
Negatieve stages? Niet het volledige verhaal
04-05-2026
Open brief*
“Studenten verpleegkunde haken af door negatieve stage-ervaringen.” Het is een uitspraak die geregeld de krantenkoppen haalt en zo ook de publieke opinie beïnvloedt. Dat negatieve stage-ervaringen bestaan en een impact kunnen hebben, staat buiten kijf. Toch heb ik het gevoel dat we het verhaal soms te eenvoudig maken wanneer we ze als de verklaring naar voren schuiven voor de daling van het aantal verpleegkundigen onder de 30 jaar.
Er spelen namelijk meerdere factoren tegelijk. Zo is er eerst en vooral de demografische realiteit. Het aantal volwassenen onder de 30 jaar is de voorbije tien jaar gedaald en Vlaanderen evolueert steeds meer naar een omgekeerde bevolkingspiramide. Simpel gezegd: er zijn minder jongeren die überhaupt voor een zorgopleiding kunnen kiezen. Dat heeft onvermijdelijk een effect op het aantal jonge verpleegkundigen dat vandaag instroomt op de arbeidsmarkt.
Daarnaast mogen we ook de hervorming van het verpleegkundeonderwijs niet vergeten. Zo werd de bacheloropleiding uitgebreid van drie naar vier jaar om te voldoen aan Europese richtlijnen. Die overgang leidde tot een duidelijke dip in het aantal inschrijvingen en zelfs tot een zogenaamd ‘leeg afstudeerjaar’. De cohorten verpleegkundigen die vandaag jonger zijn dan 30 jaar behoren grotendeels tot die hervormde opleiding. Dat werkt nog steeds door in de cijfers die vandaag worden geciteerd.
Ook de verwachtingen waarmee studenten aan de opleiding beginnen, spelen een rol. Sommige jongeren starten met een eerder romantisch of beperkt beeld van het beroep. In de praktijk blijkt al snel dat verpleegkunde op bachelorniveau een intensieve opleiding is, waarin wetenschappelijke kennis, klinisch redeneren en psychosociale vaardigheden samenkomen. Wanneer studenten onvoldoende voorbereid of geïnformeerd starten, kan dat het traject moeilijker maken.
Dat betekent uiteraard niet dat stage-ervaringen onbelangrijk zijn. Integendeel. Stages vormen een cruciaal moment in de opleiding, waarin studenten hun kennis en vaardigheden leren toepassen in de praktijk. Wanneer begeleiding tekortschiet of de werkdruk op afdelingen erg hoog ligt, kan dat een negatieve impact hebben op het leerproces. Dat is een uitdaging waar we als sector blijvend aandacht voor moeten hebben.
Toch denk ik dat het debat over het dalend aantal jonge verpleegkundigen gebaat is bij nuance. Negatieve stages verdienen aandacht, maar ze verklaren niet alles. Demografische evoluties, hervormingen in onderwijs en beroep, realistische verwachtingen en sterke begeleiding van studenten spelen minstens evenzeer een rol. Alleen door dat bredere perspectief mee te nemen, kunnen we gericht blijven werken aan de verpleegkundigen van morgen.
Over Veerle Schoeters
Veerle Schoeters is stafmedewerker zorg bij het Wit-Gele Kruis Antwerpen. Daarnaast is ze verbonden aan de Universiteit Antwerpen, waar ze binnen de masteropleiding verpleeg- en vroedkunde werkt als academisch assistent en doctoraatsonderzoeker bij het Centre for Research and Innovation in Care (CRIC) en de onderzoeksgroep Workforce Management and Outcome Research in Care (WORK). Ze is lid van de werkgroep begeleidingsverpleegkundigen en van de raad van bestuur van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Sinds 2023 maakt ze ook deel uit van de internationale commissie ‘Transition to Practice’ van het American Nursing Credentialing Center (ANCC).



