Juridische vragen en antwoorden #3 – 2026

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mag je als thuisverpleegkundige bij intrafamiliaal geweld persoonlijke notities gebruiken om evaluaties in het patiëntendossier bij te houden?

“Een dienst thuisverpleging wordt geconfronteerd met intrafamiliaal geweld door de partner, die toegang heeft tot het elektronische zorgdossier. Daarin staat informatie over het geweld. Uit angst dat deze evaluaties tot meer agressie zouden leiden, gebruiken ze adviesvragen en persoonlijke notities. Kan dit of druist dit in tegen de wet Patiëntenrechten? Is er een alternatief om objectieve, professionele gegevens zoals de observatie van hematomen door geweld te noteren zonder dat ze een trigger worden voor de dader?”

Antwoord:

Intrafamiliaal geweld is een complex probleem en het slachtoffer legt vaak geen klacht neer tegen de dader. De intentie is steeds te voorkomen dat inzage van gegevens door de dader (meer) schade zou toebrengen aan het slachtoffer.

Persoonlijke notities zijn strijdig met de Wet Patiëntenrechten zodra ze met anderen gedeeld worden. Ze verliezen dan hun persoonlijk karakter en ontnemen de patiënt het recht op inzage. De wet voorziet wel waarborgen. Zo heeft een partner geen automatisch inzagerecht in het dossier, enkel wanneer die als vertrouwenspersoon werd aangeduid. Zelfs bij druk mag een aangewezen vertegenwoordiger zijn bevoegdheden pas uitoefenen wanneer de patiënt niet langer beslissingsbekwaam is.

Indien inzage door een partner-dader de patiënt in gevaar brengt, kan de zorgverlener die inzage beperken of de vertrouwenspersoon weigeren. Het bewust toelaten van inzage kan anders als schuldig verzuim worden beschouwd. Wanneer een mogelijke dader vertegenwoordiger is (bv. een ouder bij kindermishandeling), laat art. 15 §1 WPR toe het inzagerecht te beperken tot onrechtstreekse inzage ter bescherming van het privéleven.

Volgens de JAG is het aangewezen een afzonderlijk dossier bij te houden met verklaringen en vaststellingen van geweld, onder de therapeutische uitzondering. De patiënt wordt geïnformeerd dat dit dossier en de attesten slagen en verwondingen bewaard worden voor het geval hij of zij later klacht wil neerleggen (art. 458bis SW).


Eén leven

Tom Rummens ruilde zijn carrière in de cultuursector voor een bacheloropleiding tot verpleegkundige. Zijn ervaringen en indrukken als zij-instromer schrijft hij voor Netwerk Verpleegkunde neer.

“Het moeilijkste ter wereld is dat je maar één keer leeft”, zo luidt de onthutsende openingszin van de schitterende roman De keizer van Gladness van Ocean Vuong. Maar het is niet omdat je maar één leven hebt, dat je er niet meerdere dingen mee kan doen. En dus besloot ik, na een loopbaan van meer dan twintig jaar in de cultuursector en een handvol inspirerende ervaringen als vrijwilliger in de zorg, dat het tijd was voor iets anders. Ik schreef me in voor de bacheloropleiding verpleegkunde aan de Arteveldehogeschool in Gent. Het was de start van een pad vol nieuwe ‘eerste keren’.

Intussen zit ik in het tweede jaar, heb ik de eerste stages achter de rug en via #kiesvoordezorg ook een eerste werkervaring tijdens de zomer, op de dienst neurologie in het AZ Sint-Lucas in Gent. Nooit eerder hapte ik zo vaak naar adem dan het afgelopen anderhalf jaar. Alles is nieuw, weg routine. Ik ben geen ervaren professional meer die kan terugvallen op voorkennis, ervaring en een netwerk. Plots ben ik opnieuw student en breng ik grote stukken van de dag door met medestudenten die generatiegenoten zijn van mijn eigen kinderen, een anachronisme in mijn eigen leven.

Ik zit op de trein, op weg naar mijn stage in het kinderziekenhuis van het UZ Brussel, ik glimlach en vraag me af in welk verhaal ik in godsnaam beland ben. Ik zie mezelf zitten met de brooddoos van mijn kinderen in het auditorium, of in een praktijklokaal, verwikkeld in een komische maar heldhaftige strijd met katheters, optreknaalden en urinezakken. Gelukkig doe ik dat samen met een hele bende collega-zij-instromers. Samen gaan we soms koffiedrinken in de Overpoort, alsof het allemaal nog niet absurd genoeg is.

En toch heb ik nog geen seconde spijt gehad van dit alles. Want meer dan ooit heb ik het gevoel dat ik inderdaad maar één keer leef en dat ik er tegelijk meer aan het uithalen ben dan ik ooit voor mogelijk hield. Zelfs op deze korte tijd sprokkelde ik al zoveel momenten bij elkaar die me altijd zullen bijblijven. Ontmoetingen met zorgvragers die bleven plakken. Soms harde situaties als je ziet dat we veel kunnen, maar niet alles, om mensen beter te maken. Morele stress wanneer je voelt dat de sector onder druk staat en je ziet hoe je niet altijd kan doen wat je in de ideale wereld zou moeten doen. Die kleine, warme dopamineshot als je voor iemand een verschil kon maken, hoe klein ook.

En doorheen dat alles loopt een vraag: waar wil ik uiteindelijk belanden, wie wil ik worden met de rugzak die ik meedraag, in dit nieuwe verhaal? Dat opnieuw kunnen uitzoeken is misschien wel het grootste cadeau dat je jezelf kan doen, zo ergens in het midden van je loopbaan.

Copyright foto: Fred Debrock


Hoe zorgarchitectuur medewerkers en bewoners versterkt

Wat als je een woonzorgcentrum niet ontwerpt vanuit bakstenen, maar vanuit zorg? In Leuven bewijst woonzorgcentrum Burenhof, dat een doordachte nieuwbouw het verschil kan maken in het leven van bewoners en zorgverleners. Campusdirecteur Rudi Logist stond mee aan de wieg van een project dat inzet op kleinschaligheid, ergonomie en innovatie, met een uitgesproken focus op medewerkerswelzijn.

“De kiem voor de uitbreiding werd jaren geleden gelegd”, steekt Rudi Logist van wal. “Woonzorgcentrum Dijlehof wilde groeien, maar in Leuven bouw je niet zomaar bij. Daarom gingen we op zoek naar een tweede locatie, niet ver van hier. We wilden een wzc op mensenmaat binnen de Leuvense ring. Dat betekende ook: kleinschalig en genormaliseerd wonen, met woningen van telkens acht bewoners.”

Vanaf de eerste plannen werden zorgkundigen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logistieke en administratieve medewerkers intensief betrokken. Elk ontwerp, elke aanpassing werd samen besproken. Tijdrovend, absoluut. Maar ondertussen wordt het gebouw gedragen door wie er werkt. “Het is letterlijk een huis dat door medewerkers mee getekend is”, zegt Rudi trots.

Ergonomie als hefboom

In een context van toenemende personeelsschaarste koos het team resoluut voor ergonomie als strategische pijler. Voorbeelden in Nederland en Scandinavië dienden als inspiratie. Het resultaat is opvallend. Burenhof is het eerste woonzorgcentrum in België dat volledig uitgerust is met een plafondzorgsysteem in alle kamers en ruimtes. Geen verrijdbare tilliften meer op de gangen. Nooit meer zoeken naar hulpmiddelen of ermee sleuren van de ene naar de andere plek. In elke kamer garanderen discrete rails en een compacte motorunit vlotte en veilige transfers die vaak door één medewerker kunnen gebeuren. De ergonomische winst is groot: minder rugbelasting, meer tijd voor contact met de bewoner en een rustiger zorgmoment. Ook bewoners ervaren zo meer comfort en veiligheid.

De investering, zo’n 250.000 euro, vroeg overtuigingskracht. Maar een doorgerekende kosten-batenanalyse toonde aan dat het systeem zich op termijn terugverdient, zelfs zonder rekening te houden met minder ziekteverzuim of tijdswinst. “Die effecten beginnen zich intussen af te tekenen”, licht Rudi toe. “Medewerkers geven aan dat werken in de nieuwbouw eenvoudiger en aangenamer is. En opvallend: enkele voormalige medewerkers keerden recent terug, expliciet omwille van de nieuwe infrastructuur en aanpak. Daarvoor doen we het.”

Zorgorganisatie en gebouw versterken elkaar

De nieuwbouw ondersteunt ook een hertekening van rollen. In de kleinschalige woningen zijn zorgkundigen vast aanwezig bij de bewoners. Verpleegkundigen werken meer mobiel en focussen op hun kerntaken. Die organisatie is onlosmakelijk verbonden met de infrastructuur van korte lijnen, overzichtelijke entiteiten en technologische ondersteuning.

Ook digitale innovaties krijgen een plaats, met respect voor privacy. Slimme domotica regelt verlichting en toegangscontrole. Sensordetectie, volledig onzichtbaar, signaleert valincidenten of onrust zonder dat er een camera aan te pas komt. Via locatiebepaling en oproepsystemen weten medewerkers snel waar bewoners zich bevinden en wie hulp nodig heeft.

Een huis waar zorg toekomst krijgt

De nieuwbouw van wzc Burenhof toont wat mogelijk is wanneer zorginhoud, architectuur en technologie elkaar versterken. “Voor bewoners betekent het autonomie, veiligheid en huiselijkheid. Voor medewerkers: ergonomie, werkplezier en trots. Het is zeker geen prestigeproject,” besluit Rudi, “maar een doordachte investering in duurzame zorg.”


“Zorg kan niet enkel door professionals geboden worden”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Hilde Rombauts (63 jaar) is begeleidingsverpleegkundige in het UZ Leuven, coördinator van de opleiding Geestelijke gezondheid bij kinderen en jongeren aan UCLL en voorzitter van de werkgroep Begeleidingsverpleegkundigen.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Eigenlijk was dat de droom van mijn moeder. Zorg dragen voor mensen en bezig zijn met kinderen, daar ben ik als vanzelf ingerold. Pas achteraf besefte ik dat mijn moeder de kans niet had om te studeren en graag verpleegkundige was geworden. Zelf ging ze aan de slag in familiehulp en ik maakte haar droom waar. Dat is een mooie gedachte en relativeert het belang van individuele keuze.

Wat boeit je in je job?

Onze job is zo veelzijdig. Tijdens je loopbaan heb je heel veel kansen om je in te graven in iets wat je interessant vindt of om verschillende functies als verpleegkundige op te nemen. Zo heb ik als hoofdverpleegkundige in kinderpsychiatrie gewerkt, ben ik nu begeleidingsverpleegkundige en werk ik aan de UCLL als coördinator van een postgraduaat in de opleiding verpleegkunde.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Deskundigheid. De gedrevenheid om voldoende kennis te hebben om je als een volwaardige en deskundige gesprekspartner op te stellen in het team. En om het zo op te nemen voor het belang van de patiënt. Als verpleegkundigen komen we uit een heel dienstbare rol en moeten we ons blijven ontvoogden. Ons niet klein houden, maar ons net verder ontwikkelen als een professionele partner, afgestemd op wie ons nodig heeft. Het blijft voor mij een heel zingevend beroep.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Toen ik met jongeren werkte die al vroeg in moeilijke situaties terechtkwamen, voelde het zo belangrijk om samen met het team een wissel op het spoor van de jongere te kunnen verleggen. Nu ik studenten en starters begeleid, zitten de mooie momenten daar waar ze zichzelf leren kennen en in het werk hun eigen weg vinden. Dat ze groeien tot iemand die het beroep kan opnemen.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Wanneer grote gebeurtenissen in je eigen leven samengaan met het werk, kan dat heel uitdagend zijn. Dan moet je balanceren om evenwicht te houden. Een organisatie maakt  ook veranderingen door. Als je al op het einde van je loopbaan bent, herken je zo’n veranderingsproces gelukkig al en kan je anticiperen.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

Zorg staat in onze maatschappij niet op nummer één. Er kiest een beperkt aantal mensen voor de zorg en dat zal de komende tijd niet drastisch veranderen. We moeten de handen in elkaar slaan, ieder met zijn eigen professionaliteit en identiteit, de krachten bundelen in functie van wat de patiënt nodig heeft. Zorg kan bovendien niet alleen door professionals geboden worden: in onze buurten en families moet die ook opgenomen worden. Die twee tendenzen zullen elkaar moeten vinden om tot goede zorg te komen.

Wat doe je in je vrije tijd?

In ons gezin zijn al kleinkinderen. Ik vind het heel fijn om iedereen te leren kennen en ook voor die kleintjes te zorgen. Ouderschap eindigt ook niet wanneer de kinderen het huis uit zijn, hé. Daarnaast lees ik graag, hou ik van klassieke muziek, ga wandelen en ben ik graag creatief bezig met tekenen en schilderen.

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van NETWERK VERPLEEGKUNDE? Schrijf je in met een mailtje naar info@netwerkverpleegkunde.be.


Waar elke shift telt

Raf Van Hasselt weet wat werken onder druk betekent. Na 25 jaar intensieve zorgen maakte hij in oktober de overstap naar de spoedgevallendienst van het ziekenhuis Geel. Een afdeling waar snelheid, expertise en samenwerking elke dag samenkomen.

“Als je hier binnenkomt dan voel je het meteen: de lat ligt hoog en zo moet het ook. Ziekenhuis Geel is in Vlaanderen als eerste officieel erkend als regionaal traumacentrum.  Zij maken hierdoor deel uit van het Antwerp Trauma Network (ATN) met het UZA als supraregionaal traumacentrum. Het stimuleert me om opnieuw volop voor mijn werk te gaan.” Het enthousiasme waarmee Raf over zijn nieuwe job vertelt is aanstekelijk.

De spoed draait in een continu shiftenstelsel en vangt een brede patiëntenpopulatie op: van kleine trauma’s tot acute, levensbedreigende situaties, bij zowel volwassenen als kinderen. “Als nieuwkomer in het team word ik stapsgewijs ingeschakeld en krijg ik de kans door te groeien in verschillende rollen, zoals het interne werk, de triage en pre-hospitaal. Op korte tijd heb ik veel bijgeleerd.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

Die evolutie wijst Raf toe aan de teamwerking. “Op spoed heb je elkaar nodig. Je werkt elke shift met verschillende collega’s die elkaar continu aanvullen. Alleen functioneren kan hier niet.” Taken lopen in elkaar over, verantwoordelijkheid wordt gedeeld en feedback is vanzelfsprekend, altijd met de kwaliteit van zorg voor ogen.

Die teamdynamiek is voor Raf een van de grote troeven. “Jong en oud werken hier samen. De spoedafdeling in Geel staat bekend als vooruitstrevend en trekt verpleegkundigen van binnen en buiten de regio aan. Het niveau ligt hoog, maar dat motiveert net.”


Waarheidspluralisme bij intensieve psychiatrische zorgen

Vincent Van Baelen is docent interculturele en psychiatrische verpleegkunde aan Thomas More Mechelen. Verder werkt hij nog als verpleegkundige op de High & Intensive Care (HIC) afdeling van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en als public health nurse in Noord-Tanzania. In 2025 voltooide hij een postgraduaat toegepaste ethiek aan de KU Leuven.

In september 2025 verscheen het boek De waarheid heeft vier gezichten van cultuurfilosoof en ethicus Simon Truwant. Hij biedt hierin een heldere inleiding in filosofische waarheidsconcepten en toont het belang ervan voor een constructief, respectvol en inclusief publiek debat, ook in complexe maatschappelijke discussies. Kunnen deze concepten ook helpen binnen zorgoverleg in acute psychiatrische zorgverlening voor personen met een psychotische kwetsbaarheid?

Een ‘HIC-zorgafstemmingsgesprek’ (ZAG) is een wederkerend overleg op een High & Intensive Careafdeling waarbij patiënt, naasten en betrokken zorgverleners samenkomen. Het doel is de zorg af te stemmen, gezamenlijke doelen te bepalen en de behandeling te richten op herstel, eigen regie en het voorkomen van dwang. Dergelijke gesprekken tijdens psychiatrische crisismomenten zijn vaak emotioneel intens en complex, omdat verschillende visies en meningen tegelijk aanwezig zijn.

Zo worden ten eerste feitelijke waarheden toegepast, bijvoorbeeld in de vorm van diagnostische medische terminologie of juridisch jargon bij opgelegde beschermingsmaatregelen. Een tweede meer ideologische waarheidsvorm interpreteert en beoordeelt deze feiten vanuit een heel ander denkkader en een verschillende realiteitstoetsing zoals bij psychotische ervaringen. Wat voor de zorgvrager dan logisch lijkt, is voor zijn/haar omgeving vaak verwarrend en vice versa. Zo kan een patiënt achterdochtig en boos reageren, omdat hij/zij gelooft dat anderen hem/haar bespioneren en kwaad willen doen. Daarnaast kan een pragmatische waarheidsvorm worden onderscheiden, die eerder focust op wat concreet herstel bevorderend kan zijn. Door in de praktijk angstreducerende copingstrategieën toe te passen en voldoende vertrouwen te bieden, zal de situatie gaandeweg verbeteren.

Een vierde, en misschien wel de meest waardevolle, is de existentiële waarheidsvorm. Deze richt zich op de authentieke beleving van elke gesprekspartner tijdens een psychiatrische crisis. Het is een ervaring die vaak gepaard gaat met het bereiken van een psychologische grens en een diep existentieel karakter. Dergelijke gevoelde psychologische waarheden zoals angst, zingeving, wanhoop, radicale eenzaamheid of spirituele ervaringen, laten zich moeilijk begeleiden door wetenschappelijke feiten of pragmatische interventies. Ze drukken meer uit dan een emotie of een hoogstpersoonlijke mening, maar weerspiegelen de identiteit van de persoon.

De Duitse filosoof Heidegger beschrijft deze doorleefde, ervaringsgerichte waarheidsvorm als de meest oorspronkelijke. Een psychiatrische crisis toont hoe iemands in-de-wereld-zijn ontregeld raakt: zin, verbondenheid en toekomst vallen weg, zoals de wereld op dat moment wordt ervaren. De zoektocht naar een betekenisvol leven kan dan bijna onmogelijk lijken, of (voor de buitenwereld) leiden tot irreële gedachten en beslissingen. In de psychiatrische zorgverlening vraagt dit vooral om begrip, erkenning, warme zorg en nabijheid.

Alle vier de waarheidsvormen hebben hun eigen geldigheid en betekenis binnen het herstelproces, maar kunnen in ‘ZAG’s’ ook tot spanningen leiden. Elke gesprekspartner heeft een eigen mening op goede zorg, die kan aansluiten bij een specifieke waarheidsvorm en soms op gespannen voet staat met andere perspectieven. Het wetenschappelijke kan te categorisch overkomen, het existentiële te symbolisch, het pragmatische te beperkt of ondoordacht…

Waarheidspluralisme kan hier een helpend kader bieden: het herkennen, ontwarren en respecteren van de verschillende waarheidsvormen in een discussie. Zo kan elke vorm ten gronde besproken, begrepen en geëxploreerd worden. Dit creëert een breder perspectief op de crisis en bevordert wederzijds begrip, verbondenheid en betrokkenheid. Vanuit deze benadering kunnen diverse, op maat afgestemde zorginterventies worden afgesproken, waarin alle betrokkenen zich beter herkennen en gehoord voelen. Tot slot verbetert het de verpleeg-therapeutische vertrouwensrelatie, het werkinstrument van een psychiatrisch verpleegkundige.


Spelenderwijs klaar voor nieuwe verpleegkundige functies

De hervorming van de verpleegkundige beroepen brengt op veel diensten dezelfde vragen naar boven: wat mag wie nog doen? Hoe interpreteren we complexiteit? En hoe organiseren we onze afdeling straks in de praktijk? Het THINK³ Simulation & Innovation Lab van UHasselt ontwikkelde een laagdrempelige, maar bijzonder effectieve, manier om die verandering werkbaar te maken: Cards Against Complexity.

De basisverpleegkundige, de VVAZ, het gestructureerde zorgteam. Al deze hervormingen vormen grote stappen in een evolutie die al jaren aan de gang is. Zorgorganisaties moeten die nieuwe wettelijke kaders enerzijds begrijpen en anderzijds vertalen naar een haalbare taakverdeling, veilige zorg en duidelijke teamafspraken. Precies in die context ontwikkelde het THINK³ Simulation & Innovation Lab – een living lab voor systeem- en procesinnovatie in de gezondheidszorg – een bijzonder toegankelijk hulpmiddel: Cards Against Complexity.

Het spel werd uitgewerkt door prof. dr. Jochen Bergs, verpleegkundige, onderzoekshoofd en expert in simulatie en systeeminnovatie, samen met Alexandra Cloostermans, verpleegkundige en labmanager. Hun nauwe samenwerking met ziekenhuizen maakte de nood aan een instrument, dat teams helpt om de nieuwe rollen diepgaand te begrijpen en toe te passen, bijzonder duidelijk.

Eerst begrijpen, dan organiseren

Teams die vandaag met de nieuwe verpleegkundige rollen aan de slag moeten, botsen vaak op dezelfde vragen. Jochen: “Veel verpleegkundigen worstelen met concrete situaties: mag ik dit nog, moet ik dat controleren, waar ligt de grens van complexiteit? Cards Against Complexity maakt die grijze zones tastbaar.”

Een sessie start met een korte, duidelijke introductie over wat we al zeker weten en waar de hete hangijzers zitten. Daarna schuiven teams meteen mee aan tafel. Ze krijgen een fictieve opnameafdeling met twaalf patiënten en twee verpleegkundigen, een basisverpleegkundige en een verpleegkundige verantwoordelijke voor algemene zorg (VVAZ), en zoeken samen uit hoe ze de zorg organiseren. “Het is een veilige manier om te voelen hoe de nieuwe rolverdeling werkt. Je ziet meteen waar mensen twijfelen en welke oplossingen spontaan ontstaan.”

Een praktische dry run op één namiddag

Daarna volgt elke zes minuten een nieuwe uitdaging: een herkenbare dagelijkse gebeurtenis, een uitzondering uit de wet of een complexe situatie. “Dan zie je de energie stijgen”, aldus Jochen. “Mensen denken luidop, bespreken alternatieven, corrigeren elkaar. Het spel maakt moeilijke materie plots heel werkbaar.” Deze aanpak sluit aan bij principes van translational simulation: leren in een realistische, laagdrempelige context die nauw aansluit bij de eigen werkvloer. Ook design thinking is verankerd in het spel: problemen samen verkennen, perspectieven uitwisselen en stapsgewijs oplossingen testen.

Ziekenhuizen of specifieke afdelingen kunnen een sessie eenvoudig aanvragen via het THINK³ Simulation & Innovation Lab. Wie bovendien nog dieper wil gaan, kan kiezen voor een simulatiekamer waarin scenario’s worden uitgespeeld met levensechte simulatoren. Voor GGZ, en de thuiszorg werkt het lab momenteel volop aan op maat gemaakte scenario’s. En binnenkort volgt een train-de-trainerprogramma zodat ziekenhuizen zelf het spel kunnen inzetten binnen hun specifieke zorgsettings.

“Het blijft een spel, maar het doet wel iets met mensen”

De kracht van Cards Against Complexity zit volgens de ontwikkelaars in de lichte, speelse vorm die zware inhoud toegankelijk maakt. Door samen casussen te bespreken, valt de spanning weg. Teamleden durven sneller vragen stellen, delen bedenkingen en zoeken samen oplossingen. En dat is precies wat nodig is om de hervorming te laten landen op de werkvloer: een veilige plek om te oefenen, te ontdekken en te twijfelen vooraleer de echte shift in rolverdeling wordt doorgevoerd.


"Een oprechte ‘hoe is het’ doet veel"

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Maja Vanbellinghen (29 jaar) is hoofdverpleegkundige binnen de mobiele equipe van revalidatieziekenhuis Inkendaal en lid van de werkgroep Pediatrie.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Zorg dragen zat er altijd al in. Ik was ook jarenlang lid van het Jeugd Rode Kruis. Na het middelbaar twijfelde ik tussen verpleegkunde en onderwijs. Om die laatste piste te verkennen, trok ik een jaar naar de Filipijnen om les te geven in een weeshuis. Daar kwamen vaak kindjes met verwondingen binnen en ik nam spontaan de eerste zorgen op. Dat maakte veel duidelijk: ik kon als leerkracht iets betekenen, maar niet op het niveau dat ik wou.

Wat boeit je in je job?

In Inkendaal werken we vooral met patiënten die hun leven moeten (her)organiseren door een aangeboren of verworven lichamelijke beperking. Elke dag word je hier herinnerd aan de weerbaarheid van kinderen. Die roze wolk waarop ouders starten, blijkt soms minder rooskleurig te zijn. Net dan kan je als verpleegkundige veel betekenen, voor de patiënt en voor de ouders. We ondersteunen hen, juichen elke kleine overwinning toe en tonen dat anders zijn niet minder is, maar soms zelfs net meer. Samen bouwen we aan de kinderen van morgen.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Luisteren. We vervallen soms te snel in de gedachte ‘ik ben verpleegkundige en ken het allemaal wel’. Terwijl je net het verschil maakt door te luisteren naar kleine, persoonlijke signalen. Een kop koffie binnen handbereik zetten of een oprechte ‘hoe is het’ doet de patiënt vaak meer dan een routinebezoek.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Bij elke nieuwe patiënt maken we vooraf een inschatting van wat haalbaar is. De mooiste momenten zijn die waarop patiënten aan het einde van de rit alle, inclusief hun eigen, verwachtingen overstijgen en je het geluk op hun gezicht afleest. Die momenten raken mij des te meer omdat ik zelf ook revalidant ben. Het gaat niet alleen om wat je moet kunnen, maar vooral om wat je wil kunnen.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Veel patiënten komen binnen in rouw. Ze rouwen nog om wat ze niet meer kunnen. Dat brengt veel vragen, frustraties en verdriet met zich mee. Als verpleegkundige sta je vaak in de vuurlinie van die eerste emoties. Mensen willen blijven vechten voor wat ze belangrijk vinden, en dat maakt sommige momenten bijzonder hard. Elke patiëntmoment heeft iets moois, maar dat neemt niet weg dat het ook hard kan zijn.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

Rond de nieuwe functieladder bestaan nog veel onduidelijkheden. Op papier lijkt er verbetering, maar in de praktijk voelt dat vaak nog anders aan. Daarnaast blijven de personeelstekorten wegen. Verpleegkundigen moeten steeds meer doen met minder middelen, terwijl daar niet altijd begrip voor is. Patiënten worden mondiger en stellen, terecht, meer vragen. Als verpleegkundige is dat frustrerend: je wil de beste zorgen bieden, maar krijgt daar niet altijd de tijd of ruimte voor. Hoe krijg je dat uitgelegd aan de patiënt?

Wat doe je in je vrije tijd?

Een groot deel van mijn vrije tijd gaat naar mijn eigen revalidatie. Daarnaast eist mijn hond ook zijn deel op en vind ik ontspanning in muziek. Ik speel klarinet en basklarinet in de lokale harmonie. Maar ook buiten mijn werk vind je mij vaak nog in Inkendaal als vrijwilliger.


Juridische vragen en antwoorden #2 – 2026

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mogen verpleegkundigen in een woonzorgcentrum medische dossiers raadplegen?

“Is er een wettelijke basis voor de stelling dat verpleegkundigen in een woonzorgcentrum het medische dossier van een bewoner niet mogen raadplegen?”

Antwoord:

Geen enkele wettekst stelt dat enkel de arts een patiëntendossier mag inkijken. De patiënt of bewoner beslist, volgens de wet Patiëntenrechten, wie toegang krijgt tot het dossier. Dat kan dus ook een vertegenwoordiger en/of vertrouwenspersoon zijn van de zorgvrager. Je kan als woonzorgcentrum in de opnamebrochure of -documenten vermelden dat de bewoner aan het zorgpersoneel van de instelling de toelating geeft om het dossier en de gegevens in te kijken.

Daarnaast geldt het gedeelde beroepsgeheim: alle zorgprofessionals hebben toegang tot de gegevens die ze nodig hebben om hun beroep uit te oefenen. Verpleegkundigen kunnen ook toegang krijgen tot e-healthplatformen waar verslagen van ziekenhuisopnames, ontslagdocumenten en labo-onderzoeken gedeeld worden tussen medische professionals.

Wat zijn de nieuwe vereisten voor voorschriften voor verpleegkundige zorg toevertrouwd door artsen?

“Sinds 1 november 2025 gelden nieuwe vereisten voor voorschriften voor specifieke verpleegkundige prestaties toevertrouwd door de behandelde arts. Hoe gaat dat nu in zijn werk?”

Antwoord:

De nieuwe eisen worden bepaald in het KB van 8 september 2025. Technische en specifieke verpleegkundige prestaties die een voorschrift vragen, worden enkel terugbetaald op basis van een voorschrift door de behandelende arts. In dringende situaties volstaat een mondeling medisch voorschrift, dat uiterlijk vijf dagen later schriftelijk bevestigd wordt. Op het voorschrift moet de aard, het aantal en de frequentie van de handelingen vermeld staan. Enkel het nomenclatuurnummer volstaat niet. Bij medicatie moet ook de aard en dosis van het geneesmiddel verduidelijkt worden, voor parenterale voeding of perfusies is dat debiet en de hoeveelheid per 24 uur.

Daarnaast stipuleert het KB nog enkele wijzigingen in terminologie. “Vermeld op het voorschrift” wordt geschrapt. Voor wondzorg veranderde de verwoording “andere huidletsels die volgens de voorschrijvend arts een uitvoerige eenvoudige wondzorg rechtvaardigen” in “andere huidaandoeningen die een behandeling met een specifieke huidzalf of ander geneeskrachtig product vereisen”. Ook het begrip “voorschrijvende” en “voorschrijver” wordt in dit KB verduidelijkt met “behandelend (arts)”.

Bron: despecialist.be


“In de nacht valt alles stil, behalve de zorg”

Al zeventien jaar is Anne De Backer het vaste gezicht van de nachtdienst in woonzorgcentrum Seniorenresidentie Keerbergen. Als Parel van een Verpleegkundige werpt ze graag een licht op een afdeling die zelden in de spotlights staat, maar waar de kwaliteit van zorg gedragen wordt door vertrouwen, routine en onderlinge afstemming.

De nachtdienst telt twee collega’s: een verpleegkundige en een zorgkundige die week om week samenwerken. Die kleine bezetting vraagt hecht teamwork. “We zijn perfect op elkaar ingespeeld. Je weet hoe iemand reageert en wanneer je moet bijspringen.”

Het werk volgt een vast stramien, maar de nacht brengt altijd eigen ritme en verantwoordelijkheid. Anne start met medicatiebeheer voor vier afdelingen, goed voor bijna 120 bewoners. Intussen doet de zorgkundige de eerste ronde. Tegen half vier begint de gezamenlijke tweede ronde: incontinentiemateriaal verschonen, de daarbij horende hygiënische zorgen toepassen en wisselhoudingen geven. Ook wondzorg staat indien nodig op het programma. En tussendoor de oproepen beantwoorden die meestal rustiger worden naarmate de nacht vordert. “Overdag heb je familie, overleg en therapieën. ’s Nachts is het puur zorgverlening. Je ziet bewoners in hun meest kwetsbare momenten.”

Rustige nacht, onvoorspelbare nacht

Ook eigen aan de job: je weet nooit op voorhand wat de nacht brengt. Soms blijft het bij standaard handelingen zoals bloedafnames bij nuchtere patiënten, maar ook acute oproepen, de huisarts van wacht regelen, de ambulance oproepen of de familie verwittigen horen bij de job. Ann: “Je moet je verantwoordelijkheid durven nemen want je kan niet zomaar de hulp van een andere verpleegkundige inroepen. En dat vraagt ervaring.”

Toch heeft ze geen seconde spijt dat ze zeventien jaar geleden de overstap maakte naar de nachtdienst. De rust van de nacht, het vertrouwen tussen collega’s en de nabijheid met bewoners creëren een zorgklimaat dat ze vandaag met trots uitdraagt. “Het is misschien minder zichtbaar, maar zo waardevol. ’s Nachts zie je hoe belangrijk die kleine dingen zijn.”