Onze zorgorganisatie op een kantelpunt

08-06-2026

Nieuwe profielen, aangepaste opleidingen, een duidelijker kader voor samenwerking: de contouren zijn af. Met de basisverpleegkundige komt er een extra puzzelstuk bij in het zorgteam, naast zorgkundigen, verpleegkundigen verantwoordelijk voor algemene zorg, verpleegkundig specialisten en andere zorgverleners. De volgende stap ligt voor de hand: de puzzel leggen. Dat begint bij hoe teams zich organiseren, hoe verantwoordelijkheden verdeeld worden en hoe collega’s elkaar daarin vinden.

Het traject naar de basisverpleegkundige verliep niet vanzelf. Enorme tijdsdruk en sterk uiteenlopende verwachtingen staken af en toe stokken in de wielen. Toch ligt er vandaag een duidelijk kader waar het werkveld – onderwijs en zorginstellingen – mee aan de slag kan. Onderwijsadviseur kwalificaties gezondheidszorgberoepen AHOVOKS Inge Biot volgde dat proces van dichtbij en zag hoe het stap voor stap vorm kreeg. “We zijn gestart in omstandigheden die allesbehalve ideaal waren”, vertelt ze. “De wetgeving was nog in beweging en tegelijk moesten de onderwijsinstellingen al beginnen hertekenen. Dan krijg je automatisch veel verschillende meningen. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen ervaring en context.” Bijgevolg was het proces intens en soms ook lastig. “Zelfs over de invulling en de naam van het profiel is lang discussie geweest. Dat toont hoe gevoelig dit ligt. Het gaat niet zomaar over een profiel, het gaat in essentie over hoe we ons totale zorgsysteem organiseren.” Toch groeide er gaandeweg meer afstemming. “Op een bepaald moment merk je dat de visies dichter bij elkaar komen. Dat is een kantelpunt. Dan kan je beginnen bouwen in plaats van discussiëren.”

Het bouwen is ondertussen achter de rug. De beroepskwalificatie[1] werd opgesteld in nauwe samenwerking met het werkveld en vertrekt van het federale beroepscompetentieprofiel. Opleidingen zijn uitgewerkt, leerplannen herschreven en scholen hebben een enorme inspanning geleverd om alles op korte tijd op poten te zetten. “Daar is echt keihard gewerkt”, benadrukt Inge. “Scholen moesten tegelijk een nieuwe opleiding opstarten, studenten begeleiden en hun volledige traject herdenken. Dat is niet te onderschatten.”

Het werkveld aan zet

Met de eerste afgestudeerden in zicht verschuift de aandacht nu naar het werkveld. Daar moet het verhaal landen. Op beleidsniveau en binnen organisaties wordt met de wijzigende wetten uiteraard al langer nagedacht over structuren en modellen. Op de werkvloer moet dat nog concreet worden. “De mensen die mee aan de beleidstafel zitten, zijn niet altijd dezelfde mensen die dagelijks op de afdeling staan”, zegt ze. “Die informatie moet op een heel aantal afdelingen nog doorstromen. Daar zit een belangrijke opdracht.”

Die vertaalslag is niet vanzelfsprekend. “Er moet een extra schakel passen binnen systemen die al jarenlang quasi hetzelfde draaien. Dat betekent dat je als werkgever, hr-medewerker en hoofdverpleegkundige kritisch moet analyseren en herdenken hoe je teams functioneren. Je moet oefeningen maken en met alle betrokken bespreken hoe je rollen op elkaar afstemt en hoe je verantwoordelijkheden verdeelt.”

Daarbij komt dat de impact in eerste instantie beperkt blijft. “We spreken over een zeshonderdtal afgestudeerde basisverpleegkundigen in heel Vlaanderen die in juni de schoolbanken verlaten. In veel teams komt er dus hoogstens één persoon bij. Dan verandert niet alles meteen. Al moet het wel iets in gang zetten zodat alle teams ten minste beginnen na te denken over hun werking.”

Een nieuw evenwicht in het zorgteam

De komst van de basisverpleegkundige past binnen een bredere evolutie waarin zorg anders georganiseerd wordt. Ook andere rollen verschuiven. Zo krijgt de verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg (VVAZ) een duidelijkere rol in het uittekenen en opvolgen van het zorgtraject. Die stelt de verpleegdiagnose, werkt het verpleegplan uit en bepaalt in welke situaties een basisverpleegkundige autonoom kan handelen of moet afstemmen . “Die bewaakt het overzicht en maakt dat alles samenhangt”, zegt Inge. “Dat betekent dat er meer nadruk komt op coördinatie en aansturing.”

De basisverpleegkundige neemt binnen dat kader een uitvoerende en opvolgende rol op. In minder complexe situaties kan die zelf de zorg opstarten, gegevens verzamelen, een verpleegplan uitvoeren en binnen duidelijke grenzen bijsturen . Bij complexere zorgvragen gebeurt dat in overleg met of onder supervisie van de VVAZ of arts. “Die werkt dus niet los van het team. Integendeel, die zit daar middenin en staat mee in voor continuïteit.”

Ook de samenwerking met zorgkundigen wordt concreter. Taken worden bewuster toegewezen en opgevolgd. Zo kan de basisverpleegkundige, binnen het verpleegplan, bepaalde activiteiten delegeren en duidelijke instructies geven, afhankelijk van de toestand van de patiënt. Zorgkundigen spelen een belangrijke rol in de dagelijkse zorg en observatie, waarbij ze signalen doorgeven aan het team.

Zo ontstaat een zorgteam waarin taken bewust verdeeld worden. “We moeten teams echt als gehelen bekijken. Iedereen heeft zijn eigen bijdrage. De vraag is hoe je die zo inzet dat het team sterker wordt. Dat vraagt duidelijke afspraken. Als die helder zijn weet iedereen waar hij of zij staat.” Daarnaast speelt vertrouwen een grote rol. “Door samen te werken en dingen uit te spreken, groeien we hierin. Heldere communicatie blijft cruciaal, zodat informatie vlot gedeeld wordt en iedereen op dezelfde lijn blijft.”

Onderwijs en werkveld in wisselwerking

Niet elk team zal die puzzel op dezelfde manier leggen. De context verschilt van plaats tot plaats. De noden van een ziekenhuisafdeling zijn anders dan die van een woonzorgcentrum of thuiszorgorganisatie. Inge: “Dat is ook logisch. Er bestaat geen standaardmodel. Het gaat erom dat je een manier vindt die werkt binnen je eigen setting, met je eigen patiënten en je eigen team.”

Die eigenheid vraagt ook iets van het onderwijs. Studenten komen tijdens hun stages in heel uiteenlopende zorgcontexten terecht en maken zo kennis met verschillende manieren van samenwerken. “Stages spelen een cruciale rol. Daar zien studenten hoe teams functioneren, hoe rollen ingevuld worden en waar het goed loopt of net moeilijker gaat. Die ervaringen nemen ze mee.”

Tegelijk blijft die wisselwerking belangrijk na het afstuderen. “Onderwijs en werkveld blijven elkaar nodig hebben. Wat wij aanleren, moet aansluiten bij wat er op de vloer gebeurt. En omgekeerd halen wij uit stages en feedback van het werkveld wat we moeten bijsturen in de opleiding. Teams groeien in hun werking, net zoals opleidingen dat doen. “Het hoeft niet van in het begin perfect te zitten”, besluit Inge. “Het is een proces. Zolang je blijft kijken naar wat werkt en daar samen over in gesprek gaat, kom je vooruit.”

Raadpleeg de beroepskwalificatie basisverpleegkundige via deze link.

 

[1] Vlaamse Overheid. (2024). Beroepskwalificatie basisverpleegkundige (BK-0599-1).

Deze organisaties uit het werkveld werkten mee aan het beroepskwalificatiedossier Basisverpleegkunde:

  • NETWERK VERPLEEGKUNDE
  • Zorgnet – Icuro
  • VIVO (Vlaams Instituut voor Vorming en Opleiding )
  • VLOZO vzw (Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk vzw)
  • Wit-Gele Kruis (Wit-Gele Kruis van Vlaanderen vzw )
  • VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw)
  • AUVB (Algemene Unie van Verpleegkundigen van België)
  • BFHBOV (Belgische federatie van HBO-verpleegkundige)
  • VBZV (Vlaamse Beroepsvereniging Zelfstandige Verpleegkundige)