Equal pay day

06-03-2023

7 maart is equal pay day. Op deze dag staan we stil bij de loonkloof tussen vrouwen en mannen. De gemiddelde loonkloof in Europa bedraagt 13 procent. Dit is het verschil in gemiddeld bruto uurloon tussen mannen en vrouwen in de hele economie. In België bedraagt de gemiddelde loonkloof 5.3 procent.

Het goede nieuws: de loonongelijkheid verkleint wel degelijk. Bij alleenstaanden zonder kinderen is de loonkloof op basis van uurlonen zelfs negatief (-7 procent), in het voordeel van vrouwen. Keerpunt is de leeftijd tussen dertig en veertig jaar: vanaf dat moment stijgt het loonverschil snel, om te eindigen in een maandelijks pensioenkloof van wel 33 procent.

Cijfers van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen tonen aan dat vrouwen en mannen zonder kinderen per uur ongeveer evenveel verdienen. Met elk extra gezinslid vergroot de loonkloof, van 1,5 procent (geen kinderen) naar 4,8 procent (1 kind) tot 5,7 procent en 6,3 procent bij respectievelijk 2 en minstens 3 kinderen. Moeders zien hun inkomsten vooral dalen omdat zij hun betaalde arbeid terugschroeven.

De loonkloof van dichterbij bekeken

De loonkloof verkleint drastisch als de factor deeltijds werk buiten beschouwing wordt gelaten. Een heel aantal culturele, wettelijke, sociale en economische factoren (versterken genderbias op de werkvloer en) leiden ertoe dat vrouwen minder verdienen. Bovendien blijkt uit onderzoek van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen dat een vrouw in dezelfde sector en met dezelfde anciënniteit/opleiding/leeftijd/gezinssituatie/job/… als een man, gemiddeld nog steeds minder verdient.

De prijs van moederschap

Het zijn nog altijd vooral vrouwen die zich het meeste bezighouden met de organisatie van het huishouden en de opvoeding van de kinderen, waardoor zij minder werken en minder verdienen. De (loon)kloof vergroot alleen maar naarmate mensen ouder worden, want terwijl een vrouw haar carrière op een lager pitje zet, kan een man wel doorgroeien. Dit heeft bovendien een zelfversterkend effect: juist doordat vrouwen minder verdienen, is het logischer dat hun job niet de prioriteit krijgt wanneer er keuzes gemaakt moeten worden.

Vrouwelijke en mannelijke sectoren

Het feit dat vrouwen vaker deeltijds werken – in de eerste plaats om voor kinderen te zorgen – verklaart dus voor een groot deel de loonongelijkheid tussen vrouwen en mannen. Maar zelfs onder deeltijdwerkers worden vrouwen nog steeds minder betaald, met een verschil van gemiddeld 10,7 procent. Er zijn immers nog andere factoren die de genderongelijkheid in stand houden: zo werken vrouwen en mannen vaak in verschillende sectoren. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in onder andere het onderwijs, de zorg, dienstverlening, administratieve en ondersteunende jobs en huishoudpersoneel: ‘zachte’ sectoren waar de lonen niet hoog liggen en deeltijdse contracten normaal zijn.

Opvallend is het feit dat de beroepen die essentieel bleken om het land overeind te houden tijdens de pandemie over het algemeen tot de ‘zachte’ sectoren hoorden. De gezondheidszorg, voedingswinkels, kinderdagverblijven, schoonmaak… draaien grotendeels op de werkkracht van vrouwen. Ontluisterend zijn de gemiddelde lonen die bij deze essentiële beroepen horen. Verpleegkundigen hebben een lager loon dan de gemiddelde werknemer met een bachelor-diploma.

Bron: equalpayday.be