
Existentiële empathie bij intensieve psychiatrische zorgen
05-01-2026
Vincent Van Baelen is docent interculturele en psychiatrische verpleegkunde aan Thomas More Mechelen. Verder werkt hij nog als verpleegkundige op de High & Intensive Care (HIC) afdeling van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en als public health nurse in Noord-Tanzania. In 2025 voltooide hij een postgraduaat toegepaste ethiek aan de KU Leuven.
In een opiniestuk in De Morgen (Snoeks et al., 2025) werd onlangs gepleit voor meer nabijheid en minder dwang in de psychiatrische zorg. Lijden vraagt immers meer dan medische of administratieve antwoorden. Sinds 2019 evolueren veel Belgische afdelingen met verhoogd toezicht naar High & Intensive Care (HIC)-units. In deze HIC-visie staan de noden en de eigen regie van de patiënt centraal, met aandacht voor het verminderen van dwang en het versterken van persoonlijke betrokkenheid. Voor die doelen is het belangrijk dat verpleegkundigen vaardig worden in existentiële empathie. Een echte uitdaging!
Want bijna altijd zijn die individuele noden diep existentieel van aard. Een mentale crisis confronteert mensen met een psychologische grens. Dat kan bijvoorbeeld voelen als een bodemloze afgrond bij een depressie of een ontglippende werkelijkheid bij een psychose. Achter die rand schuilt vaak een vreemde, bijna surreële wereld vol angst, eenzaamheid en onzekerheid. Rond die grens beweegt het verpleegkundig werkveld: een menselijke zoektocht naar zin in een overweldigende ervaring. Zo beschreef Brenda Froyen het treffend in haar boek Tussen waan en zin.
Deze onoplosbare existentiële thema’s – zoals vrijheid, identiteit, betekenis, verbondenheid en wanhoop – kunnen ook verpleegkundigen diep raken. Ze roepen gevoelens op van machteloosheid of innerlijke verwarring. Want zulke grenzen zijn menselijk. “The most personal is the most universal,” schreef Carl Rogers (1961). Dat is het begin van echte verbinding en van samen zoeken naar zin, in plaats van iemand vast te zetten in een “pathologische waan”.
Verpleegkundigen hebben daarom een persoonlijke existentiële basisveiligheid nodig. Dat is een innerlijk gevoel van stevigheid en verbondenheid – een bodem bij een nakende diepte. Die innerlijke bodem vraagt zorg: tijd om stil te staan, te reflecteren en met anderen te verdiepen.
Het idee van existentiële empathie vindt zijn oorsprong bij Hildegard Peplau, ‘the mother of psychiatric nursing’. Haar visie vormt nog altijd de basis van de psychiatrisch verpleegkundige opleiding. Het interpersoonlijke proces draait om fijngevoelige aandacht voor de kleine signalen in elke dialoog. Zo kunnen grenservaringen worden onderzocht en verbonden met nieuwe (existentiële) inzichten.
Peplaus visie richt zich ook op dagelijkse interacties, hier-en-nu-ervaringen en focust niet zozeer op psychiatrische symptomen. Wanneer zulke concrete ervaringen in een veilige verpleegkundige relatie worden geplaatst binnen een persoonlijk verhaal en een groter levensperspectief, worden ze tastbaar, herkenbaar, deelbaar en hanteerbaar.
Daarnaast vraagt existentiële empathie om emotionele resonantie en presentie (Vanhooren, 2022; Baart 2025). Als een ‘skilled companion’ – een deskundige tochtgenoot – ben je als verpleegkundige erg betrokken zonder het onoplosbare te willen verklaren of beheersen. “In warme en professionele nabijheid zeg je eigenlijk: “Ik ben er voor je.” Zo bewandel je samen met de ander de vaak hobbelige weg naar herstel.
Symbolisch hebben we dan meer aan de gevleugelde god Kairos – die zoekt naar juiste momenten van betekenis en verbinding – dan aan Kronos, die alles meet in verpleegkundige procedures en tijdschema’s.
In die interpersoonlijke ruimte krijgt lijden weer een taal, bezieling, verbinding en betekenis. Zo ontstaat zorg die verder reikt dan medicalisering en dwang – een complexe, maar wezenlijke dimensie van de psychiatrisch verpleegkundige praktijk.



