Verpleegkundigen met buitengewone technische knowhow en een gouden hart

Met meer dan vijftig jaar op de teller is het brandwondencentrum van UZ Leuven een van de oudste van België. Hoofdverpleegkundige Karen Decock en adjunct-hoofdverpleegkundigen Frans Vanwingh en Manu Van Rossom coördineren er een team van een vijftigtal verpleegkundigen in drie ploegen. “Het werk is uitdagend, maar daardoor ontstaan net de hechtste vriendschappen.”

Het brandwondencentrum in Leuven zit ingebed in de afdeling intensieve zorgen van het universitair ziekenhuis. “Dat draagt bij aan de sterkte van onze afdeling”, vindt hoofdverpleegkundige Karen Decock. “We hebben een enorme slagkracht. Als level 1-traumacentrum vangen we dag en nacht slachtoffers op. Onze job bestaat erin mensen een tweede kans in het leven te geven. Dat is waar we elke dag voor vechten.”

Flexibiliteit en empathie

Om zowel kinderen als volwassenen met uiteenlopende wonden en trauma’s gepaste zorg te bieden, moeten de verpleegkundigen dynamisch ingesteld zijn. Het verloop van de werkdag kan op ieder moment omgegooid worden. Multidisciplinaire samenwerking is onontbeerlijk in het brandwondencentrum. “Om het zorgtraject van een brandwondenpatiënt optimaal te laten verlopen is een nauwe samenwerking tussen verpleegkundigen, artsen, brandwondenchirurgen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, sociaal assistenten, zorgcoördinatoren en psychologen echt onmisbaar”, zegt Frans Vanwingh. “Het feit dat zoveel disciplines op elkaar afgestemd moeten zijn, vormt een grote uitdaging waarbij communicatie en overleg bijzonder belangrijk zijn.” In het brandwondencentrum moeten verpleegkundigen ook over een grote dosis empathie beschikken. “Patiënten blijven gemiddeld lang op onze afdeling. Dan ben je ook een beetje psycholoog aan bed. Voor de patiënt zelf en diens naasten.”

Veel bijleren in een hechte groep

Het team organiseert regelmatig activiteiten om de sfeer erin te houden, zoals een feestje, skireis of weekendje weg. Ook op de werkvloer is er plaats voor speelsheid. “Binnen de perken, natuurlijk”, lacht Karen. “Een goede sfeer is cruciaal om ons overeind te houden, van dag tot dag, maar zeker tijdens piekmomenten.” In het brandwondencentrum is er nooit een saai moment, het werk gaat gepaard met veel adrenaline. “Iedereen die hier aan de slag is, heeft een hart voor wondzorg en beschikt over gespecialiseerde technische kennis. Toch leren verpleegkundigen nog heel wat vaardigheden aan het bed. We zijn steeds op zoek naar extra werkkrachten. Je komt hier terecht in een hecht team dat op elkaar steunt om de uitdagende job de baas te kunnen.”


Negatief beroepsbeeld in de media

Aart Eliens heeft een passie voor verpleegkunde. In 1982 schreef hij het Zwartboek van de verpleging waarin hij de gevolgen van het tekort aan zorg- en verpleegkundigen aankaartte. Dit jaar maakte hij een Witboek om de negatieve berichtgeving over de zorg tegen te gaan. Zijn professionele doel is de positionering van de zorg- en verpleegkundige.

Verzorgenden en verpleegkundigen vormen de kurk waarop de Nederlandse gezondheidszorg drijft. Dat zal in België niet anders zijn. Binnen de Nederlandse gezondheidszorg werken ongeveer 1,4 miljoen mensen in de sector zorg en welzijn. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek werken er in augustus 2022 ruim 450.00 verzorgenden en verpleegkundigen. In Nederland werkt 1 op de 6 werknemers in de sector zorg en welzijn. Toch is dat grote getal niet voldoende om aan de zorgvraag te voldoen. In 2031 zal het tekort aan zorgpersoneel naar verwachting oplopen naar 135.000 werknemers. Deze capaciteitsproblemen vormen op lange termijn een groot maatschappelijk probleem.

Met het imago van verzorgenden en verpleegkundigen is het niet best gesteld. En dat heeft weinig met deze beroepsgroepen zelf te maken. Het zijn vooral de media die bijdragen aan dit weinig positieve imago. Wanneer je in Nederland de kranten leest en de sociale media volgt, schrik je van de beeldvorming over verpleegkundigen en verzorgenden. De media berichten voortdurend over hoge werkdruk en zwaar werk. De kop ‘massaal vertrek van werknemers uit de zorg’ kom je ook vaak tegen. Ook wordt vaak verwezen naar het lage salaris, de slechte werkomstandigheden en het gebrek aan zeggenschap in de zorginstellingen en de beperkte scholingsmogelijkheden van verzorgenden en verpleegkundigen.

Deels is dit waar. Toch heb ik sinds het moment dat ik als verpleegkundige startte (1973) veel goede ontwikkelingen gezien. De opleidingen zijn aanzienlijk verbeterd. Veel zorginstellingen hebben verpleegkundige en verzorgende adviesraden die bij de beleidsvorming in hun instellingen zijn betrokken. De stand van kennis is door de grote toename van verpleegkundig onderzoek, fors toegenomen. Met de salarissen wordt een inhaalslag gemaakt, maar dat kan nog veel beter. Door de toename van kennis en ook door de komst van verpleegkundig specialisten wordt veel gelijkwaardiger dan voorheen samengewerkt met medici en paramedici.

Zijn we er qua ontwikkeling? Nee, dat is niet het geval. We moeten blijven werken aan kennisontwikkeling, werkomstandigheden en zeggenschap van verzorgenden en verpleegkundigen. Mijn grote zorg is dat de media uitsluitend schrijven over wat er beter kan of niet goed gaat in de zorgberoepen. De focus is gericht op wat er fout gaat: goed nieuws is geen nieuws.

Maar wat betekent dit nu voor de aantrekkingskracht van de zorgberoepen? Jonge mensen, schoolverlaters en mensen die denken aan een carrièreswitch en die zich oriënteren op een (hernieuwde) beroepskeuze, lezen in de media uitsluitend over de negatieve kanten van de zorgberoepen. De vraag is of dat negatieve imago in de media hen er niet van weerhoudt een keuze voor een zorgberoep te maken. Ik denk dat dit inderdaad het geval is. En stel je voor: je werkt als verpleegkundige of verzorgenden en hebt momenten van twijfel of je in dit vak wil blijven. Wat zal die negatieve publiciteit voor invloed hebben op je afwegingsproces? Ik meen dat een slecht beroepsimago er aan bijdraagt dat mensen het vak verlaten. Ik stel de media door de wijze van hun berichtgeving, mede verantwoordelijk voor toekomstige tekorten aan verpleegkundigen en verzorgenden.

Eind 2021 besloot ik een poging te doen die negatieve beeldvorming te doorbreken. Mijn veronderstelling is dat een positief beroepsimago het vak voor jonge mensen aantrekkelijker maakt en bijdraagt aan het behoud van het huidige personeel. Over de vijf vragen die ik aan de beroepsbeoefenaren stelde over de aantrekkelijkheid van hun vak en hoe dit leidde tot het ‘Witboek 2022’ kom je in de volgende editie van het tijdschrift meer te weten.


Juridische vragen en antwoorden #8 - 2022

Mag een verpleegkundige een radiologisch onderzoek aanvragen zonder een getekend voorschrift van de arts?

“Mag een verpleegkundige een radiologisch onderzoek aanvragen, laten uitvoeren zonder dat er een getekend voorschrift is van een arts? Wat geldt op spoed? Is dit mogelijk als het is opgenomen binnen een standaardverpleegplan, een staand order of een procedure?”

Antwoord:

Het uitvoeren van een radiologisch onderzoek vereist voor verpleegkundigen en technologen medische beeldvorming een medisch voorschrift (B2/C-handeling). Het is evident dat dit voorschrift niet door een verpleegkundige mag opgemaakt worden.

Voor verpleegkundigen kan een arts voor patiënten met een bepaalde pathologie een staand order opmaken waarin het onderzoek voorgeschreven wordt. Het staand order kan dan uitgevoerd worden na individualisering door de arts (toelating bij de bepaalde patiënt, eventueel mondeling en genoteerd in het dossier).

Die constructie bestaat niet in het K.B. voor de technoloog medische beeldvorming. Daarnaast vereist het RIZIV voor de terugbetaling van de prestatie (medische beeldvorming, klinische biologie) een door de arts getekend voorschrift.

Hoe moet de bijkomende kaderopleiding, vermeld in het K.B. 23.10.1964 met de erkenningsnormen voor ziekenhuizen geïnterpreteerd worden?

“Het K.B. 23.10.1964 met de erkenningsnormen voor ziekenhuizen vermeldt een bijkomende kaderopleiding. Worden de opleidingsvereisten voor kaderopleiding verder gespecifieerd? Hoe worden de aangeboden opleidingen gevalideerd? Geldt een masteropleiding zonder afwerken van de thesis?”

Antwoord:

Er is geen wettelijke bepaling die de inhoud van de kaderopleiding voorschrijft. Er zijn geen opleidingsvereisten en geen opgelegd programma. De scholen en universiteiten beslissen zelf.

De graad van master vereist niet enkel het aantal studiepunten maar ook het indienen van de thesis. Zonder thesis is er geen diploma van master.

Sommige hogescholen vragen voor een postgraduaat geen eindwerk; hierdoor worden studenten gestimuleerd niet te kiezen voor kwaliteit maar voor de gemakkelijkste opleiding.

Gezien er geen specifieke normen zijn, zouden de studiepunten op zich wel kunnen erkend worden als kaderopleiding.


Slimme lamp voor valdetectie en -preventie

Een slimme lamp voor valdetectie en -preventie die esthetisch ook zijn meerwaarde biedt? Nobi onderscheidt zich op verschillende fronten, zoals het gebruiksgemak en de eenvoudige integratie met bestaande systemen. “De mogelijkheden van technologie zijn eindeloos, maar als je een product ontwikkelt dat mensen niet omarmen, dan sta je nergens”, vertelt Nobi-oprichter Roeland Pelgrims.

Met heel wat jaren in de technologiesector op de teller en een grondige expertise in de zorgsector staken Roeland Pelgrims, Stijn Verrept en Bert De Haes in 2018 de koppen bij elkaar. Hun doel? Een antwoord bieden op de almaar groter wordende kloof tussen de zorgbehoeften van ouderen en het beschikbaar aantal zorgverstrekkers. “Om ouderen adequate zorg en voldoende comfort te bieden, is slimme technologie nodig. Zeker als ouderen ook zo lang mogelijk thuis willen wonen”, zegt oprichter en CEO Roeland. “Vallen is een gekende problematiek bij ouderen. Vijftig tot zeventig procent van de bewoners in woonzorgcentra valt minstens één keer per jaar. Van de thuiswonende ouderen is dit gemiddeld één op drie. Vandaar onze ambitie om een intelligent valdetectie en -preventiesysteem te ontwikkelen.” Het resultaat is de slimme lamp Nobi.

Eenvoudige installatie

Oprichters Roeland, Stijn en Bert wilden absoluut vermijden dat Nobi een hoogtechnologische oplossing werd die uiteindelijk niemand wou. “Technologie is maar waardevol als mensen er ook effectief mee aan de slag gaan”, legt Roeland uit. Nobi is dus niet het zoveelste valdetectie- en valpreventiesysteem in de rij. De lamp is ontworpen met oog voor esthetiek en met gebruiksgemak voorop. Tegelijk wilden de oprichters een systeem dat makkelijk integreert met bestaande infrastructuur, om het totale kostenplaatje beheersbaar te houden en de adoptiegraad zo hoog mogelijk te krijgen. “Dat we een lamp kozen als drager voor ons detectiesysteem is geen toeval. Je installeert hem namelijk op een plaats waar altijd stroom aanwezig is en hij hangt centraal in een ruimte. Er zijn geen structurele wijzigingen nodig om met Nobi aan de slag te gaan.”

Meer gemoedsrust, lagere werkdruk

Nobi biedt voordelen voor zorgverleners en zorgvragers. Roeland: “Omdat Nobi in de bestaande setting integreert, moet de zorgvrager niet leren omgaan met een nieuwe technologie, zoals een extra toestel.” Naast valdetectie merkt de Nobi-lamp ook afwijkend gedrag op, zoals iemand die onderuithangt in de zetel of een uur lang aan de rand van het bed blijft zitten. Die informatie wordt gedeeld met het zorgpersoneel, zodat zij gericht actie kunnen ondernemen. Ook ’s nachts biedt Nobi ondersteuning: gedimd licht gaat aan wanneer de oudere uit bed stapt.

Voor de zorgverlener betekent Nobi een zorg minder. De lamp werkt met bestaande oproepsystemen, zodat de zorgverlener niet nog een toestel of app moet gebruiken. Omdat Nobi constant bewegingen detecteert, overdag en ’s nachts, worden meer incidenten opgemerkt. Vandaag worden tachtig procent van de valincidenten niet gerapporteerd. Door deze inzichten weten zorgverleners wanneer ze bij een zorgvrager moeten langsgaan en ook of er bepaalde onderzoeken nodig zijn. Tegelijk moet de zorgverlener niet meer preventief controleren, want dat doet Nobi. “Geeft Nobi geen alarm, dan is er geen probleem. Dat vertaalt zich in meer gemoedsrust en minder werkdruk. Het verlaagt het angstgevoel van zorgverleners en -vragers. En dat laatste draagt ook bij tot minder vallen.”

Nobi wordt vandaag geïnstalleerd in ziekenhuizen en woonzorgcentra in Europa en de Verenigde Staten. Midden 2023 zal Nobi ook wereldwijd beschikbaar zijn voor mensen thuis. Om dit goed voor te bereiden kondigde het bedrijf op 1 oktober een pilootproject aan in Vlaanderen en Nederland. “De waardevolle feedback van onze allereerste Vlaamse en Nederlandse thuisgebruikers en hun familie zal aan de basis liggen om alles volledig op punt te stellen in de komende maanden”. Meer informatie vind je op ikwilnobithuis.be.

Roeland Pelgrims


"We zetten alles op alles om mensen zo lang mogelijk thuis te houden"

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Ilse Gorissen begon in 1986 als verpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis Limburg en werkt er tegenwoordig als stafmedewerker. Ze is lid van de werkgroep thuisverpleegkundigen.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

De job sprak me van kleins af aan. Een aantal mensen in mijn familie waren actief in de zorg en zo hoorde ik heel wat verhalen. Ik heb eigenlijk nooit getwijfeld. Het zorgende aspect, mensen bijstaan in moeilijke momenten… Dat alles sprak me heel erg aan.

Wat boeit je in je job?

Bij het Wit-Gele Kruis heb ik heb al heel veel mogen doen en heel wat ervaring opgedaan: dat gaat van verzorging tot educatie. Ik breng collega’s graag bij hoe alles werkt. Nu neem ik een ondersteunende functie op als stafmedewerker en interne vertrouwenspersoon. Ik zie er wel op toe dat ik de band blijf behouden met de jobinhoud. Een paar weken per jaar doe ik nog zelf thuisverpleging. De boeiendste uitdaging binnen mijn job vind ik alles op alles zetten om mensen zo lang mogelijk thuis te houden. Dat is waar het uiteindelijk om draait.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Verpleegkundigen moeten over een grote dosis professionaliteit en deskundigheid beschikken, en dragen veel verantwoordelijkheid. Verder is het belangrijk dat je je blijft bijscholen en goed kan samenwerken. Het is belangrijk om samen te werken met mantelzorgers, vrijwilligers en andere professionelen buiten de eigen organisatie om een zo goed mogelijke ondersteuning te bieden aan de zorgvrager. In onze job is het niet mogelijk alles alleen te doen. Ten slotte moet een verpleegkundige gemakkelijk contacten leggen en zich vlot kunnen aanpassen aan       zorgvragers en partners.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

Ik vind het altijd mooi om te zien hoe samenwerking zich vertaalt in kwalitatieve zorg. Met het Wit-Gele Kruis Limburg behaalden we vorig jaar het Qualicor Kwaliteitslabel en richtten we een patiëntenpanel op. Vier keer per jaar komen zorgvragers en mantelzorgers samen met een afvaardiging van het Wit-Gele Kruis om mee te denken over de toekomst van de thuisverpleging. Daar ben ik erg trots op. Het allerfijnste blijft toch horen hoe persoonlijke verhalen een goede afloop krijgen door de interventie van thuisverpleegkundigen.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Zoals in elke job zijn er ook bij ons minder fijne momenten. Overvallen worden door de pandemie twee jaar geleden was ongetwijfeld een dieptepunt. We waren absoluut onvoorbereid en moesten plotsklaps helemaal anders leren werken. De uitdaging daarbij was vooral om alle medewerkers te blijven motiveren, maar we geloofden erin dat we door een goede samenwerking ook deze hindernis zouden kunnen nemen.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

Mijn voornaamste doel is thuisverpleging verder op de kaart te zetten vanuit een nieuwe taakinvulling. Ik heb een evolutie meegemaakt van de job en onze taken zullen in de toekomst nog verder veranderen. Thuisverpleegkundigen zijn steeds vaker de ogen en oren van de huisarts. Ook met andere diensten moeten we nauw samenwerken, om onze verschillende competenties samen te brengen in meerwaarde voor de zorgvrager.

Wat doe je graag in je vrije tijd?

Ik lees en wandel graag en doe aan handwerk. Ik ben bestuursvrijwilliger bij het NVKVV en de CM en begeleid als vrijwillige verpleegkundige de groepsreizen van Samana. We doen uitstappen in het binnen- en buitenland met mensen die niet meer zelfstandig op reis kunnen gaan en daar kijk ik ieder jaar erg naar uit.

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van NETWERK VERPLEEGKUNDE? Schrijf je in met een mailtje naar info@netwerkverpleegkunde.be.


Juridische vragen en antwoorden #7 – 2022

Mogen verpleegkundigen ausculteren?

“Mogen verpleegkundigen ausculteren?”

Antwoord:

Absoluut, dit hoort bij het meten van de parameters (B1-handeling, zonder medisch voorschrift). Uiteraard vraagt het uitvoeren en interpreteren van auscultatie voldoende opleiding en ervaring.

Belangrijk is ook dat de verpleegkundige wel een afwijking in de auscultatie mag vaststellen, maar geen medische diagnose stellen.

Is een intradermo-inspuiting een verpleegkundige handeling?

“Is een intradermo-inspuiting een verpleegkundige handeling?”

Antwoord:

Het uitvoeren en het aflezen van intradermotesten zijn expliciet vermeld in het K.B. van 18.06.1990.

Daarnaast beschouwt de Technische Commissie voor Verpleegkunde, die binnen de FOD Volksgezondheid bevoegd is voor de lijst van verpleegkundige handelingen, de intradermo-inspuiting als verpleegkundige handeling, gezien de lijst van het K.B. 1990 bedoeld is om alle toedieningswegen van medicatie op te sommen, en zowel subcutane als percutane toediening vermeld worden.

Uiteraard moeten alle wettelijke voorwaarden gevolgd worden voor deze toediening van medicatie: medisch voorschrift, procedure, noteren in het verpleegdossier, beschikken over de nodige opleiding, competentie en ervaring.


"Witte lakens en applaus"

Op 11 maart 2020 werd de uitbraak van COVID-19 door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uitgeroepen tot een pandemie. Vrij snel raakten ziekenhuizen en woonzorgcentra overspoeld en kregen we de ene na de andere piek te verwerken. De druk op het zorgpersoneel nam enorm toe, zowel fysiek als psychisch. Een tijd lang uitten verschillende sectoren en mensen hun appreciatie voor de inspanningen van het zorgpersoneel. Er werd geapplaudisseerd, witte lakens hingen uit de ramen, er werden maaltijden aangeboden, boeketten, tekeningen, …

Ook de politiek bleef niet stil. In de zomer van 2020 maakte de toenmalige regering fondsen vrij voor de zorg. Tot wel 500 miljoen euro. Zorgverleners zouden significante loonsverhogingen krijgen: van gemiddeld zes procent tot wel uitschieters van vijftien procent. Het IFIC-verloningssysteem zou gehanteerd worden: een nieuw functiemodel waarbij personeelsleden in de zorgsector betaald worden op basis van hun taken en niet op basis van hun diploma. Met deze opwaardering als gevolg. Bemoedigende beloften in een zeer zware periode.

Nu goed twee jaar later kwam de harde realiteit. IFIC blijkt vooral interessant te zijn voor het beginnend zorgpersoneel, maar veel minder voor de oude rotten in het vak. Meer nog, voor sommigen, zoals ik, zou het brutoloon zelfs dalen. Dat is een heel contradictorische boodschap in vergelijking met de mooie woorden in 2020. Is dit de opwaardering van het zorgberoep waar we al zo lang op wachten?

Begrijp me niet verkeerd, ik doe mijn job graag en wil die ook graag blijven doen. Toch voelt dit als een kaakslag. Ik steun volledig de opzet van IFIC om het zorgberoep aantrekkelijker te maken voor de jonge starter. Maar wat met de ervaren zorgverleners? Verdienen wij geen opwaardering? Moet de uitstroom dan niet beperkt worden? Voor velen is hun intrinsieke motivatie genoeg. Voor anderen wordt het tijd om daar een financiële compensatie aan te koppelen. Het wordt voor velen onder ons zelfs moeilijker om van functie te veranderen. Als we een switch maken, is het accepteren van de IFIC-voorwaarden een must. Dus vooruitgaan op professioneel vlak staat gelijk aan inboeten op financieel vlak.

Witte lakens en applaus volstaan niet om ons de draagkracht en motivatie te geven om dit werk in de huidige omstandigheden goed te blijven doen. Althans voor mij niet. Het is verdacht stil rond deze materie. Daarom laat ik me horen. Niet alleen voor mezelf, maar voor de grote groep collega’s die hierdoor geïmpacteerd wordt. Laten we samen virtueel op de stellingen staan en strijden voor wat we waard zijn. Want de zorg is teamwerk, een team van jong en oud. Van ervaring en jeugdig enthousiasme. We verdienen dus allemaal waardering voor de zorg die we elke dag geven.

Bert Claes is verpleegkundige op de Paaz in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk


Badgen, zelfroosteren en nieuws lezen in één

Verpleegkundigen hebben de handen vol. Het ziekenhuisnieuws checken via het intranet schiet er dus al eens bij in. Veranderingen in je uurrooster controleren blijft omslachtig en ook bij het in- en uitklokken zou je waarschijnlijk graag wat tijd besparen. Met de GZA-medewerkersapp wordt het allemaal een pak efficiënter.

Sinds een jaar klokken de medewerkers van de GZA Ziekenhuizen het begin en het einde van hun werkdag simpel met hun smartphone. Zodra ze verbonden zijn met het netwerk van het ziekenhuis, kunnen ze badgen met een tik in de medewerkersapp. Bij het openen van de app zien ze ook meteen het meest recente nieuws uit hun ziekenhuis. “Medewerkers hebben vaak weinig tijd door de zorg voor de patiënten of geen pc ter beschikking om de vele interne berichten te lezen en te verwerken”, vertelt personeelsdirecteur Geert Goossens. “In de nieuwsberichten delen we bedrijfsculturele info, zoals een foodtruck op de parking of de aankondiging van personeelsactiviteiten, of geven we belangrijke instructies mee. Tijdens de verschillende covid-golven werden bijvoorbeeld wekelijks of soms dagelijks mededelingen uitgestuurd over het aantal besmette patiënten en de veiligheidsmaatregelen. In de app worden die veel meer gelezen en dus naar verwachtingen ook beter opgevolgd.”

Multifunctionaliteit als troef

Naast een nieuwsmedium hebben de medewerkers van de GZA Ziekenhuizen nu ook hun rooster steeds bij de hand. Zo beschikt iedereen over de meeste actuele informatie over de eigen werkplanning en verlofdagen. Medewerkers hoeven dit niet meer aan een leidinggevende te vragen en zijn niet meer afhankelijk van uitgeprinte correcties. Geert: “Het idee voor de medewerkersapp is ontstaan omdat de dienst communicatie op zoek was naar een manier om alle medewerkers op de vloer op een toegankelijke en snelle manier te informeren. Tegelijkertijd was de planningscel de roostertoepassing aan het optimaliseren voor een smartphoneapp. Door die functies te combineren vervullen we met de app meteen meerdere behoeftes.” De app geeft verpleegkundigen, zorgkundigen en ondersteunend personeel een gebruiksvriendelijke manier om het rooster te checken en hun eigen wensen door te geven. Bepaalde medewerkers krijgen bovendien de mogelijkheid om te zelfroosteren. Met meer openheid en inspraak op het rooster worden het werk en de privésituatie bovendien beter op elkaar afgestemd.

In de prijzen gevallen

De eerste resultaten van de app zijn meer dan positief. “Aan de statistieken zien we dat we met de app een veel grotere bereikbaarheid hebben”, besluit Geert tevreden. “Waar een bericht op intranet gemiddeld vierhonderd keer gelezen wordt, wordt een nieuwsbericht in de app 1.500 tot 2.000 keer aangeklikt. De app heeft 3.100 unieke gebruikers, waaruit we concluderen dat al onze medewerkers hem ondertussen gebruiken.” In april won de GZA Ziekenhuizen met haar medewerkersapp de award voor ‘Beste intern project van het jaar’ op het event ‘Zorgwerkgever van het jaar’ van Zorgmagazine. “Met de nieuwe app willen we informatie, die de medewerker nodig heeft om te werken, transparant, gebruiksvriendelijk en toegankelijk ter beschikking te stellen. Deze prijs is een mooie bevestiging en beloning van onze inzet.”


“We moeten leren relativeren”

We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Kenny De Cuyper (39 jaar) is verpleegkundig diensthoofd geriatrie/revalidatie in GZA Ziekenhuizen en voorzitter van de werkgroep Ouderenzorg.

Waarom ben je verpleegkundige geworden?

Toen ik dertien was, overleed mijn overgrootmoeder. Na een hartaanval werd ze opgenomen in het ziekenhuis. In haar ziekenhuisbed sprak ze van pijn op de borst en bracht ze wartaal uit. De verpleegkundige wuifde dit weg als normaal na reanimatie. Een dag later was mijn grootmoeder er niet meer. Dit zette mij aan het denken: had ze langer geleefd als we haar klachten serieuzer hadden genomen?

Wat boeit je in je job?

Als geriatrisch verpleegkunde had ik steeds oor voor het verhaal van de oudere. Die brengt niet alleen fysieke klachten mee, maar ook een hele voorgeschiedenis. Als verpleegkundige zijn we continu bezig met zoeken naar de balans tussen zorg dragen en autonomie laten aan ouderen. Daarnaast ben ik geboeid door de paradoxale kracht en kwetsbaarheid van het menselijk lichaam. Je kan ziek zijn en herstellen, maar gaandeweg word je steeds kwetsbaarder. Nu ik werk als leidinggevende zit ik graag samen met hoofdverpleegkundigen en artsen om een visie op te bouwen.

Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?

Ik vind drie eigenschappen onmisbaar voor een verpleegkundige: inlevingsvermogen, nieuwsgierigheid en professionaliteit. Als zorgverlener zoeken we steeds naar het evenwicht tussen betrokkenheid en een professionele afstand. Ook professionele communicatie is van groot belang.

Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?

De aha-momenten, waar je een nieuw inzicht krijgt, geven mij veel voldoening. Ook de meer emotionele momenten, wanneer patiënten hun zorgen durven delen en zorgverleners zich openstellen, vind ik mooi.

Zijn er ook minder fijne momenten?

Ik kan niet tegen medisch onrecht, wanneer zorgverleners een behandeling willen doorduwen zonder de patiënt volledig te informeren of te betrekken. Af en toe worden we ook geconfronteerd met patiënten of naasten die weinig respect of fijngevoeligheid tonen naar verpleegkundigen toe. Dat kan hard aankomen.

Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?

We moeten leren relativeren in ons perfectionisme, want we willen steeds de best mogelijke zorg verlenen. Daarvoor zijn goede werkafspraken nodig. Met collega’s, leidinggevenden en families. Zo bepalen we hoe we ons steentje bijdragen en wat onze verantwoordelijkheid is. Functiedifferentiatie vind ik dan ook van onschatbare waarde. We juichen extra mensen in het team toe, maar het is ook belangrijk dat we die goed inzetten. En dat we durven hulp vragen aan elkaar.

Wat doe je in je vrije tijd?

Ik engageer me voor NETWERK VERPLEEGKUNDE en de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie (BVGG). Twee keer per week doe ik aan crossfit, dat noem ik zelf active aging. Ten slotte spendeer ik graag tijd met mijn gezin, mijn energiebommetje van een zoon en warme mensen om ons heen.

Wil jij ook lid worden van de werkgroepen of Regionale Netwerken van NETWERK VERPLEEGKUNDE? Schrijf je in met een mailtje naar info@netwerkverpleegkunde.be.


Komen werken met de glimlach

Samen met achttien andere verpleegkundigen staat Deborah Baele op de dienst chirurgie in het AZ Sint-Vincentius Deinze. Het team staat steeds klaar voor elkaar en stelt alles in het werk om een zo goed mogelijke patiëntenzorg te bieden.

Op de dienst chirurgie komt Deborah met uiteenlopende disciplines in aanraking: van urologie over neurochirurgie tot gynaecologie. Door de samenwerking met het AZ Maria Middelares komen om de twee weken ook nog eens patiënten van Gent naar Deinze. De verpleegkundigen werken nauw samen met de kinesitherapeut en ergotherapeut om elke patiënt optimaal te begeleiden. “De band met de patiënt staat centraal. Daarom stellen we ons elke keer persoonlijk voor en doen we nu ook de overdracht van de vroege naar de late shift aan het bed. Zo tonen we hun dat we tijd maken en is de patiënt zelf meer betrokken.”

Deborah weet nog hoe het was om in het AZ Sint-Vincentius als verpleegkundige te beginnen: “Spannend, natuurlijk, maar ik ben hier met open armen ontvangen. Mijn collega’s stonden klaar om me te helpen en hun ervaringen te delen.” In het team werken verpleegkundigen van alle leeftijden, maar dat merk je volgens Deborah niet in de omgang. “Iedereen komt met iedereen overeen. We gaan regelmatig samen een hapje eten of een rondje bowlen om de band te versterken. We hebben ook een Whatsappgroepje waar af en toe ook eens een vakantiefoto in wordt gedeeld. Iedereen komt met de glimlach werken – achter het mondmasker – waardoor ik ook elke dag met plezier naar het ziekenhuis kom.”