Van nieuwe wetgeving naar werkbare thuisverpleegkunde
22-09-2026
Door Sam Cordyn en Kristel De Vliegher
De basisverpleegkundige, de VVAZ, complexiteit van zorg, het gestructureerde zorgteam, ADL, … De vele veranderingen in de Wet op de Uitoefening van de Gezondheidszorgberoepen (WUG) brengen heel wat kansen en uitdagingen in het verpleegkundige beroep. Deze zijn nodig om zorg in de toekomst haalbaar te maken en kwaliteitsvol te blijven garanderen. NETWERK VERPLEEGKUNDE deelt een jaar lang best practices van zorgverleners en zorginstellingen. Deze maand is het de beurt aan het Wit-Gele Kruis.
Wat was de uitdaging?
De hervorming van de verpleegkunde brengt nieuwe profielen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met zich mee. Maar wat betekent dat wanneer een verpleegkundige autonoom bij een patiënt thuis staat? Als thuisorganisatie gingen we aan de slag met die vertaalslag. Niet vanuit de wet alleen, maar vanuit de dagelijkse zorgpraktijk. De nieuwe WUG-bepalingen introduceerden en verduidelijkten verschillende profielen binnen de verpleegkunde. Voor het Wit-Gele Kruis lag de uitdaging vooral bij de invoering van de leer- en zorgladder en het nieuwe profiel van de basisverpleegkundige.
De centrale vraag: wie kan welke zorg opnemen, onder welke voorwaarden en met welke verantwoordelijkheid? In de thuisverpleegkunde is die vraag bijzonder relevant. Onze zorgverleners werken vaak autonoom bij de patiënt thuis en moeten daar kunnen inschatten wat nodig is en wat binnen hun bevoegdheden en competenties valt. De regelgeving juridisch correct interpreteren was daarom maar één deel van de oefening. We wilden ze vooral vertalen naar een kader dat kwaliteit, patiëntveiligheid en competenties verbindt met een haalbare organisatie voor thuisverpleegkunde.
Hoe pakten jullie dit aan?
We kozen voor een gefaseerde en multidisciplinaire aanpak. Eerst analyseerden we de regelgeving en brachten we in kaart wat de veranderingen betekenen voor de verschillende profielen binnen onze organisatie. Vervolgens brachten we medewerkers uit de vijf provinciale organisaties en de federatie samen in een werkgroep rond de zorg- en leerladder. Daar legden we de wetgeving naast de realiteit van de thuisverpleegkunde. Wat betekent ze voor bevoegdheden en competenties? Wanneer kan zorg worden gedelegeerd? Hoe organiseren we samenwerking en toezicht? En welke plaats krijgt de basisverpleegkundige binnen het team? We vertrokken zoveel mogelijk vanuit herkenbare zorgsituaties en de samenwerking tussen verschillende verpleegkundige profielen. Zo werd de implementatie geen louter juridische oefening, maar een gezamenlijk leerproces.
Wat waren de hindernissen?
De wet zegt niet altijd letterlijk hoe je ze in elke concrete zorgsituatie moet toepassen. Nieuwe titels en bevoegdheden kunnen wettelijk worden omschreven, maar de praktijk is genuanceerder. Wat verstaan we bijvoorbeeld precies onder complexe zorg? Wanneer is een wondzorgsituatie stabiel? Welke handeling kan worden gedelegeerd en welke niet? En hoe organiseren we toezicht wanneer zorgverleners verspreid bij patiënten thuis werken?
Een bijkomende uitdaging is de financiering van de diensten thuisverpleging. Nieuwe verpleegkundige profielen en een andere taakverdeling hebben namelijk ook gevolgen voor de manier waarop een dienst zich organiseert. Het bestaande financieringskader is daar niet automatisch op afgestemd. Daarom legden we dit ook bij het RIZIV op tafel. Samen zochten we naar een manier om de nieuwe regelgeving te vertalen naar een werkbare realiteit voor de diensten thuisverpleging. Dat bleek geen eenvoudige oefening. Een hervorming van verpleegkundige rollen kan pas echt werken als ook de organisatie en financiering van de diensten die evolutie kunnen volgen. De eerste stappen zijn gezet, maar de praktijk zal moeten uitwijzen waar verdere verduidelijking of bijsturing nodig is.
Ook bij medewerkers leven begrijpelijke vragen. Wat betekent dit voor mijn huidige functie? Verlies ik taken? Krijg ik andere verantwoordelijkheden? Hoe verhouden nieuwe en bestaande profielen zich tot elkaar? Bovendien bestaat het Wit-Gele Kruis uit vijf autonome provinciale organisaties. Hun werking en functies zijn niet overal identiek en ook het tempo van implementatie kan verschillen. Dat vraagt afstemming en heldere, consistente communicatie.
Hoe kregen jullie het team mee in dit verhaal?
Door de hervorming niet te benaderen als een lijst van wat iemand voortaan wel of niet mag doen. De leer- en zorgladder biedt net kansen om competenties beter zichtbaar te maken, rollen te verduidelijken en verpleegkundige expertise gericht in te zetten. Daarom betrokken we verschillende disciplines en niveaus: verpleegkundigen en zorgkundigen uit de praktijk, gespecialiseerde verpleegkundigen, leidinggevenden en medewerkers uit beleid, kwaliteit, opleiding en hr.
Vragen uit de praktijk vormden belangrijke input. Ze maken snel duidelijk waar regelgeving botst met de dagelijkse realiteit en waar bijkomende afspraken, opleiding of ondersteuning nodig zijn. De werkgroep werd zo de brug tussen wetgeving, organisatie en de zorg bij de patiënt thuis.
Wat moeten andere verpleegkundigen onthouden uit dit traject/project?
Begin niet bij functies, maar bij de zorg die een patiënt nodig heeft. Kijk vervolgens welke competenties daarvoor nodig zijn en wie binnen het team die zorg veilig en kwaliteitsvol kan opnemen. Een leer- en zorgladder krijgt pas betekenis wanneer zorgverleners herkennen wat ze ermee moeten doen in concrete situaties. Wetgeving lezen volstaat niet. Je hebt dialoog, opleiding, duidelijke afspraken en ruimte nodig om samen te leren.
De hervorming biedt kansen om competenties zichtbaarder te maken, samenwerking te versterken en doorgroeimogelijkheden te verduidelijken. Maar ook het kader moet verder evolueren. Begrippen zoals complexiteit van zorg en de beoordeling van stabiele zorgsituaties vragen verdere concretisering.
Daarnaast moet ook de financiering van de diensten thuisverpleging de nieuwe realiteit kunnen volgen. Overleg met het beleid en het RIZIV blijft daarom noodzakelijk. De ervaringen van verpleegkundigen en organisaties op het terrein moeten mee bepalen waar bijsturing nodig is. Want nieuwe profielen invoeren volstaat niet. Ook het organisatorische en financiële kader waarin diensten thuisverpleging werken, moet mee evolueren.


