
Is de zorg wel klaar voor ons?
07-09-2026
Sara Schockaert (33) besloot 3 jaar geleden bewust om het roer om te gooien en bij te studeren als verpleegkundige. Vandaag is ze een van de allereerste basisverpleegkundigen van ons land. Een mijlpaal waar ze enorm trots op is, maar die tegelijkertijd heel dubbel aanvoelt.
Daar sta ik dan. De boeken aan de kant, de stages afgerond en mijn diploma in handen. De eerste basisverpleegkundigen van ons land zijn afgestudeerd, en ben er één van. Weldra start ik op mijn nieuwe werkplek, een stap waar ik naar uitkijk maar de aanloop ernaartoe voelt alsof wij de weg opgaan terwijl het asfalt nog aan het drogen is.
De realiteit is namelijk hard, enkele dagen na ons afstuderen botsen we al op muren. Ons kersverse diploma bleek namelijk niet correct. Daarop stond ‘gegradueerde verpleegkundige’ in plaats van ‘gegradueerde basisverpleegkundige’ (alsof we hier nog eens aan herinnerd moesten worden).
Als er zelfs fouten in de diploma-uitreiking zitten, hoe kan je dan verwachten dat het werkveld weet waar het aan toe is?
Tijdens onze driejarige opleiding moesten we voortdurend uitleggen wie we precies zijn en wat we straks mogen doen. Vragen over het verschil met de bachelor of de vergelijking met het oude HBO5 waren dagelijkse kost. Die vragen waren logisch, maar de vragen van ons als studenten waren nog logischer. Want om eerlijk te zijn wisten ook wij vaak het antwoord niet. De overheid heeft deze hervorming op papier uitgewerkt, maar de praktijk aan haar lot overgelaten.
Nu ook mijn medestudenten aan het solliciteren zijn wordt het duidelijk: het werkveld is simpelweg nog niet klaar voor ons. Bepaalde ziekenhuizen zeggen letterlijk dat we te vroeg zijn en dat ze nog aan het uitwerken zijn hoe ze ons kunnen inzetten. Andere instellingen stellen maar een heel beperkt aantal afdelingen voor ons open, of ze bieden contracten aan van amper 22 uur. Maar eerlijk? Wie komt in deze tijd nog toe met een deeltijds loon?
Deze drempels zijn geen toevalligheden, het zijn gevolgen waarvan iedereen drie jaar geleden wist dat ze eraan zaten te komen door een hervorming zonder fundament. Je kan geen nieuw beroep invoeren zonder rechtszekerheid over loon, bevoegdheden en tewerkstelling, en dan verwachten dat het werkveld het zelf wel oplost. Aan het Koninklijk Besluit over het gestructureerd zorgteam en de delegeerbare handelingen zijn ze nog steeds aan het werken en blijven de IFIC-loonschalen een welles-nietesverhaal tussen werkgevers en vakbonden. Ik wil één ding heel duidelijk maken: de basisverpleegkundige is essentieel in zorgteams van vandaag. Dus geef ons wat we verdienen en schuif ons niet in een schaal die gewoonweg nog niet bestaat in de zorg.
Daarom is mijn vraag aan het werkveld om ons toe te laten, ons te laten werken en ons te laten tonen wat we waard zijn, want we kunnen zoveel meer dan sommigen denken. Wij zijn nog altijd verpleegkundigen, gewoon op een andere manier. En ja, we gaan meer samenwerken, maar steunt goede zorg niet hoe dan ook op samenwerking?
Ondanks al deze politieke en administratieve frustraties heb ik lof voor mijn mede-afgestudeerden. Chapeau voor wat we in drie jaar deden en leerden. Hoe hard we groeiden en hoeveel mensen we misschien al beter hebben laten voelen, door die extra babbel, wat extra tijd of een welgemeende glimlach op een slechte dag. We hebben dat diploma meer dan verdiend, want het heeft bloed, zweet en tranen gekost (en dat mag je gerust letterlijk nemen).
Aan de studenten die nog bezig zijn of gaan beginnen aan de opleiding basisverpleegkunde geef ik graag mee om trots te zijn op deze keuze. Ik ben er van overtuigd dat de basisverpleegkundige een prachtig beroep kan worden mits het goed wordt toegepast in het werkveld. Dus denk ik dat deze hervorming te snel is doorgeduwd en de eerste lichting daar nu de dupe van is? Absoluut. Maar denk ik ook dat de basisverpleegkundige een prachtig en onmisbaar beroep gaat worden? Zeker weten. Nu is het aan het beleid en het werkveld om dat ook in te zien en ons de start te geven die we verdienen. Want wij zijn er klaar voor en hebben er goesting in.



