Verpleegkundige autonomie in de Belgische pers

05-01-2026

Het wereldwijde tekort aan verpleegkundigen zet de zorgkwaliteit onder druk. Ook in België blijven duizenden vacatures open. Naast werkdruk speelt onderwaardering een grote rol in de erkenning van het beroep. Verpleegkundigen worden vaak gereduceerd tot uitvoerders, of tijdens crisissen tot helden, waardoor hun expertise en beslissingsruimte onderbelicht blijven. Media beïnvloeden hoe zij worden gepercipieerd, en dus ook beroepskeuze, identiteit en waardering. Onderzoek naar hun representatie is daarom nodig.

Methode en resultaten

Deze studie onderzocht hoe verpleegkundige autonomie wordt voorgesteld in Belgische kwaliteitskranten. Een taalkundig onderzoek, meer bepaald een ‘kritische discoursanalyse’, werd uitgevoerd op artikels uit De Tijd en De Standaard. Daarbij werd onderzocht hoe verpleegkundige autonomie en beeldvorming in de geselecteerde krantenartikels werden geconstrueerd via woordkeuze, taalgebruik en tekststructuur, en hoe deze constructies eventuele machtsverhoudingen zichtbaar maken of reproduceren.

Uit de analyse kwamen vier dominante perspectieven naar voren. Het eerste thema, ‘schijnautonomie’, toonde hoe verpleegkundigen wel meer taken krijgen, maar zelden beslissingsbevoegdheid of inspraak. Autonomie werd in de gebruikte taal gekoppeld aan efficiëntie en inzetbaarheid, niet aan beleidsmatige zeggenschap of klinisch leiderschap.

Het tweede thema, ‘discursieve uitsluiting’, verwees naar de structurele afwezigheid van verpleegkundige stemmen in de berichtgeving. Minder dan de helft van de 29 geïncludeerde artikels bevatte een direct of indirect citaat van een verpleegkundige; in de overige artikels blijven zij afwezig of worden ze collectief benoemd als deel van een ‘multidisciplinair team’. Artsen, beleidsmakers en managers domineerden de nieuwsberichten. Hierdoor blijft het verpleegkundig perspectief onderbelicht in publieke debatten over hun eigen beroep.

Een derde thema, ‘autonomie binnen structurele beperkingen’, legde bloot hoe verantwoordelijkheid toenam terwijl contextuele factoren zoals werkdruk, personeelstekort en ethische spanningen amper benoemd werden. Verpleegkundigen dragen zo een groeiende verantwoordelijkheid, terwijl ze opereren binnen een systeem dat hun autonomie tegelijkertijd beperkt.

Tot slot benadrukte het vierde thema ‘relationele en morele autonomie’ het dagelijkse, betrokken handelen van verpleegkundigen. Deze dimensies worden echter zelden erkend als professioneel of deskundig, en blijven vaak onzichtbaar als vorm van klinische en moreel gemotiveerde besluitvorming. Ook al kon dit onderzoek eveneens een beperkt aantal artikels vinden die verpleegkundigen voorstelden als deskundige en reflectieve actoren, deze representatie blijft jammer genoeg vooralsnog uitzonderlijk.

Conclusie

Verpleegkundige autonomie vereist structurele inspraak in beleid én zichtbaarheid in het publieke debat. Media zouden niet enkel beleidslijnen moeten bekrachtigen, maar ook de dagelijkse realiteit van de beroepspraktijk tonen. Hoewel het vakgebied wetenschappelijk en professioneel sterk is geëvolueerd, blijft de beeldvorming vaak hangen in achterhaalde clichés. Wie verpleegkundigen nog ‘heldinnen’ of ‘engelen’ noemt, miskent hun deskundigheid en beslissingsvermogen. Bewuste mediapraktijken en actieve betrokkenheid van verpleegkundigen kunnen hun werk en expertise beter zichtbaar maken voor het brede publiek.

Pratishtha Ojha is dialyseverpleegkundige bij Ziekenhuis Aan de Stroom (ZAS) en behaalde haar Master in de Verpleegkunde, afstudeerrichting verpleegkundig specialist, aan de Universiteit Antwerpen. Haar masterproef werd bekroond voor de meeste impact in het domein verpleegkunde, toegekend door het Netwerk Verpleegkunde en de FNBV.