Veranderen om te behouden

06-04-2026

De Belgische ziekenhuiszorg staat bekend om haar kwaliteit en toegankelijkheid. Toch waarschuwt een expertenrapport van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC) dat ons huidige model zijn grenzen bereikt. De conclusie is helder: zonder ingrepen komt zowel de zorgkwaliteit als het welzijn van zorgverleners onder druk. Het rapport Veranderen om te behouden (2026–2036) schetst daarom een toekomstvisie voor het ziekenhuislandschap. Die visie vraagt actie, van alle spelers in het veld.

Het rapport vertrekt vanuit een eenvoudige vaststelling. De zorgvraag stijgt, de middelen blijven beperkt en het aantal zorgverleners groeit onvoldoende mee. Tegelijk blijft het ziekenhuisaanbod sterk versnipperd, met veel sites die zich dicht bij elkaar bevinden en gelijkaardige zorg aanbieden. Die structuur vraagt veel personeel en middelen, terwijl ze niet altijd bijdraagt aan betere zorguitkomsten. “Als we niets doen, dreigt het systeem zichzelf uit te putten. De bedoeling van dit rapport is net om de kwaliteit en solidariteit van onze zorg te vrijwaren op de lange termijn”, zegt Thérèse Van Durme, verpleegkundige en onderzoeker aan de UCLouvain. Zij maakte deel uit van de onafhankelijke expertencommissie die in opdracht van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid aanbevelingen formuleerde voor de hervorming van het ziekenhuislandschap.

Hervormen in geen keuze meer

België telt anno 2026 meer dan honderd acute ziekenhuizen, verspreid over bijna tweehonderd sites. Dat netwerk creëert een goede bereikbaarheid, maar leidt daarenboven tot inefficiënt gebruik van personeel en infrastructuur. Sommige afdelingen draaien met lage volumes, terwijl ze wel een volledige 24/7-bezetting vragen. Vooral bij hoogcomplexe en tijdkritische zorg weegt dat door op kwaliteit en veiligheid.

Daarbovenop komt een structureel tekort aan verpleegkundigen. De vergrijzing van de bevolking verhoogt de zorgvraag, terwijl veel zorgverleners de komende jaren met pensioen gaan. Ziekenhuizen sluiten bedden of voeren opnamestops in, wat de werkdruk verder verhoogt. Thérèse: “De uitdaging is dubbel. We moeten voldoende zorgcapaciteit garanderen en haalbare jobs creëren. Dat lukt alleen als we het aanbod anders organiseren.”

Ook de organisatie van spoedzorg vormt een knelpunt. Spoeddiensten vangen vandaag zowel levensbedreigende situaties als niet-dringende zorgvragen op. Dat leidt tot overbelasting, lange wachttijden en oneigenlijk gebruik. Het rapport pleit daarom voor een duidelijke hertekening van de dringende medische hulp, met centrale triage en een sterkere rol voor de huisartsenwachtposten.

Daarnaast wijst het rapport op het belang van voldoende veerkracht in het zorgsysteem. Seizoensgebonden pieken, zoals griepepidemieën, zetten ziekenhuizen heel sterk onder druk. De experten benadrukken dat hervormingen alleen kunnen slagen wanneer zorgstructuren ook in zulke periodes voldoende capaciteit en flexibiliteit behouden, want hier botsen we nu tegen onze grenzen aan.

Vier types zorgvoorzieningen

De kern van het voorstel bestaat uit een indeling van het ziekenhuislandschap in vier types zorgvoorzieningen. Elk type krijgt een duidelijk afgebakende rol.

Regionale algemene ziekenhuizen (RAZ) blijven instaan voor een breed aanbod aan acute zorg, inclusief spoeddiensten. Universitaire ziekenhuizen (UZ) combineren die rol met hooggespecialiseerde zorg, onderzoek en opleiding. Lokale medische centra (LMC) focussen op planbare en ambulante zorg, zoals daghospitalisatie en consultaties. Ziekenhuizen voor intermediaire zorg (ZIZ) richten zich ten slotte op revalidatie en herstel, vaak na een acute opname.

Die differentiatie moet vermijden dat elke site alles blijft doen. Thérèse: “Niet elke zorg moet overal aangeboden worden. Voor complexe zorg telt ervaring en volume. Voor andere zorgvormen speelt nabijheid een grotere rol.” Het rapport benadrukt daarom het principe: nabije zorg waar mogelijk, geconcentreerde zorg waar nodig. Dat vraagt duidelijke keuzes, gebaseerd op objectieve criteria zoals bereikbaarheid, volumes en zorgnoden in de regio.

Daarbovenop schuift het rapport meer transparantie naar voren als hefboom voor kwaliteitsverbetering. Inzicht in prestaties en zorguitkomsten kan zorgorganisaties helpen om gerichte keuzes te maken. Tegelijk vraagt die openheid om zorgvuldige duiding, zodat cijfers correct geïnterpreteerd worden en niet los van hun context gelezen.

Meer dagzorg, minder klassieke opnames

Een belangrijke katalysator ligt in de verdere uitbouw van daghospitalisatie en ambulante zorg. Dankzij minder invasieve technieken en betere anesthesie kunnen steeds meer ingrepen veilig zonder overnachting plaatsvinden. Dat biedt comfort voor de patiënt, verlicht de druk op ziekenhuisbedden en moet vermijden dat te veel zorgprofessionals ’s nachts en tijdens weekends moeten werken.

Binnen die logica spelen lokale medische centra en dagziekenhuizen een belangrijke rol, maar ook andere zorgsettings evolueren mee richting kortere verblijven en sterkere verbinding met de eerste lijn. Ze kunnen ruimte bieden voor samenwerking, preventie en patiënteneducatie. “Dergelijke settings maken zorg toegankelijk en overzichtelijk”, aldus Thérèse. “Ze vormen een brug tussen ziekenhuis en thuissituatie.”

Impact op het werkveld

Voor zorgprofessionals betekent deze hervorming meer dan een hertekening van gebouwen en structuren. Ze raakt rechtstreeks aan het dagelijkse werk. De verschuiving naar dagzorg en intermediaire zorg vraagt andere competenties, meer samenwerking en een sterkere focus op coördinatie.

Ook de manier waarop het rapport tot stand kwam, maakt dat perspectief zichtbaar. Binnen de expertencommissie zat Thérèse als verpleegkundige mee aan tafel, naast een huisarts, verschillende specialisten en managers. Dat leidde tot een bredere blik op de voorstellen en meer aandacht voor de dagelijkse zorgpraktijk. Het rapport erkent expliciet de rol van verpleegkundigen in geïntegreerde zorgtrajecten. Toch blijft hun plaats in governance en besluitvorming een aandachtspunt. “Beslissingen over zorgorganisatie hebben alleen zin als alle betrokken zorgprofessionals mee aan tafel zitten”, benadrukt Thérèse. “Zij kennen de praktijk en dragen de uitvoering.”

Populatiemanagement wint eveneens aan belang. Ziekenhuizen krijgen de opdracht om niet alleen individuele zorg te leveren, maar evenwel bij te dragen aan de gezondheid van een hele regio. Dat opent kansen voor verpleegkundigen in preventie, educatie en de opvolging van chronische patiënten.

Randvoorwaarden geven de doorslag

De experten zien deze hervorming als een noodzakelijke stap die pas effect heeft wanneer ook financiering, organisatie en samenwerking mee veranderen. Vooral de manier waarop ziekenhuizen vandaag gefinancierd worden, speelt daarbij een sleutelrol. Zolang inkomsten afhangen van volume en prestaties, blijven ziekenhuizen geneigd om zorg zoveel mogelijk binnen de eigen muren te organiseren.

Daarnaast vraagt geïntegreerde zorg afstemming tussen beleidsniveaus en zorglijnen. De huidige versnippering tussen federale en deelstatelijke bevoegdheden bemoeilijkt besluitvorming voor vlotte integratie van de zorg. Digitale ondersteuning en gedeelde data moeten samenwerking faciliteren, met aandacht voor privacy en toegankelijkheid. “Zonder aangepaste financiering en bestuur blijft het risico bestaan dat goede ideeën stranden”, zegt Thérèse. “Dat zou zeer jammer zijn, want het zou de ondergang betekenen van ons solidaire zorgsysteem. We horen heel wat stemmen uit het veld die het daarmee eens zijn.”

Tijd voor actie

De experten laten weinig ruimte voor uitstel. Niets doen vormt geen optie, zo stelt het rapport expliciet. De budgettaire druk neemt toe, de arbeidsmarkt krimpt en de zorgvraag blijft stijgen. Zonder hervorming dreigt een zorgsysteem waarin ongelijkheden toenemen en de draagkracht van het werkveld verder onder druk komt te staan. Dat is onhoudbaar.

De voorgestelde veranderingen raken daarom aan alle zorgprofessionals en organisaties die betrokken zijn bij zorgverlening. Ze bepalen mee hoe zorg georganiseerd wordt, hoe samenwerking vorm krijgt en hoe zorgverleners hun rol kunnen blijven opnemen. “Dit debat gaat niet alleen over structuren”, besluit Thérèse. “Het gaat over hoe we als samenleving zorg blijven dragen voor elkaar, en hoe we zorgverleners daarin ondersteunen.”

In de komende maanden vertalen beleidsmakers de aanbevelingen in concrete plannen. Daarbij vragen ze input vanuit het werkveld. Verschillende beroepsgroepen en organisaties, waaronder NETWERK VERPLEEGKUNDE, krijgen de kans om advies te geven en aandachtspunten aan te reiken over kwaliteit, haalbaarheid en de impact op de zorgpraktijk. Wordt met zekerheid vervolgd.