“Niemand heeft alles alleen in huis”

Het docententeam van de bacheloropleiding verpleegkunde aan VIVES Brugge zit midden in een transformatie. Het curriculum wordt grondig herwerkt, er komt meer aandacht voor leiderschap en complexiteit, en binnenkort start ook een Engelstalige bachelor Nursing. Druk? Zeker. Maar vooral: verbindend.

“We onderwijzen zelden een vak alleen”, vertelt Annelies Verkest. “Bijna altijd sta je met collega’s samen in voor een opleidingsonderdeel. Dat is niet altijd het makkelijkste, want je beslist niets alleen. Maar het is wel veel rijker.” Collega Christophe Casteleyn knikt: “Wat ik sterk vind aan ons team, is dat we ervan uitgaan dat niemand alles alleen in huis heeft. We erkennen elkaars expertise en tonen daar oprechte interesse in. Impliciet zeg je dan: jij hebt een mooi traject afgelegd, jij brengt waarde binnen. Op die manier versterk je elkaar.”

Die teamdynamiek is binnen VIVES geen toeval. De opleiding doorliep de voorbije jaren stevige veranderingen: de overstap naar vier opleidingsjaren, een fusie en een nieuw curriculum. “Verandering roept weerstand op. Dat was bij ons niet anders”, zegt Christophe. “Er waren discussies en zoektochten, maar vooral veel groei. We leerden samen naar een doel te kijken en stap voor stap vooruit te gaan.”

Samen richting doel

Binnen het Brugse team betekent dat blijven schakelen: lectoren herdenken hun werkwijze, inhoud en aanpak. Ze herschrijven cursussen, passen werkvormen aan en nemen evaluaties kritisch onder de loep. Dat vraagt flexibiliteit en extra inspanningen van iedereen. Wat hen bindt, is dat gezamenlijke doel: studenten sterker maken in complexiteit inschatten en leiderschap opnemen binnen een team. Annelies: “We willen dat ze durven spreken, feedback geven en initiatief nemen. Niet wachten tot iemand anders het doet.”

Dat het team daarin slaagt, voelen de studenten zelf. Derdejaars Emma – die het interview bijwoont met haar mentor Christophe – omschrijft haar docenten als volgt: “Ze zijn enorm gepassioneerd. Je merkt dat ze graag doen wat ze doen. En je kan altijd bij hen terecht.” Ook buiten de lesmomenten zoeken de collega’s verbinding: een vergadering met ontbijt, een drankje na nieuwjaar. “Het is druk, dat klopt,” besluit Annelies, “maar het belangrijkste is dat we elkaar blijven vinden op de werkvloer. Met respect voor ieders expertise.”


Waar elke shift telt

Raf Van Hasselt weet wat werken onder druk betekent. Na 25 jaar intensieve zorgen maakte hij in oktober de overstap naar de spoedgevallendienst van het ziekenhuis Geel. Een afdeling waar snelheid, expertise en samenwerking elke dag samenkomen.

“Als je hier binnenkomt dan voel je het meteen: de lat ligt hoog en zo moet het ook. Ziekenhuis Geel is in Vlaanderen als eerste officieel erkend als regionaal traumacentrum.  Zij maken hierdoor deel uit van het Antwerp Trauma Network (ATN) met het UZA als supraregionaal traumacentrum. Het stimuleert me om opnieuw volop voor mijn werk te gaan.” Het enthousiasme waarmee Raf over zijn nieuwe job vertelt is aanstekelijk.

De spoed draait in een continu shiftenstelsel en vangt een brede patiëntenpopulatie op: van kleine trauma’s tot acute, levensbedreigende situaties, bij zowel volwassenen als kinderen. “Als nieuwkomer in het team word ik stapsgewijs ingeschakeld en krijg ik de kans door te groeien in verschillende rollen, zoals het interne werk, de triage en pre-hospitaal. Op korte tijd heb ik veel bijgeleerd.”

Gedeelde verantwoordelijkheid

Die evolutie wijst Raf toe aan de teamwerking. “Op spoed heb je elkaar nodig. Je werkt elke shift met verschillende collega’s die elkaar continu aanvullen. Alleen functioneren kan hier niet.” Taken lopen in elkaar over, verantwoordelijkheid wordt gedeeld en feedback is vanzelfsprekend, altijd met de kwaliteit van zorg voor ogen.

Die teamdynamiek is voor Raf een van de grote troeven. “Jong en oud werken hier samen. De spoedafdeling in Geel staat bekend als vooruitstrevend en trekt verpleegkundigen van binnen en buiten de regio aan. Het niveau ligt hoog, maar dat motiveert net.”


“In de nacht valt alles stil, behalve de zorg”

Al zeventien jaar is Anne De Backer het vaste gezicht van de nachtdienst in woonzorgcentrum Seniorenresidentie Keerbergen. Als Parel van een Verpleegkundige werpt ze graag een licht op een afdeling die zelden in de spotlights staat, maar waar de kwaliteit van zorg gedragen wordt door vertrouwen, routine en onderlinge afstemming.

De nachtdienst telt twee collega’s: een verpleegkundige en een zorgkundige die week om week samenwerken. Die kleine bezetting vraagt hecht teamwork. “We zijn perfect op elkaar ingespeeld. Je weet hoe iemand reageert en wanneer je moet bijspringen.”

Het werk volgt een vast stramien, maar de nacht brengt altijd eigen ritme en verantwoordelijkheid. Anne start met medicatiebeheer voor vier afdelingen, goed voor bijna 120 bewoners. Intussen doet de zorgkundige de eerste ronde. Tegen half vier begint de gezamenlijke tweede ronde: incontinentiemateriaal verschonen, de daarbij horende hygiënische zorgen toepassen en wisselhoudingen geven. Ook wondzorg staat indien nodig op het programma. En tussendoor de oproepen beantwoorden die meestal rustiger worden naarmate de nacht vordert. “Overdag heb je familie, overleg en therapieën. ’s Nachts is het puur zorgverlening. Je ziet bewoners in hun meest kwetsbare momenten.”

Rustige nacht, onvoorspelbare nacht

Ook eigen aan de job: je weet nooit op voorhand wat de nacht brengt. Soms blijft het bij standaard handelingen zoals bloedafnames bij nuchtere patiënten, maar ook acute oproepen, de huisarts van wacht regelen, de ambulance oproepen of de familie verwittigen horen bij de job. Ann: “Je moet je verantwoordelijkheid durven nemen want je kan niet zomaar de hulp van een andere verpleegkundige inroepen. En dat vraagt ervaring.”

Toch heeft ze geen seconde spijt dat ze zeventien jaar geleden de overstap maakte naar de nachtdienst. De rust van de nacht, het vertrouwen tussen collega’s en de nabijheid met bewoners creëren een zorgklimaat dat ze vandaag met trots uitdraagt. “Het is misschien minder zichtbaar, maar zo waardevol. ’s Nachts zie je hoe belangrijk die kleine dingen zijn.”


Hier is niemand ‘kamer zoveel’

Wanneer Sara Mommen ’s morgens het woonzorgcentrum Mayerhof binnenstapt, is het alsof ze thuiskomt bij haar grootouders. Een gevoel dat ze koestert en dat ook de leefgroep die ze coördineert kenmerkt. Een warme, hechte leefgroep waar bewoners met vergevorderde dementie omringd worden door een team dat hen door en door kent. Een twintigtal medewerkers – verpleegkundigen, zorgkundigen, ergotherapeuten, animatoren en keukenmedewerkers – zetten zich hier elke dag samen in voor een leven zoals bewoners dat zelf willen. Zorg met hart, humor en veel geduld.

Sara begon een jaar geleden eerst als flexi-jobber bij woonzorgcentrum Mayerhof, naast haar vaste werk in het labo. “Ik kwam hier na mijn uren helpen. Al snel voelde ik: dit is mijn plek.” Toen een vacature vrijkwam voor hoofdverpleegkundige, waagde ze haar kans. “Eigenlijk heb ik voor vroedkundige gestudeerd. Dat ik nu mensen begeleid in hun laatste levensfase, vind ik een mooie wending.”

Een leefgroep die voelt als thuis

De bewoners van haar leefgroep zijn vaak mensen die weinig praten, onrust ervaren of niet meer mobiel zijn. Het team werkt daarom sterk vanuit nabijheid en kleine signalen. “Als ik ’s morgens binnenkom en sommige bewoners naar mij zie zwaaien of glimlachen … dat is thuiskomen. Maar dat geldt voor iedereen in het team: bewoners herkennen onze stemmen, onze manier van aanraken, onze routine.”

Het team vormt een stabiele, warme groep die elkaar goed kent en elkaar ondersteunt. “Mijn bureau is ook hun plek. Ze komen er eten, lachen, ventileren. Iedereen mag zichzelf zijn. Die open sfeer voel je in de hele leefgroep.”

Zorg met en voor mantelzorgers

In de leefgroep is er veel aandacht voor mantelzorgers. “Partners branden zichzelf soms op. Dat raakt ons allemaal. We proberen hen te begeleiden, te informeren en vooral: er te zijn. Want familie maakt deel uit van ons zorgteam.”

Wat de leefgroep volgens Sara zo bijzonder maakt? De visie van Mayerhof. “Hier is niemand ‘kamer zoveel’. We kijken echt naar wie iemand is en wat iemand nodig heeft. Dat vind ik zorg in haar puurste vorm.”


“In ons team is altijd ruimte om te delen”

“Natuurlijk zijn er moeilijke dagen, maar dit blijft voor mij de mooiste job die er is.” Al meer dan 25 jaar begeleidt Ann Van Bommel mensen in hun laatste levensfase. Eerst op de palliatieve eenheid van het Noorderhart Mariaziekenhuis, later in het mobiele Palliatief Support Team (PST). Ann is een drijvende kracht binnen haar team en werd dit jaar bekroond tot Parel van een Verpleegkundige. Nu zet ze graag haar collega’s in de kijker.

Als pas afgestudeerde verpleegkundige begon Ann op haar 21ste op geriatrie. Al snel trok palliatieve zorg haar aan. Onder de vleugels van diensthoofden Mia Geers en later Angèle Gielen groeide ze uit tot een vaste waarde. “Zij hebben me niet alleen gevormd als verpleegkundige, maar ook als mens.”

Vandaag werkt Ann in het Palliatief Support Team, een mobiele equipe van verpleegkundigen, psychologen en (LEIF-)artsen. “We komen overal: van spoed tot intensieve, van psychiatrie tot geriatrie. Soms gaat het om pijnbestrijding of symptoomcontrole, soms om ondersteuning na slecht nieuws of begeleiding bij een euthanasietraject. Heel divers, maar altijd met hetzelfde doel: palliatieve patiënten en hun naasten nabij zijn in een moeilijke fase.”

Ruimte voor kwetsbaarheid

Het werk kan zwaar zijn, zeker bij patiënten die leeftijdsgenoten zijn of een moeilijk sterfbed hebben. “Dat kan je diep raken. Gelukkig is er in ons team altijd ruimte om dat te delen: een gesprek met een collega of gewoon eens goed wenen of roepen. Die veiligheid maakt dat je dit werk volhoudt. Het is oké om af en toe even de ruimte te nemen om tot jezelf te komen. Onze afdeling investeert ook in intervisie. Zo voel je dat je nooit alleen staat.”

Naast de professionele ondersteuning is er ook plaats voor plezier. “We gaan samen uit eten, vieren mee op de Nacht van de Zorg of doen een teambuilding. Na al die jaren zijn veel collega’s echte vrienden geworden. Dat kan ook niet anders als je samen zulke heftige thema’s deelt.”

Wat Ann het meest koestert, is de verbondenheid. “Met patiënten, maar evenzeer met collega’s”, benadrukt ze. “Iedereen in het team heeft zijn plek en wordt enorm gewaardeerd. Dat maakt ons sterk.”


“Wat telt, is wat je voor iemand betekent”

Tibo Beernaert is 24 en werkt als zorgkundige in woonzorgcentrum De Ril in Middelkerke. Vorig jaar werd hij als allereerste zorgkundige bekroond tot Parel van een Zorgkundige – een titel die perfect past bij zijn inzet, enthousiasme en warme omgang met bewoners. “Ik kom nooit tegen mijn zin werken”, zegt hij.

Tibo begon vier jaar geleden, meteen na zijn studies, in wzc De Ril. Wat toen een sprong in het onbekende was, voelt intussen als een tweede thuis. “Mijn eerste jaar was best spannend. Ik kwam recht van school en had nog niet veel ervaring. Gelukkig werd ik enorm goed opgevangen. Ik heb van iedereen veel geleerd, zowel van collega’s die er al jaren werken als van nieuwe mensen die erbij komen.”

Vandaag is hij een vaste waarde op zijn verdieping, al springt hij ook in op andere afdelingen als dat nodig is. Zijn takenpakket is heel gevarieerd, afhankelijk van de shift. “Als ik vroeg begin, verzorg ik de bewoners: wassen, helpen met eten, medicatie geven, … Maar het gaat niet alleen om die handelingen. Wat telt, is wat je voor iemand betekent. Als ik zie hoe een bewoner opfleurt wanneer ik binnenkom, weet ik waarom ik dit doe.”

Werken in een vrouwenwereld

De sfeer op de afdeling omschrijft Tibo als warm en collegiaal. “Ik werk vooral met vrouwen samen, maar dat gaat super goed. Ik voel me echt deel van het geheel. En dan heb ik het niet enkel over mijn eigen team, maar ook over de collega’s van de logistieke dienst en van het team woon en leven. Er is veel wederzijds respect. En hoe pittig het werk ook is, tussendoor lachen we heel wat af.”

Buiten de werkuren vind je Tibo geregeld op of naast het voetbalveld. “Ik heb jaren op clubniveau gespeeld. Nu doe ik aan zaalvoetbal met vrienden of ga ik gewoon eens naar een match kijken. Dat helpt om mijn hoofd leeg te maken.” Voor Tibo is het duidelijk: werken in een woonzorgcentrum is minstens even waardevol als werken in een ziekenhuis. “Je kan echt iets betekenen. En dat maakt dit werk zo bijzonder.”


“Dingen uitpraten als het even schuurt.”

In woonzorgcentrum Hof ten Doenberghe in Hoeilaart is hoofdverpleegkundige Hilde Vercammen een vertrouwd gezicht. Al 39 jaar is ze er aan de slag, waarvan de laatste dertien als leidinggevende van afdeling Doenders. “Dit woonzorgcentrum voelt als een tweede thuis.”

De open afdeling telt 32 bewoners, waarvan 31 plaatsen voor definitieve bewoners en één voor kortverblijf. De bewoners krijgen hier zorg op maat in een warme, open sfeer. Die sfeer dankt de afdeling voor een groot stuk aan het hechte team. “Mijn collega’s zijn jong, dynamisch en begaan met onze bewoners”, vertelt Hilde. “We hebben respect voor elkaar en praten dingen uit als het even schuurt. Die transparantie is essentieel.”

Ook voor de bewoners heeft Hilde een groot hart. Ze probeert wekelijks bij iedereen langs te gaan. “Ze kunnen bij mij voor van alles terecht. Soms gaat dat over iets kleins, zoals iemand die om een ijsje vraagt. Dan regel ik dat gewoon. Het is fijn om iets te kunnen betekenen.”

Samen verantwoordelijk

Het team op haar afdeling draagt veel verantwoordelijkheid. Naast drie verpleegkundigen heeft ze zeven zorgkundigen onder haar hoede. Haar collega’s starten hun dag om half zeven met wondzorg en medicatiebedeling, meten en geven van insuline en nemen andere zorgtaken op. “Ik ben vaak vanaf zeven uur aanwezig, omdat ik graag wil weten hoe het met iedereen gaat. Zowel bewoners als collega’s. Onze afdeling kent korte communicatielijnen. We houden elke dag briefings zodat iedereen op de hoogte is van wat er reilt en zeilt. Al weet ik dat ik op iedereen kan bouwen. Mijn team werkt zelfstandig, collega’s onderling springen bij waar nodig en helpen elkaar.”

Die waardering is wederzijds. Vorig jaar werd Hilde verkozen tot Parel van een Verpleegkundige. “Een mooi moment, zeker omdat mijn pensioen stilletjes aan nadert. Zo’n gebaar zegt veel.” Ook buiten het werk staat Hilde niet stil: ze wandelt, fietst, leest en tuiniert graag. Toch ligt haar hart bij haar bewoners en team. “Ik ben blij dat ik hier zoveel jaren met plezier heb mogen werken.”


Intensief zorgen kan je niet alleen

Een afdeling met grote zorgzwaarte, een patiëntenpopulatie met diverse en vaak complexe pathologieën en een team van maar liefst zeventig verpleegkundigen: dat vraagt om een ijzersterke samenwerking. Op de afdeling intensieve zorg van het ZOL Genk weten ze dat maar al te goed.

Verpleegkundigen, artsen, kinesitherapeuten, logistiek medewerkers en andere zorgverleners: allemaal werken ze zij aan zij op de afdeling intensieve zorgen in het ZOL Genk. Van minder mobiele patiënten in bed verplaatsen tot de hygiënische verzorging van personen die beademd worden: het is fysiek en technisch intensief werk dat een nauwe samenwerking vereist. “We kunnen alleen goed voor onze patiënten zorgen als we op elkaar kunnen rekenen”, vertelt Parel van een verpleegkundige Melanie Vanderlinden. “Ook studenten die bij ons stage lopen merken dat. Niet voor niets kregen we vorig jaar de prijs voor beste stageplaats. Een mooie erkenning voor ons hele team.”

Verbinding tijdens en na de shift

De intensieve samenwerking stopt niet zodra de shift gedaan is. Melanie maakt deel uit van het feestcomité dat de teamspirit levendig houdt. Kaartjes naar zieke collega’s, geboortegeschenkjes of kraambezoeken regelen en jaarlijks een etentje of teambuilding organiseren: alles om de onderlinge band te versterken. Zelfs de artsen organiseren elk jaar iets, want ook zij hechten veel belang aan een goede samenwerking. Door de verschillende shiften kan niet iedereen er altijd bij zijn, maar ook daar houdt het team rekening mee. Melanie: “We brengen altijd eten voor de collega’s die aan het werk zijn. Dat klinkt misschien klein, maar het doet veel: voelen dat je deel bent van een hechte groep.”

Geen hiërarchie, wel vertrouwen

Op de afdeling intensieve zorg werken mensen met verschillende achtergronden en rollen, maar hiërarchie speelt in Genk geen rol. “We vertrouwen op elkaars kennis en ervaring. Artsen vragen ook onze mening over bepaalde behandelingen. Wij zijn vaak het meest aanwezig bij de patiënt en merken veranderingen snel op. Die samenwerking werkt in twee richtingen, en dat maakt een groot verschil: voor ons als verpleegkundige om dagelijks het beste van onszelf te geven, maar vooral voor de patiënten en de kwaliteit van zorg die we hen daardoor bieden.”


Over de afdelingen heen zorgen voor elkaar

Nog geen vijf jaar geleden ging Mary Van Hummelen aan de slag in het Woonzorgcentrum Den Beuk in Boom. Als loopverpleegkundige leerde ze in sneltempo elke bewoner en collega kennen. Haar gulle lach en luisterend oor leverden haar prompt de erkenning tot Parel van een Verpleegkundige op. Omgekeerd draagt ook zij haar team een warm hart toe. “We steunen elkaar door dik en dun.”

Mary begon haar carrière meer dan dertig jaar geleden op de acute geriatrische afdeling van het AZ Sint-Maarten in Mechelen. Vijf jaar geleden maakte ze de overstap naar woonzorgcentrum Den Beuk. Eigenlijk is Mary een afdeling op zichzelf. Naast haar taken als loopverpleegkundige is ze lid van het palliatief supportteam, begeleidt ze stagiairs en neemt ze deel aan de werkgroep van het Tubbe-project, een innovatieve methode die bewoners meer autonomie geeft over hun dagelijkse routine. “Ik kan ook niet echt spreken over een afdeling”, verduidelijkt ze. “Net als mijn collega’s spring ik bij waar nodig. Daarnaast steken we ook een handje toe in de logistieke dienst wanneer die bijvoorbeeld onderbezet is. Dat is ook het voordeel van een wzc als Den Beuk als werkgever. Iedereen kent elkaar en springt voor elkaar in de bres.”

Samenwerken en communiceren

In het wzc Ten Beuk verblijven 183 ouderen, aangevuld met de bewoners van serviceflats en woningen die verbonden zijn met het wzc. Niet bepaald een kleine ‘afdeling’. Hoe krijgen Mary en haar team dat voor elkaar? “Met transparante communicatie en respect voor elkaar”, vat Mary samen. “Volgens mij is dat de lijm van een goede samenwerking. Iedereen heeft recht op een eigen mening en visie op zorg, maar het belangrijkste is dat we blijven praten en begrip tonen voor elkaar. Mijn collega’s weten ook dat ze voor alles bij mij terechtkunnen. En omgekeerd kan ik op hen rekenen. Een shift wisselen omdat je met je dochter naar een oudercontact moet? Geen probleem. Voor mij is dat tegenwoordig minder aan de orde aangezien mijn twee dochters zelf volwassen zijn. Maar toch, die flexibiliteit en collegialiteit houden de balans werk-privé mooi in evenwicht.”


"We zijn een cruciale schakel in het genezingsproces"

In het AZ Oudenaarde gaan zorg en technologie hand in hand op de afdeling medische beeldvorming. Hier werken verpleegkundigen met een hart voor hun vak, de patiënten en hun collega’s. Een van de sterkhouders in dit team is Parel van een Verpleegkundige Luc Dhont: “Wie beweert dat we hier alleen maar op knopjes drukken, heeft het bij het verkeerde eind.”

Diversiteit is een van de sterktes op de afdeling medische beeldvorming in het AZ Oudenaarde. De verpleegkundigen hebben verschillende karakters, achtergronden en expertises, maar samen vormen ze een geoliede machine. “Nieuwe collega’s en stagiairs ontvangen we met open armen”, zegt hoofdtechnoloog Gianni Claessens. “Je voelt meteen of de klik er is, en meestal zit dat wel goed. Die cohesie is nodig om de beste kwaliteit van zorg te bieden.”

Die diversiteit geldt niet alleen voor het team. Ook de patiëntenpopulatie en ziektebeelden zijn uiteenlopend. “We zien dagelijks veel patiënten met heel gevarieerde letsels”, aldus Luc. “Dat maakt de job zo boeiend. Sommigen denken dat we hier alleen maar op knopjes drukken, maar dat is echt een misvatting. We zijn een cruciale schakel in het genezingsproces.”

Positieve vibe in stand houden

Het teamgevoel spat ervan af en veel medewerkers werken er al jaren. Luc, bijvoorbeeld, maakt al 35 jaar deel uit van het team. “Hij is geen uitzondering”, aldus Gianni. “Dat zegt genoeg over de fijne sfeer. Die positieve vibe houden we in stand door gezellige momenten samen te creëren.”

Het grote voordeel? Deze afdeling heeft een van de grootste en meest lichtrijke keukens van het ziekenhuis. Een perfecte plek voor een lunchpauze met collega’s. En ja, dan mag het al eens iets meer zijn. Luc: “Het gebeurt dat we pizza’s bestellen. Dit jaar deden we ook een Secret Santa, wat tot leuke verrassingen en boeiende gesprekken leidde.” Gianni vult aan: “Jaarlijks organiseren we ook een teambuilding met de collega’s van de spoeddienst waar we nauw mee samenwerken. Dat gaat er behoorlijk competitief aan toe.”

Kortom: de dienst medische beeldvorming in het AZ Oudenaarde levert niet alleen topzorg, het is een plek waar collegialiteit en werkplezier centraal staan. En een kerstboom met seizoensdecoratie, dat ook.