
Leren tussen de regels te lezen
08-06-2026
We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Hanne Van Eenooghe (38) is docent verpleegkunde aan de Arteveldehogeschool, verantwoordelijke van het postgraduaat pediatrie en neonatologie en lid van de werkgroep kinderverpleegkunde.
Waarom ben je verpleegkundige geworden?
Als tiener wist ik al dat ik iets met kinderen wilde doen. Alleen wist ik nog niet goed wat. Tijdens de studie-infodagen viel alles plots op zijn plaats: ik zou verpleegkunde studeren met de afstudeeroptie van kinderverpleegkunde. Elke stage bevestigde mijn gevoel dat ik juist zat. Ik heb dan nog een master verpleeg- en vroedkunde gevolgd. Na mijn eerste werkervaring op pediatrie in het AZ Sint-Vincentius in Deinze belandde ik al snel in het onderwijs.
Wat boeit je in je job?
Voor mij zit de kracht van pediatrie in de combinatie van het kind en zijn context. Kinderen zijn zo oprecht, zo puur. Die spontaniteit en verbeelding maken het werken met kinderen heel bijzonder. Tegelijk werk je nooit alleen met het kind, maar ook met de ouders en het gezin. Je komt vaak heel dicht bij mensen, leert hen echt kennen. Met die combinatie van zorg, communicatie en context wil ik me inzetten voor een sterke en toekomstgerichte verpleegkunde. En dat is ook wat ik aan mijn studenten wil meegeven.
Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?
Er zijn er veel, maar als ik moet kiezen, dan zeg ik: de combinatie klinisch redeneren en kunnen luisteren. Je moet je patiënt begrijpen: wat zegt iemand, maar ook wat wordt niet gezegd? Tegelijk moet je vooruitdenken: wat zie ik, wat betekent dat, wat moet ik rapporteren? Verpleegkunde is veel meer dan uitvoeren. Je denkt mee, je neemt verantwoordelijkheid, je werkt samen met artsen en collega’s. Die rol is de laatste jaren alleen maar belangrijker geworden.
Wat zijn mooie momenten op de werkvloer?
Vooral de momenten waarop je echt een band opbouwt. In pediatrie zijn opnames soms kort, maar als kinderen wat langer blijven, ontstaat er vertrouwen. Als je dan merkt dat ouders en zorgverleners op dezelfde lijn zitten, en je voelt appreciatie of dankbaarheid, dan doet dat deugd. Een tekening of knutselwerkje van een kind … het lijkt klein, maar dat blijft hangen. Je weet dat het oprecht is.
Zijn er ook minder fijne momenten?
Zeker. Vooral de pijnlijke handelingen bij kinderen. Je weet rationeel waarom je iets doet, maar voor een kind is dat moeilijk te begrijpen. Dat maakt het emotioneel soms zwaar. Ook de machteloosheid van ouders komt dan binnen. Je ziet hen worstelen en dat raakt. Als zorgverlener probeer je dat een plaats te geven, maar het blijft iets dat je niet onberoerd laat.
Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen?
De veranderingen in de wetgeving en het delegeren van taken brengen nieuwe kansen, maar ook veel verantwoordelijkheid. Teams moeten daar samen hun weg in vinden. Daarnaast zijn er de fusies in ziekenhuizen, waarbij teams veranderen en opnieuw een evenwicht moeten zoeken. En misschien nog belangrijker: hoe houden we (beginnende) verpleegkundigen gemotiveerd? De werkdruk is hoog, de uitstroom groot. Het is een uitdaging om mensen niet alleen aan te trekken, maar ook te behouden in de zorg. Dat vraagt aandacht, ondersteuning en waardering.
Wat doe je in je vrije tijd?
Bewegen helpt mij enorm om mijn hoofd leeg te maken. Lopen is vooral een moment voor mezelf: even weg van werk en gezin, alles op een rijtje zetten. Daarnaast geniet ik vooral van tijd met mijn gezin. Met twee jonge kinderen trekken we graag de natuur in, vaak met een kleine zoektocht erbij om het leuk te houden. Dat zijn momenten waarop alles even stilvalt en de focus gewoon op elkaar ligt.



