Hypertensie, een stille doder

Hypertensie of hoge bloeddruk is een veel voorkomende aandoening, die vaak te lang onder de radar blijft. Naar schatting heeft zo’n twintig procent van de Belgische bevolking er last van, maar is slechts de helft hiervan op de hoogte. Toch houdt een hoge bloeddruk heel wat risico’s in, met mogelijks een fatale afloop als gevolg. Gelukkig is deze aandoening goed behandelbaar.

We spreken van een te hoge bloeddruk wanneer de systolische druk of bovendruk groter is dan of gelijk aan 140 millimeter kwikdruk (mm Hg) en/of de diastolisch druk of onderdruk groter is dan of gelijk aan 90 millimeter kwikdruk. Tot vandaag blijft arteriële hypertensie een van de belangrijkste oorzaken van morbiditeit en mortaliteit, met een jaarlijks gemiddelde van 15.000 sterfgevallen in België. Professor Tine De Backer van het UZ Gent en voorzitter van het Belgisch Hypertensie Comité legt uit: “Hoge bloeddruk is vaak lange tijd asymptomatisch en wordt bijgevolg te weinig gediagnosticeerd en te laat behandeld. Toch kan de diagnose gemakkelijk gesteld worden en bestaan er doeltreffende en toegankelijke behandelingen.” Zonder medische opvolging kan hypertensie leiden tot een hartaanval of een beroerte, of brengt het bepaalde complicaties met zich mee, zoals hartfalen, perifere vaatziekten, nierbeschadiging, dementie, retinale bloedingen en virusstoornissen.

Geen klachten

Mensen die last hebben van een hoge bloeddruk, hebben meestal geen symptomen en als die er wel zijn, zijn het vaak zeer ernstige problemen, zoals een hersen- of hartinfarct. “Daarom zeggen wij: meten is weten”, vertelt professor De Backer. Door regelmatig je bloeddruk te meten, kan je tijdig ingrijpen. Je meet je bloeddruk het best meermaals per dag, want hij varieert doorheen de dag. Zit je rustig in de zetel, of doe je een sportieve activiteit, dan kan dit een effect hebben op je bloeddruk. Om je bloeddruk op te volgen, ga je het best langs bij je huisarts. Die bepaalt wat er moet gebeuren en adviseert je mogelijks de bloeddruk ook thuis te meten om een volledig en correct beeld te krijgen.

Levensstijl en medicatie

Hypertensie kan erfelijk bepaald zijn, maar is evengoed het gevolg van je levensstijl. Hoe gezonder je leeft, hoe beter voor je bloeddruk. Roken, stress, obesitas, te veel zout en te weinig beweging hebben dan weer een negatief effect.

Is je bloeddruk toch te hoog, dan kan de arts bloeddrukverlagende medicatie voorschrijven. Het is belangrijk deze medicatie niet abrupt af te breken. Professor De Backer: “Plots stoppen met de medicatie kan je bloeddruk en je hartpompfunctie ontregelen, met alle gevolgen van dien. Om op lange termijn de bloeddruk effectief onder controle te houden en mogelijke cardiovasculaire problemen te vermijden, is een correcte, stipte inname essentieel.”

Bronnen:

  • Congres Report, Tempo Medical September 2021 – medisquare.be
  • https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/10/15/cardioloog-tine-de-backer-te-hoge-bloeddruk-is-een-stille-dode/


Zie jongdementie niet over het hoofd

Elke vier seconden krijgt iemand ter wereld dementie en volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is de aandoening prioriteit nummer één. Ook op jonge leeftijd kan je te maken krijgen met een vorm van dementie, al laat de diagnose nog vaak te lang op zich wachten.

Dementie is de verzamelnaam voor onomkeerbare hersenaandoeningen die zich uiten in een achteruitgang in cognitie. Er ontstaan problemen met leren, onthouden, concentreren, oriënteren, voor jezelf zorgen, … De bekende aandoeningen zijn de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie, frontotemporale dementie (FTD) en Lewy-Body-dementie. De oorzaken van de hersenaandoeningen zijn over het algemeen een foutieve opbouw en afbraak van eiwitten in de hersencellen. Daardoor sterven de hersencellen af en breidt de aandoening zich uit. De gevolgen op het vlak van zelfstandig functioneren zijn groot en kunnen het dagelijkse leven sterk verstoren.

Belgische cijfers

In Vlaanderen (Vlaams Gewest en Brussels Gewest) hadden in 2020, volgens een schatting op basis van het risicomodel van Alzheimer Europe (2019), 141.246 mensen dementie. Voor heel België bedraagt het aantal 202.402. Het aantal mensen met dementie op jonge leeftijd wordt in Vlaanderen geschat op 8.374, waarvan er maar zo’n 1.800 een formele diagnose kregen.

‘Ouderdomsziekte’

Dementie wordt algemeen beschouwd als een ouderdomsziekte. Het klopt dat leeftijd een belangrijkste risicofactor voor dementie is. De kans op dementie neemt sterk toe met de leeftijd: ruim 10 procent van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie, tegenover 20 procent van de mensen boven de 80 jaar en zelfs 40 procent van de mensen boven de 90 jaar.

In de praktijk blijkt dat de diagnose bij jongere mensen vaak in een later stadium wordt gesteld dan bij ouderen. Concentratiestoornissen, vergeetachtigheid of subtiele gedragsveranderingen worden op jonge leeftijd vaak geweten aan drukte op het werk, stress, depressie of relatieproblematiek. Naar verloop van tijd leiden de symptomen tot steeds meer problemen en frustraties. De juiste diagnose is dan van uiterst belang om te leren omgaan met de veranderende situatie.

Wanneer spreken we van jongdementie?

Er is sprake van dementie op jonge leeftijd of jongdementie als die begint voor de leeftijd van 65 jaar. In de huidige maatschappij is dit namelijk een omslagpunt in de levensfasen. Personen op deze leeftijd hebben vaak nog een job en een actieve rol in de maatschappij. Het begin betreft niet het moment van de diagnosestelling, maar het optreden van de eerste verschijnselen. Wordt de diagnose maar gesteld op een leeftijd van 68 jaar, maar deden de eerste symptomen zich voor op 63-jarige leeftijd, spreekt men nog steeds over ‘jongdementie’.

Een goede informatiebron is Dementie Op Jonge Leeftijd van Annemie Janssens.

Herkennen van de eerste verschijnselen

  • Geheugendefecten
    Afspraken vergeten of meerdere keren hetzelfde vragen
  • Gedrag- en karakterveranderingen
    Verlies van empathisch vermogen, verlies van sociaal inzicht, decorumverlies, ontremd gedrag, starheid in denken en handelen, verminderde zelfzorg, apathie en desinteresse
  • Andere cognitieve symptomen
  • Versimpeling van het taalgebruik en woordvindproblemen, moeite met het gebruik van apparatuur en gereedschap, verandering in het handschrift of verdwalen in een bekende omgeving

In Vlaanderen kan je steeds terecht bij de negen regionale Expertisecentra Dementie en één overkoepelend centrum, het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen. Surf naar www.dementie.be voor meer info.


De oorzaak en impact van long covid is nog lang niet duidelijk

Het staat vast dat een post-COVID-19-aandoening, ook wel ‘long covid’ genoemd, effectief bestaat. Al blijven nog veel vragen onbeantwoord en is meer onderzoek nodig. Zo is het onduidelijk wie kans maakt om long covid te ontwikkelen en hoe lang het duurt eer de getroffen persoon er volledig van herstelt.

Nu de coronapandemie de wereld al meer dan twee jaar in zijn greep heeft, is duidelijk dat sommige personen gevoelig zijn om long covid te ontwikkelen na een coronavirusinfectie. Dit is lang niet alleen voor mensen die een ernstige covidbesmetting hadden en op intensieve zorg opgenomen werden”, zegt Kathleen Bell, professor en voorzitter van de dienst Fysische Geneeskunde en Revalidatie aan de University of Texas Southwestern Medical Center in Dallas. “Integendeel, we zien long covid optreden bij goed opgeleide mensen, die niet gehospitaliseerd werden en enkel een milde tot matige infectie doormaakten.” Het diagnosticeren en behandelen is niet eenvoudig, want sommige symptomen overlappen met die van andere aandoeningen of komen overeen met herstel ten gevolge van een langdurige opname op intensieve zorg.

Typische long covid symptomen

Momenteel bestaat nog geen eenduidige standaarddefinitie van wat long covid is. Hoofdpijn, gewrichts- en spierpijn, vermoeidheid, aanhoudende geur- en smaakverlies en zogenaamde hersenmist, namelijk moeite hebben om snel te denken, worden als meest voorkomende symptomen genoemd. Voor sommigen blijft ademhalen moeilijk, ook al zijn hun zuurstofniveaus normaal.

Toch blijft het moeilijk deze symptomen te onderscheiden van andere aandoeningen. “Vermoeidheid staat met stip op één, maar zijn we allemaal niet moe na twee jaar pandemie?”, zegt Nahid Bhadelia, MD, oprichter en directeur van het Boston University Center for Emerging Infectious Diseases Policy and Research en associate professor Geneeskunde is aan de Boston University. “Er zijn ook mentale klachten, zoals depressie, angst en slapeloosheid”, vult Kathleen Bell aan. Net omdat er geen duidelijke definitie bestaat, is het diagnosticeren ervan niet eenvoudig. Bovendien kan long covid samen voorkomen met een andere ziekte.

Oorzaak van long COVID

Wat long covid veroorzaakt, is niet met zekerheid te zeggen. Er is een vermoeden dat een auto-immuunreactie aan de basis ligt. Verder worden type-2 diabetes, tekenen van het Epstein-Barr-virus in het bloed en abnormale bloedspiegels van SARS-CoV-2 RNA gelinkt aan een grotere kans op een post-COVID-19-aandoening. Tal van vragen doemen op: blijft het coronavirus in sluimerstand in het lichaam – in reservoirs – en flakkert het later weer op? Bieden vaccins en behandelingen bescherming tegen long covid? Een ander interessant gegeven is dat long covid opduikt bij zorgvragers waar dit niet verwacht werd. Zoals personen met een milde infectie. Het komt ook voor in alle leeftijdsgroepen.

“Het goede nieuws is dat de meeste mensen met de juiste ondersteuning en een goede verlichting van hun symptomen na verloop van tijd zullen herstellen van long covid”, zegt Bell nog. “Al kan dat herstel lang duren. Als je op intensieve zorg behandeld werd, dan herstel je niet alleen van het virus zelf, maar ook van de intubatie, secundaire infecties, secundaire longaandoeningen, misschien ander orgaanfalen en langdurige bedrust.” In ieder geval biedt long covid veel opportuniteiten voor gedetailleerder onderzoek. Door het groot aantal besmettingen is een massa aan data beschikbaar, wat een basis kan zijn voor een model dat in de toekomst op infectieziekten in het algemeen kan toegepast worden.

Bron: https://www.mediquality.net/be-nl/topic/article/24617468/long-covid-bestaat-echt-en-er-zijn-nog-veel-open-vragen


Zeg niet zwangerschapsdementie maar zwangerschapsverliefdheid

Het ene moment had je je autosleutels in de hand en stond je klaar om te vertrekken. Het volgende moment weet je niet meer waar ze liggen. Je spuit haarlak onder je oksels in plaats van deodorant of je wandelt de keuken binnen en vergeet waarom je daar was. Die verstrooidheid is herkenbaar voor veel zwangere vrouwen en staat gekend als zwangerschapsdementie. Een ietwat negatieve term voor een compleet normaal biologisch fenomeen.

Professor dokter Wilfried Gyselaers van de Universiteit Hasselt en gynaecoloog in Ziekenhuis Oost-Limburg pleit er in een aflevering van de Universiteit van Vlaanderen[1] dan ook voor om zwangerschapsdementie voortaan zwangerschapsverliefdheid te noemen. En hij is meteen duidelijk: zwangerschapsdementie bestaat. Studies tonen aan dat zwangere vrouwen moeilijker zaken instuderen, meer problemen hebben met dingen te herinneren en een trager reactievermogen hebben. De oorzaak: de hersenen van een zwangere vrouw veranderen zowel functioneel als anatomisch. De verschillen met niet-zwangere vrouwen zijn klein, maar ze bestaan wel. Daarentegen werken andere functies wel beter, zoals het herkenningsvermogen en zintuigen als geur en smaak. Dat komt omdat sommige gebieden meer doorbloed worden dan andere. Zo wordt de hersenschors, de zone waarmee de rekenen en redeneren, tot 13 procent dunner. Aan de binnenzijde van de hersenen wordt het gedeelte van emotie en sociale interactie net groter en actiever.

Basis van moederliefde

Zwangere vrouwen staan hierin niet alleen. Scans[2] tonen aan dat ook verliefde koppels dit meemaken, zowel mannen als vrouwen. Net daarom is de term zwangerschapsverliefdheid veel geschikter dan zwangerschapsdementie. Meer nog: het is de basis voor ijzersterke, intuïtieve moederliefde. Zwangerschapsdementie heeft dus wel degelijk een functie en is fundamenteel voor de overlevingskansen van het kind.

Er is ook goed nieuws. Zwangerschapsdementie gaat voorbij. Zo’n zes maanden na de geboorte keren je hersenen terug naar dezelfde toestand en doorbloedingsstadium als voor de zwangerschap. Je houdt er als vrouw ook geen restletsels aan over. Toch nog vergeetachtig na de zwangerschap? Dan zit het slaaptekort er vast voor iets tussen.

Hersenen, hart en baarmoeder

Het bloedvatenstelsel voorziet ons hart en onze hersenen steeds van het meest zuurstofrijke en energierijke bloed. Het zijn onze twee belangrijkste organen. Dat zie je bijvoorbeeld goed aan het lichaam van een baby, waar het hoofd veel groter is dan de rest van het lichaam. De baarmoeder is een zuurstofarme omgeving waardoor het hart en de hersenen prioritair van bloed voorzien worden en dus harder groeien dan de rest van het lichaam. En dat mechanisme blijft het hele leven zo. Behalve tijdens de zwangerschap, want dan komt daar bij de vrouw de baarmoeder als derde belangrijke orgaan bij. De zwangerschapshormonen vervullen de belangrijke taak om het bloedvolume te doen toenemen en het bloed op de juiste plaats te brengen.

Heb je een bepaalde afwijking aan de bloedvaten, dan doen de zwangerschapshormonen niet optimaal hun werk. Dat kan zich uiten in een hogere bloeddruk, de baby die niet goed groeit of zelfs zwangerschapsvergiftiging of pre-eclampsie. Deze vrouwen houden mogelijks wel gevolgen over aan zwangerschapsdementie en kunnen op latere leeftijd mogelijks dementie ontwikkelen. Een gezonde levensstijl is dan ook cruciaal, voor de gezondheid van de mama en de baby.

 

[1] https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/universiteit-van-vlaanderen/2020-2021/universiteit-van-vlaanderen-s2020-2021a30/

[2] Zeki, Semir. (2007). The Neurobiology of Love. FEBS letters. 581. 2575-9. 10.1016/j.febslet.2007.03.094.


Wist je dat: jaarlijks 600.000 Belgen getroffen worden door griep?

Cijfers en informatie via gezondbelgie.be, een initiatief van Sciensano, KCE, RIZIV en de FOD Volksgezondheid.

Context

Gemiddeld worden in België jaarlijks ongeveer 600.000 mensen getroffen door griepachtige aandoeningen. Of ongeveer 5 procent van de totale bevolking. In 50 à 60 procent van de gevallen gaat het ook effectief over de griep. Deze cijfers liggen in lijn met de rest van Europa. Griep is een goedaardige ziekte, maar vraagt in 2 à 3 procent van de gevallen toch een ziekenhuisopname.  Daarvan ontwikkelt 13 procent ernstige complicaties. In 91 procent van de gevallen gaat het om personen met een bestaande comorbiditeit. Van de mensen met complicaties, sterft 6 procent. Meer dan 80 procent van deze overlijdens bevinden zich in de leeftijdscategorie 65+.

Griepaal syndroom

Het griepaal syndroom heeft symptomen zoals koorts, koude rillingen, slapte, droge hoest, geen eetlust, spierpijn en misselijkheid. Het wordt veroorzaakt door influenzavirus, het parainfluenzavirus, adenovirus, RSV of Mycoplasma pneumoniae. De influenza A(H1N1) en A(H3N2) virussen evenals het influenza B-virus zijn de oorzaak van seizoensgriepepidemieën in België. Het is niet makkelijk te onderscheiden van andere luchtweginfecties. De WHO definieert griepaal syndroom als een acute luchtweginfectie met koorts boven de 38°C en met een aanvang binnen de laatste tien dagen.

Sciensano coördineert peilnetwerken van huisartsen en ziekenhuizen om de permanente bewaking van de incidentie van griep/griepaal syndroom en de intensiteit en ernst van griepepidemieën te waarborgen. De epidemische drempel is het minimum aantal huisartsenconsulten voor griepachtige symptomen per 100.000 inwoners per week dat nodig is om officieel van een epidemie te spreken. Dit aantal wordt berekend door het European Centre for Disease prevention and Control (ECDC) en varieerde in de afgelopen vijf jaar tussen 135 en 157 huisartsenbezoeken per 100.000 inwoners.

De griep 2018-2019

De Belgische griepepidemie duurde in 2018-2019 acht weken. Het aantal griepgevallen lag het hoogst van 21 januari tot 27 januari 2019 en van 11 maart tot 17 maart 2019[1]. Gelijkaardig aan voorgaande jaren. Zo’n 506.000 Belgen zouden hun huisarts geraadpleegd hebben met griepachtige symptomen. Indien ze allemaal getest zouden zijn, zouden ongeveer 307.000 effectief besmet geweest zijn. Dit aantal ligt lager dan het griepseizoen 2017-2018.


Bron: Sciensano netwerk van huisartsenpeilpraktijken

Er waren heel wat ziekenhuisopname in 2018-2019 voor ernstige acute luchtweginfecties. Toch was de griepepidemie niet ernstiger dan voorgaande jaren. De gemiddelde verblijfsduur voor een ernstige griepinfectie tijdens dit seizoen was 8,8 dagen, opnieuw vergelijkbaar met de andere seizoenen.

 

[1] Bossuyt N, Bustos Sierra N, Thomas I, Barbezange C. Surveillance of influenza-like illness in season 2018-2019. Brussels: Sciensano; 2020. Available from https://epidemio.wiv-isp.be/ID/diseases/Pages/Influenza.aspx.