Slimme lamp voor valdetectie en -preventie

Een slimme lamp voor valdetectie en -preventie die esthetisch ook zijn meerwaarde biedt? Nobi onderscheidt zich op verschillende fronten, zoals het gebruiksgemak en de eenvoudige integratie met bestaande systemen. “De mogelijkheden van technologie zijn eindeloos, maar als je een product ontwikkelt dat mensen niet omarmen, dan sta je nergens”, vertelt Nobi-oprichter Roeland Pelgrims.

Met heel wat jaren in de technologiesector op de teller en een grondige expertise in de zorgsector staken Roeland Pelgrims, Stijn Verrept en Bert De Haes in 2018 de koppen bij elkaar. Hun doel? Een antwoord bieden op de almaar groter wordende kloof tussen de zorgbehoeften van ouderen en het beschikbaar aantal zorgverstrekkers. “Om ouderen adequate zorg en voldoende comfort te bieden, is slimme technologie nodig. Zeker als ouderen ook zo lang mogelijk thuis willen wonen”, zegt oprichter en CEO Roeland. “Vallen is een gekende problematiek bij ouderen. Vijftig tot zeventig procent van de bewoners in woonzorgcentra valt minstens één keer per jaar. Van de thuiswonende ouderen is dit gemiddeld één op drie. Vandaar onze ambitie om een intelligent valdetectie en -preventiesysteem te ontwikkelen.” Het resultaat is de slimme lamp Nobi.

Eenvoudige installatie

Oprichters Roeland, Stijn en Bert wilden absoluut vermijden dat Nobi een hoogtechnologische oplossing werd die uiteindelijk niemand wou. “Technologie is maar waardevol als mensen er ook effectief mee aan de slag gaan”, legt Roeland uit. Nobi is dus niet het zoveelste valdetectie- en valpreventiesysteem in de rij. De lamp is ontworpen met oog voor esthetiek en met gebruiksgemak voorop. Tegelijk wilden de oprichters een systeem dat makkelijk integreert met bestaande infrastructuur, om het totale kostenplaatje beheersbaar te houden en de adoptiegraad zo hoog mogelijk te krijgen. “Dat we een lamp kozen als drager voor ons detectiesysteem is geen toeval. Je installeert hem namelijk op een plaats waar altijd stroom aanwezig is en hij hangt centraal in een ruimte. Er zijn geen structurele wijzigingen nodig om met Nobi aan de slag te gaan.”

Meer gemoedsrust, lagere werkdruk

Nobi biedt voordelen voor zorgverleners en zorgvragers. Roeland: “Omdat Nobi in de bestaande setting integreert, moet de zorgvrager niet leren omgaan met een nieuwe technologie, zoals een extra toestel.” Naast valdetectie merkt de Nobi-lamp ook afwijkend gedrag op, zoals iemand die onderuithangt in de zetel of een uur lang aan de rand van het bed blijft zitten. Die informatie wordt gedeeld met het zorgpersoneel, zodat zij gericht actie kunnen ondernemen. Ook ’s nachts biedt Nobi ondersteuning: gedimd licht gaat aan wanneer de oudere uit bed stapt.

Voor de zorgverlener betekent Nobi een zorg minder. De lamp werkt met bestaande oproepsystemen, zodat de zorgverlener niet nog een toestel of app moet gebruiken. Omdat Nobi constant bewegingen detecteert, overdag en ’s nachts, worden meer incidenten opgemerkt. Vandaag worden tachtig procent van de valincidenten niet gerapporteerd. Door deze inzichten weten zorgverleners wanneer ze bij een zorgvrager moeten langsgaan en ook of er bepaalde onderzoeken nodig zijn. Tegelijk moet de zorgverlener niet meer preventief controleren, want dat doet Nobi. “Geeft Nobi geen alarm, dan is er geen probleem. Dat vertaalt zich in meer gemoedsrust en minder werkdruk. Het verlaagt het angstgevoel van zorgverleners en -vragers. En dat laatste draagt ook bij tot minder vallen.”

Nobi wordt vandaag geïnstalleerd in ziekenhuizen en woonzorgcentra in Europa en de Verenigde Staten. Midden 2023 zal Nobi ook wereldwijd beschikbaar zijn voor mensen thuis. Om dit goed voor te bereiden kondigde het bedrijf op 1 oktober een pilootproject aan in Vlaanderen en Nederland. “De waardevolle feedback van onze allereerste Vlaamse en Nederlandse thuisgebruikers en hun familie zal aan de basis liggen om alles volledig op punt te stellen in de komende maanden”. Meer informatie vind je op ikwilnobithuis.be.

Roeland Pelgrims


Badgen, zelfroosteren en nieuws lezen in één

Verpleegkundigen hebben de handen vol. Het ziekenhuisnieuws checken via het intranet schiet er dus al eens bij in. Veranderingen in je uurrooster controleren blijft omslachtig en ook bij het in- en uitklokken zou je waarschijnlijk graag wat tijd besparen. Met de GZA-medewerkersapp wordt het allemaal een pak efficiënter.

Sinds een jaar klokken de medewerkers van de GZA Ziekenhuizen het begin en het einde van hun werkdag simpel met hun smartphone. Zodra ze verbonden zijn met het netwerk van het ziekenhuis, kunnen ze badgen met een tik in de medewerkersapp. Bij het openen van de app zien ze ook meteen het meest recente nieuws uit hun ziekenhuis. “Medewerkers hebben vaak weinig tijd door de zorg voor de patiënten of geen pc ter beschikking om de vele interne berichten te lezen en te verwerken”, vertelt personeelsdirecteur Geert Goossens. “In de nieuwsberichten delen we bedrijfsculturele info, zoals een foodtruck op de parking of de aankondiging van personeelsactiviteiten, of geven we belangrijke instructies mee. Tijdens de verschillende covid-golven werden bijvoorbeeld wekelijks of soms dagelijks mededelingen uitgestuurd over het aantal besmette patiënten en de veiligheidsmaatregelen. In de app worden die veel meer gelezen en dus naar verwachtingen ook beter opgevolgd.”

Multifunctionaliteit als troef

Naast een nieuwsmedium hebben de medewerkers van de GZA Ziekenhuizen nu ook hun rooster steeds bij de hand. Zo beschikt iedereen over de meeste actuele informatie over de eigen werkplanning en verlofdagen. Medewerkers hoeven dit niet meer aan een leidinggevende te vragen en zijn niet meer afhankelijk van uitgeprinte correcties. Geert: “Het idee voor de medewerkersapp is ontstaan omdat de dienst communicatie op zoek was naar een manier om alle medewerkers op de vloer op een toegankelijke en snelle manier te informeren. Tegelijkertijd was de planningscel de roostertoepassing aan het optimaliseren voor een smartphoneapp. Door die functies te combineren vervullen we met de app meteen meerdere behoeftes.” De app geeft verpleegkundigen, zorgkundigen en ondersteunend personeel een gebruiksvriendelijke manier om het rooster te checken en hun eigen wensen door te geven. Bepaalde medewerkers krijgen bovendien de mogelijkheid om te zelfroosteren. Met meer openheid en inspraak op het rooster worden het werk en de privésituatie bovendien beter op elkaar afgestemd.

In de prijzen gevallen

De eerste resultaten van de app zijn meer dan positief. “Aan de statistieken zien we dat we met de app een veel grotere bereikbaarheid hebben”, besluit Geert tevreden. “Waar een bericht op intranet gemiddeld vierhonderd keer gelezen wordt, wordt een nieuwsbericht in de app 1.500 tot 2.000 keer aangeklikt. De app heeft 3.100 unieke gebruikers, waaruit we concluderen dat al onze medewerkers hem ondertussen gebruiken.” In april won de GZA Ziekenhuizen met haar medewerkersapp de award voor ‘Beste intern project van het jaar’ op het event ‘Zorgwerkgever van het jaar’ van Zorgmagazine. “Met de nieuwe app willen we informatie, die de medewerker nodig heeft om te werken, transparant, gebruiksvriendelijk en toegankelijk ter beschikking te stellen. Deze prijs is een mooie bevestiging en beloning van onze inzet.”


Suïcidepreventie in virtual reality

Het aantal zelfdodingen en pogingen tot zelfdoding in Vlaanderen is hoog. De onderzoeksgroep Health Innovation van UCLL zet daarom in op het sensibiliseren en trainen van hulpverleners om zelfmoordgedachten bij patiënten te detecteren met diverse tools. Zo ontwikkelden de onderzoekers in samenwerking met het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) een VR-bril.

Met de VR-bril oefenen (toekomstige) verpleegkundigen zelfstandig klinisch redeneren en communicatieve vaardigheden bij het voeren van complexe gesprekken met suïcidale zorgvragers. Het project werd ingediend bij het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie. “Zo hopen we zo veel mogelijk mensen te bereiken, maar als we één persoon kunnen helpen, zijn we al geslaagd in onze opzet”, stelt Dave Seré van het UCLL XPLab.

Meerkeuzevragen bepalen de verhaallijn

Gebruikers krijgen eerst een theoretische inleiding en passen dan meteen die kennis toe in de virtuele omgeving. Wanneer de user de bril opzet komt die terecht in een patiëntenkamer. Er komt een verpleegkundige in beeld en een patiënt, die aangeeft ‘Naar huis? Maar dat zie ik helemaal niet zitten’. Het is aan de user om de meest aangewezen vraag te selecteren uit een keuzemenu van drie opties. De drie opties zijn gebaseerd op het achterliggende klinisch redeneren. Afhankelijk van de gekozen piste, krijgt de user een andere verhaallijn te zien. De ervaring duurt 15 minuten. In deze tijd worden de detectie van, de interventies en de nazorg bij zelfdodingsgedachten ingeoefend.

Na de oefeningen krijgen de gebruikers een vragenlijst om de impact van de oefening te meten en de tool te evalueren. Voelen ze zich na de tool meer bereid om het gesprek aan te gaan met de zorgvrager die denkt aan zelfmoord? Hebben ze meer zelfvertrouwen gekregen om over dit topic te spreken? Vinden ze de VR-tool een meerwaarde? Daarnaast is er voldoende aandacht voor nazorg bij de gebruikers. Lector en onderzoeker Ilse Ackermans (UCLL): “Ook al is het virtueel, het gaat hier om complexe situaties die emotionele impact hebben.”

Positieve evaluatie

Tot nu toe werd de tool getest bij studenten van de hogeschool en bij zorgverleners via het VLESP. De impactmeting loopt nog volop, maar de eerste voorzichtige conclusies zijn positief. “Studenten appreciëren de laagdrempelige manier van inoefenen”, vertelt Ilse. “In de VR-omgeving ondervindt de user geen nadelen van afleiding door de klas. In het klassieke rollenspel staan een klas en een lector te kijken naar hoe de student in kwestie de situatie aanpakt.” De VR-tool laat toe om op een veilige manier fouten te maken. De user kan het scenario verschillende keren afspelen en zo blijven oefenen.

Unieke technologie met maatschappelijk belang

“Dit is echt een uniek project”, zegt Dave Seré. “Met deze vorm van serious gaming bieden we een antwoord op maatschappelijke en sociale noden en streven we naar beter onderwijs. Met de acteurs in een 360° video komen we heel dicht bij de realiteit.” De technische uitdagingen zijn niet min, maar door de inhouse productie spelen de ontwikkelaars kort op de bal en worden bugs snel verholpen. Nu de tool goed lijkt te functioneren, denken de onderzoekers al voorzichtig aan de toekomst. “Nieuwe VR-scenario’s kunnen toegespitst worden op nieuwe doelgroepen, zoals jongeren of ouderen, gaan over andere psychische pathologieën of plaatsvinden in andere settings dan de ziekenhuiskamer. Door de modulaire opbouw van het programma kunnen nieuwe verhaallijnen snel geïmplementeerd worden. We zien dus heel wat mogelijkheden om met onze VR-toepassing in te spelen op maatschappelijke noden.”


Plasdagboek eenvoudig gemaakt met Minze Diary Pod

De Minze Diary Pod is een medisch hulpmiddel dat zorgvragers met plasproblemen helpt bij het bijhouden van een plasdagboek. Het handige en ergonomische reservoir meet automatisch het volume en het tijdstip van urineren en stuurt de data door naar een smartphone app. Het is geschikt voor mannen, vrouwen en kinderen, en werd zelfs beloond met een Henry van de Velde Design award.

Minze Health is een internationaal gerenommeerde digital health start-up die personen met plasproblemen helpt. Zeven jaar geleden gingen productontwikkelaars, artsen en ingenieurs samen aan tafel. Tijdens vergaderingen met verschillende ziekenhuizen brachten ze de noden van de urologen in kaart. De recentste ontwikkeling is de Minze Diary Pod. Co-founder Jiri Vermeulen vertelt: “Plasdagboeken zijn een belangrijk instrument voor mensen die last hebben van incontinentie, frequent plassen of nachtelijk plassen. Een plasdagboek kan helpen om de onderliggende oorzaak van het plasprobleem te vinden en later om het effect van de therapie objectief te beoordelen.”

Met pen en papier zo’n plasdagboek bijhouden is natuurlijk een hele opgave, en er durven al eens fouten in te sluipen. “Na verloop van tijd noteren zorgvragers minder nauwgezet alle gegevens”, legt Jiri uit. “Artsen of verpleegkundigen doen manueel allerlei berekeningen op basis van het plasdagboek, terwijl ze al zo weinig tijd hebben voor de zorgvrager. Bovendien geraakt de data van het plasdagboek te vaak niet in het EPD, wat een correcte vergelijking en opvolging belemmert.”

Digitaal dagboek voor betere zorgbeleving- en verlening

De Minze Diary Pod automatiseert het proces van een plasdagboek en is via bluetooth verbonden met de begeleidende app. De hoeveelheid urine en het tijdstip van de plasbeurt worden automatisch geregistreerd. Vervolgens stelt de app nog enkele vragen om aanvullende data te verzamelen: hoe dringend was het, was er sprake van urineverlies, hoeveel heeft men gedronken en wanneer. Op deze manier worden patronen vastgesteld die de onderliggende oorzaak van de plasproblematiek blootleggen. Jiri: “Voor sommigen zijn kleine veranderingen in levensstijl voldoende om de problemen onder controle te krijgen, voor anderen wordt therapie zoals blaastraining of medicatie voorgeschreven.”

Op voorschrift van de arts kan de zorgvrager een Diary Pod bestellen. Het toestel wordt hen opgestuurd en wordt vervolgens gekoppeld aan de app. In de app wordt de patiënt doorheen het hele proces begeleid. Wanneer een zorgvrager zijn dagboek heeft bijgehouden, staan alle data onmiddellijk op een online portaal dat toegankelijk is voor de arts, zonder dat de zorgvrager naar het ziekenhuis moet terugkeren. Ook alle berekeningen en verwerkingen van het dagboek gebeuren automatisch. De Minze Diary Pod maakt het zowel voor zorgverlener als zorgvrager gemakkelijk het overzicht te bewaren van alle data en het effect van de behandeling.


Digitaal platform voor warme doorverwijzing

Als zorgverlener word je wel eens geconfronteerd met ondersteuningsnoden van je zorgvrager die je zelf niet kan oplossen. VIVEL, Het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn, wil onderlinge samenwerking tussen zorgverleners vergemakkelijken door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Ze gaan na of Zipster, een digitaal doorverwijzingsplatform voor psychosociale noden, deze samenwerking mee kan faciliteren.

VIVEL versterkt de samenwerking van de eerste lijn en de zorgraden in de gezondheids- en welzijnssector. Daarvoor bieden ze nu ook de digitale tool Zipster aan via een pilootproject. “Het aanbod in de welzijnszorg is groot. Zorgverstrekkers vinden soms moeilijk hun weg naar de juiste doorverwijzing”, verklaart Karel Hermans, stafmedewerker van VIVEL die nauw betrokken is bij de uitrol van Zipster. Het digitale platform geeft de zorgverlener een duidelijk overzicht van de doorverwijzingsmogelijkheden om de psychosociale noden van de zorgvrager te ondersteunen.

Duwtje in de rug

Hoe het werkt in de praktijk? Via Zipster overloopt de zorgverlener samen met de zorgvrager een vragenlijst om de psychosociale noden in beeld te brengen. Vervolgens suggereert Zipster lokale organisaties en initiatieven waar de zorgvrager bij terecht kan. In samenspraak met de persoon wordt de geschikte doorverwijzing gekozen en de zorgverlener geeft via het platform aan dat de zorgvrager wenst gecontacteerd te worden. “Voor mensen die een extra duwtje in de rug wel kunnen gebruiken, is het een enorm voordeel dat ze niet zelf het contact hoeven te leggen”, vult Karel aan. Uiteraard kan de zorgvrager er ook voor kiezen om zelf contact op te nemen met een van de organisaties die via Zipster naar voor geschoven worden.

Zipster verlaagt dus de drempel voor zorgvragers en werkt bovendien geruststellend voor zorgverleners. Karel: “We merken dat het zorgverleners voldoening geeft om te weten dat er actie ondernomen wordt na hun vraag. Ze kunnen op beide oren slapen, want ze vertrouwen erop dat de zorgvrager gecontacteerd zal worden en dus geholpen zal worden. Dat kunnen ze opvolgen in het feedbacksysteem van Zipster.”

Project met toekomst

Voordat Zipster in werking wordt genomen in een van de geselecteerde eerstelijnszones, wordt het aanbod minutieus samengesteld en gescreend door de zorgraad en de partners. Zipster is complementair met de vernieuwde sociale kaart die in 2022 verschijnt. Daarnaast kunnen lokale organisaties en buurtinitiatieven (bv. cultuur, sport…) opgenomen worden in het platform. Momenteel is Zipster al geïmplementeerd in enkele zones in West-Vlaanderen en in Antwerpen. In de loop van 2022 komen daar over heel Vlaanderen en Brussel negen eerstelijnszones bij, die instappen in een pilootproject. Zo zullen er in 2022 in totaal vijftien zones aan de slag gaan met Zipster. “De vraag vanuit de zorgraden is in ieder geval groot. De vijftien plaatsen werden zonder veel moeite ingevuld”, stelt Karel vast. Zipster moet een kwalitatieve, aanvullende applicatie worden voor zorgverleners die doelgerichte doorverwijzing vergemakkelijkt. “Dat gaan we het komende jaar evalueren, samen met de zorgraden, zorgverleners en zorgvragers. Na een positieve evaluatie hopen we het systeem in 2023 in nog meer eerstelijnszones uit te rollen.”

Reactie vanuit Eerstelijnszone Antwerpen Centrum (voorzitter Geert Van de Voorde):

Sinds 2020 zijn wij aan de slag met Zipster in Eerstelijnszone Antwerpen Centrum. Wij zijn van in het begin betrokken bij de ontwikkeling van de vragenlijst, hebben mee naar partners gezocht en het netwerk uitgebouwd. Tijdens de COVID-19-crisis hebben we samen met de Stad Antwerpen Zipster gebruikt om burgers te helpen met hulp- en welzijnsvragen in hun quarantaineperiode. We merken dat Zipster een dynamisch platform is dat zeer vooruitstrevend en krachtig is.


BloomUp: psychologische zorgverlening in enkele klikken

Een kwart van de Belgen krijgt ooit te maken met mentale problemen, maar slechts een op de drie mensen met een hulpvraag vindt de weg naar een psycholoog of therapeut. De drempel om psychologische hulp te zoeken is nog steeds erg groot. BloomUp wil daar verandering in brengen. Via een digitaal platform helpt BloomUp je de stap te zetten naar psychologische zorgverlening, zonder wachtlijsten.

BloomUp is een platform voor online therapie. Op de website geef je je voorkeuren aan, zoals de leeftijd en het geslacht van de therapeut waarmee je wil praten en de onderwerpen waar je het over wil hebben. Op basis daarvan word je gematcht met drie erkende psychologen of psychotherapeuten. Je kiest zelf degene die het meest geschikt lijkt. Het eerste kennismakingsgesprek is gratis. Is er een klik? Dan kan je beslissen om de therapie te starten en een opvolggesprek in te boeken via het beveiligde videoconsultatieplatform.

De start-up bestaat net geen twee jaar en begon als een tijdelijk vrijwilligersinitiatief van een tiental jonge ondernemers die wilden bijdragen aan de coronacrisis. Co-founder Ellen Batens denkt terug aan de begindagen: “We werden plots geconfronteerd met het zware werk dat artsen en zorgverleners doen, en we voelden dat we ook iets moesten doen. De coronacrisis had al snel een impact op ieders mentaal welzijn, en zo ontstond het idee voor BloomUp.” Ondertussen zijn meer dan 100 psychologen en psychotherapeuten geregistreerd op het platform. Doorgaans bieden ze een of twee dagen per week online therapie aan via BloomUp, als aanvulling op hun reguliere praktijk.

Mentale steun waar en wanneer je wil

Het digitale platform van BloomUp neemt heel wat drempels weg die mensen tegenhouden om psychologische hulp te zoeken. De geografische barrière valt weg en zorgvragers moeten niet zelf de selectie maken van geschikte therapeuten in de buurt. Dat alleen al betekent een grote tijdswinst. “Via BloomUp volg je therapie vanuit je comfortzone. Belangrijker nog is dat de wachttijden geminimaliseerd worden. Het kennismakingsgesprek vindt steeds binnen de zeven dagen plaats”, vervolledigt Ellen. 40% van de BloomUp-gebruikers geven aan dat ze de stap niet gezet zouden hebben zonder het platform.

Voor co-founder Ellen zijn zorgverleners een belangrijke doelgroep. “Zorgverleners doen zwaar werk van onschatbare waarde, maar cijferen zichzelf soms te veel weg voor hun patiënten. We willen hun een laagdrempelige en efficiënte weg naar mentale ondersteuning bieden.” In samenwerking met de Stad Antwerpen heeft BloomUp een campagne opgezet die gericht is op mantelzorgers. “Zij werken vaak alleen en hebben dus een minder uitgebreid netwerk om op terug te vallen voor mentale steun”, legt Ellen uit. Via BloomUp hebben Antwerpse mantelzorgers recht op drie gratis consultaties met een online psycholoog, waar en wanneer zij er nood aan hebben. “We sporen zorgverleners ook aan om aan BloomUp te denken wanneer zij bij een zorgvrager psychologische problemen opmerken. Bijvoorbeeld voor chronisch zieke mensen kan online therapie een oplossing zijn.”


Praktische ondersteuning voor thuisverpleging

Heel wat Belgische zorgverleners zijn niet verbonden aan een zorginstelling en verlenen dagelijks zorg aan huis. Op het veld komen soms vragen naar boven over een bepaalde aanpak of techniek. Zonder directe collega’s in de buurt, vind je niet altijd het antwoord hierop. Binnenkort komt daar verandering in. Met de Healthcare App van de Arteveldehogeschool zal je toegang hebben tot praktische tips en tricks en meteen ook als zorgverlener een stem krijgen.

In 2017 lanceerde het Verenigd Koningrijk de Teacher Tapp. Deze app brengt inzicht in wat leraren bezighoudt en wat hun bekommernissen zijn. De Arteveldehogeschool lanceerde die ook in Vlaanderen. In navolging daarvan kregen onderzoekers Marieke Coussens en Sabrina Nachtergaele de opdracht een gelijkaardige app te ontwikkelen voor de zorgsector: de Healthcare App. Tijdens de onderzoeksfase – die nog steeds lopende is – werd al snel duidelijk dat een uniform type zorgverlener niet bestaat. “Er zijn zoveel specialisaties dat we niet alle zorgverleners over eenzelfde kam kunnen scheren. Vandaar dat we focussen op thuisverpleging. Dit zijn vaak zorgverleners die niet aan een zorginstelling gekoppeld zijn en dus geen echt klankbord hebben”, legt Marieke uit. “Het is de bedoeling in kaart te brengen welke vragen ze hebben, wat hun noden zijn, maar even goed hoe ze met bepaalde beleidsbeslissingen omgaan. We willen hen een stem geven zodat we een beter zicht krijgen op wat er leeft binnen de groep.”

Tips, tricks en vragen

De Healthcare App zal op twee manieren werken. Gebruikers zullen regelmatig meerkeuzevragen krijgen, die peilen naar hun noden en wensen. Ze beantwoorden deze op hun eigen tempo. “De vragen behandelen thema’s zoals welbevinden, actuele problematiek of polsen naar een persoonlijke mening. Bijvoorbeeld, hoeveel zorgvragers bij wie je langsgaat, hebben of zijn herstellende van COVID-19? Of, hoe tevreden ben jij in jouw job als thuisverpleegkundige? De gebruikers zien de dag erna de antwoorden uit de groep en krijgen zo een referentiekader van de zaken die hen bezighouden”, vertelt Sabrina.

Na het beantwoorden van vragen krijgen de gebruikers concrete tips en tricks. Dat gaat van het uitvoeren van een bepaalde procedure, het delen van kennis rond nieuwe technieken tot het meegeven van praktische tips. Als gebruiker heb je de mogelijkheid zelf vragen door te sturen. Deze worden geconsolideerd en op een later tijdstip beantwoord. De informatie wordt gedeeld in klare, duidelijke taal of via filmpjes en is hands-on.

Vinger aan de pols

De ervaring met Teacher Tapp toont aan dat met de data uit de app heel wat kan bereikt worden, bijvoorbeeld door info terug te koppelen naar beleidsmakers. Marieke: “Alles is geanonimiseerd en conform de GDPR-regelgeving. We willen vooral de vinger aan de pols houden. De app is laagdrempelig en moet in eerste instantie de zorgverlener ondersteunen.” De lanceringsdatum is voorzien in september 2022.


Hoe kan je hulp bieden, als er niet om gevraagd wordt?

Nog al te vaak kom je als zorgverlener in situaties terecht waarbij je geen passende hulp kan bieden. Omdat je niet wist dat er een probleem was of omdat je niet tijdig kon reageren. Gelukkig bestaan vandaag verschillende noodsystemen die zorgverleners en zorgvragers ondersteunen, zoals Watcherr.

Als verpleegkundige in assistentiewoningen botste Nikolai Stevens op de tekortkomingen in de huidige noodsystemen. Vaak vragen ze een actie van de zorgvrager, werken ze alleen binnen en detecteren ze onvoldoende onregelmatigheden. Vanuit zijn eigen ervaringen startte hij daarom in 2016 met het concept Watcherr. “Er bestaan vandaag systemen voor valdetectie, hartmonitoring, stappen tellen of oproepen tussen zorgvrager en zorgverlener. Alleen zijn dit meestal aparte oplossingen van verschillende fabrikanten en beperken ze zich tot gebruik binnen of gebruik buiten”, legt medeoprichter en mede-eigenaar Frederick Pouders uit. Watcherr biedt hierop een antwoord, door verschillende functionaliteiten te combineren in één toestel en dit zowel binnen als buiten te laten werken.

24/7 vinger aan de pols

Watcherr is naast het gekende oproepsysteem tevens een draagbaar, automatisch noodsysteem, bestaande uit een waterdichte polsband voor de zorgvrager en een app voor de zorgverlener. De polsband, een soort uurwerk, meet de hartslag van de zorgvrager, telt stappen, traceert de locatie, detecteert een val, detecteert handelingen via XYZ-polsbewegingen en houdt afwijkende of onregelmatige patronen bij. “Tijdens zijn wekelijkse wandeling naar de markt pauzeert een zorgvrager bijvoorbeeld meer dan gewoonlijk. Watcherr informeert de zorgverlener over dergelijk afwijkend gedrag, zodat hij kan nagaan of er een medische reden is”, vertelt Frederick. Het systeem werkt binnen met bluetooth en buiten via mobiele data. Het toestel is waterdicht en kan worden opgeladen tijdens het dragen via een externe batterij. “Je moet het dus nooit uitdoen. Ook niet tijdens het douchen. Zo heb je echt 24/7 de vinger aan de pols.”

Preventie op alle vlak

Omdat het systeem continu monitort, krijgt de zorgverlener inzicht in subtiele wijzigingen, zoals hartritme of staplengte. Frederick: “Als iemands staplengte verkleint, is dat vaak een voorbode voor een verhoogd valrisico. Met ons systeem ben je sneller op de hoogte en kan je preventief handelen.” In een acute situatie genereert Watcherr zelf een alarm op de app van de zorgverlener. Via het oproepsysteem kan je als zorgverlener communiceren met de zorgvrager en je zorg daarop afstemmen.

Het systeem beperkt zich niet tot ouderenzorg. Ook in de GGZ, in ziekenhuizen en zelfs thuis is het een handig hulpmiddel. “Het helpt bijvoorbeeld bij dwalen of het toont aan dat iemand ineens niet meer actief is en de hele dag in de zetel zit.” In psychiatrische zorginstellingen waar agressie vaak een probleem vormt, beschermt Watcherr ook de zorgverlener. “Geef je zorgvrager en -verlener een toestel, dan monitort het systeem beiden. Bij agressie lanceert het systeem een (stil) alarm, met de locatie en details van de agressor. Zo weten collega’s waar ze moeten ingrijpen en kunnen ze indien nodig met meerdere ter hulp schieten.”

Minder op de gang en meer bij de mens

Bij een traditioneel oproepsysteem weet de zorgverlener vaak niet waarom de zorgvrager hulp nodig heeft. Via Watcherr kan de zorgverlener overal communiceren met de zorgvrager en dus vragen wat nodig is. Is het een flesje water? Moet de persoon naar het toilet? Zo weet je hoe dringend de oproep is, maar ook of je eventueel een extra collega moet inschakelen, bijvoorbeeld als de persoon te zwaar is om alleen te tillen. Frederick: “Dat bespaart veel heen en weer geloop op de gang en laat je toe taken beter te prioriteren. Dat verbetert de kwaliteit van zorg. En je hebt ineens ook meer tijd voor de persoon.”


Hoe technologie bijdraagt tot een goede mentale balans

Dat technologie een bijdrage levert in veel facetten van de gezondheidszorg spreekt voor zich. Denk aan het gebruik van een MRI-scanner, een insulinepomp of een pacemaker. In de geestelijke gezondheidszorg is dit een ander verhaal. Als klinisch psycholoog en onderzoeksleider van de Expertisecel Psychologie, Technologie & Samenleving aan de Thomas More-hogeschool wil Tom Van Daele daar verandering in brengen.

“Binnen de somatische zorg stelt niemand zich de vraag of technologie überhaupt wel nodig is. In de GGZ zien we meer terughoudendheid”, vertelt Tom. Toch vindt ook hier een verschuiving plaats. Niet in het minst door de impact van de pandemie. “Voor maart 2020 was een online consult ondenkbaar. Door de lockdown werd dat ineens wel mogelijk. Ook vandaag behouden een groot aantal therapeuten dat online aanbod. Al is innovatie in de GGZ niet nieuw en gaat het niet altijd hand in hand met technologie. Een nieuwe manier van werken is ook innovatief. Kijken we naar technologie binnen de GGZ, dan spreken we vooral over software-ondersteuning.” Samen met zijn collega’s onderzoekt Tom hoe, wanneer en bij wie technologische ondersteuning gericht gebruikt kan worden, afgestemd op de noden van de zorgvrager.

Huidig zorgmodel onder druk

De ongelijkheid tussen vraag en aanbod is een van de grootste uitdagingen in de GGZ. Een op drie Vlamingen krijgt ooit te maken met psychische klachten en daarvan zet dertig procent ook effectief de stap naar professionele hulp. “De nood aan technologische ondersteuning is reëel. Wij zien hierin drie grote takken. Allereerst het gebruik van online tools en apps binnen de context van het traditionele model met de één-op-één therapiesessies. Begeleide digitale interventieprogramma’s, waarbij mensen zelfstandig aan de slag gaan, vormen een tweede set. En dan hebben we de meer exotische nichetools, zoals wearables, virtual reality …”, zegt Tom.

Gebruik van begeleide zelfhulpinterventies

Door de stap naar online consultaties zetten therapeuten nu ook vaker ondersteunende apps in om de zorgvrager bij te staan en de tijd tussen sessies in beter te benutten. Bijvoorbeeld met meditatie-apps of apps die je stemming registeren. Tom: “Daarmee daalt de therapievraag natuurlijk niet. Willen we het traditionele model leefbaar houden, dan is een andere aanpak nodig. We zien dat in heel veel gevallen de eerste sessie(s) bij een therapeut gelijkaardig verlopen ongeacht de zorgvrager. Neem een depressie bijvoorbeeld. Je start met het creëren van inzicht: wat is een depressie, wat doet het met je, welke eerste kleine stappen kan je nemen?” Door het gebruik van digitale interventieprogramma’s kan iemand met milde tot matige klachten zelf aan de slag gaan met video’s, tips en tricks. “Al moet die persoon wel begeleid worden. Anders haken mensen af. Maar die begeleiding hoeft niet per se door een therapeut te gebeuren, ook een verpleegkundige kan bijvoorbeeld helpen om de motivatie hoog te houden. Bovendien is bewezen dat begeleide zelfhulp even goede resultaten oplevert als via het traditionele model.”

Betere resultaten door technologie

Het derde technologieluik gaat om middelen die de therapeut in staat stellen zaken te realiseren die anders niet mogelijk zijn. Zoals het gebruik van virtual reality voor het overwinnen van vliegangst. “Virtual reality biedt een gecontroleerde, rustige omgeving waarbinnen je een zorgvrager kunt confronteren met een angststoornis of trauma zonder dat je in het echte leven effectief terug moet naar die situatie. Toch ervaart de zorgvrager zijn gevoelens als echt. Je bouwt de confrontatie met het trauma ook veel gradueler op.”

Ook al staat het gebruik van deze tools nog in zijn kinderschoenen, toch kunnen zorgverleners hier al mee aan de slag. “Een zorgverlener komt regelmatig in contact met de zorgvrager en kan de nood aan psychologische ondersteuning beter inschatten. Wanneer die de zorgvrager doorverwijst naar de beschikbare technologie, is al een eerste stap gezet. Bovendien is het laagdrempelig, want je kan ermee aan de slag vanuit het comfort van je eigen thuis.” Met websites zoals depressiehulp.be en het onlangs gelanceerde onlinehulp-apps.be heeft een zorgvrager een ruim aanbod aan beschikbare informatie, tools en apps. Beide initiatieven worden ondersteund door de Vlaamse overheid. “En het wordt verder uitgebreid. Zo kunnen we met technologie al een grote groep mensen bereiken.”


Veilige en efficiënte patiëntidentificatie bij bloedtransfusie

Bloedstalen afnemen of bloedproducten toedienen doe je niet zomaar. Bij elke stap is controle op de identiteit van de zorgvrager belangrijk. Vandaar dat het UZ Gent standaard werkt met een dubbele identiteitscontrole. Deze manier van werken is niet feilloos en bovendien weinig efficiënt. Voor Christophe Jolie en Nele Dussart het uitgelezen moment om de technologie in te schakelen.

Tot nu toe gebeurt zowel de eerste als tweede identiteitscontrole bij bloedtransfusies door verpleegkundigen. De verpleegkundige vraagt de zorgvrager naam en geboortedatum te bevestigen, ook wel gekend als het time-out principe. Alleen is in de praktijk niet altijd een collega beschikbaar op het juiste moment. Daardoor vindt de tweede controle niet of gebrekkig plaats, wat leidt tot mogelijke fouten, zoals het toedienen van het verkeerde bloedproduct of het niet of fout labelen van een bloedstaal. Christophe Jolie, stafmedewerker ICT zorgtoepassingen en lid van de werkgroep ICT4care van het NVVV, en Nele Dussart, referentieverpleegkundige hemovigilantie en lid van het bloedtransfusieteam, gingen aan de slag. “De veiligheid van de zorgvrager staat voorop, vandaar dat de dubbele controle steeds moet gebeuren. Om tegemoet te komen aan het huidig probleem ontwikkelden we eIDvig”, vertelt Christophe.

Het tweede paar ogen

eIDvig is een elektronische tool waarbij software en een barcodescanner gebruikt worden om de tweede identiteitscontrole uit te voeren. In het ziekenhuis krijgt elke zorgvrager bij hospitalisatie of dagopname een polsband. Bij bloedtransfusie leest de verpleegkundige, na de time-out controle, met de scanner de polsband van de zorgvrager in en scant daarna het label op het bloedproduct of de bloedbuis. “Wanneer polsband en label overeenkomen, zet de verpleegkundige het werk verder. De scanner is dus het verplichte tweede paar ogen”, legt Nele uit. “Het verhoogt de veiligheid en garandeert een correcte transfusie. En het is efficiënter werken voor de verpleegkundigen.”

Breder toepassingsgebied

In normale werkomstandigheden staat de scanner met laptop op de zorgwagen. In sommige gevallen, zoals bij isolatie, geraakt een verpleegkundige niet met de zorgwagen tot bij de zorgvrager. “Daarvoor hebben we een mobiele oplossing gemaakt met smart device, op basis van dezelfde software. Het smart device laat toe de toepassing dichter bij de zorgvrager te brengen”, gaat Christophe verder.

Vandaag is eIDvig uitgerold in de operatiekwartieren, de afdelingen intensieve zorgen en hematologie en het brandwondencentrum. Christophe: “In het najaar implementeren we het in alle diensten. Daarnaast werken we aan een breder toepassingsgebied. In 2022 willen we namelijk ook identiteitscontrole voor andere labostalen integreren en de software verder uitbreiden naar het toedienen van cytostatica. Steeds vertrekkende vanuit dezelfde scanner en applicatie.” Nele vult aan: “Denk bijvoorbeeld aan een hematologiepatiënt waarbij veel bloedtransfusies nodig zijn en die ook cytostatica toegediend krijgt. Als dit geïntegreerd is in eenzelfde applicatie kan de verpleegkundige al deze zaken na elkaar uitvoeren met één scandevice aan het bed van de zorgvrager. Op een veilige manier.”