Psychiatrisch verpleegkundigen in Vlaanderen: op het kruispunt van zorg en samenleving

06-04-2026

De geestelijke gezondheidszorg is volop in beweging. De organisatie van zorg verschuift, opleidingen veranderen, nieuwe wetgeving hertekent rollen en verantwoordelijkheden. Tegelijk stijgt de vraag naar mentale ondersteuning in de samenleving. In dat veranderende landschap werkt een grote groep verpleegkundigen dagelijks in psychiatrische ziekenhuizen, mobiele teams, beschut wonen en PAAZ-diensten. Maar wie zijn zij precies? Hoe groot is hun aandeel? Wat typeert hun expertise? En hoe toekomstbestendig is hun opleiding en positionering? De werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg van NETWERK VERPLEEGKUNDE dook in de pen en werkte een lijvige nota uit.

De aanleiding voor de nota[1] lag in een combinatie van veranderingen en vragen. De hervorming van de verpleegkundige opleidingen betekende het einde van de specifieke GGZ-afstudeerrichtingen in de basisopleiding. Nieuwe wetgeving rond verpleegkunde trad in werking. En in het federale regeerakkoord verscheen een passage over de opwaardering van de psychiatrisch verpleegkundige. Tegelijk klonk, ook vanuit kabinetten, een opvallende vraag: wie zijn die psychiatrisch verpleegkundigen eigenlijk, hoeveel zijn het er en wat doen ze vandaag concreet?

Binnen de werkgroep GGZ van NETWERK VERPLEEGKUNDE werd duidelijk dat er geen helder, gebundeld overzicht bestond. “We merkten dat er veel over ons gesproken werd, maar dat we zelf geen duidelijke stand van zaken op papier hadden”, zegt Kris Vaneerdewegh, expert verpleegkunde in OPZC Rekem en lid van de werkgroep GGZ. Tijdens verschillende bijeenkomsten brachten de leden hun inzichten samen. Directieleden deelden cijfers, anderen reflecteerden over rol en opleiding. Vaneerdewegh nam de redactie op zich en verwerkte de input tot een eerste samenhangende tekst.

Een eerste stap: weten over wie we spreken

Een van de eerste vragen die de werkgroep zich stelde, bleek meteen ook de moeilijkste: hoeveel psychiatrisch verpleegkundigen zijn er vandaag eigenlijk in Vlaanderen? “Dat was verrassend genoeg niet eenvoudig te beantwoorden”, zegt Kris. “We hebben geen volledig en sluitend overzicht. Er bestaan verschillende registratiesystemen, maar nergens vonden we een duidelijke, up-to-date telling van wie effectief in de geestelijke gezondheidszorg werkt.”

In KCE-rapport 318 uit 2019[2] wordt voor België gesproken over 125,69 psychiatrisch verpleegkundigen per 100.000 inwoners. Omgerekend naar België komt dat neer op ongeveer 15.000 verpleegkundigen. Maar ook dat cijfer vraagt voorzichtigheid. Niet iedereen die in de GGZ werkt, heeft de opleiding psychiatrisch verpleegkundige gevolgd. En omgekeerd werken niet alle verpleegkundigen met zo’n diploma vandaag nog in de GGZ. “Het blijft dus een benadering. Maar je hebt wel een orde van grootte nodig. De macht van het getal speelt mee. Als je wil spreken over je positie in het zorglandschap, moet je eerst weten over wie je het hebt.”

Omdat er geen volledig Vlaams overzicht bestaat, koos de werkgroep voor een pragmatische aanpak. Twaalf organisaties uit verschillende provincies deelden hun personeelscijfers. Het ging om psychiatrische ziekenhuizen, psychiatrische verzorgingstehuizen, PAAZ-diensten en initiatieven beschut wonen. Samen vertegenwoordigt deze steekproef ongeveer een kwart van de residentiële capaciteit in Vlaanderen. Binnen die organisaties werken 1.816 verpleegkundigen: 916 bachelors en 900 HBO5-verpleegkundigen. Geëxtrapoleerd naar Vlaams niveau gaat het om ongeveer 9.019 verpleegkundigen voor 17.900 bedden en plaatsen. “Onze cijfers zijn niet perfect”, benadrukt Kris. “Het gaat om personen, niet om voltijdsequivalenten. En het blijft een extrapolatie. Maar het geeft wel een beeld.”

Wat daarbij vooral opvalt, is dat verpleegkundigen de grootste beroepsgroep vormen binnen de onderzochte voorzieningen. In dezelfde steekproef werden 299 psychologen geteld, wat geëxtrapoleerd neerkomt op ongeveer 1.227 psychologen in Vlaanderen. Dat betekent gemiddeld één psycholoog per 14,59 verpleegkundigen. “In gesprekken merkten we dat er niet altijd een duidelijk beeld is van wie waar aanwezig is. Deze cijfers helpen om dat beeld te verfijnen. Ze tonen dat verpleegkundigen in veel settings de grootste groep directe zorgverleners zijn.”

Ook in de mobiele teams is dat beeld herkenbaar. Van de 208 medewerkers (artsen niet meegerekend) zijn er 132 verpleegkundigen, goed voor 63 procent van het team. Een bevestiging dat verpleegkundigen ook de overstap naar mobiele en ambulante zorg mee hebben gedragen. Volgens de federale planningscommissie[3] telt Vlaanderen 112.638 verpleegkundigen tussen 20 en 65 jaar. Als de veronderstellingen kloppen, werkt ongeveer 8 procent van hen in de geestelijke gezondheidszorg. Kris: “Dat is geen kleine niche meer. Dat is een substantiële groep binnen de verpleegkunde.”

De relatie als kern van het beroep

Wanneer het gesprek in de werkgroep verschuift van cijfers naar inhoud, komt al snel één woord bovendrijven: relatie. “Wat ons typeert, kan je niet omschrijven in technische handelingen”, aldus Kris “Het zit in hoe we werken. In de geestelijke gezondheidszorg is de interpersoonlijke relatie het fundament van de zorg. GGZ-verpleegkundigen zijn in residentiële settings 24 uur per dag aanwezig. Ze delen de leefomgeving van mensen in crisis, in herstel, in twijfel, in terugval. Ze zien wat anderen niet altijd zien: hoe iemand reageert op een gesprek, op een groepsmoment, op een nacht zonder slaap.”

Dat maakt hun rol fundamenteel anders georganiseerd dan bijvoorbeeld een consultfunctie. Ze observeren continu, interpreteren gedrag in de context en toetsen hun inschattingen in het team. Ze sturen bij waar nodig. Dat proces herhaalt zich dag na dag. Het vraagt klinisch redeneren, maar ook zelfreflectie. “Je eigen persoon is je belangrijkste werkinstrument. Hoe je spreekt, hoe je aanwezig bent, hoe je grenzen stelt: dat heeft allemaal therapeutische impact.”

De nota verwijst daarbij naar internationale literatuur. Organisaties zoals WHO[4] en OECD[5] benadrukken dat verpleegkundigen wereldwijd de grootste beroepsgroep in de gezondheidszorg vormen en essentieel zijn voor toegankelijkheid en kwaliteit van zorg. In de GGZ vertaalt zich dat in continuïteit: verpleegkundigen zijn vaak het meest constante aanspreekpunt in het zorgtraject van mensen met een psychische kwetsbaarheid.

Ook onderzoek ondersteunt die stelling. De recent ontwikkelde Mental Health Nurse-Sensitive Patient Outcome-Scale (MH-NURSE-POS[6]) brengt 21 uitkomstindicatoren in kaart, verdeeld over vier domeinen: groei, expressie, controle en motivatie. Het instrument maakt zichtbaar wat in de praktijk al lang wordt ervaren: verpleegkundig handelen in de GGZ heeft meetbare impact, niet alleen op veiligheid of stabiliteit, maar ook op herstel en autonomie. “Het gaat over meer dan toezicht of medicatiebeheer”, benadrukt Kris. “Het gaat over mee vormgeven aan herstel.”

Een opleiding in transitie

Net op dat punt raakt de nota een gevoelige snaar. Want terwijl de praktijk vraagt om specifieke expertise, is de opleiding grondig veranderd. Tot voor kort konden studenten kiezen voor een afstudeerrichting psychiatrische verpleegkunde, zowel in de HBO5 als in de bacheloropleiding. Die trajecten boden een duidelijke inhoudelijke focus op geestelijke gezondheidszorg. Met de hervorming naar de opleiding basisverpleegkundige en de vierjarige bachelor verdween die specifieke afstudeerrichting. Vanaf februari 2026 studeren er geen verpleegkundigen meer af met een expliciete GGZ-afstudeerrichting in de basisopleiding.

De onderliggende gedachte is algemene inzetbaarheid. Elke verpleegkundige moet in principe in elke setting kunnen starten. De verdere specialisatie verschuift naar postgraduaten of masteropleidingen. Die trajecten zijn waardevol, maar verschillen sterk in inhoud en omvang. Bovendien volgen veel verpleegkundigen ze naast een voltijdse job. “Algemene inzetbaarheid is een begrijpelijke keuze, versta me niet verkeerd”, zegt Kris. “Maar we moeten ons afvragen hoe we de diepgang in gespecialiseerde settings blijven garanderen.”

Volgens de werkgroep is een grondige evaluatie van de vierjarige opleiding nodig. Terugkeren naar het verleden, dan? Dat niet, vindt Kris: “We moeten bekijken hoe geestelijke gezondheidszorg voldoende stevig verankerd blijft in de curricula. Vandaag verschillen de accenten tussen hogescholen sterk. Dat maakt het moeilijk om te spreken van een uniform startprofiel voor verpleegkundigen in de GGZ.

Verandering biedt ook ruimte

De nota blijft evenwel niet steken in bezorgdheid. De recente wijzigingen in de wetgeving rond verpleegkunde bieden ook kansen. Door de verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg (VVAZ) in te voeren en te werken met gestructureerde zorgteams verduidelijkt de rolverdeling binnen teams. Daarnaast ziet de werkgroep mogelijkheden om de expertise van GGZ-verpleegkundigen breder in te zetten. Denk aan consultrollen naar andere sectoren, zoals woonzorgcentra of de eerste lijn, waar psychische kwetsbaarheid steeds vaker voorkomt. Of aan het uitbouwen van nurse-led initiatieven en preventieve opdrachten op vindplaatsen van mentale problemen. Al vraagt dat een aangepast kader.

Het huidige financieringssysteem blijft sterk gekoppeld aan bedden en verblijf. Intussen evolueert de geestelijke gezondheidszorg naar meer ambulante, geïntegreerde en netwerkgerichte zorg. “Als de praktijk verandert, moet de financiering volgen”, oppert Kris.

Nood aan breder gesprek

Een ander punt dat in de nota wordt aangeraakt, is de formele positionering. Vandaag bestaat er geen aparte erkenning van de psychiatrisch verpleegkundige als GGZ-beroep. Ook is er geen vertegenwoordiging in de Federale Raad voor Geestelijke Gezondheidszorg. In een sector die sterk inzet op interdisciplinariteit is dat geen detail. Het roept vragen op over wie mee aan tafel zit wanneer het beleid voor de geestelijke gezondheidszorg wordt uitgetekend.

Toch is de insteek van de werkgroep vooral uitnodigend. De nota wil een onderbouwde basis leggen voor dialoog. Met beleidsmakers. Met onderwijsinstellingen. Met andere disciplines. En met de eigen beroepsgroep. In 2026 vindt in Mechelen het internationale Horatio-congres plaats, met als thema Rooted. Resilient. Ready. Die drie woorden vatten ook de ambitie samen die uit het gesprek met Kris naar voren komt: geworteld in een sterke relationele traditie, veerkrachtig in een veranderend zorglandschap en klaar om verantwoordelijkheid op te nemen voor de toekomst.

“Het zou jammer zijn dat de psychiatrische verpleegkundige uit beeld verdwijnt”, zegt hij. “We zijn er. We zijn met velen. En we dragen dagelijks mee de geestelijke gezondheidszorg. Met deze nota zetten we een duidelijke eerste stap in een gedeeld gesprek over de toekomst van de geestelijke gezondheidszorg.”

[1] NETWERK VERPLEEGKUNDE. Werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg (2025). Visienota Geestelijke Gezondheidszorg: psychiatrisch verpleegkundigen in Vlaanderen. Intern document.

[2] Mistiaen Patriek, Cornelis Justien, Detollenaere Jens, Devriese Stephan, Ricour Céline. Organisatie van geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen in België. Health Services Research (HSR). Brussel. Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2019. KCE Reports 218A.

[3] FOD volksgezondheid. Jaarstatistieken met betrekking tot de beoefenaars van gezondheidszorgberoepen in België – 2024. HWF_STATAN_2024.xls

[4] World Health Organization. (2020). State of the world’s nursing 2020: Investing in education, jobs and leadership. WHO. https://www.who.int/publications/i/item/9789240003279

[5] Organisation for Economic Co-operation and Development. (2023). Health at a glance 2023: OECD indicators. OECD Publishing. https://doi.org/10.1787/7a1fca30-en

[6] The development and psychometric evaluation of the Mental Health Nurse-Sensitive Patient Outcome-Scale (MH-NURSE-POS) for inpatient psychiatric hospital settings. Karel Desmet (UGent), Veerle Duprez (UGent), Eddy Deproost (UGent), Dimitri Beeckman (UGent), Peter Goossens (UGent), Ann Van Hecke (UGent) and Sofie Verhaeghe (UGent). (2021) INTERNATIONAL JOURNAL OF MENTAL HEALTH NURSING. 30(4). p.988-1000