomst toe meer projectmatig samen te werken.”

Complexe zorg bieden

Het verlenen van complexe zorg behoort tot de eigenheid van geriatrie. ‘Hoe zorg je voor deze mensen en hoe pas je innovatie toe?’ zijn vragen die je als verpleegkundig specialist geriatrie gaat beantwoorden. Je volgt gedurende een periode een bepaald probleem of een bepaalde deelpopulatie (zoals hartfalen bij ouderen) van dichtbij op, maakt een analyse van de huidige werking, identificeert belangrijke betrokkenen en bepaalt samen met hen verbetersuggesties. Je checkt de literatuur en bekijkt welke bestaande modellen (of delen ervan) toegepast kunnen worden om interventies te ontwikkelen om de verbetersuggesties te realiseren. Op die manier implementeer je kwaliteitsverbeterende projecten die de zorg in de praktijk optimaliseren. “Zelf probeer ik ook nog vaak aan het bed te staan om mijn voeling met de praktijk niet te verliezen. Het biedt ook inspiratie en je ontdekt nieuwe kansen”, zegt Anthony nog. “Door de overkoepelende rol die je opneemt, zie je ook hoe de verschillende afdelingen geriatrie werken. Hierdoor zie je de specifieke context van iedere afdeling en kan je ook gericht naar een fit gaan zoeken die compatibel is met de kern van de verandering die je wil doorvoeren. Bij het implementeren van die nieuwe modellen, ondersteun je de hoofdverpleegkundige van de dienst. Het is on the job coachen binnen een team.”

Principes van goede geriatrische zorg

Een ander punt waar een verpleegkundig specialist geriatrie een meerwaarde biedt, is het mee uitdragen van de principes van goede geriatrische zorg binnen het ziekenhuis. “Vaak wordt nog gedacht dat geriatrie enkel de was en de plas is of dat de patiënten niets kunnen. De complexe zorg die binnen geriatrie wordt geboden door alle leden van het interdisciplinaire team, wordt nog vaak onderschat door andere disciplines en specialisaties. Het geriatrisch profiel is niet goed gekend, nochtans is het verouderingsproces een ingewikkeld pathofysiologisch gegeven waarmee rekening moet gehouden worden bij het bieden van behandeling en zorg aan een oudere in het ziekenhuis of in een woonzorgcentrum. Waarom is een oudere bijvoorbeeld verward? Dat is een fragiel evenwicht tussen de risicofactoren van de patiënt, zijn vertraagd compensatiemechanisme en de behandeling die we hem bieden. Dat maakt een ziekenhuisopname bijvoorbeeld voor hen risicovoller waarbij de focus altijd ligt op complicaties zoals delier, achteruitgang van mobiliteit, ondervoeding, … Want eens complicaties optreden, zijn ze moeilijk behandelbaar.” Het doel is dus preventie om zo negatieve uitkomsten zoals onder meer overlijden, opname in een woonzorgcentrum, valincidenten en heropnames te voorkomen. Mensen uit bed halen, hen meer laten bewegen en eten, en ook met familie aan de slag gaan. Dat moet zowel proactief als interdisciplinair gebeuren. Inzetten op gezond verouderen en zo lang mogelijk onafhankelijk leven en mensen daar in coachen, is de boodschap.

 

Erkenning als discipline

Aan de functie van verpleegkundig specialist is nog geen IFIC-schaal gekoppeld. Dat maakt dat de investering op het algemene budget van de ziekenhuizen valt en de ziekenhuizen dit zelf invullen tussen IFIC 14 en IFIC 18. Anthony roept ziekenhuizen dan ook op om dat te doen, om mensen te coachen en hun talenten ten volle te benutten. Ook voor de aanstelling van verpleegkundig specialisten, die hun meerwaarde aantonen. “Bij ons in het ziekenhuis heeft dat zijn nut al bewezen. We hadden recent een verpleegkundig coördinator voor het heupfractuurpad.
Die volgde de specialisatie terwijl hij voor twintig procent werd vrijgesteld van de taken in het ziekenhuis. Evidentie toont aan dat hoe beter een patiënt met een heupfractuur wordt opgevolgd, hoe minder complicaties in het ziekenhuis, hoe minder heropnames, hoe beter het functioneel herstel en hoe hoger de overlevingskans. Bij de aanstelling van zo’n coördinator kiezen we een indicator die we opvolgen”, zegt Anthony.

En toch is het strijden om erkend te worden als verpleegkundige functie en specialisatiedomein. “Geriatrie is niet zomaar het behandelen van oude mensen. Er is een sterke differentiatie in profielen en een verpleegkundig specialist een meerwaarde zijn voor de discipline. We kunnen complexe noden detecteren en een model uitwerken. In het buitenland zijn er nog heel wat andere modellen van verpleegkundig specialisten, vaak in arts-substituerende taken. Zo is in Groot-Brittanië een verpleegkundig specialist verantwoordelijk bij muginterventies en bestaat in Nederland een verpleegkundig specialist geriatrie bijvoorbeeld ook in woonzorgcentra. Ze vervullen er subsitutietaken van een huisarts en stellen bepaalde autonome medische handelingen, zoals bepaalde medicatie voorschrijven of klinische onderzoeken uitvoeren. Zelf vind ik niet dat een verpleegkundige taken van een arts moet overnemen. Ik geloof – zeker voor geriatrie – vooral in de modellen waarin je nauw samenwerkt met een arts en het interdisciplinaire team en die kan je toepassen naar gelang de context van een zorginstelling.”


Luc Van Gorp: “Waar willen we met onze zorg naartoe?”

Het is en blijft een cruciale vraag die beleidsmakers, beroepsverenigingen, academici en zorgverleners moeten beantwoorden, vindt CM-voorzitter Luc Van Gorp. Het huidig zorgmodel in Vlaanderen waar kwaliteit, toegankelijkheid en ondersteuning centraal staan, wordt onbetaalbaar. Niet onlogisch dus dat bepaalde zorginstellingen op zoek gaan naar vers kapitaal. En zo ligt er een decreet op de tafel van het Vlaams Parlement om een gedeeltelijke privatisering in de zorg mogelijk te maken. De stakeholders in zorg en welzijn en de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin zijn hier tegen gekant en vrezen een commercialisering van de zorg.

Wat is de aanpassing van het decreet lokaal bestuur precies? De wijziging die in het Vlaams Parlement werd voorgelegd, laat toe dat lokale publieke zorgaanbieders, zoals rusthuizen, woonzorgcentra en andere zorginstellingen van een OCMW of een gemeente, een privévereniging of vennootschap kunnen oprichten en dus privé-investeerders aantrekken. Niet alleen krijgen zorginstellingen zo meer kapitaal binnen, door de gedeeltelijke privatisering genieten ze ook van extra fiscale voordelen. En dit zou de kwaliteit van de zorg en de positie van die zorginstellingen verbeteren. De stemming werd tot tweemaal toe tegen gehouden door de Vlaamse oppositie. Maar hoe moet het nu verder? Die privatisering klinkt veelbelovend op papier, maar is het dat wel?

Ruim 50 organisaties en federaties uit het brede veld van zorg en welzijn, waaronder het NVKVV, samen met een aantal academici stellen zich hier vragen bij en ondertekenden daarom in juli 2021 een open brief[1] aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers. De brief eindigt met een uitnodiging voor een grondig debat en de auteurs pleiten om meer tijd te nemen in dit gevoelig dossier. Luc Van Gorp, sinds 2015 voorzitter van de CM, is een van hen. “Dat debat is er nog steeds niet gekomen. Misschien is ouderenzorg niet belangrijk genoeg”, vraagt hij zich luidop af.

Winst in buitenlandse handen

De zorg staat al jaren onder druk en niet in het minst door het financieel prijskaartje dat eraan vasthangt. Nieuw, mogelijks buitenlands kapitaal lijkt een welgekomen redding. “Dat er iets moet veranderen aan ons zorgsysteem, daar twijfelt niemand aan. Alleen niet op deze manier. Er moet een grondige discussie komen over waar we naartoe willen met onze zorg”, legt Van Gorp uit. Samen met de andere auteurs achten ze het risico te groot dat onze zorg in de handen komt van bedrijven die uit zijn op winst. Zonder enige garantie over de kwaliteit, de betaalbaarheid of de herinvestering van deze winst. Bovendien zet dit volgens hen de deur open naar de gedeeltelijke privatisering van andere diensten, zoals de gezinszorg, de kinderopvang, de thuisverpleging, de gehandicaptenzorg of de jeugdhulp. En op termijn misschien zelfs de ziekenhuizen. “We zien vandaag genoeg voorbeelden in België dat het aantrekken van buitenlandse investeerders het geld wegleidt van onze eigen instellingen. Kijk bijvoorbeeld naar de onafhankelijke laboratoria. Geld verdienen op de kap van kwetsbare mensen, willen we dat wel?”

Authentieke zorg

Er is nood aan authentieke zorg, vindt de CM-voorzitter. Geen zorg als dienst waar efficiëntie en controleparameters vooropstaan. Wel een warme zorg, die verbondenheid creëert en waar zorgzaamheid en coaching centraal staan. Van Gorp: “We zien meer en meer dat mensen, mede door de pandemie, zich keren tegen het huidig systeem. Hiermee bedoel ik in eerste instantie de bewoners zelf. De zorginstelling wordt te duur en de mensen krijgen niet de zorg die ze nodig hebben. Daardoor is er vandaag meer leegstand in woonzorgcentra dan een paar jaar geleden. Ook aan de kant van de zorgverleners stel ik me vragen. Worden de mensen die in de woonzorgcentra werken, zelf wel goed verzorgd? Als financiële resultaten het belangrijkst zijn, halen de zorgverleners dan nog genoeg motivatie uit hun job? En worden ze ook voldoende betaald? De kloof tussen de vergoedingen aan de top en die van de werknemers is in sommige bedrijven buitensporig. We moeten terug naar een meer menselijke aanpak dus, want als we niet authentiek bezig zijn, dan verdwijnt de zorg.”

Wat willen de bewoners?

De zorg moet opnieuw dichter bij de mens staan. Ook al zit zorg in ieder zijn DNA, toch duwen we die taak vaak uit onze handen. Kleine kinderen gaan naar de opvang, ouderen naar een woonzorgcentrum. Er lijkt bovendien een breuk te zijn tussen mensen die zorg geven en mensen die denken dat het leven zorgeloos is. “De zorg is onvoldoende gekend bij het brede publiek”, vindt Luc Van Gorp. “Er moet meer gewerkt worden aan de perceptie errond en de samenleving moet begrijpen wat ouderenzorg omvat. Jammer genoeg is er in Vlaanderen geen cultuur van overleg. Gelukkig zien we een bijzonder krachtig middenveld, dat een tegenbeweging op gang trekt. Dit kan alleen maar verder toenemen en een omslag creëren.” De voorzitter is dan ook hoopvol, maar blijft kritisch. “Het is wel degelijk vijf voor twaalf. Met het privatiseringsdecreet rekent Vlaanderen zich rijk, maar we verliezen de ziel van de zorg. Door de zorg in handen van de commercie te drijven, riskeert ze onbetaalbaar te worden en zal de kwaliteit zwaar onder druk komen te staan. We moeten dus terug naar de kern en inzetten op participatie, ook al betekent dat vertragen. Hierbij is het essentieel te begrijpen wat de bewoners zelf willen.”

Levenskwaliteit van mensen

Luc Van Gorp gelooft in een meer preventieve aanpak van de zorg. Een totaalplaatje, waarbij niet alleen naar het acuut probleem gekeken wordt en de symptomen behandeld worden, maar waar veel meer aan de basis gewerkt wordt zodat het probleem zich niet meer voordoet. Denk aan gezonde voeding en aan mentaal welzijn. CM breidde de voorbije jaren dan ook de tegemoetkoming voor psychologische zorg uit. “De complexiteit van samenleving is enorm toegenomen. Ik maak me soms meer zorgen over de psychologische gezondheid van mensen, dan de fysieke, want voor die laatste hebben we vaak wel oplossingen. Wat de psychologische zorg betreft willen wij een voortrekkersrol spelen en daar zetten we nu krachtig op in, met kwaliteitsvolle mensen. En daarbij is het aanpakken van de oorzaken een belangrijk onderdeel”, zegt Van Gorp.

Het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen en het bijdragen tot een gezonde samenleving, is waar het om draait. En dat reikt verder dan een zorginstelling of ziekenhuis. Het gaat ook over gezonde lucht, een veilige buurt, kwalitatief onderwijs en ook kwaliteitsvolle, betaalbare gezondheidszorg. “Mensen hebben nood aan warmte, aan nabijheid en aan graag gezien worden. Dat is tijdens deze pandemie wel zeer duidelijk gebleken. In ons huidig model is daar te weinig plaats of tijd voor. Dus gaan mensen zich verzetten. Die tegenbeweging geeft me moed. Zorg moet in de juiste handen blijven. Nu is het aan ons om het debat ten gronde te voeren.”

 

[1] https://www.tijd.be/opinie/algemeen/zet-onze-zorg-niet-in-de-uitverkoop/10319367.html


VIA-6 voor meer kwalitatieve ouderenzorg

Op 30 maart 2021 was er een formeel akkoord voor het zesde Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA6) voor de social- en non profitsectoren. Dat ging vanaf 1 juli in voege. Dit geldt tot 2025 voor werknemers binnen de private en publieke VIA-sectoren, waar ook de ouderenzorg deel van uitmaakt. Deze budgetten bieden onder meer woonzorgcentra de stimulans om extra personeel aan te trekken en de zorgkwaliteit te verbeteren. Klaartje Theunis, directeur P&O en VSB bij Zorgnet-Icuro, licht de belangrijkste veranderingen voor de sector toe.

De Vlaamse Intersectorale Akkoorden volgen de federale evoluties en akkoorden. VIA5 dateert uit 2018 en aan het nieuwe federale akkoord werd in 2020 al gestart. En zo kwam VIA6 er in 2021, met aan tafel de Vlaamse intersectorale werkgeversorganisatie Verso vzw, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw (VVSG), de werknemersorganisaties van de private en publieke sector en de Vlaamse overheid. “De zorg- en welzijnssector was dus breed vertegenwoordigd bij de onderhandelingen”, zegt Klaartje Theunis. “Zo konden we grote stappen vooruit zetten om de kwaliteit in onder meer de ouderenzorg te verbeteren.”

Het nieuwe akkoord kwam er ook naar aanleiding van de gigantische inspanningen die het personeel uit de zorg- en welzijnssector leverde tijdens de coronacrisis. Ze waren de kracht die ons land overeind hield. “De garantie op goede zorg was de afgelopen maanden de hoeksteen in de samenleving. Maar de coronacrisis heeft ook de uitdagingen van de zorg- en welzijnssector duidelijk in beeld gebracht. De aantrekkelijkheid van de loons- en arbeidsvoorwaarden in de zorg- en welzijnssectoren, het verminderen van de werkdruk door het voorzien van extra personeel en het zorgen voor (zij-)instroom behoren tot de prioritaire uitdagingen”, staat te lezen in het akkoord.

Net daarom was de nood aan structurele maatregelen die een gelijkaardige waardering van personeelsleden in federale sectoren garanderen hoog. “Federaal werd 500 miljoen euro uitgetrokken voor de uitrol van IFIC, waarvan nog 100 miljoen voor andere initiatieven en het Zorgpersoneelfonds. Het kon niet zijn dat door de uitrol van IFIC een verpleegkundige in een psychiatrisch verzorgingstehuis er op achteruit ging en in een ziekenhuis net meer loon kreeg. Vlaanderen kon dus onmogelijk achter blijven en maakt zo een einde aan ongelijke financiering in de verschillende sectoren”, licht Klaartje toe.

527 miljoen euro

En dus maakte ook Vlaanderen geld vrij: zo’n 527 miljoen euro om precies te zijn. Het VIA6-akkoord is van toepassing op alle Vlaams erkende, vergunde en gesubsidieerde ondernemingen en hun personeelsleden. Het gaat onder meer om diensten voor gezins- en bejaardenhulp, de welzijns- en gezondheidssector, de socio-culturele sector, maar ook om geregionaliseerde zorgsectoren zoals revalidatieziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen, ouderenzorg, revalidatievoorzieningen, initiatieven voor beschut wonen en multidisciplinaire begeleidingsequipes in de palliatieve zorg.

Het budget moet de koopkracht stimuleren, kwaliteitsmaatregelen implementeren en het aanwerven van extra personeel mogelijk maken. Die som wordt jaarlijks aangevuld met 50 miljoen euro voor nog extra persoon in de geregionaliseerde en klassieke welzijns- en zorgsectoren. Van dit totale budget gaat net geen 120 miljoen euro naar de koopkracht en 30,5 miljoen naar overige maatregelen in de ouderenzorg. Die extra koopkracht vangt de uitrol van IFIC op. Daarna worden die budgetten toegekend aan IFIC.

Succesvolle zijinstroom

Deze bedragen zijn een stap in de goede richting, maar waar worden ze nu concreet voor ingezet? “Enerzijds dus voor IFIC, maar ook om de extra coronapremie voor het zorgpersoneel te betalen”, zegt Klaartje. “Maar de belangrijkste bestemming van deze centen gaat naar extra jobs. Daar worden met deze middelen in de ouderenzorg alleen al 2.260 VTE’s gecreëerd. Niet onbelangrijk met al die knelpuntberoepen in de gezondheids- en welzijnssector. Het geld wordt onder meer ingezet voor kwalitatieve verbeteringen van de arbeidsvoorwaarden het personeel. Zo bieden we een antwoord op de hoge werkdruk en andere uitdagingen waar de sector mee kampt, zoals een gezonde work-life balance en een betere verlofregeling. Op die manier willen we vooral de aantrekkelijkheid van de beroepen verhogen.”

Dit gaat hand in hand met het versterken van de zij- en doorinstroom, want daar zit heel wat potentieel voor knelpuntberoepen. “Dat doen we onder meer met het opleidingsproject voor verpleegkundigen Project 600 of met Kies voor de Zorg. Die laatste campagne was zo’n succes dat we te weinig budget hadden om alle kandidaten een plaats te geven. Binnen VIA6 en ook federaal worden extra budgetten hiervoor vrijgemaakt.”

Evalueren en bijsturen

Tot slot wordt ook ingezet op positieve beeldvorming voor de hele zorg- en welzijnssector. Dat gebeurt onder meer door sensibiliseringscampagnes die de opleidingen, maar ook een job in de ouderenzorg aantrekkelijker moeten maken. Vlaanderen versterkt deze inspanningen ook aan de hand van het plan Vlaamse Veerkracht, een relanceplan van 4,3 miljard euro dat de welvaart en het welzijn van Vlamingen na corona moet versterken. De Vlaamse zorg- en welzijnssector spelen hier een belangrijke rol.

En hoe ver staan we in Vlaanderen intussen met IFIC? In de private woonzorgcentra werd al in 2019 met IFIC gestart en in het intussen helemaal uitgerold, de publieke sector moet nog een weg afleggen voor de uitrol in maart 2022. “IFIC is niet af en blijft evolueren. We moeten het zeker niet complexer maken. Je kan ook vereenvoudigen door bijvoorbeeld met bulktitels te werken. IFIC draait om wat je doet, om evaluatie en monitoring. Niet om wat je gestudeerd hebt. Daarom is het belangrijk om dit te blijven toetsen aan de realiteit en bij te sturen waar nodig”, besluit Klaartje.


Valveilig wonen en ouder worden

Valpreventie bij ouderen in de thuisomgeving, in woonzorgcentra en in assistentiewoningen is cruciaal en de sleutel is beweging. In het kader van het project Actief en gezond ouder worden aan de Odisee hogeschool werd een plan met makkelijke, eenvoudige oefeningen opgesteld om mensen meer aan het bewegen te zetten. Zo verlaag je de kans op vallen en vang je sarcopenie op.

Regelmatig bewegen en je zitgedrag aanpassen zijn belangrijk voor jong en oud. Voor 65-plussers gelden specifieke aanbevelingen[1]. Zo wordt aangeraden elke 30 minuten op te staan en te bewegen aan lichte intensiteit, om per week tussen de 150 en 300 minuten te bewegen aan matige intensiteit of 75 tot 100 minuten per week aan hoge intensiteit. Ook oefeningen die het evenwicht en de lenigheid bevorderen en spierversterkende oefeningen tweemaal per week bewijzen hun nut. “Begin hier niet onbezonnen en zonder voorbereiding aan”, zegt Julie Vanderlinden, onderzoeker gezondheidszorg en docent verpleegkunde aan de Odisee hogeschool. “Eenvoudige bewegingen die vervolgens verlengd worden in frequentie, intensiteit en duur hebben het meeste effect. Een beetje beweging is altijd beter dan helemaal geen beweging, zelfs als bovenstaande aanbevelingen niet gehaald worden.”

Zitgedrag verminderen

Zitgedrag afwisselen met beweging is ook belangrijk, beperk zitgedrag dan ook tot maximaal 8 uur per dag. “Vaak ben je je niet bewust van hoeveel tijd per dag je neerzit, daarom kan het nuttig zijn dat een bij te houden en op te tellen”, zegt Julie nog. “Zit je ’s avonds bijvoorbeeld lang onafgebroken in de zetel? Gebruik dan een kookwekkertje dat elke 30 minuten afgaat en je er aan herinnert even rond te wandelen in je woonkamer.” En er zijn nog andere tips. Voor en na je maaltijd een spieroefening doen bijvoorbeeld, die je lenigheid, kracht of evenwicht versterkt. Bel je met een familielid of vriend? Sta recht of wandel rond. Ook als je zit, kan je oefeningen doen. Zo stimuleer je de doorbloeding en kan je nekspieren, schouders en armen stretchen. “Dat hoeven echt geen moeilijke oefeningen te zijn. Je navel naar binnen trekken als je zit, volstaat al om je buikspieren aan te spreken.”

Neem je tijd

Je kan ook aan valpreventie doen door de woonomgeving veilig in te richten. Vermijd gladde, natte vloeren, let op met losliggende kabels of tapijten en met dorpels. Voorzie voldoende verlichting, een stevige trapleuning, handgrepen in de badkamer en steunpunten in andere ruimtes van de woning. “Ben je vaak duizelig als je recht staat? Kom dan heel traag recht, bijvoorbeeld wanneer je uit bed wil stappen. Blijf nog even op de rand zitten en zet je dan pas volledig recht”, geeft Julie nog mee als goede raad. “Gaat de deurbel of de telefoon, haast je niet, maar neem je tijd. Als het echt dringend is, wachten ze wel of bellen ze je terug. Praat zeker ook met de huisarts als de duizeligheid te erg wordt of te vaak voorkomt.”

Tot slot benadrukt Julie het belang van veilige schoenen. Dat zijn schoenen die goed aan de voet en hiel aansluiten, met een stevige en harde zool die alleen plooit ter hoogte van de overgang van de voet naar de tenen. Je tenen en je hiel zitten altijd volledig ingesloten in de schoen. “Hoge hielen en gladde zolen zijn natuurlijk altijd te vermijden om valincidenten te voorkomen”, besluit Julie.

[1] WHO (2020). Decade of Healthy ageing 2020-2030.

WHO (2020) Physical activity guidelines

Overige referenties

Vanderlinden, J. (2021). The relation between physical activity and sleep in older adults. The associations with movement behaviours and effects of a real-life lifestyle program. KU Leuven, PhD dissertation, Leuven (Belgium).

Vanderlinden, J., Lambers, S., De Koker, R., Musch, L. (2020). Mixed-methods-onderzoek naar beweging en slaap van ouderen. KWALON. Tijdschrift voor Kwalitatief Onderzoek, 25 (3), 63-71.

Vanderlinden, J., De Koker, R., Lambers, S., Musch, L., Vanderstraeten, G. (2020). Actief en gezond ouder worden voor iedereen. Bewegen en gezond eten het hele jaar rond. Odisee hogeschool, Brussel (Belgium)