Pilootprojecten rond nieuwe WUG werpen vruchten af

04-05-2026

De implementatie van de vernieuwde Wet op de Uitoefening van de Gezondheidszorgberoepen (WUG) is geen sprint, wel een marathon waarvoor je maar beter vroeg genoeg aan de voorbereidingen begint. De nieuwe wetgeving brengt belangrijke veranderingen met zich mee voor verpleegkundigen en andere zorgverleners. Die evoluties bieden kansen om de zorg anders te organiseren, maar vragen tegelijk om duidelijke keuzes op de werkvloer. Die keuzes maakt ook het Zorgdepartement van het HeiligHartziekenhuis Lier. Zij kiezen voor een proactieve aanpak, met concrete pilootprojecten en analyses voor een realistische en duurzame implementatie op de werkvloer. Hun ervaringen tonen hoe zorginstellingen vandaag al kunnen leren omgaan met de nieuwe rollen en taakverdelingen die de WUG mogelijk maakt.

Zo’n vier jaar geleden ging het HeiligHartziekenhuis Lier al aan de slag met de aankomende wetgeving. Daarbij stonden de optimalisatie van de teams, taakverschuiving en functiedifferentiatie centraal om de arbeidskrapte op te vangen en de kwaliteit van zorg te bewaken. Door verschillende pilootprojecten, analyses en evaluatietechnieken werkten ze aan een bottom-up plan om zowel de nieuwe rollen als de evolutie naar het gestructureerde zorgteam op een geïntegreerde en praktijkgerichte manier te implementeren in het ziekenhuis. “Doorheen die vier jaar trad de nieuwe WUG meer en meer op de voorgrond”, vertelt Lieve Pelzer, directeur patiëntenzorg en lid van de werkgroep Directies van NETWERK VERPLEEGKUNDE. “Personeel informeren en opleiden vinden we belangrijk. Daarvoor moest het duidelijk zijn welke weg we als ziekenhuis zouden bewandelen. Dat startte met een grondige analyse van de in- en uitstroom, en de doorgroei van verpleegkundigen per afdeling samen met onze HR-dienst. Zo bepaalden we welke profielen we vandaag en in de toekomst nodig hebben.”

Het liet toe de verschillende rollen in de nieuwe WUG te identificeren en ziekenhuisbreed toe te passen. “Vervolgens gingen we met de afdelingen en hoofdverpleegkundigen in dialoog”, vult zorgmanager, Leen Degol aan. “Hoe kunnen we dit concreet op elke dienst invoeren en nog meer multidisciplinair samenwerken?”

Versterken van verpleegkundigen

Een eerste project in 2023, los van de gewijzigde WUG, resulteerde onder meer in de inzet van ergotherapeuten voor ADL-handelingen op de geriatrische afdelingen. Dit vanuit hun expertise, waardoor dit enerzijds kwaliteitsverhogend en anderzijds werkdrukverlagend werkt. “Op geriatrie zetten we ook de sociale dienst extra in voor de intakegesprekken”, zegt Leen. “Dat is op die afdeling een belangrijke basis voor kwalitatieve zorg en om de zorgcontinuïteit te garanderen. We bekeken ook de verdere inzet van zorgkundigen, maar voorlopig brachten we geen wijzigingen aan in hun inzet.

Vervolgens, in het kader van de nieuwe wet, had een tweede project tot doel verpleegkundigen te ondersteunen en de veranderingen in het verpleegkundige beroep te implementeren. Daarvoor werd binnen het ziekenhuis een werkgroep opgericht met hoofdverpleegkundigen van verblijfsafdelingen en medisch-technische diensten. Jasper Ramael, stafmedewerker zorgbeleid: “Bij dit pilootproject hoorde ook het definiëren van de zorgcomplexiteit op afdelingsniveau. Die wordt tijdens de overdracht ingeschat door de VVAZ samen met de hoofdverpleegkundige. Die laatste garandeert ook een duidelijke rolverdeling. Zo kunnen we nagaan waar mogelijkheden liggen voor andere zorgverleners binnen het gestructureerde zorgteam.”

De basisverpleegkundige – een nieuwe rol die binnenkort in de praktijk zichtbaar wordt – krijgt daarbij ook een duidelijke plaats in het zorgteam. Wat de basisverpleegkundigen betreft, zij mogen B1- en B2-handelingen uitvoeren en patiënten begeleiden bij dagelijkse activiteiten. We evalueren de werking binnen het team en analyseren het aantal voorvallen waarin de basisverpleegkundige bepaalde zaken niet autonoom mag uitvoeren om een beter beeld te krijgen.”

Ondersteuning van personeel

Vandaag constateert het ziekenhuis een positief verloop van het project, ook naar taakverdeling en coördinatie toe. Dat heeft onder meer te maken met een goed communicatieplan en een duidelijke rolverdeling. “Dat creëert bovendien een gedragen aanpak bij de medewerkers”, licht Lieve toe. “Het is duidelijk wie wat doet, al beseffen we dat erin heel wat gevallen nog extra opleiding nodig is. We voorzien al in een opleiding klinisch redeneren, samen met de Thomas More Hogeschool Lier. Daar willen we nog een opleiding klinisch leiderschap aan toevoegen voor onze verpleegkundigen. Nieuw afgestudeerde verpleegkundigen maken hier al kennis mee tijdens hun opleiding, en ook verpleegkundigen met meer ervaring willen we hierin verder versterken. De pilootprojecten brengen deze aandachtspunten naar boven zodat we eruit kunnen leren.”

Naast een uitbreiding van dit pilootproject van geriatrie naar de inwendige diensten, wordt ook een verdere evolutie op basis van de klinische ladder bekeken. Zo willen ze de verpleegkundig specialist meer interprofessioneel inzetten. Daarbij kijken ze ook naar de overlap met het medische departement en hoe deze expertise kan bijdragen aan een hoogwaardige organisatie van de patiëntenzorg.

Tegelijk bekijken de teams hoe de taakverdeling binnen de zorgpraktijk verder kan worden geoptimaliseerd. “We zien bijvoorbeeld extra mogelijkheden voor ADL-handelingen”, zegt Jasper Ramael. “Al is wettelijk nog niet alles duidelijk. Het is zoeken naar een balans. Zo maken we zelf concrete afspraken rond complexe zorg, want we hebben geen tijd om te wachten. Wat we implementeren moet een kwaliteitsverbetering zijn, die duidelijk afgebakend is en ondersteund wordt door opleiding.”

Grotere rol voor apotheekassistenten

Een tweede pilootproject is de bestaande rol van apotheekassistenten op de verblijfsafdelingen versterken. Dat wordt mogelijk gemaakt door de uitbreiding van de opleiding, de vernieuwde kwalificatievereisten en de toevertrouwde handelingen. De procedures werden herbekeken zodat praktijken als het klaarzetten van medicatie geüniformeerd worden.

“Door een systeem van reserves garanderen we continuïteit. Zijn ze niet op een afdeling ingepland, dan nemen ze taken op om de verpleegkundigen te ondersteunen”, vertelt Jasper. “Dat gaat van nazicht van vervaldata op de dienst en medicatieverificatie tot het retourneren van niet toegediende medicatie. Bijkomend wordt hun inzet op de spoedgevallendienst onderzocht om daar de registratie van de thuismedicatie en vaccinaties uit te voeren. Door maandelijks overleg behouden we het overzicht. Het doel hier is om apotheekassistenten beter te integreren in het gestructureerde zorgteam. De bevindingen uit het overleg worden steeds helder teruggekoppeld naar de betrokken diensten zodat er tijdig kan worden bijgesteld.”

Flexibele mobiele equipe

De invoering van de nieuwe WUG-wetgeving vormt het momentum om, los van de wettelijke noodzaak, ook de werking en mogelijke reorganisatie van de mobiele equipe onder de loep te nemen ter versterking van de operationele werking. Daarvoor werd gekeken naar het aantal voltijdse equivalenten (FTE) per cluster op basis van het aantal opgestelde bedden, bedbezetting, bedindex, opening van de afdeling, …

Jasper: “We optimaliseerden ook de patiëntenclassificatietool om de zorgzwaarte op te volgen. Een medewerker van de mobiele equipe krijgt een eigen basiscluster, die wordt ingezet naar de hoogste noden op dat moment. Is er buiten die basiscluster een hoge werkdruk of zorgzwaarte, dan worden ze ook daar ingeschakeld, zij het vanuit een aanvullende en ondersteunende rol.

De ervaringen uit deze pilootprojecten tonen hoe ziekenhuizen vandaag al kunnen leren omgaan met de veranderingen die de nieuwe wetgeving met zich meebrengt. De sleutel tot succes? Opleiden, informeren, communiceren en ondersteunen. “Vooral de begeleiding van wie dagelijks in die zorg staat is belangrijk”, besluit Lieve. “Zij zien de vraagstukken beter dan wij. Deze pilootprojecten zijn alleen werkbaar als je met de input van de afdelingen aan de slag gaat en wanneer je, zowel ’s nachts als overdag, op elk moment een goed en kwalitatief team kan inzetten om veilige zorg te waarborgen. De nieuwe wetgeving en onze manier van werken is geen absolute oplossing voor de uitdagingen in de sector. Het is een stukje van de puzzel. Door er tijdig aan te beginnen en mee om te gaan, zet je wel stappen vooruit.”