Phallus. Norm & Vorm

De fallus is overal, van eeuwenoude grottekeningen, amuletten en parades tot graffiti en dick pics. Ook in de wetenschap en kunstwereld is de fallus de norm. De vrouwelijke genitalia hebben een bescheiden bijrol. Waarom dat zo is, is het onderwerp van de nieuwe expo in het GUM.

Phallus. Norm & Vorm stelt onze ideeën over geslacht, gender, wetenschap en normen in vraag. Waarom denken we vaak dat groter beter is? Waarom tekenen mensen piemels op toiletmuren? Kan je via onderzoek op de penis genot meten? En maakt de fallus de man, of bepalen onze (binaire) normen hoe we denken over vormen?

De expo combineert een sterke inhouse kennis met expertise van buiten de museummuren. Het GUM-team sloeg de handen in elkaar met wetenschappers en kunstenaars uit binnen- en buitenland. In Phallus. Norm & Vorm gaat kunst in dialoog met wetenschap. Op een unieke manier maakt de expo thema’s zoals genderidentiteit en -diversiteit meer bespreekbaar. Verschillende stemmen komen aan bod en ook jouw stem telt. Via digitale applicaties worden bezoekers uitgedaagd om deel te nemen aan lopend onderzoek.

LIDwoord: open gesprekken met de blik naar beneden

In het kader van de expo Phallus. Norm & Vorm komen onderzoekers, kunstenaars, activisten en deskundigen samen in een boeiende gesprekkenreeks. De fallus en de vulva worden gestript van taboes en vooroordelen die onze denkwijze over deze organen bepalen. Erbij zijn? Verzeker je ticket via de website. Volgende gesprekken staan nog op de agenda:

Di 14.06 – 19u – Overal fallus

Waarom zien mensen fallusvormen in gebouwen, fruit, paddenstoelen, of zelfs neuzen? Vanwaar komt die fallusfascinatie? En waarom wekt de vulva niet dezelfde associaties op?

Te gast: Stijn Vanheule (psycholoog, psychoanalist) – Edith Cassiers (theaterwetenschapper UA) – Stephanie Collingwoode Williams (expert in antiracisme, intersectionaliteit, feminisme, queerness en dekolonisatie).

Do 06.10 – 19u – Hoe de fallus seks bepaalt

Wanneer het op seks aankomt, lijkt de fallus de hoofdrolspeler en penetratie het basis scenario. Verstaanbaar vanuit biologisch oogpunt, maar seks is ook genot. En in deze context doet de fallus vraagtekens rijzen.

Te gast: Wim Slabbinck (seksuoloog) – Jonas Roelens (doctoraatsonderzoeker in de geschiedenis) – Liesbeth Stevens (recht m.b.t. sekse, seksualiteitsbeleving en voortplanting) – Ruud Poppe aka Miss Poppie (sextoy reviewer).

Do 03.11 – 19u – Het slot en de sleutel

De fallus speelt in het onderzoek naar geslachtsdelen nog steeds de absolute hoofdrol, maar er lijkt wel een kentering aan de gang. Het onderzoek naar vaginale microbiomen, clitorissen en andere vaginagerelateerde onderwerpen is klaar om gedeeld en omarmd te worden.

Te gast: Marieke Hendriksen (wetenschapshistoricus, Universiteit Utrecht), Sarah Lebeer (onderzoeksprofessor bio-ingenieurswetenschappen Universiteit Antwerpen), Janniko Georgiadis (neurowetenschapper Rijksuniversiteit Groningen).

Anatomisch model van een man in papier-mâché, Louis Auzoux, midden 19e eeuw, Universiteitsmuseum Groningen © GUM – Foto: Martin Corlazzoli

Praktisch

De expo Phallus. Norm & Vorm loopt van 24 maart 2022 tot en met 8 januari 2023. Je ticket geeft toegang tot de vaste en tijdelijke tentoonstellingen. Combineer met een gratis bezoek aan de plantentuin en serres.

GUM – Gents Universiteitsmuseum
Karel Lodewijk Ledeganckstraat 35
9000 Gent

09 264 49 30
info.gum@ugent.be
www.gum.gent


Een esthetische ingreep, ook een mannending?

Is plastische chirurgie of een behandeling met botox en fillers nog een taboe in de mannenwereld? In België zijn hierover geen officiële cijfers beschikbaar, omdat dergelijke behandelingen niet worden terugbetaald. Toch wijst onderzoek van de American Society for Aesthetic Plastic Surgery (ASAPS) uit dat het aantal cosmetische ingrepen bij mannen de laatste vijftien jaar in de lift zit.

Subtiele ingrepen

Mannen die iets aan hun uiterlijk laten doen, willen dat dit zo subtiel mogelijk gebeurt. Zowel qua ingreep en herstelproces als qua eindresultaat. Ze willen geen drastische wijzigingen aan hun lichaam, maar discrete correcties waardoor ze er jonger, virieler of frisser uitzien. Een ooglidcorrectie, het wegwerken van voorhoofdsrimpels en kraaienpootjes met fillers, botox of eigen vet, het opvullen van lippen en zelfs borstreducties of face- en halslifts zijn populaire behandelingen. Correcties bij mannen vergen vaak een andere aanpak dan bij vrouwen. Ze willen geen te glad of bol gezicht, maar eerder een uitgesproken kaaklijn of een brede kin. De esthetische arts moet het product, zoals botox, dan op andere manier toepassen zodat het resultaat natuurlijk oogt.

Het aantal mannen dat kiest voor plastische chirurgie neemt de laatste jaren gestaag toe. Vooral bij veertigers en vijftigers zijn de verjongende behandelingen in trek. Toch stijgt ook het aandeel twintigers en dertigers, meestal om het verouderingsproces vroegtijdig aan te pakken. We leven langer en willen er dus langer jong uitzien, omdat we dan ook zo behandeld worden.

Impact van onlinewereld

Door de pandemie raakte online werken wereldwijd ingeburgerd, waardoor we met zijn allen veel tijd achter het computerscherm doorbrachten. Dat bleek een grote confrontatie met het eigen uiterlijk te zijn. En dus steeg de vraag naar behandelingen ook bij mannen. Een andere belangrijke factor is de invloed van sociale media, waar we voortdurend geconfronteerd worden met bepaalde schoonheidsidealen. Iets waar niet alleen vrouwen gevoelig voor zijn.

Al bij al blijft esthetische chirurgie bij mannen een delicaat onderwerp. Toegeven dat je voor je uiterlijk wat hulp kreeg, wordt nog vaak bestempeld als een uiting van onzekerheid. En tegelijk creëer je meer onzekerheid bij mannen door niet te vertellen wat je met je lichaam deed. Dan is er openlijk over praten misschien toch wel een goed idee?

Bron: De maakbare man, Stijn De Wandeleer in Knack Weekend van 19/01/2022


Tuinieren onder de lentezon

In de lente komt de natuur in volle bloei. Maak in mei wat tijd vrij voor je tuin, want er is heel wat te doen. Trek je tuinhandschoenen aan en ga aan de slag.

Bloemen en planten

Op dit moment mag je uitgebloeide bloemen weghalen en planten die je hebt laten overwinteren weer naar buiten brengen om te laten wennen aan het zonlicht. Plant nu nog zomerbloeiende bollen voor een bloemrijke zomer. Mei kan zeer zonnig worden, dus is sproeien of begieten van jonge en pas geplante planten geen overbodige luxe. Vergeet ook de bomen niet tijdens periodes van langere droogte.

Hagen en struiken

Bladhoudende hagen zoals liguster, (haag)beuk, hulst en laurier mogen nu worden gesnoeid. Buxus snoei je best pas in de tweede helft van mei, wanneer het risico op vorstschade geweken is. Snoei ook vroegbloeiende struiken zoals spirea en kerria (ranonkelstruik) en knip regelmatig de verwelkte bloemen weg. Zo creëer je verluchting voor jouw struiken en geef je ze energie om nieuwe bloemen aan te maken. Bij nieuwe struiken is regelmatig gieten de boodschap.

Breng leven in je gazon

Je gaat onkruid wieden, kale plekken in het gras opnieuw inzaaien en eventueel mest strooien als er regen is voorspeld. In mei ervaart je gazon een groeispurt. Daardoor krijg je de neiging het gras ook vaker te maaien. Wist je dat het eigenlijk beter is voor de natuur om het gras gewoon te laten groeien?

Tijdens ‘Maai Mei Niet’ maaien we ons gazon, of tenminste een stukje ervan, minder vaak of helemaal niet. Al snel zal je bijen, hommels, kevers, vlinders en meer beestjes aantrekken die goed zijn voor onze biodiversiteit. Die extra insecten lokken op hun beurt weer tal van vogels naar je tuin.

Je groene vingers gebruiken op beperkte oppervlakte

Wie zegt dat je een grote tuin nodig hebt om lekker te tuinieren? Woon je in de stad of op een appartement, dan geniet je ook op een klein balkon of terras van wat groen. Zet een paar bloempotten op je terras of hang een bloembak aan de rand van je balkon. Dan rest enkel nog vullen met potgrond en zaadjes of plantjes naar keuze.

Ook met weinig ruimte zijn er heel wat mogelijkheden. Zet een paar tuinkruiden buiten in potjes en je hoeft maar een paar takjes af te knippen om je verse gerechten af te werken. Plant bloemen aan je terras, zodat ook vlinders en bijen de weg naar jouw minituintje vinden.


Help, mijn haar valt uit!

Abnormaal haarverlies, ieders nachtmerrie. Dat we elke dag haren verliezen en onze haardos met de leeftijd ook steeds dunner wordt, is algemeen geweten. En op zich een perfect normale situatie. Verlies je meer dan 120 haren per dag, dan is dit abnormaal en spreken we van haaruitval. Wanneer komt het voor en wat kan je eraan doen?

Dagelijks verliezen we zo’n 50 tot 120 haren per dag. Daar merk je niets van, omdat er ook nieuwe haren groeien. Hoe je haardos doorheen de jaren evolueert, is erfelijk bepaald. In het algemeen spelen mannelijke hormonen hierin een rol, dus het zal niet verbazen dat ongeveer 60 procent van de mannen vroeg of laat geheel of gedeeltelijk kaal worden. Bij vrouwen verdunt de haardos wel, maar kaalheid is zeldzaam. Toch kunnen ook een aantal andere factoren je haren parten spelen, zoals:

  • Een schimmelinfectie
  • Ee schildklieraandoening
  • Bloedarmoede
  • IJzertekort
  • Ondervoeding
  • Een vergiftiging, ook door alcohol
  • Bijwerkingen van geneesmiddelen, zoals bijvoorbeeld bij chemotherapie
  • Roken

Hoe herken je het?

Je krijgt plots plaatselijk ronde of ovale kale plekken op je hoofd of verliest ineens veel meer haren dan voorheen. Dat haarverlies kan diffuus zijn, zoals bij stress, koorts, ondergewicht, en dus verspreidt over de hele hoofdhuid. Dit haarverlies is doorgaans tijdelijk. De meest voorkomende vorm is alopecia androgenetica of veralgemeende haaruitval, die optreedt bij ouder worden. Het haar valt dan uit volgens een bepaald patroon. Zie je ook roodheid of schilfering, dan is de kans op een schimmelinfectie groot. Haaruitval beperkt zich meestal tot de hoofdhuid, maar kan ook voorkomen op de wenkbrauwen, de baard of schaamstreek.

Wat kan jij of een arts doen?

Er is geen pasklare oplossing voor haaruitval. Op de markt vind je verschillende crèmes, lotions, voedingssupplementen of vitaminepreparaten. Al is de werking ervan vaak niet bewezen. Is je haaruitval geen gevolg van natuurlijk ouder worden of komt kaalheid niet voor in je familie, dan schakel je beter een arts in. Die kan controleren of er geen onderliggende aandoening is. Is dit niet het geval, dan is geduld de beste therapie, want de uitgevallen haren groeien meestal binnen zes maanden gewoon terug. Een lokale behandeling met cortisone of minoxidil kan tijdelijk soelaas brengen, al verdwijnt het effect vaak zodra de behandeling stopt. Een andere optie is een haarimplantatie, waarbij nieuwe haren tussen de eigen haren worden ingeplant. Dit heeft meestal een goed resultaat.

Wanneer ga je naar de arts?

  • Je verliest plots veel meer haar.
  • Je krijgt plots kale plekken.
  • Je maakt je er zorgen over.
  • Je verliest op jonge leeftijd haar en hebt er last van.
  • Je voelt je neerslachtig of onzeker door het haarverlies.

Bron: gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/haaruitval-alopecia


In verbinding met je innerlijke natuur

In heel wat beroepen en zeker in de zorg wordt je natuurlijke ritme vaak verstoord door het werkritme. Bovendien is de druk in de zorgsector zeer groot. Hierdoor geraakt zowel je lichaam als je geest uit balans. Regelmatig de natuur in gaan, bewust de pauzeknop indrukken en gerichte meditatie kunnen helpen om opgebouwde spanning en stress los te laten. Zo herstel je de verbinding met je eigen innerlijke natuur en je natuurlijke ritme.

De druk in onze samenleving is bijzonder groot, zowel vanuit je sociale omgeving, je werk en ook jezelf. De verbinding met de natuur raakt vaak zoek. Dat uit zich onder andere in burn-out of slapeloosheid maar vaak ook in fysieke klachten. Hoofdpijn, nekpijn, maagpijn,  … Klinkt herkenbaar? Natuurtherapeut en loopbaancoach Usha Charlot Henning van Inside Nature legt je uit hoe je weer meer rust en balans brengt in je leven.

De impact van de natuur op onze gezondheid wordt vaak onderschat. Als mens maken we deel uit van de natuur en in onze genen zit een zekere verbondenheid opgeslagen. Zo geven de geuren, kleuren en geluiden van een bos ons onbewust signalen waardoor we ons veilig voelen en onze stress vermindert. De positieve effecten van de natuur op ons lichaam en geest zijn uitvoerig onderzocht en bewezen.

  • De hoeveelheid cortisol in je lichaam vermindert.
  • Je krijgt meer zuurstof binnen.
  • Je concentratie verhoogt.
  • Je immuunsysteem krijgt een boost
  • Je hartslag en bloeddruk verlagen.
  • Je slaapt beter.

Vertragen en verstillen

De natuur heeft verschillende ritmes doorheen de dag, de maand, het jaar. Periodes van actie en bloei wisselen af met momenten van inkeer en rust. Denk hierbij aan de verschillende seizoenen, elk met hun functie. Voor je lichaam en geest is dat niet anders. Je eigen ritme staat soms haaks op het werkritme, schoolritme of een ander ritme dat je volgt door sociale verplichtingen. In de zorgsector komt de constante druk en het werken in shiften daar nog bovenop.

Door de natuur in te gaan kan je bewust vertragen en verstillen en zo terug dichter bij je innerlijke natuur komen. Dat hoeft niet altijd een lange wandeling te zijn. Gewoon naar buiten gaan, in je tuin of in een parkje, heeft een positief effect. Met de blote voeten in het gras, onder een boom zitten, bewust ademhalen, je zintuigen prikkelen met wat je hoort, ziet en voelt. Zelfs een paar minuten naar de natuur buiten kijken doet al deugd. Of sluit je ogen en herinner je een plek in de natuur waar het fijn was. Een leuke boswandeling, een dagje aan het strand. Probeer het zelf eens en je zal versteld staan van het resultaat.

Tips om in verbinding te gaan met de natuur

  • Ga naar buiten als je kan: tijdens je pauze, een stukje te voet of met de fiets naar het werk.
  • Omring je met groen: haal planten in huis of in je werkomgeving.
  • Durf te verstillen als je in de natuur bent.
  • meditatietechnieken om de natuur dichter bij jou te halen.
  • Probeer eens een bosbad in groep of op maat.

Op insidenature.be/gratis/ vind je alvast wat handige tools om zelf aan de slag te gaan.


Een duik in het zorgverleden

Snuister je graag in het verleden en ben je geïntrigeerd door het ontstaan van de gezondheidszorg? Dan zijn deze vijf musea in ons land vast iets voor jou. Neem een kijkje achter de schermen en ontdek hoe zorg eruitzag in een van de oudste Europese ziekenhuizen of duik in de loopgraven en ervaar hoe uitdagend zorg is in tijden van oorlog.

Ziekenhuisleven door de eeuwen heen

In het Waalse Lessen, net over de taalgrens, vind je het Hospitaal Onze Lieve-Vrouw met de Roos, een van de oudste in Europa. Ontdek via twintig zalen hoe de ziekenhuizen en het leven errond ontwikkelden door de eeuwen heen. Met een boerderij, ijskelder, tuinen en een kerkhof voorzag dit hospitaal zelf in al zijn noden.

Genuanceerd en veelzijdig beeld

Van het ontstaan van GGZ tot actuele thema’s. Het Museum Dr. Guislain in Gent toont de evolutie in de psychiatrie en geestelijke gezondheid. Met een blik op het specifieke medische materiaal gebruikt in de achttiende en negentiende eeuw.

Ziekenzorg meets kunst

Duik in de wereld van het vroegere hospitaalleven door een bezoek aan het Sint-Janshospitaal in Brugge. Of combineer zorg met kunst en laat je verleiden door Hans Memling, een van onze bekendste Vlaamse Primitieven.

Oorlogszorgen

De uitdagingen tijdens een oorlog zijn niet min. En al zeker niet in de zorg. Leer in het Mons Memorial Museum hoe gewone mannen en vrouwen in de streek rond Bergen overleefden tijdens de oorlog.

De evolutie van geneeskunde

Het Geneeskundemuseum op de ULB-campus in Anderlecht brengt je in vijf themazalen een gedetailleerd beeld van de geschiedenis van de geneeskunde, in ons land en wereldwijd. Archeologische objecten, oude medische boeken en kunstwerken wisselen elkaar af.


Waarom je BMI niet alles vertelt over je gezondheid

Je BMI of Body Mass Index is de verhouding tussen het gewicht en de lengte van een persoon. Het is een objectief criterium dat bepaalt of je als volwassene een normaal gewicht, ondergewicht, overgewicht of obesitas hebt. Toch gaan er steeds meer stemmen op om niet alleen de BMI als graadmeter voor een gezond gewicht te nemen.

Iemand met een normaal gewicht heeft een BMI tussen 18,5 en 24,9. We spreken van overgewicht bij een BMI tussen 25,0 en 29,9. Een BMI hoger dan 30 staat gelijk aan obesitas. Beide kunnen leiden tot ernstige gezondheidsproblemen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten en kanker. Van de volwassen Belgische bevolking was in 2018 zo’n 21 %[1] zwaarlijvig en kampte 55 % met overgewicht. Maar vertelt dat BMI je wel alles over wat een gezond gewicht is voor die ene specifieke persoon? Iemand met een normaal BMI snoept misschien veel of eet geen groenten, terwijl iemand met overgewicht net goed op zijn eten let en op de dagelijkse porties groenten en fruit let.

Je BMI vertelt dus niet noodzakelijk of je ook gezond eet en leeft. Het geeft eerder een inschatting van waar je je bevindt ten opzichte van een zeer grote groep mensen, maar houdt geen rekening met bijvoorbeeld spiermassa, lichaamsbouw of leeftijd. Denk maar aan 65-plussers bij wie de lichaamssamenstelling verandert en de spiermassa daalt. Daarom is het zo belangrijk om per individu te gaan kijken naar wat voor die persoon een gezond gewicht is.

Van voeding tot slaap

Belangrijker dan je BMI is met dus je levensstijl. Evenwichtige voeding en voldoende afwisseling in je maaltijden zijn daarin belangrijk. Eet je genoeg groenten en fruit? Krijg je voldoende vezels, proteïnen en koolhydraten binnen? Drink je genoeg water? Hoeveel alcohol drink je? Rook je?

Niet alleen je eetgewoontes, maar ook je beweeggewoontes moeten onder de loep genomen worden. Wissel je stilzitten en bewegen voldoende af? En slaap je wel genoeg? Ook mentale gezondheid speelt een rol. Je goed in je vel voelen draagt onder meer bij tot een gezonde relatie met voeding en met jezelf. Misschien eet je uit een bepaald gemis of gewoonte? Ook je cravings hebben meestal een verklaring.

Vind je van jezelf dat je BMI te hoog is of dat je best enkele kilo’s kan verliezen? Ga niet meteen op zoek naar een dieet dat bij je past. Bekijk eerst grondig je levensstijl en kijk waar je aanpassingen kan maken. Gezond en evenwichtig eten en voldoende bewegen leveren je op lange termijn veel meer voordelen op dan snel wat kilootjes verliezen.

Gezonder eten en leven vraagt misschien wel een aanpassing en de nodige planning. Via gezondleven.be, een initiatief van het Vlaams Instituut Gezond Leven vzw, vind je heel wat tips. Ook als hulpverlener kan je bijdragen tot een gezondere levensstijl. Via het Vlaams kenniscentrum Eetexpert.be vind je heel wat tips en informatie.

[1] Gezondheidsenquête, Sciensano, 2018. https://his.wivisp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/NS_NL_2018.pdf

De 4 G’s

Een gezond eetpatroon aanhouden kan aan de hand van de 4 G’s. Het zijn attitudes en vaardigheden die worden samengevat in het begrip eetcompetentie[1].

  • Gezellig eten: maak eten leuk en lekker. Geniet van je eetmoment.
  • Gevarieerd eten: probeer eens iets nieuws, proef en experimenteer. Eet wat je lichaam nodig heeft en wissel af.
  • Genoeg eten: luister naar je verzadigingsgevoel en naar je lichaam. Heb je genoeg? Eet dan je bord niet leeg. Heb je nog honger? Neem een schepje bij.
  • Geregeld eten: plan je maaltijden en tussendoortjes in. Schrijf op je planning ook al wat je op welk uur van de dag zal eten.

[1] Satter (2007) Eating Competence: Definition and Evidence for the Satter Eating Competence J Nutr Educ Behav ;39(5 Suppl):S142-53.


Schatten zoeken in de natuur

Lokt de aantocht van de lente en de eerste voorjaarszon je ook naar buiten? We kunnen je geen ongelijk geven. Heb je al eens aan een schattenzoektocht in de natuur gedacht? Geocaching kan je namelijk overal ter wereld doen en het enige wat je daarvoor nodig hebt zijn een paar wandelschoenen en een gps of smartphone.

Wat is geocaching?

Geocaching ontstond in 2000 in de Verenigde Staten. Dave Ulmer verstopte er toen de allereerste cache. Bij geocaching ga je, gewapend met enkele coördinaten en een gps of smartphone, op pad. Je zoekt naar een zogenoemde geocache die verstopt zit in de natuur. Via de coördinaten en je gps ga je op zoek.

Hoe start je met geocaching?

Dat is heel eenvoudig. Je maakt een account aan via geocaching.com of download de app. Vervolgens zoek je een cache in je buurt en gaat op pad.

Wat doe je met zo’n cache?

Je maakt het doosje of zakje open en zal een logboek vinden. Daarin noteer je je naam en de datum. Soms vind je bij de cache ook spullen om te ruilen of opddrachten om uit te voeren. Ben je klaar. Sluit de doos of het zakje, leg de cache terug op zijn plaats en geef in de app aan dat je de cache gevonden hebt.

Tips en tricks

  • Bekijk op voorhand wat de grootte van de cache is. Je hebt ze in alle maten en vorm, van een schroefdopje tot een heuse opbergdoos.
  • Koop geen dure wandelgps. Een app op je smartphone werkt prima om de coördinaten in te lezen.
  • Start dicht bij je woning. Dat is meteen een originele manier om je eigen buurt te verkennen.
  • Er bestaan verschillende soorten geocaches. Zo zijn er de traditionele caches waarin je een logboek en een “schat” vindt, maar er bestaan ook multi-caches die je coördinaten voor de volgende cache opleveren. Ben je een puzzelaar? Ga dan op zoek naar puzzelcaches of mysterie geocaches.


Vlot je nachtdiensten door, met hulp van de slaapcoach

Slaap is essentieel om ons goed te voelen en te functioneren. De oorzaak er van is vaak verbonden aan een bepaalde stressfactor. Eens je die kent, kan je met een slaapprobleem aan de slag. Als verpleegkundige kunnen de onregelmatige uren aan de basis liggen. Ellen Smets is slaapcoach voor volwassenen en kinderen bij True Balance. Met enkele concrete tips en tricks helpt ze je om te gaan met de wisselende uurroosters en slaapschema’s.

Korte powernaps

Nachtdiensten zijn desastreus voor je slaapritme. Eventjes slapen is dus zeker een goed idee, maar laat je powernaps nooit langer dan 20 à 30 minuten duren. Slaap je langer, dan kom je in een diepe slaap terecht. Let er tijdens je nachtdiensten ook op dat je overdag voldoende daglicht en vitamine D binnen krijgt. Ga even naar buiten en snuif die frisse lucht op. Gun jezelf die momenten, want dat daglicht helpt je goed te slapen. En ook dat is een vorm van zelfzorg.

De truc met de zonnebril

Verlaat je na de nachtdienst de zorginstelling waar je werkt, zet dan een zonnebril of een petje op. Je melatonine – een hormoon dat ons slaperig maakt – werkt nog volop. Door je zonnebril op te zetten hou je het hormoon langer vast. Eet nog iets kleins wanneer je thuiskomt en kruip een vijftal uurtjes in je bed. In die vijf uurtjes herstelt je lichaam. Slaap je minder, dan worden niet alle afvalstoffen verwerkt en sta je vermoeid op. Waarom iedereen je zeker acht uur slaap zal aanbevelen? In die drie extra uren herstel je mentaal. Ook niet onbelangrijk.

Mentale ontspanning

Gaan wandelen, aan yoga doen, een boek lezen, … Het zijn allemaal goede vormen van ontspanning die ieder voor zich moet kiezen. Als verpleegkundige oefen je een fysieke job uit. Na een shift, raad ik daarom eerder mentale ontspanning aan. Schrijf je ervaringen bijvoorbeeld neer in een boekje, praat met collega’s of met vrienden over je dag, …

Zoek regelmaat in kleine dingen

Je lichaam heeft nood aan routine. Probeer regelmaat te brengen in je verschillende diensten. Dat klinkt niet eenvoudig, maar kan wel al door kleine handelingen te stellen. Leg ’s avonds bijvoorbeeld je spullen al klaar, zo vermijd je stresspieken van ’s ochtends vroeg. De nacht is de spiegel van de dag. Loop je dus voortdurend boven je stressniveau rond, dan vertaalt zich dat ook in nachten van slecht slapen.

Vertrek je toch gestresseerd naar het werk? Ademhalingsoefeningen kunnen soelaas bieden. Bouw deze momenten vijf keer per dag bewust in, bijvoorbeeld wanneer je naar het werk rijdt. Zo ontwikkel je lichaamsbewustzijn. Ons lichaam fluistert de hele dag door boodschappen, luister er dan ook naar.


Excentrisch trainen voor sterkere en flexibelere spieren

Je spieren versterken door ze te verlengen, dat is excentrisch trainen. Namen als pistol squat, pull-up of push-up doen je nu misschien nog huiveren, maar met een eenvoudig trucje wordt de uitvoering toch mogelijk. Personal trainer Maxime Ronse van STERK Gent helpt je op weg.

Je spieren versterken gebeurt in twee verschillende fasen: de concentrische fase en de excentrische fase. Bij krachttraining wordt de nadruk vaak gelegd op de concentrische fase van een oefening. Denk aan het opstaan tijdens een squat, of de opwaartse beweging bij het optrekken. Hierbij verkorten de spieren tijdens het leveren van de kracht.

Bij de excentrische fase werkt dit precies andersom. De excentrische of negatieve beweging is de verlengingsfase van de oefening waarbij de spier langer wordt terwijl deze vecht tegen de zwaartekracht. Bijvoorbeeld het plooien door de knieën bij een squat of het laten zakken bij een pull-up. Wie voldoende excentrische oefeningen uitvoert, zal uiteindelijk ook het concentrische deel van de oefening aan kunnen. Ideaal dus om op deze manier te starten als je een moeilijke oefening wilt aanleren zoals de pistol squat, een pull-up of een push-up.

Wist je trouwens dat excentrisch trainen je spieren niet alleen sterker, maar ook flexibeler maakt? Dit komt omdat bij de negatieve beweging de spieren uitgerekt worden waardoor er meer lengte op de spier ontstaat en je bijgevolg een groter bewegingsbereik krijgt.

Een ander groot voordeel van excentrisch trainen is dat je het risico op blessures beperkt. Door telkens traag en gecontroleerd te zakken in de oefening versterk je de pezen en ligamenten. Daarom dat deze vorm van trainen ook vaak gebruikt wordt door fysiotherapeuten bij de revalidatie van spierblessures.

Start to pistol squat

Dit is een uitdagende oefening, maar ze levert je stevigere en flexibelere benen op.

  1. Sta recht en ga op één been staan.
  2. Strek je armen en je vrije been voor je uit en zak gecontroleerd tot wanneer je niet verder kan. Let er tijdens het zakken op dat er spanning op de spier blijft staan en dat je je niet gewoon naar beneden laat “storten” zonder spanning op de spieren.Gebruik deze vuistregel: Neem drie seconden om excentrisch te zakken en kom in een seconde recht op beide voeten.

     

  3. Wissel nu van been en probeer drie à vier sets van acht herhalingen te maken.
    Tip: Voor deze oefening is nogal wat flexibiliteit nodig. Plaats een boek onder je hiel om de oefening iets gemakkelijker te maken.

Start to push-up

  1. Ga op beide handen en voeten in een plank houding staan, schouders boven je polsen.
  2. Zak gecontroleerd in drie tellen door je armen tot wanneer je met je borst de grond raakt.
  3. Vervolgens richt je eerst je bovenlichaam op in de cobrapositie en vervolgens je heupen tot wanneer je terug in de plank positie staat.
  4. Probeer drie à vier sets van zes herhalingen te maken.