Juridische vragen en antwoorden #1 – 2026
Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.
Mogen ADL-helpers het dossier van een patiënt inkijken?
“Mag een ADL-helper medische diagnoses inkijken en wie draagt de aansprakelijkheid als dat gebeurt: de ADL-helper, degene de toegang verleende of de werkgever?”
Antwoord:
Volgens de WUG is een ADL-helper geen gezondheidszorgbeoefenaar en heeft die daarom geen toegang tot het patiëntendossier. Dat heeft een ADL-helper voor zijn taken ook niet nodig. De GDPR geldt enkel wanneer er geen specifieke wetgeving bestaat, maar de Kwaliteitswet bepaalt dat enkel gezondheidszorgbeoefenaars toegang hebben tot medische gegevens. De enige uitzondering is wanneer de patiënt de ADL-helper formeel aanstelt als vertrouwenspersoon volgens de wet patiëntenrechten. Elke andere vorm van inzage door een niet-bevoegde is een schending van het beroepsgeheim.
Wie deze toegang mogelijk maakt – zorgprofessional, leidinggevende of zelfs ICT-medewerker – is persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk, net als wie een niet-bevoegde toelaat tot verpleegkundige handelingen (WUG art.124). Slechts in burgerlijke zaken kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld. Een woonzorgcentrum kan naast het patiëntendossier wel een apart, beperkt register bijhouden waarin enkel uitgevoerde ADL-handelingen worden genoteerd.
Welke BBT heb je nodig om op oncologie te werken?
“Is voor werk op een oncologieafdeling een specifieke bijzondere beroepstitel vereist? Hoe verhouden postgraduaten van 20 of 60 studiepunten zich daartoe? Bestaat er een vorm van gelijkstelling voor verpleegkundigen met jarenlange ervaring op oncologie?”
Antwoord:
Het KB van 23 oktober 1964 verplicht geen minimaal aantal verpleegkundigen met een BBT oncologie op een oncologiedienst, al moet de hoofd- of verantwoordelijke verpleegkundige die titel wel hebben. Chemotherapie en immunotherapie zijn C-handelingen die zowel bachelor- als HBO5-verpleegkundigen mogen uitvoeren, op voorwaarde dat ze de nodige competenties hebben. In erkende zorgprogramma’s oncologie bepaalt het KB van 21 maart 2003 dat chemotherapie moet worden toegediend door of onder toezicht van een verpleegkundige met een BBT oncologie. De vroegere gelijkstelling voor verpleegkundigen met vijf jaar ervaring stopte in 2008. Vandaag moet dus minstens één verpleegkundige met BBT oncologie (of in opleiding) aanwezig zijn voor cytostatica-toediening. Anderen kunnen wel algemene zorgtaken uitvoeren. De BBT zelf vereist een opleiding van 450 uur theorie en 450 uur stage, zonder uitzonderingen. Deelattesten of postgraduaten van 5 of 20 studiepunten zijn onvoldoende: enkel de volledige opleiding leidt tot de wettelijk erkende BBT.
Hier is niemand ‘kamer zoveel’
Wanneer Sara Mommen ’s morgens het woonzorgcentrum Mayerhof binnenstapt, is het alsof ze thuiskomt bij haar grootouders. Een gevoel dat ze koestert en dat ook de leefgroep die ze coördineert kenmerkt. Een warme, hechte leefgroep waar bewoners met vergevorderde dementie omringd worden door een team dat hen door en door kent. Een twintigtal medewerkers – verpleegkundigen, zorgkundigen, ergotherapeuten, animatoren en keukenmedewerkers – zetten zich hier elke dag samen in voor een leven zoals bewoners dat zelf willen. Zorg met hart, humor en veel geduld.
Sara begon een jaar geleden eerst als flexi-jobber bij woonzorgcentrum Mayerhof, naast haar vaste werk in het labo. “Ik kwam hier na mijn uren helpen. Al snel voelde ik: dit is mijn plek.” Toen een vacature vrijkwam voor hoofdverpleegkundige, waagde ze haar kans. “Eigenlijk heb ik voor vroedkundige gestudeerd. Dat ik nu mensen begeleid in hun laatste levensfase, vind ik een mooie wending.”
Een leefgroep die voelt als thuis
De bewoners van haar leefgroep zijn vaak mensen die weinig praten, onrust ervaren of niet meer mobiel zijn. Het team werkt daarom sterk vanuit nabijheid en kleine signalen. “Als ik ’s morgens binnenkom en sommige bewoners naar mij zie zwaaien of glimlachen … dat is thuiskomen. Maar dat geldt voor iedereen in het team: bewoners herkennen onze stemmen, onze manier van aanraken, onze routine.”
Het team vormt een stabiele, warme groep die elkaar goed kent en elkaar ondersteunt. “Mijn bureau is ook hun plek. Ze komen er eten, lachen, ventileren. Iedereen mag zichzelf zijn. Die open sfeer voel je in de hele leefgroep.”
Zorg met en voor mantelzorgers
In de leefgroep is er veel aandacht voor mantelzorgers. “Partners branden zichzelf soms op. Dat raakt ons allemaal. We proberen hen te begeleiden, te informeren en vooral: er te zijn. Want familie maakt deel uit van ons zorgteam.”
Wat de leefgroep volgens Sara zo bijzonder maakt? De visie van Mayerhof. “Hier is niemand ‘kamer zoveel’. We kijken echt naar wie iemand is en wat iemand nodig heeft. Dat vind ik zorg in haar puurste vorm.”
“De kracht van echte aanwezigheid”
We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Ruth Ieven (32 jaar) is zorgmanager in het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en medevoorzitter van de werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg.
Waarom werd je verpleegkundige?
Ik koos niet meteen voor verpleegkunde. Op mijn achttiende startte ik in het conservatorium een theateropleiding. De liefde voor acteren bleef, maar niet als beroep. Verpleegkunde lijkt misschien ver af te staan van theater, maar in beiden werk je met jezelf als instrument: je toont kwetsbaarheid, je luistert, je bent present. Als verpleegkundige begeef je je midden in de dagelijkse realiteit van anderen, waardoor je aanwezig bent op de meest kwetsbare momenten in iemands leven. Dat maakt het werk bijzonder en verrijkend.
Wat boeit je in je job?
De veelzijdigheid van verpleegkundig werk en onze impact op patiënten en teams. Zorginhoud, samenwerking en organisatieontwikkeling lopen in elke functie door elkaar. Als zorgmanager geef ik processen mee vorm, versterk teams en creëer een klimaat waarin veiligheid en kwaliteit vooropstaan. De geestelijke gezondheidszorg blijft me prikkelen: klinische noden, persoonlijke verhalen en maatschappelijke vragen vallen er voortdurend samen. Ik krijg energie van mensen verbinden, en structuur en richting brengen in een domein dat altijd beweegt.
Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?
Oprechte nieuwsgierigheid om de mens achter de problematiek te begrijpen, om te blijven bijleren, en om kritisch te kijken naar hoe zorg beter kan. Nieuwsgierigheid leidt tot empathie, kwaliteitsverbetering en een open houding tegenover veranderingen. In de geestelijke gezondheidszorg is dat absoluut essentieel.
Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?
De mooiste momenten schuilen voor mij in de eenvoud van pure ontmoetingen. Naast vakkennis en holistisch, klinisch redeneren blijft vooral de manier waarop je iemand benadert het hart van ons werk. Dat voelde ik nog maar eens toen ik met mijn piepjonge zoontje op pediatrie belandde. De eerste, angstige uren hield ik mezelf overeind als in een soort waas. Tot de nachtverpleegkundige binnenkwam. Ze keek naar mijn baby, zei iets liefs, keek dan naar mij en vroeg hoe het voor míj was om hem zo te zien, vol kabeltjes. Ze benoemde dat dit niet evident moest zijn. Pas op dat moment liet ik mijn tranen toe. Er bestaat vaak een soort angst voor het aanraken van emoties, maar de mooiste zorgmomenten zijn meestal de stilste.
Zijn er ook minder fijne momenten?
Uiteraard. Psychiatrische zorg gaat vaak gepaard met maatschappelijk onbegrip, emotionele belasting en soms met moeilijke of risicovolle situaties. Het is niet altijd eenvoudig om te zien hoeveel draagkracht patiënten en hun omgeving soms verliezen. Daarnaast kan het zwaar zijn om teams te begeleiden bij personeelstekorten, hoge werkdruk of verandertrajecten. Maar net in die moeilijke momenten wordt het belang van goede samenwerking en professionele nabijheid het duidelijkst.
Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?
Mensgerichte, kwalitatieve zorg bewaken in een steeds complexere context. Dat vraagt voldoende personeel, sterke verpleegkundige rollen, doorgroeimogelijkheden en erkenning van expertise. In de geestelijke gezondheidszorg komt daar de uitdaging bij om het stigma te doorbreken en zorgtrajecten toegankelijker te maken. We moeten blijven investeren in leiderschap, evidencebased werken en samenwerking over organisaties heen. Verpleegkundigen spelen daarin een cruciale rol.
Wat doe je in je vrije tijd?
Ik ben graag bij mijn gezin, familie en vrienden. Maar ik laad ook op in mijn eentje: wandelend, lezend of met een podcast terwijl ik de livingkast voor de zoveelste keer opruim. Dat ordent mijn hoofd. En blijkbaar is dat niet zo vreemd. Een van die podcasts vertelde me dat ons brein precies zo werkt. Sindsdien durf ik dat ook te beschouwen als vrijetijdsbesteding.
Existentiële empathie bij intensieve psychiatrische zorgen
Vincent Van Baelen is docent interculturele en psychiatrische verpleegkunde aan Thomas More Mechelen. Verder werkt hij nog als verpleegkundige op de High & Intensive Care (HIC) afdeling van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven en als public health nurse in Noord-Tanzania. In 2025 voltooide hij een postgraduaat toegepaste ethiek aan de KU Leuven.
In een opiniestuk in De Morgen (Snoeks et al., 2025) werd onlangs gepleit voor meer nabijheid en minder dwang in de psychiatrische zorg. Lijden vraagt immers meer dan medische of administratieve antwoorden. Sinds 2019 evolueren veel Belgische afdelingen met verhoogd toezicht naar High & Intensive Care (HIC)-units. In deze HIC-visie staan de noden en de eigen regie van de patiënt centraal, met aandacht voor het verminderen van dwang en het versterken van persoonlijke betrokkenheid. Voor die doelen is het belangrijk dat verpleegkundigen vaardig worden in existentiële empathie. Een echte uitdaging!
Want bijna altijd zijn die individuele noden diep existentieel van aard. Een mentale crisis confronteert mensen met een psychologische grens. Dat kan bijvoorbeeld voelen als een bodemloze afgrond bij een depressie of een ontglippende werkelijkheid bij een psychose. Achter die rand schuilt vaak een vreemde, bijna surreële wereld vol angst, eenzaamheid en onzekerheid. Rond die grens beweegt het verpleegkundig werkveld: een menselijke zoektocht naar zin in een overweldigende ervaring. Zo beschreef Brenda Froyen het treffend in haar boek Tussen waan en zin.
Deze onoplosbare existentiële thema’s – zoals vrijheid, identiteit, betekenis, verbondenheid en wanhoop – kunnen ook verpleegkundigen diep raken. Ze roepen gevoelens op van machteloosheid of innerlijke verwarring. Want zulke grenzen zijn menselijk. “The most personal is the most universal,” schreef Carl Rogers (1961). Dat is het begin van echte verbinding en van samen zoeken naar zin, in plaats van iemand vast te zetten in een “pathologische waan”.
Verpleegkundigen hebben daarom een persoonlijke existentiële basisveiligheid nodig. Dat is een innerlijk gevoel van stevigheid en verbondenheid – een bodem bij een nakende diepte. Die innerlijke bodem vraagt zorg: tijd om stil te staan, te reflecteren en met anderen te verdiepen.
Het idee van existentiële empathie vindt zijn oorsprong bij Hildegard Peplau, ‘the mother of psychiatric nursing’. Haar visie vormt nog altijd de basis van de psychiatrisch verpleegkundige opleiding. Het interpersoonlijke proces draait om fijngevoelige aandacht voor de kleine signalen in elke dialoog. Zo kunnen grenservaringen worden onderzocht en verbonden met nieuwe (existentiële) inzichten.
Peplaus visie richt zich ook op dagelijkse interacties, hier-en-nu-ervaringen en focust niet zozeer op psychiatrische symptomen. Wanneer zulke concrete ervaringen in een veilige verpleegkundige relatie worden geplaatst binnen een persoonlijk verhaal en een groter levensperspectief, worden ze tastbaar, herkenbaar, deelbaar en hanteerbaar.
Daarnaast vraagt existentiële empathie om emotionele resonantie en presentie (Vanhooren, 2022; Baart 2025). Als een ‘skilled companion’ – een deskundige tochtgenoot – ben je als verpleegkundige erg betrokken zonder het onoplosbare te willen verklaren of beheersen. “In warme en professionele nabijheid zeg je eigenlijk: “Ik ben er voor je.” Zo bewandel je samen met de ander de vaak hobbelige weg naar herstel.
Symbolisch hebben we dan meer aan de gevleugelde god Kairos – die zoekt naar juiste momenten van betekenis en verbinding – dan aan Kronos, die alles meet in verpleegkundige procedures en tijdschema’s.
In die interpersoonlijke ruimte krijgt lijden weer een taal, bezieling, verbinding en betekenis. Zo ontstaat zorg die verder reikt dan medicalisering en dwang – een complexe, maar wezenlijke dimensie van de psychiatrisch verpleegkundige praktijk.
Wanneer schrijven en delen helpt
Pien de Ruig werd tot driemaal toe getroffen door borstkanker. Om vrienden, familie en kennissen op de hoogte te houden gebruikte ze initieel een bestaande reisapp. “Maar ziek zijn is een emotionele reis”, zegt ze. En dus ontwikkelde ze op haar 62 jaar, samen met een van haar vier dochters, zelf de app Stamps.
Toen Pien in 2000 voor het eerst borstkanker kreeg, ontving ze telefoontjes van mensen die met haar meeleefden. “Ik zat toen thuis met vier jonge kinderen, dat paste niet altijd”, vertelt ze. “In 2018 viel de diagnose voor de tweede keer en toen maakte ik elke drie weken een nieuwsbrief. Maar in drie weken gebeurt er veel. Drie jaar later werd ik opnieuw ziek en volgden de appjes. Dat is heel goed bedoeld en mensen leven oprecht met je mee, maar je wil met je gezondheid bezig zijn en niet met je ziekte. Op aanraden van een van mijn dochters maakte ik een account op de reisapp Polarsteps. Ik informeerde mijn netwerk dagelijks over mijn ervaringen en emoties. Dat gaf mij het gevoel dat ik er niet alleen voor stond. En dat gun ik iedereen.”
Een emotionele reis
De app bood Pien de kans om te reflecteren over haar dag. “Niet elk moment is negatief. Je vindt altijd wel een lichtpuntje. Bovendien kan je die minder goede zaken van je afschrijven, je kan aftellen en je krijgt steun uit de vele reacties en hulp die aangeboden wordt.” Maar ziek zijn of op reis gaan zijn twee heel verschillende zaken. Voor Pien werkten al die mooie reisplaatjes averechts, want zij stond voor een heel andere tocht.
“We kwamen op het idee om zelf een app te ontwikkelen. Mijn dochter deed bijkomend onderzoek en bouwde het concept verder uit. Zo ontstond Stamps. De naam is een knipoog naar een postkaartje met steunbetuigingen van mensen. De app telt vandaag ruim 60.000 gebruikers. Dat gaat van oncologische patiënten en mensen met ALS of long covid tot personen in revalidatie of met een NAH. Ook wie zwanger is, een zwangerschap verliest of een IVF-traject doorloopt, vindt er herkenning. Palliatieve patiënten halen er veel steun uit, en recent vertelde iemand met obesitas hoe de app hielp om diens verhaal over gewichtsverlies te delen.”
Verbinding, reflectie en verwerking
Stamps is ontwikkeld om verbinding te zoeken met je naasten. Reflecteren en verwerken staan centraal. De app heeft een ontwerp met een tijdslijn en werkt zeer intuïtief. Mensen kunnen steunen via emoji’s, privé- of openbare reacties, of door een attentie te sturen uit de kleinschalige webshop. Wie schrijft heeft een eigen prikbord met foto’s, kaartjes, … “Je bepaalt zelf hoeveel je deelt”, zegt Pien. “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat steun zeer belangrijk is, maar ook dat schrijven en delen bijdragen aan je herstel. Hoe meer open je je verhaal deelt, hoe meer steun je ontvangt. Die verbinding is ontzettend positief voor je welzijn.”
Net omdat Stamps volledig inzet op die verbinding, is en blijft de app gratis. “Je kan ons steunen door een herinneringsdagboek te laten afdrukken voor jezelf of voor anderen, door iets te kopen in de webshop of door een vrijwillige bijdrage te storten. Zo willen we de app actief houden. Het werkt veel efficiënter dan WhatsApp of andere tools. Het is een veilige plek. Je ziet welke route je aflegde en behoudt zelf de regie over wat, hoe en hoe vaak je jouw verhaal deelt. Dat is onze grote kracht, want schrijven en delen helpt.”
AI als stimulans voor transmurale samenwerking
Drie ziekenhuizen en negen woonzorgcentra werken in het kader van een innovatieproject van de FOD Volksgezondheid samen aan het project SilverConnect. Via de AI-tool Bingli wordt zo op een gestructureerde manier een anamnese en differentiaaldiagnose bezorgd aan de huisarts en indien nodig aan het ziekenhuis. Dit stimuleert de onderlinge samenwerking en versterkt de continuïteit van zorg voor de bewoners.
Artificiële intelligentie heeft heel wat mogelijkheden, maar wat kan het betekenen voor zorgverleners? Een innovatieproject van de FOD Volksgezondheid zoekt het uit, met de ziekenhuizen vzw Maria Middelares, AZ Oostende en AZ Zeno, en met negen woonzorgcentra. “We hadden twee belangrijke doelen”, zegt Stéphanie De Clerck, kwaliteitsverantwoordelijke in het AZ Zeno en coördinator van het project. “De eerste was de ontwikkeling van een AI-tool voor de zorgverlener aan het bed. Voelt die dat er iets niet pluis is met een bewoner, dan kan die via een gedetailleerde vragenlijst een slimme anamnese afnemen die beslissingsondersteunend werkt. De tweede insteek was de digitale overdracht naar (huis)artsen en ziekenhuizen om geen cruciale informatie verloren te laten gaan.”
De vragenlijst werd ontworpen door Bingli en kan vandaag al door zorgvragers ingevuld worden voor een doktersbezoek. “Bewoners in woonzorgcentra zijn kwetsbare personen. De vragen moesten dus aangepast worden aan hun profiel. Dat deden we samen met de CRA’s in de betrokken woonzorgcentra”, vertelt Marc Vankerkhoven, coördinator transmurale zorg bij vzw Maria Middelares. “De verpleegkundige krijgt op basis van de antwoorden een gestructureerd overzicht van de gezondheidstoestand van de bewoner en een differentiaaldiagnose. Die info wordt gedeeld met de betrokken zorgverleners.”
Doelgerichter werken
Het project steunt op een sterke samenwerking tussen de ziekenhuizen en woonzorgcentra. “Momenteel vergt dat een grote inspanning van de verpleegkundigen in de woonzorgcentra. We vragen hen veel vragenlijsten in te vullen en je plukt pas in een tweede fase de vruchten van zo’n innovatieve tool”, vertelt Eline Rammant, stafmedewerker geïntegreerde zorg in het AZ Oostende. “Vaak komt een bewoner nu op de spoedafdeling met een doorverwijsbrief waarop algemene achteruitgang staat, en wordt met goede bedoelingen een zo volledig mogelijk bewonersdossier uitgeprint, soms in dagboekvorm, waarin het ziekenhuis de relevante informatie moet zoeken. Door SilverConnect heeft de huisarts een ondersteuningstool om te beslissen wat moet gebeuren met een bewoner. Moet die persoon opgenomen worden of niet? De huisarts kan ook gerichter doorverwijzen en geeft zo meteen meer informatie om ook onderzoeken pragmatischer te organiseren. Dit kan onnodige opnames vermijden en de doorlooptijd op spoed inkorten.”
Voor woonzorgcentra, ziekenhuizen en de eerste lijn
De vragenlijst wordt voorlopig enkel afgenomen door verpleegkundigen in het woonzorgcentrum, al wordt bekeken om in de toekomst ook zorgkundigen hierin mee te nemen. “De klinische blik van een verpleegkundige is belangrijk. Het is ook de verpleegkundige die contact opneemt met de huisarts bij twijfel”, zegt Eline nog. “We willen dus benadrukken dat SilverConnect ondersteunend werkt. Laat je eigen kunde en kennis van de bewoner dus altijd primeren. Tegelijk moet je je ook bewust zijn van het belang van voldoende, concrete info om zorg naadloos door te zetten. Zowel van het woonzorgcentrum naar het ziekenhuis, als in de andere richting. Daarbij mogen we uiteraard de eerstelijnszorg niet vergeten. Het project is een warme oproep om in dialoog te gaan.”
Het project liep vijftien maanden en legde heel wat leerrijke inzichten bloot. “Zal dit project alles oplossen? Neen, zeker niet”, besluit Marc. “Het belang van gestroomlijnde digitale communicatie is wel duidelijk. Communicatie tussen artsen verloopt al relatief vlot via de eHealthBox, maar tussen de arts en verpleegkundige is dat op papier. Wat vaststaat is dat we de samenwerking in 2026 willen verderzetten. Naadloze communicatie was ons hoofddoel en dat zal het blijven. Nu moeten we bekijken hoe we zorgdimensies verder kunnen ontschotten. Zo werken we verder toe naar geïntegreerde zorg.”
“In ons team is altijd ruimte om te delen”
“Natuurlijk zijn er moeilijke dagen, maar dit blijft voor mij de mooiste job die er is.” Al meer dan 25 jaar begeleidt Ann Van Bommel mensen in hun laatste levensfase. Eerst op de palliatieve eenheid van het Noorderhart Mariaziekenhuis, later in het mobiele Palliatief Support Team (PST). Ann is een drijvende kracht binnen haar team en werd dit jaar bekroond tot Parel van een Verpleegkundige. Nu zet ze graag haar collega’s in de kijker.
Als pas afgestudeerde verpleegkundige begon Ann op haar 21ste op geriatrie. Al snel trok palliatieve zorg haar aan. Onder de vleugels van diensthoofden Mia Geers en later Angèle Gielen groeide ze uit tot een vaste waarde. “Zij hebben me niet alleen gevormd als verpleegkundige, maar ook als mens.”
Vandaag werkt Ann in het Palliatief Support Team, een mobiele equipe van verpleegkundigen, psychologen en (LEIF-)artsen. “We komen overal: van spoed tot intensieve, van psychiatrie tot geriatrie. Soms gaat het om pijnbestrijding of symptoomcontrole, soms om ondersteuning na slecht nieuws of begeleiding bij een euthanasietraject. Heel divers, maar altijd met hetzelfde doel: palliatieve patiënten en hun naasten nabij zijn in een moeilijke fase.”
Ruimte voor kwetsbaarheid
Het werk kan zwaar zijn, zeker bij patiënten die leeftijdsgenoten zijn of een moeilijk sterfbed hebben. “Dat kan je diep raken. Gelukkig is er in ons team altijd ruimte om dat te delen: een gesprek met een collega of gewoon eens goed wenen of roepen. Die veiligheid maakt dat je dit werk volhoudt. Het is oké om af en toe even de ruimte te nemen om tot jezelf te komen. Onze afdeling investeert ook in intervisie. Zo voel je dat je nooit alleen staat.”
Naast de professionele ondersteuning is er ook plaats voor plezier. “We gaan samen uit eten, vieren mee op de Nacht van de Zorg of doen een teambuilding. Na al die jaren zijn veel collega’s echte vrienden geworden. Dat kan ook niet anders als je samen zulke heftige thema’s deelt.”
Wat Ann het meest koestert, is de verbondenheid. “Met patiënten, maar evenzeer met collega’s”, benadrukt ze. “Iedereen in het team heeft zijn plek en wordt enorm gewaardeerd. Dat maakt ons sterk.”
Ruimte om een ziekte te hebben
Jasmine Buntinx (35 jaar) is nierpatiënte, verpleegkundige en docent aan de UCLL. Als auteur van ‘Doe ik het wel goed als zorgverlener?’, spreker en trainer gebruikt ze verhalen om verschillende perspectieven naast elkaar te leggen en zo de uitdagingen van zorg uit te klaren.
Er wordt de laatste tijd veel gesproken over langdurig zieken. Of ze niet sneller weer aan het werk kunnen, of ze wel recht hebben op ziekteverlof. Er wordt gerekend, gecontroleerd, afgevinkt. Maar achter die cijfers zitten mensen.
Ik weet dat, omdat ik er zelf één van ben. Ik heb een chronische nierenaandoening. Dat betekent niet dat ik elke dag ziek ben, maar dat ik wel altijd een ziekte heb. En dat verschil is groot. Een ziekte hebben is geen tijdelijke episode, maar een blijvende realiteit waarmee je je hele leven rekening moet houden.
In de zorg en in ons dagelijkse leven wordt er nauwelijks rekening mee gehouden dat je een ziekte hebt die blijvend aandacht vraagt. Afspraak na afspraak moet ingepland en gecombineerd worden met gezin en werk. Soms lijkt even niet werken dan de enige oplossing om ruimte te maken. Maar tegelijk lost het de kern van het probleem niet op: je ziekte blijft, je leven gaat verder. Werk kan in dat spanningsveld zowel een last als een houvast zijn. Het kan druk geven, maar ook zingeving en betekenis. Daarom hebben mensen met een chronische ziekte niet per se minder behoefte aan werk, maar wel aan ondersteuning om het op een haalbare manier te kunnen blijven doen.
We hebben als zorgverleners vaak te weinig oog voor deze vragen die mensen met een ziekte zichzelf stellen: hoe combineer ik dit? Hoe vertel ik het aan mijn collega’s? Wat als ik uitval? Angst, onzekerheid en schaamte wegen vaak even zwaar als de medische diagnose.
Daar ligt volgens mij een sleutel. Als verpleegkundigen, hulpverleners en werkgevers moeten we niet alleen kijken naar papieren en protocollen, maar vooral naar de mens achter de ziekte. Wat heeft iemand nodig om werk en leven op een betekenisvolle manier vorm te geven?
We zouden veel meer moeten investeren in duurzame zorg: zorg die niet stopt bij ‘u bent (fysiek) stabiel, dus in orde’, maar die ruimte biedt om werk en dagelijkse activiteiten voort te zetten, ook met een aandoening. Zorg die verder kijkt dan het moment, inzet op evenwicht en kwaliteit van leven, en die maakt dat mensen kunnen blijven meedoen.
De discussie zou dus niet moeten gaan over ‘controle’ of ‘misbruik’. Ze moet gaan over ruimte. Ruimte om een ziekte te hebben. Ruimte om te werken. Ruimte om deel te blijven uitmaken van de samenleving.
“In elke setting draag je verantwoordelijkheid”
We zetten graag de mensen achter de werkgroepen in de kijker. Wie zijn ze en waar komt hun passie voor verpleegkunde vandaan? Matthias Vervaeke (39 jaar) is projecthoofdverpleegkundige bij X-Care en lid van de werkgroep hoofdverpleegkundigen.
Waarom ben je verpleegkundige geworden?
Ik volgde in het middelbaar de richting boekhouden-informatica, maar vanaf het vierde jaar trok verpleegkunde me meer aan. Dus vatte ik na het middelbaar die studies aan. Na mijn laatste stage op spoed en intensieve zorgen kon ik direct aan de slag, maar ik besloot deeltijds te werken en ondertussen mijn Master of Science in het management en het beleid van de gezondheidszorg te behalen. Die opleiding was heel boeiend, want verpleegkunde in het werkveld heeft zo een breed spectrum. Na veertien jaar ziekenhuiservaring koos ik bewust voor de rol van projecthoofdverpleegkundig om alle aspecten van het vak ten volle te beleven.
Wat boeit je in je job?
De uitdaging. Als projecthoofdverpleegkundige kom ik op veel verschillende plaatsen, soms kort, soms langer. Op spoed heb je andere vaardigheden nodig dan in een woonzorgcentrum. De ene keer ligt de klemtoon op technieken en medische handelingen, de andere keer op communicatie en sociaal contact in een ‘thuissetting’. In elke context draag je andere verantwoordelijkheid, dat geeft mij energie. De variatie en de voortdurende ontwikkelingen houden me op scherp.
Wat is een belangrijke eigenschap van een verpleegkundige?
Empathisch zijn en snel kunnen schakelen. Als projecthoofdverpleegkundige zie je het hele spectrum van verpleegkunde: een bevalling, een overlijden, intensieve en complexe zorgen, stabiele patiënten die meer nood hebben aan sociaal contact, bewoners die niet meer alleen thuis kunnen wonen, communicatie met artsen en families, … Je moet altijd alert zijn en gepast reageren.
Wat zijn de mooie momenten op de werkvloer?
Het verschil maken voor bewoners/patiënten, familieleden en collega’s, dat is zo mooi! Een voorbeeld: in een woonzorgcentrum waar ik als projecthoofdverpleegkundige werkte, trof ik met het team een overleden persoon aan. We probeerden nog te reanimeren, maar tevergeefs. Dat maakte veel indruk op het team en was een wake-upcall om onze technieken scherp te houden. Ik ontwikkelde daarom een flowchart en een reanimatiekoffer, en gaf aan het voltallige personeel een bijscholing reanimatie. Toen ik er een paar jaar nadien terugkwam voor een nieuwe opdracht, raakte het me om te zien dat die tools nog altijd gebruikt worden en het team positief over deze casus en bijscholing te horen vertellen.
Zijn er ook minder fijne momenten?
Als projecthoofdverpleegkundige bouw je vaak in korte tijd mooie relaties op. Diensten zijn blij dat je er bent, want er is meestal een acuut tekort. Maar je moet het ook weer snel achterlaten. Dat afscheid is soms lastig. Tegelijk heb ik zo al veel toffe mensen ontmoet. Dat maakt de job dubbel bijzonder.
Wat zijn de uitdagingen voor vandaag en morgen voor verpleegkundigen?
Er zijn grote tekorten en daarom is het belangrijk om nieuwe rollen ten volle te benutten. Ook technologie kan helpen, maar iedereen moet ermee overweg kunnen. Jong en oud kunnen op dat vlak van elkaar leren. Er moeten voldoende middelen blijven voor basiszorg. Ook is het niet altijd gemakkelijk om aan de verwachtingen van bewoners/patiënten en families te voldoen. Zorg is geen magie. Onderzoeken kosten tijd, diagnoses zijn er niet altijd de dag nadien. Soms vergeten mensen dat zorg wetenschap is, en geen webshop.
Wat doe je in je vrije tijd?
Na een drukke dag heb ik nood aan ontprikkelen. Even alleen of met vrienden. Daarnaast zet ik mij ook in het weekend in als 112-ambulancier. Dat blijft een discipline waar ik een stukje van mijn hart aan verloor. Ten slotte hou ik van reizen. Ik spaar graag extra uren en vakantiedagen op om er even langer op uit te trekken: skiën, een verre reis, de natuur in of gaan overwinteren in de zon. Zo laad ik mijn batterijen helemaal op.
Juridische vragen en antwoorden #9 - 2025
Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.
Is de VVAZ verantwoordelijk voor de handelingen gedelegeerd aan de basisverpleegkundige in het gestructureerde zorgteam?
“In hoeverre draagt de verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) als coördinerend verpleegkundige in een gestructureerd zorgteam de verantwoordelijkheid voor de handelingen van een basisverpleegkundige, met name voor de handelingen die via een verpleegkundig voorschrift gedelegeerd worden aan een basisverpleegkundige?”
Antwoord:
In een gestructureerd zorgteam deelt de VVAZ verpleegkundige handelingen met andere zorgberoepen en paramedici. Een echt verpleegkundig voorschrift bestaat (nog) niet. De VVAZ bepaalt welke niet-complexe zorgen de basisverpleegkundige, binnen diens competentie, autonoom mag uitvoeren in het team. De aansprakelijkheid voor opgedragen zorgen ligt bij de VVAZ en de zorgkundige/basisverpleegkundige voor hun eigen fouten. De VVAZ kan aansprakelijk gesteld worden voor fouten in de delegatie, zoals een verkeerde of onvolledige opdracht of weigering van steun waar die gevraagd wordt. De zorgkundige en basisverpleegkundige kunnen aansprakelijk gesteld worden voor eigen fouten bij de uitvoering.
Wat wordt concreet verstaan onder kortdurende zorg door basisverpleegkundigen?
“We blijven met vragen zitten over kortdurende zorg (binnen de 24 uur) toegediend door basisverpleegkundigen. Begint bij een gehospitaliseerde patiënt waar plotse complicaties optreden, de periode van 24 uur dan pas te lopen waarin de basisverpleegkundige zelf de inschatting kan doen van de complexiteit van zorg? Mag de basisverpleegkundige hoogrisicomedicatie intraveneus toedienen als daarvoor een staand order is?”
Antwoord:
De Juridische Adviesgroep van NETWERK VERPLEEGKUNDE deed een voorstel aan de Federale Raad voor Verpleegkunde (FRV) over de interpretatie van kortdurende zorg voor de basisverpleegkundige. Dat is momenteel niet duidelijk. De FRV bespreekt dit en zal nog naar buiten komen met een officiële toelichting. Let wel, de basisverpleegkundige mag volgens het KB van 20 september 2023 geen hoogrisicomedicatie intraveneus toedienen.









