Waarheidspluralisme bij intensieve psychiatrische zorgen
Vincent Van Baelen is docent interculturele en psychiatrische verpleegkunde aan Thomas More Mechelen. Verder werkt hij nog als verpleegkundige op de High & Intensive Care (HIC) afdeling van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en als public health nurse in Noord-Tanzania. In 2025 voltooide hij een postgraduaat toegepaste ethiek aan de KU Leuven.
In september 2025 verscheen het boek De waarheid heeft vier gezichten van cultuurfilosoof en ethicus Simon Truwant. Hij biedt hierin een heldere inleiding in filosofische waarheidsconcepten en toont het belang ervan voor een constructief, respectvol en inclusief publiek debat, ook in complexe maatschappelijke discussies. Kunnen deze concepten ook helpen binnen zorgoverleg in acute psychiatrische zorgverlening voor personen met een psychotische kwetsbaarheid?
Een ‘HIC-zorgafstemmingsgesprek’ (ZAG) is een wederkerend overleg op een High & Intensive Careafdeling waarbij patiënt, naasten en betrokken zorgverleners samenkomen. Het doel is de zorg af te stemmen, gezamenlijke doelen te bepalen en de behandeling te richten op herstel, eigen regie en het voorkomen van dwang. Dergelijke gesprekken tijdens psychiatrische crisismomenten zijn vaak emotioneel intens en complex, omdat verschillende visies en meningen tegelijk aanwezig zijn.
Zo worden ten eerste feitelijke waarheden toegepast, bijvoorbeeld in de vorm van diagnostische medische terminologie of juridisch jargon bij opgelegde beschermingsmaatregelen. Een tweede meer ideologische waarheidsvorm interpreteert en beoordeelt deze feiten vanuit een heel ander denkkader en een verschillende realiteitstoetsing zoals bij psychotische ervaringen. Wat voor de zorgvrager dan logisch lijkt, is voor zijn/haar omgeving vaak verwarrend en vice versa. Zo kan een patiënt achterdochtig en boos reageren, omdat hij/zij gelooft dat anderen hem/haar bespioneren en kwaad willen doen. Daarnaast kan een pragmatische waarheidsvorm worden onderscheiden, die eerder focust op wat concreet herstel bevorderend kan zijn. Door in de praktijk angstreducerende copingstrategieën toe te passen en voldoende vertrouwen te bieden, zal de situatie gaandeweg verbeteren.
Een vierde, en misschien wel de meest waardevolle, is de existentiële waarheidsvorm. Deze richt zich op de authentieke beleving van elke gesprekspartner tijdens een psychiatrische crisis. Het is een ervaring die vaak gepaard gaat met het bereiken van een psychologische grens en een diep existentieel karakter. Dergelijke gevoelde psychologische waarheden zoals angst, zingeving, wanhoop, radicale eenzaamheid of spirituele ervaringen, laten zich moeilijk begeleiden door wetenschappelijke feiten of pragmatische interventies. Ze drukken meer uit dan een emotie of een hoogstpersoonlijke mening, maar weerspiegelen de identiteit van de persoon.
De Duitse filosoof Heidegger beschrijft deze doorleefde, ervaringsgerichte waarheidsvorm als de meest oorspronkelijke. Een psychiatrische crisis toont hoe iemands in-de-wereld-zijn ontregeld raakt: zin, verbondenheid en toekomst vallen weg, zoals de wereld op dat moment wordt ervaren. De zoektocht naar een betekenisvol leven kan dan bijna onmogelijk lijken, of (voor de buitenwereld) leiden tot irreële gedachten en beslissingen. In de psychiatrische zorgverlening vraagt dit vooral om begrip, erkenning, warme zorg en nabijheid.
Alle vier de waarheidsvormen hebben hun eigen geldigheid en betekenis binnen het herstelproces, maar kunnen in ‘ZAG’s’ ook tot spanningen leiden. Elke gesprekspartner heeft een eigen mening op goede zorg, die kan aansluiten bij een specifieke waarheidsvorm en soms op gespannen voet staat met andere perspectieven. Het wetenschappelijke kan te categorisch overkomen, het existentiële te symbolisch, het pragmatische te beperkt of ondoordacht…
Waarheidspluralisme kan hier een helpend kader bieden: het herkennen, ontwarren en respecteren van de verschillende waarheidsvormen in een discussie. Zo kan elke vorm ten gronde besproken, begrepen en geëxploreerd worden. Dit creëert een breder perspectief op de crisis en bevordert wederzijds begrip, verbondenheid en betrokkenheid. Vanuit deze benadering kunnen diverse, op maat afgestemde zorginterventies worden afgesproken, waarin alle betrokkenen zich beter herkennen en gehoord voelen. Tot slot verbetert het de verpleeg-therapeutische vertrouwensrelatie, het werkinstrument van een psychiatrisch verpleegkundige.
Spelenderwijs klaar voor nieuwe verpleegkundige functies
De hervorming van de verpleegkundige beroepen brengt op veel diensten dezelfde vragen naar boven: wat mag wie nog doen? Hoe interpreteren we complexiteit? En hoe organiseren we onze afdeling straks in de praktijk? Het THINK³ Simulation & Innovation Lab van UHasselt ontwikkelde een laagdrempelige, maar bijzonder effectieve, manier om die verandering werkbaar te maken: Cards Against Complexity.
De basisverpleegkundige, de VVAZ, het gestructureerde zorgteam. Al deze hervormingen vormen grote stappen in een evolutie die al jaren aan de gang is. Zorgorganisaties moeten die nieuwe wettelijke kaders enerzijds begrijpen en anderzijds vertalen naar een haalbare taakverdeling, veilige zorg en duidelijke teamafspraken. Precies in die context ontwikkelde het THINK³ Simulation & Innovation Lab – een living lab voor systeem- en procesinnovatie in de gezondheidszorg – een bijzonder toegankelijk hulpmiddel: Cards Against Complexity.
Het spel werd uitgewerkt door prof. dr. Jochen Bergs, verpleegkundige, onderzoekshoofd en expert in simulatie en systeeminnovatie, samen met Alexandra Cloostermans, verpleegkundige en labmanager. Hun nauwe samenwerking met ziekenhuizen maakte de nood aan een instrument, dat teams helpt om de nieuwe rollen diepgaand te begrijpen en toe te passen, bijzonder duidelijk.
Eerst begrijpen, dan organiseren
Teams die vandaag met de nieuwe verpleegkundige rollen aan de slag moeten, botsen vaak op dezelfde vragen. Jochen: “Veel verpleegkundigen worstelen met concrete situaties: mag ik dit nog, moet ik dat controleren, waar ligt de grens van complexiteit? Cards Against Complexity maakt die grijze zones tastbaar.”
Een sessie start met een korte, duidelijke introductie over wat we al zeker weten en waar de hete hangijzers zitten. Daarna schuiven teams meteen mee aan tafel. Ze krijgen een fictieve opnameafdeling met twaalf patiënten en twee verpleegkundigen, een basisverpleegkundige en een verpleegkundige verantwoordelijke voor algemene zorg (VVAZ), en zoeken samen uit hoe ze de zorg organiseren. “Het is een veilige manier om te voelen hoe de nieuwe rolverdeling werkt. Je ziet meteen waar mensen twijfelen en welke oplossingen spontaan ontstaan.”
Een praktische dry run op één namiddag
Daarna volgt elke zes minuten een nieuwe uitdaging: een herkenbare dagelijkse gebeurtenis, een uitzondering uit de wet of een complexe situatie. “Dan zie je de energie stijgen”, aldus Jochen. “Mensen denken luidop, bespreken alternatieven, corrigeren elkaar. Het spel maakt moeilijke materie plots heel werkbaar.” Deze aanpak sluit aan bij principes van translational simulation: leren in een realistische, laagdrempelige context die nauw aansluit bij de eigen werkvloer. Ook design thinking is verankerd in het spel: problemen samen verkennen, perspectieven uitwisselen en stapsgewijs oplossingen testen.
Ziekenhuizen of specifieke afdelingen kunnen een sessie eenvoudig aanvragen via het THINK³ Simulation & Innovation Lab. Wie bovendien nog dieper wil gaan, kan kiezen voor een simulatiekamer waarin scenario’s worden uitgespeeld met levensechte simulatoren. Voor GGZ, en de thuiszorg werkt het lab momenteel volop aan op maat gemaakte scenario’s. En binnenkort volgt een train-de-trainerprogramma zodat ziekenhuizen zelf het spel kunnen inzetten binnen hun specifieke zorgsettings.
“Het blijft een spel, maar het doet wel iets met mensen”
De kracht van Cards Against Complexity zit volgens de ontwikkelaars in de lichte, speelse vorm die zware inhoud toegankelijk maakt. Door samen casussen te bespreken, valt de spanning weg. Teamleden durven sneller vragen stellen, delen bedenkingen en zoeken samen oplossingen. En dat is precies wat nodig is om de hervorming te laten landen op de werkvloer: een veilige plek om te oefenen, te ontdekken en te twijfelen vooraleer de echte shift in rolverdeling wordt doorgevoerd.
"Een oprechte ‘hoe is het’ doet veel"
We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Maja Vanbellinghen (29 jaar) is hoofdverpleegkundige binnen de mobiele equipe van revalidatieziekenhuis Inkendaal en lid van de werkgroep Pediatrie.
Waarom ben je verpleegkundige geworden?
Zorg dragen zat er altijd al in. Ik was ook jarenlang lid van het Jeugd Rode Kruis. Na het middelbaar twijfelde ik tussen verpleegkunde en onderwijs. Om die laatste piste te verkennen, trok ik een jaar naar de Filipijnen om les te geven in een weeshuis. Daar kwamen vaak kindjes met verwondingen binnen en ik nam spontaan de eerste zorgen op. Dat maakte veel duidelijk: ik kon als leerkracht iets betekenen, maar niet op het niveau dat ik wou.
Wat boeit je in je job?
In Inkendaal werken we vooral met patiënten die hun leven moeten (her)organiseren door een aangeboren of verworven lichamelijke beperking. Elke dag word je hier herinnerd aan de weerbaarheid van kinderen. Die roze wolk waarop ouders starten, blijkt soms minder rooskleurig te zijn. Net dan kan je als verpleegkundige veel betekenen, voor de patiënt en voor de ouders. We ondersteunen hen, juichen elke kleine overwinning toe en tonen dat anders zijn niet minder is, maar soms zelfs net meer. Samen bouwen we aan de kinderen van morgen.
Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?
Luisteren. We vervallen soms te snel in de gedachte ‘ik ben verpleegkundige en ken het allemaal wel’. Terwijl je net het verschil maakt door te luisteren naar kleine, persoonlijke signalen. Een kop koffie binnen handbereik zetten of een oprechte ‘hoe is het’ doet de patiënt vaak meer dan een routinebezoek.
Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?
Bij elke nieuwe patiënt maken we vooraf een inschatting van wat haalbaar is. De mooiste momenten zijn die waarop patiënten aan het einde van de rit alle, inclusief hun eigen, verwachtingen overstijgen en je het geluk op hun gezicht afleest. Die momenten raken mij des te meer omdat ik zelf ook revalidant ben. Het gaat niet alleen om wat je moet kunnen, maar vooral om wat je wil kunnen.
Zijn er ook minder fijne momenten?
Veel patiënten komen binnen in rouw. Ze rouwen nog om wat ze niet meer kunnen. Dat brengt veel vragen, frustraties en verdriet met zich mee. Als verpleegkundige sta je vaak in de vuurlinie van die eerste emoties. Mensen willen blijven vechten voor wat ze belangrijk vinden, en dat maakt sommige momenten bijzonder hard. Elke patiëntmoment heeft iets moois, maar dat neemt niet weg dat het ook hard kan zijn.
Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?
Rond de nieuwe functieladder bestaan nog veel onduidelijkheden. Op papier lijkt er verbetering, maar in de praktijk voelt dat vaak nog anders aan. Daarnaast blijven de personeelstekorten wegen. Verpleegkundigen moeten steeds meer doen met minder middelen, terwijl daar niet altijd begrip voor is. Patiënten worden mondiger en stellen, terecht, meer vragen. Als verpleegkundige is dat frustrerend: je wil de beste zorgen bieden, maar krijgt daar niet altijd de tijd of ruimte voor. Hoe krijg je dat uitgelegd aan de patiënt?
Wat doe je in je vrije tijd?
Een groot deel van mijn vrije tijd gaat naar mijn eigen revalidatie. Daarnaast eist mijn hond ook zijn deel op en vind ik ontspanning in muziek. Ik speel klarinet en basklarinet in de lokale harmonie. Maar ook buiten mijn werk vind je mij vaak nog in Inkendaal als vrijwilliger.
Juridische vragen en antwoorden #2 – 2026
Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.
Mogen verpleegkundigen in een woonzorgcentrum medische dossiers raadplegen?
“Is er een wettelijke basis voor de stelling dat verpleegkundigen in een woonzorgcentrum het medische dossier van een bewoner niet mogen raadplegen?”
Antwoord:
Geen enkele wettekst stelt dat enkel de arts een patiëntendossier mag inkijken. De patiënt of bewoner beslist, volgens de wet Patiëntenrechten, wie toegang krijgt tot het dossier. Dat kan dus ook een vertegenwoordiger en/of vertrouwenspersoon zijn van de zorgvrager. Je kan als woonzorgcentrum in de opnamebrochure of -documenten vermelden dat de bewoner aan het zorgpersoneel van de instelling de toelating geeft om het dossier en de gegevens in te kijken.
Daarnaast geldt het gedeelde beroepsgeheim: alle zorgprofessionals hebben toegang tot de gegevens die ze nodig hebben om hun beroep uit te oefenen. Verpleegkundigen kunnen ook toegang krijgen tot e-healthplatformen waar verslagen van ziekenhuisopnames, ontslagdocumenten en labo-onderzoeken gedeeld worden tussen medische professionals.
Wat zijn de nieuwe vereisten voor voorschriften voor verpleegkundige zorg toevertrouwd door artsen?
“Sinds 1 november 2025 gelden nieuwe vereisten voor voorschriften voor specifieke verpleegkundige prestaties toevertrouwd door de behandelde arts. Hoe gaat dat nu in zijn werk?”
Antwoord:
De nieuwe eisen worden bepaald in het KB van 8 september 2025. Technische en specifieke verpleegkundige prestaties die een voorschrift vragen, worden enkel terugbetaald op basis van een voorschrift door de behandelende arts. In dringende situaties volstaat een mondeling medisch voorschrift, dat uiterlijk vijf dagen later schriftelijk bevestigd wordt. Op het voorschrift moet de aard, het aantal en de frequentie van de handelingen vermeld staan. Enkel het nomenclatuurnummer volstaat niet. Bij medicatie moet ook de aard en dosis van het geneesmiddel verduidelijkt worden, voor parenterale voeding of perfusies is dat debiet en de hoeveelheid per 24 uur.
Daarnaast stipuleert het KB nog enkele wijzigingen in terminologie. “Vermeld op het voorschrift” wordt geschrapt. Voor wondzorg veranderde de verwoording “andere huidletsels die volgens de voorschrijvend arts een uitvoerige eenvoudige wondzorg rechtvaardigen” in “andere huidaandoeningen die een behandeling met een specifieke huidzalf of ander geneeskrachtig product vereisen”. Ook het begrip “voorschrijvende” en “voorschrijver” wordt in dit KB verduidelijkt met “behandelend (arts)”.
Bron: despecialist.be
“In de nacht valt alles stil, behalve de zorg”
Al zeventien jaar is Anne De Backer het vaste gezicht van de nachtdienst in woonzorgcentrum Seniorenresidentie Keerbergen. Als Parel van een Verpleegkundige werpt ze graag een licht op een afdeling die zelden in de spotlights staat, maar waar de kwaliteit van zorg gedragen wordt door vertrouwen, routine en onderlinge afstemming.
De nachtdienst telt twee collega’s: een verpleegkundige en een zorgkundige die week om week samenwerken. Die kleine bezetting vraagt hecht teamwork. “We zijn perfect op elkaar ingespeeld. Je weet hoe iemand reageert en wanneer je moet bijspringen.”
Het werk volgt een vast stramien, maar de nacht brengt altijd eigen ritme en verantwoordelijkheid. Anne start met medicatiebeheer voor vier afdelingen, goed voor bijna 120 bewoners. Intussen doet de zorgkundige de eerste ronde. Tegen half vier begint de gezamenlijke tweede ronde: incontinentiemateriaal verschonen, de daarbij horende hygiënische zorgen toepassen en wisselhoudingen geven. Ook wondzorg staat indien nodig op het programma. En tussendoor de oproepen beantwoorden die meestal rustiger worden naarmate de nacht vordert. “Overdag heb je familie, overleg en therapieën. ’s Nachts is het puur zorgverlening. Je ziet bewoners in hun meest kwetsbare momenten.”
Rustige nacht, onvoorspelbare nacht
Ook eigen aan de job: je weet nooit op voorhand wat de nacht brengt. Soms blijft het bij standaard handelingen zoals bloedafnames bij nuchtere patiënten, maar ook acute oproepen, de huisarts van wacht regelen, de ambulance oproepen of de familie verwittigen horen bij de job. Ann: “Je moet je verantwoordelijkheid durven nemen want je kan niet zomaar de hulp van een andere verpleegkundige inroepen. En dat vraagt ervaring.”
Toch heeft ze geen seconde spijt dat ze zeventien jaar geleden de overstap maakte naar de nachtdienst. De rust van de nacht, het vertrouwen tussen collega’s en de nabijheid met bewoners creëren een zorgklimaat dat ze vandaag met trots uitdraagt. “Het is misschien minder zichtbaar, maar zo waardevol. ’s Nachts zie je hoe belangrijk die kleine dingen zijn.”
Juridische vragen en antwoorden #1 – 2026
Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.
Mogen ADL-helpers het dossier van een patiënt inkijken?
“Mag een ADL-helper medische diagnoses inkijken en wie draagt de aansprakelijkheid als dat gebeurt: de ADL-helper, degene de toegang verleende of de werkgever?”
Antwoord:
Volgens de WUG is een ADL-helper geen gezondheidszorgbeoefenaar en heeft die daarom geen toegang tot het patiëntendossier. Dat heeft een ADL-helper voor zijn taken ook niet nodig. De GDPR geldt enkel wanneer er geen specifieke wetgeving bestaat, maar de Kwaliteitswet bepaalt dat enkel gezondheidszorgbeoefenaars toegang hebben tot medische gegevens. De enige uitzondering is wanneer de patiënt de ADL-helper formeel aanstelt als vertrouwenspersoon volgens de wet patiëntenrechten. Elke andere vorm van inzage door een niet-bevoegde is een schending van het beroepsgeheim.
Wie deze toegang mogelijk maakt – zorgprofessional, leidinggevende of zelfs ICT-medewerker – is persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk, net als wie een niet-bevoegde toelaat tot verpleegkundige handelingen (WUG art.124). Slechts in burgerlijke zaken kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld. Een woonzorgcentrum kan naast het patiëntendossier wel een apart, beperkt register bijhouden waarin enkel uitgevoerde ADL-handelingen worden genoteerd.
Welke BBT heb je nodig om op oncologie te werken?
“Is voor werk op een oncologieafdeling een specifieke bijzondere beroepstitel vereist? Hoe verhouden postgraduaten van 20 of 60 studiepunten zich daartoe? Bestaat er een vorm van gelijkstelling voor verpleegkundigen met jarenlange ervaring op oncologie?”
Antwoord:
Het KB van 23 oktober 1964 verplicht geen minimaal aantal verpleegkundigen met een BBT oncologie op een oncologiedienst, al moet de hoofd- of verantwoordelijke verpleegkundige die titel wel hebben. Chemotherapie en immunotherapie zijn C-handelingen die zowel bachelor- als HBO5-verpleegkundigen mogen uitvoeren, op voorwaarde dat ze de nodige competenties hebben. In erkende zorgprogramma’s oncologie bepaalt het KB van 21 maart 2003 dat chemotherapie moet worden toegediend door of onder toezicht van een verpleegkundige met een BBT oncologie. De vroegere gelijkstelling voor verpleegkundigen met vijf jaar ervaring stopte in 2008. Vandaag moet dus minstens één verpleegkundige met BBT oncologie (of in opleiding) aanwezig zijn voor cytostatica-toediening. Anderen kunnen wel algemene zorgtaken uitvoeren. De BBT zelf vereist een opleiding van 450 uur theorie en 450 uur stage, zonder uitzonderingen. Deelattesten of postgraduaten van 5 of 20 studiepunten zijn onvoldoende: enkel de volledige opleiding leidt tot de wettelijk erkende BBT.
Hier is niemand ‘kamer zoveel’
Wanneer Sara Mommen ’s morgens het woonzorgcentrum Mayerhof binnenstapt, is het alsof ze thuiskomt bij haar grootouders. Een gevoel dat ze koestert en dat ook de leefgroep die ze coördineert kenmerkt. Een warme, hechte leefgroep waar bewoners met vergevorderde dementie omringd worden door een team dat hen door en door kent. Een twintigtal medewerkers – verpleegkundigen, zorgkundigen, ergotherapeuten, animatoren en keukenmedewerkers – zetten zich hier elke dag samen in voor een leven zoals bewoners dat zelf willen. Zorg met hart, humor en veel geduld.
Sara begon een jaar geleden eerst als flexi-jobber bij woonzorgcentrum Mayerhof, naast haar vaste werk in het labo. “Ik kwam hier na mijn uren helpen. Al snel voelde ik: dit is mijn plek.” Toen een vacature vrijkwam voor hoofdverpleegkundige, waagde ze haar kans. “Eigenlijk heb ik voor vroedkundige gestudeerd. Dat ik nu mensen begeleid in hun laatste levensfase, vind ik een mooie wending.”
Een leefgroep die voelt als thuis
De bewoners van haar leefgroep zijn vaak mensen die weinig praten, onrust ervaren of niet meer mobiel zijn. Het team werkt daarom sterk vanuit nabijheid en kleine signalen. “Als ik ’s morgens binnenkom en sommige bewoners naar mij zie zwaaien of glimlachen … dat is thuiskomen. Maar dat geldt voor iedereen in het team: bewoners herkennen onze stemmen, onze manier van aanraken, onze routine.”
Het team vormt een stabiele, warme groep die elkaar goed kent en elkaar ondersteunt. “Mijn bureau is ook hun plek. Ze komen er eten, lachen, ventileren. Iedereen mag zichzelf zijn. Die open sfeer voel je in de hele leefgroep.”
Zorg met en voor mantelzorgers
In de leefgroep is er veel aandacht voor mantelzorgers. “Partners branden zichzelf soms op. Dat raakt ons allemaal. We proberen hen te begeleiden, te informeren en vooral: er te zijn. Want familie maakt deel uit van ons zorgteam.”
Wat de leefgroep volgens Sara zo bijzonder maakt? De visie van Mayerhof. “Hier is niemand ‘kamer zoveel’. We kijken echt naar wie iemand is en wat iemand nodig heeft. Dat vind ik zorg in haar puurste vorm.”
“De kracht van echte aanwezigheid”
We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Ruth Ieven (32 jaar) is zorgmanager in het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en medevoorzitter van de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg.
Waarom werd je verpleegkundige?
Ik koos niet meteen voor verpleegkunde. Op mijn achttiende startte ik in het conservatorium een theateropleiding. De liefde voor acteren bleef, maar niet als beroep. Verpleegkunde lijkt misschien ver af te staan van theater, maar in beiden werk je met jezelf als instrument: je toont kwetsbaarheid, je luistert, je bent present. Als verpleegkundige begeef je je midden in de dagelijkse realiteit van anderen, waardoor je aanwezig bent op de meest kwetsbare momenten in iemands leven. Dat maakt het werk bijzonder en verrijkend.
Wat boeit je in je job?
De veelzijdigheid van verpleegkundig werk en onze impact op patiënten en teams. Zorginhoud, samenwerking en organisatieontwikkeling lopen in elke functie door elkaar. Als zorgmanager geef ik processen mee vorm, versterk teams en creëer een klimaat waarin veiligheid en kwaliteit vooropstaan. De geestelijke gezondheidszorg blijft me prikkelen: klinische noden, persoonlijke verhalen en maatschappelijke vragen vallen er voortdurend samen. Ik krijg energie van mensen verbinden, en structuur en richting brengen in een domein dat altijd beweegt.
Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?
Oprechte nieuwsgierigheid om de mens achter de problematiek te begrijpen, om te blijven bijleren, en om kritisch te kijken naar hoe zorg beter kan. Nieuwsgierigheid leidt tot empathie, kwaliteitsverbetering en een open houding tegenover veranderingen. In de geestelijke gezondheidszorg is dat absoluut essentieel.
Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?
De mooiste momenten schuilen voor mij in de eenvoud van pure ontmoetingen. Naast vakkennis en holistisch, klinisch redeneren blijft vooral de manier waarop je iemand benadert het hart van ons werk. Dat voelde ik nog maar eens toen ik met mijn piepjonge zoontje op pediatrie belandde. De eerste, angstige uren hield ik mezelf overeind als in een soort waas. Tot de nachtverpleegkundige binnenkwam. Ze keek naar mijn baby, zei iets liefs, keek dan naar mij en vroeg hoe het voor míj was om hem zo te zien, vol kabeltjes. Ze benoemde dat dit niet evident moest zijn. Pas op dat moment liet ik mijn tranen toe. Er bestaat vaak een soort angst voor het aanraken van emoties, maar de mooiste zorgmomenten zijn meestal de stilste.
Zijn er ook minder fijne momenten?
Uiteraard. Psychiatrische zorg gaat vaak gepaard met maatschappelijk onbegrip, emotionele belasting en soms met moeilijke of risicovolle situaties. Het is niet altijd eenvoudig om te zien hoeveel draagkracht patiënten en hun omgeving soms verliezen. Daarnaast kan het zwaar zijn om teams te begeleiden bij personeelstekorten, hoge werkdruk of verandertrajecten. Maar net in die moeilijke momenten wordt het belang van goede samenwerking en professionele nabijheid het duidelijkst.
Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?
Mensgerichte, kwalitatieve zorg bewaken in een steeds complexere context. Dat vraagt voldoende personeel, sterke verpleegkundige rollen, doorgroeimogelijkheden en erkenning van expertise. In de geestelijke gezondheidszorg komt daar de uitdaging bij om het stigma te doorbreken en zorgtrajecten toegankelijker te maken. We moeten blijven investeren in leiderschap, evidencebased werken en samenwerking over organisaties heen. Verpleegkundigen spelen daarin een cruciale rol.
Wat doe je in je vrije tijd?
Ik ben graag bij mijn gezin, familie en vrienden. Maar ik laad ook op in mijn eentje: wandelend, lezend of met een podcast terwijl ik de livingkast voor de zoveelste keer opruim. Dat ordent mijn hoofd. En blijkbaar is dat niet zo vreemd. Een van die podcasts vertelde me dat ons brein precies zo werkt. Sindsdien durf ik dat ook te beschouwen als vrijetijdsbesteding.
Existentiële empathie bij intensieve psychiatrische zorgen
Vincent Van Baelen is docent interculturele en psychiatrische verpleegkunde aan Thomas More Mechelen. Verder werkt hij nog als verpleegkundige op de High & Intensive Care (HIC) afdeling van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en als public health nurse in Noord-Tanzania. In 2025 voltooide hij een postgraduaat toegepaste ethiek aan de KU Leuven.
In een opiniestuk in De Morgen (Snoeks et al., 2025) werd onlangs gepleit voor meer nabijheid en minder dwang in de psychiatrische zorg. Lijden vraagt immers meer dan medische of administratieve antwoorden. Sinds 2019 evolueren veel Belgische afdelingen met verhoogd toezicht naar High & Intensive Care (HIC)-units. In deze HIC-visie staan de noden en de eigen regie van de patiënt centraal, met aandacht voor het verminderen van dwang en het versterken van persoonlijke betrokkenheid. Voor die doelen is het belangrijk dat verpleegkundigen vaardig worden in existentiële empathie. Een echte uitdaging!
Want bijna altijd zijn die individuele noden diep existentieel van aard. Een mentale crisis confronteert mensen met een psychologische grens. Dat kan bijvoorbeeld voelen als een bodemloze afgrond bij een depressie of een ontglippende werkelijkheid bij een psychose. Achter die rand schuilt vaak een vreemde, bijna surreële wereld vol angst, eenzaamheid en onzekerheid. Rond die grens beweegt het verpleegkundig werkveld: een menselijke zoektocht naar zin in een overweldigende ervaring. Zo beschreef Brenda Froyen het treffend in haar boek Tussen waan en zin.
Deze onoplosbare existentiële thema’s – zoals vrijheid, identiteit, betekenis, verbondenheid en wanhoop – kunnen ook verpleegkundigen diep raken. Ze roepen gevoelens op van machteloosheid of innerlijke verwarring. Want zulke grenzen zijn menselijk. “The most personal is the most universal,” schreef Carl Rogers (1961). Dat is het begin van echte verbinding en van samen zoeken naar zin, in plaats van iemand vast te zetten in een “pathologische waan”.
Verpleegkundigen hebben daarom een persoonlijke existentiële basisveiligheid nodig. Dat is een innerlijk gevoel van stevigheid en verbondenheid – een bodem bij een nakende diepte. Die innerlijke bodem vraagt zorg: tijd om stil te staan, te reflecteren en met anderen te verdiepen.
Het idee van existentiële empathie vindt zijn oorsprong bij Hildegard Peplau, ‘the mother of psychiatric nursing’. Haar visie vormt nog altijd de basis van de psychiatrisch verpleegkundige opleiding. Het interpersoonlijke proces draait om fijngevoelige aandacht voor de kleine signalen in elke dialoog. Zo kunnen grenservaringen worden onderzocht en verbonden met nieuwe (existentiële) inzichten.
Peplaus visie richt zich ook op dagelijkse interacties, hier-en-nu-ervaringen en focust niet zozeer op psychiatrische symptomen. Wanneer zulke concrete ervaringen in een veilige verpleegkundige relatie worden geplaatst binnen een persoonlijk verhaal en een groter levensperspectief, worden ze tastbaar, herkenbaar, deelbaar en hanteerbaar.
Daarnaast vraagt existentiële empathie om emotionele resonantie en presentie (Vanhooren, 2022; Baart 2025). Als een ‘skilled companion’ – een deskundige tochtgenoot – ben je als verpleegkundige erg betrokken zonder het onoplosbare te willen verklaren of beheersen. “In warme en professionele nabijheid zeg je eigenlijk: “Ik ben er voor je.” Zo bewandel je samen met de ander de vaak hobbelige weg naar herstel.
Symbolisch hebben we dan meer aan de gevleugelde god Kairos – die zoekt naar juiste momenten van betekenis en verbinding – dan aan Kronos, die alles meet in verpleegkundige procedures en tijdschema’s.
In die interpersoonlijke ruimte krijgt lijden weer een taal, bezieling, verbinding en betekenis. Zo ontstaat zorg die verder reikt dan medicalisering en dwang – een complexe, maar wezenlijke dimensie van de psychiatrisch verpleegkundige praktijk.
Wanneer schrijven en delen helpt
Pien de Ruig werd tot driemaal toe getroffen door borstkanker. Om vrienden, familie en kennissen op de hoogte te houden gebruikte ze initieel een bestaande reisapp. “Maar ziek zijn is een emotionele reis”, zegt ze. En dus ontwikkelde ze op haar 62 jaar, samen met een van haar vier dochters, zelf de app Stamps.
Toen Pien in 2000 voor het eerst borstkanker kreeg, ontving ze telefoontjes van mensen die met haar meeleefden. “Ik zat toen thuis met vier jonge kinderen, dat paste niet altijd”, vertelt ze. “In 2018 viel de diagnose voor de tweede keer en toen maakte ik elke drie weken een nieuwsbrief. Maar in drie weken gebeurt er veel. Drie jaar later werd ik opnieuw ziek en volgden de appjes. Dat is heel goed bedoeld en mensen leven oprecht met je mee, maar je wil met je gezondheid bezig zijn en niet met je ziekte. Op aanraden van een van mijn dochters maakte ik een account op de reisapp Polarsteps. Ik informeerde mijn netwerk dagelijks over mijn ervaringen en emoties. Dat gaf mij het gevoel dat ik er niet alleen voor stond. En dat gun ik iedereen.”
Een emotionele reis
De app bood Pien de kans om te reflecteren over haar dag. “Niet elk moment is negatief. Je vindt altijd wel een lichtpuntje. Bovendien kan je die minder goede zaken van je afschrijven, je kan aftellen en je krijgt steun uit de vele reacties en hulp die aangeboden wordt.” Maar ziek zijn of op reis gaan zijn twee heel verschillende zaken. Voor Pien werkten al die mooie reisplaatjes averechts, want zij stond voor een heel andere tocht.
“We kwamen op het idee om zelf een app te ontwikkelen. Mijn dochter deed bijkomend onderzoek en bouwde het concept verder uit. Zo ontstond Stamps. De naam is een knipoog naar een postkaartje met steunbetuigingen van mensen. De app telt vandaag ruim 60.000 gebruikers. Dat gaat van oncologische patiënten en mensen met ALS of long covid tot personen in revalidatie of met een NAH. Ook wie zwanger is, een zwangerschap verliest of een IVF-traject doorloopt, vindt er herkenning. Palliatieve patiënten halen er veel steun uit, en recent vertelde iemand met obesitas hoe de app hielp om diens verhaal over gewichtsverlies te delen.”
Verbinding, reflectie en verwerking
Stamps is ontwikkeld om verbinding te zoeken met je naasten. Reflecteren en verwerken staan centraal. De app heeft een ontwerp met een tijdslijn en werkt zeer intuïtief. Mensen kunnen steunen via emoji’s, privé- of openbare reacties, of door een attentie te sturen uit de kleinschalige webshop. Wie schrijft heeft een eigen prikbord met foto’s, kaartjes, … “Je bepaalt zelf hoeveel je deelt”, zegt Pien. “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat steun zeer belangrijk is, maar ook dat schrijven en delen bijdragen aan je herstel. Hoe meer open je je verhaal deelt, hoe meer steun je ontvangt. Die verbinding is ontzettend positief voor je welzijn.”
Net omdat Stamps volledig inzet op die verbinding, is en blijft de app gratis. “Je kan ons steunen door een herinneringsdagboek te laten afdrukken voor jezelf of voor anderen, door iets te kopen in de webshop of door een vrijwillige bijdrage te storten. Zo willen we de app actief houden. Het werkt veel efficiënter dan WhatsApp of andere tools. Het is een veilige plek. Je ziet welke route je aflegde en behoudt zelf de regie over wat, hoe en hoe vaak je jouw verhaal deelt. Dat is onze grote kracht, want schrijven en delen helpt.”









