
Hier is niemand ‘kamer zoveel’
05-01-2026
Wanneer Sara Mommen ’s morgens het woonzorgcentrum Mayerhof binnenstapt, is het alsof ze thuiskomt bij haar grootouders. Een gevoel dat ze koestert en dat ook de leefgroep die ze coördineert kenmerkt. Een warme, hechte leefgroep waar bewoners met vergevorderde dementie omringd worden door een team dat hen door en door kent. Een twintigtal medewerkers – verpleegkundigen, zorgkundigen, ergotherapeuten, animatoren en keukenmedewerkers – zetten zich hier elke dag samen in voor een leven zoals bewoners dat zelf willen. Zorg met hart, humor en veel geduld.
Sara begon een jaar geleden eerst als flexi-jobber bij woonzorgcentrum Mayerhof, naast haar vaste werk in het labo. “Ik kwam hier na mijn uren helpen. Al snel voelde ik: dit is mijn plek.” Toen een vacature vrijkwam voor hoofdverpleegkundige, waagde ze haar kans. “Eigenlijk heb ik voor vroedkundige gestudeerd. Dat ik nu mensen begeleid in hun laatste levensfase, vind ik een mooie wending.”
Een leefgroep die voelt als thuis
De bewoners van haar leefgroep zijn vaak mensen die weinig praten, onrust ervaren of niet meer mobiel zijn. Het team werkt daarom sterk vanuit nabijheid en kleine signalen. “Als ik ’s morgens binnenkom en sommige bewoners naar mij zie zwaaien of glimlachen … dat is thuiskomen. Maar dat geldt voor iedereen in het team: bewoners herkennen onze stemmen, onze manier van aanraken, onze routine.”
Het team vormt een stabiele, warme groep die elkaar goed kent en elkaar ondersteunt. “Mijn bureau is ook hun plek. Ze komen er eten, lachen, ventileren. Iedereen mag zichzelf zijn. Die open sfeer voel je in de hele leefgroep.”
Zorg met en voor mantelzorgers
In de leefgroep is er veel aandacht voor mantelzorgers. “Partners branden zichzelf soms op. Dat raakt ons allemaal. We proberen hen te begeleiden, te informeren en vooral: er te zijn. Want familie maakt deel uit van ons zorgteam.”
Wat de leefgroep volgens Sara zo bijzonder maakt? De visie van Mayerhof. “Hier is niemand ‘kamer zoveel’. We kijken echt naar wie iemand is en wat iemand nodig heeft. Dat vind ik zorg in haar puurste vorm.”



