
Zorgkundigen in een veranderend zorglandschap
02-03-2026
Hoewel het aantal zorgkundigen in België licht blijft toenemen, verschuift hun inzet over de sectoren nauwelijks. Dat blijkt uit de opeenvolgende rapporten Zorgkundigen op de arbeidsmarkt (2021–2023). Tegelijk voelen zorgkundigen, onderwijsactoren en verpleegkundigen op de werkvloer wel spanning: over rolafbakening, opleiding, stagekansen en toekomstperspectief. Wat zeggen de cijfers echt? En vooral: wat betekenen ze voor zorgteams en de zorg van morgen?
Uit de meest recente cijfers van 2023 blijkt dat 76.479 zorgkundigen effectief actief zijn in de zorg. Dat is een lichte stijging tegenover 2021. Hun inzet situeert zich in hoofdzaak in woonzorgcentra (58 procent), die veruit de grootste werkgever blijven. Opvallend is wel dat woonzorgcentra tussen 2021 en 2023 als enige sector geen groei laten zien, maar zelfs een lichte daling in het aantal zorgkundigen, terwijl de zorgnood er groot blijft. Ziekenhuizen nemen een beperkter maar licht stijgend aandeel in (16 procent), en hun aanwezigheid in de thuisverpleegkunde blijft structureel klein (3 procent). Ongeveer een kwart van de zorgkundigen is aan de slag in andere zorg- en welzijnscontexten, zoals gezinszorg, voorzieningen voor personen met een handicap en centra voor geestelijke gezondheidszorg. Van alle actieve zorgkundigen is ongeveer 75 procent actief binnen verpleegkundige teams. Logisch, want zorgkundigen vervullen een erkende verpleegkundige functie en vormen een onmisbare schakel voor duurzame, kwalitatieve zorg.
“De cijfers tonen waar we werken, niet wat we doen”
Ann Van Coile, zorgkundige in het AZ Oostende en Sandra Domen, zorgkundige van opleiding en al vijftien jaar actief in het onderwijs, zijn beiden lid van BEFEZO en kennen de cijfers. Toch plaatsen ze er meteen een nuance bij. “De cijfers tonen aan waar we werken, niet wat we doen”, steekt Ann van wal. Dat verschil tussen registratie en realiteit is ook zichtbaar in bredere beleidsrapporten¹. “Op papier lijkt alles stabiel, maar dat zegt weinig over hoe onze job vandaag wordt ingevuld. In woonzorgcentra nemen zorgkundigen regelmatig logistieke taken op, vaak omdat die profielen verdwenen zijn door onder andere budgetkeuzes. Dat maakt dat je minder toekomt aan wat echt zorgkundig werk is.” Sandra herkent dat beeld: “Zorgkundigen zijn opgeleid voor zorg, observatie, rapportage en nabijheid bij bewoners en patiënten, maar worden in sommige settings ingezet als ‘vangnet’ voor alles wat moet blijven draaien.”
Ziekenhuizen: lichte groei, grote terughoudendheid
Volgens de cijfers stijgt het aandeel zorgkundigen in ziekenhuizen licht: van vijftien procent in 2021 naar zestien procent in 2023. Een kleine beweging, maar wel een positieve. Toch blijft de inzet van zorgkundigen in ziekenhuizen ongelijk. “Er zijn ziekenhuizen waar zorgkundigen een vaste plaats hebben in het team, maar evengoed ziekenhuizen waar ze nauwelijks nog worden aangeworven”, zegt Sandra. “Dat heeft weinig met onwil te maken, maar met onzekerheid: hoe zetten we zorgkundigen in? Hoe verhouden ze zich tot de nieuwe basisverpleegkundigen? En hoe organiseer je deze samenwerking op de werkvloer? Wat zeker is: ze zijn een onmisbare schakel binnen de gestructureerde zorgteams.”
Die terughoudendheid wordt versterkt door een gebrek aan stage-ervaring. “Veel leerlingen zorgkunde krijgen tijdens hun opleiding geen ziekenhuisstage”, vervolgt Sandra. “Dan kunnen ze zelf niet inschatten of een acute setting bij hen past, en kunnen ziekenhuizen dat ook niet beoordelen.”
Opleiding onder druk
Zowel Ann als Sandra leggen een duidelijke link met de hervorming van het secundair onderwijs. “Vandaag is de opleiding tot zorgkundige sterk geconcentreerd in het zevende jaar”, legt Sandra uit. “Zorgcompetenties die vroeger gespreid over meerdere jaren werden opgebouwd, moeten nu in één jaar worden aangeleerd. Tegelijk haken veel leerlingen al af na het zesde jaar. Zij verlaten het onderwijs na het zesde jaar met Beroepskwalificaties (BK) van huishoudhulp en logistiek assistent in de zorg, maar dus zonder de zorgkundige opleiding volledig te hebben afgerond. Daardoor zijn ze onvoldoende voorbereid op de realiteit van de zorg.”
Binnen het onderwijs ligt de focus doorheen alle graden van het secundair onderwijs bovendien vaak op huishoudelijke competenties zoals linnen wassen, koken, schoonmaken ,… en te weinig op kerntaken die zorgkundigen dagelijks uitvoeren binnen de meeste sectoren. Op het werkveld worden zorgkundigen vooral ingezet voor zorghandelingen en toevertrouwde verpleegkundige handelingen, een vraag die in de toekomst alleen maar zal toenemen, zeker met de vergrijzing.
Sandra wijst ook op de beperkte stage-ervaring. “Leerlingen moeten hun beroepskwalificatie behalen met slechts acht weken stage. Dat is onvoldoende om zorgcompetenties degelijk op te bouwen of om een realistisch beeld te krijgen van de job.”
Afstemming tussen opleiding en praktijk
Ann herkent die bezorgdheid. “Niet elke afgestudeerde zorgkundige is automatisch geschikt voor een ziekenhuissetting, en dat is oké. Maar vandaag hebben we te weinig instrumenten om dat vooraf goed te beoordelen. Meer en beter afgestemde stages zouden daar echt een verschil maken. Ook ziekenhuizen en thuisverplegingsdiensten zouden stageplaatsen moeten aanbieden aan zorgkundigen.” Daarnaast heeft ze kennisgenomen van enkele problematische situaties die op de werkvloer ontstaan. “Zesdejaars worden tijdens vakanties soms aangenomen onder een logistiek statuut, maar draaien volop mee in de zorg. Dat is niet veilig en niet correct. Het toont hoe onduidelijk het nog is wat we precies verwachten van zorgkundigen.”
Volgens Sandra raakt dit aan een fundamentele kernvraag: “We leiden mensen op voor een gezondheidszorgberoep, maar bereiden hen onvoldoende voor om effectief binnen de hieraan verbonden verwachtingen van de gezondheidszorg te functioneren. Zorgkundigen vormen een cruciale schakel in de ondersteuning van verpleegkundigen, maar krijgen te weinig kansen om net die competenties te ontwikkelen. Die spanning moeten we durven benoemen. Als opleiding en werkveld niet beter op elkaar afgestemd zijn, verliezen we toekomstige collega’s onderweg. Nochtans zijn die broodnodig.”
Tot slot benadrukt ze het belang van levenslang leren. Zorgkundigen moeten daarin, net als verpleegkundigen, kansen krijgen. Die mogelijkheid is voorzien binnen de regelgeving, maar in de praktijk krijgen ze daar niet altijd de ruimte voor.
Thuiszorg en welzijn: onderbenut potentieel
Opvallend in de cijfers is ook dat het aandeel zorgkundigen in de thuisverpleegkunde al jaren rond drie procent blijft hangen, ondanks de groeiende aandacht voor zorg aan huis. “Onbekend is onbemind”, zegt Ann. “Veel zorgkundigen weten gewoon niet dat er kansen liggen in de thuiszorg, of krijgen er tijdens hun opleiding geen stage.”
Daartegenover staat een gestage groei in de brede cluster maatschappij en gezondheid, die in 2023 goed is voor vijfentwintig procent van de tewerkstelling. “Werkbaarheid speelt hier zeker mee”, zegt Sandra. “Regelmatigere uren en minder nacht- of weekendwerk maken deze sectoren aantrekkelijk, zeker voor wie zorg wil combineren met een gezin.”
Ook verloning speelt een rol. De IFIC-inschaling van zorgkundigen wordt in alle sectoren waar zij tewerkgesteld zijn al langer als onvoldoende ervaren. In 2024 vond een herweging van de functie plaats, maar zonder bijkomende middelen om die herwaardering ook effectief door te vertalen naar hogere lonen. “Er is al jaren sprake van een herwaardering van de loonschalen”, zegt Ann. “Die is inhoudelijk erkend, maar zolang ze financieel niet wordt gedragen, blijft dat een knelpunt.”
Die spanning vertaalt zich ook in de cijfers. Uit het PlanKad-rapport blijkt dat in 2023 ongeveer 137.000 mensen over een visum als zorgkundige beschikten, terwijl slechts 65 procent effectief aan het werk was. Nog minder, zo’n 56 procent, oefende de functie ook daadwerkelijk uit binnen de gezondheidszorg. Dat wijst op een aanzienlijk onbenut potentieel. In combinatie met een hoge werkdruk en toenemende verantwoordelijkheden weegt dit op de aantrekkelijkheid van de functie en versterkt het een vicieuze cirkel. “We leiden zorgkundigen op en erkennen hun competenties, maar slagen er onvoldoende in om hen duurzaam aan boord te houden”, zegt Sandra. “Zolang opleiding, begeleiding en verloning niet in evenwicht zijn met wat we van hen verwachten, is het logisch dat zorgkundigen kiezen voor werkomgevingen met meer voorspelbare arbeidsvoorwaarden.”
Wat betekent dit voor verpleegkundigen?
Voor verpleegkundigen raken deze evoluties aan de kern van hun dagelijkse praktijk. “Als zorgkundigen oneigenlijke taken opnemen, schuift verpleegkundig werk opnieuw richting administratie en organisatie”, zegt Ann. “Dat is niet wat taak- en functiedifferentiatie zou moeten betekenen.” Ann en Sandra pleiten daarom voor heldere keuzes. “Zorgkundigen, verpleegkundigen en andere ondersteunende profielen hebben elk hun eigen expertise”, besluit Sandra. “Als we die duidelijk afbakenen en versterken via opleiding, stage en begeleiding, winnen zowel de patiënten als het team.”
De cijfers tonen stabiliteit, het werkveld voelt beweging. Die spanning hoeft geen probleem te zijn, zolang ze leidt tot dialoog en bijsturing. Meer en beter afgestemde stages, een herwaardering van de opleiding en duidelijke keuzes over de rol en inzet van zorgkundigen helpen deze beroepsgroep haar plaats te blijven opnemen in een zorgsysteem dat onder druk staat. Tegelijk groeit de erkenning: zorgkundigen ervaren vandaag meer waardering binnen alle verpleegkundige functies en in alle sectoren. Als BEFEZO wil men die samenwerking met verpleegkundigen verder verdiepen, in het belang van kwaliteitsvolle zorg en sterke teams.
Raadpleeg hier het volledige rapport ‘zorgkundigen op de arbeidsmarkt 2023’.
[1] FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (2026). Blikvanger Gezondheidszorg. Brussel. D/2026/2196/5.
Aanbevelingen vanuit het onderwijs en werkveld
- Maak een duidelijke beleidskeuze over de rol van de zorgkundige binnen gezondheidszorg en welzijn.
- Herbekijk opleiding en stageopbouw, met voldoende blootstelling aan verschillende zorgcontexten, inclusief ziekenhuizen en thuisverpleging.
- Investeer in begeleiding en mentorschap op de werkvloer, zodat werkgevers geen individueel risico nemen bij aanwerving.
- Veranker taak- en functiedifferentiatie in de praktijk, met voldoende logistieke en administratieve ondersteuning.
- Verbind wetgeving aan realiteit, zodat ADL-hervormingen en taakdelegatie gedragen en werkbaar worden.



