Op het gemak naar het gemak?
Toiletangst, poepangst, parcopresis of psychogenic fecal retention: het verwijst allemaal naar een alledaags maar hinderlijk fenomeen. Vier op tien mensen zou buitenshuis geen stoelgang durven te maken. Het is nochtans een universeel erkende waarheid dat als je moet kakken, je moet kakken. Ga je niet op het moment zelf op die aandrang in, dan kan dat gevolgen hebben. Wat die zijn en hoe we toiletangst de wereld uit kunnen helpen? Dat lees je hier.
Volgens een online onderzoek van een Nederlandse badkamerspecialist zou 41 procent van de mensen lijden aan toiletangst. Vier op tien Nederlanders houdt zijn kleine of grote boodschap liever op, dan buitenshuis naar het toilet te gaan. Maag- en darmspecialist Danny De Looze (UGent) bevestigt dat die cijfers aanleunen bij zijn ervaringen.[1] Echt grote studies zijn er niet naar gedaan, maar volgens De Looze zijn er twee belangrijke redenen waarom we in het openbaar – op het werk, op school of als we simpelweg op reis zijn – onze billen liever dichtknijpen.
Waarom doen we het?
Allereerst vinden we het gênant. We weten diep vanbinnen dat iedereen naar de grote wc moet – zelfs Beyoncé – maar we willen niet dat anderen weten dat wij het ook doen. Een plofje als je ontlasting het wateroppervlak raakt of een zuchtje wind dat meekomt: we houden het liever privé. Moeilijk als je op een toilethokje zit waarvan de schutting van papier gemaakt lijkt. Zeker op scholen is dit een probleem, wanneer kinderen elkaar lastigvallen door onder en over de deuren te kijken.
Een tweede belangrijke reden is de hygiëne. Een toilet dat tientallen bezoekers per dag te verwerken krijgt, blinkt niet altijd uit in netheid. Voeg daar vervelende geurtjes en remsporen in het toilet aan toe, en je drang verdwijnt vanzelf. Sowieso is dit een groter probleem bij meisjes en vrouwen, omdat zij op de pot gaan zitten. Zij hebben dan ook meer last van toiletangst dan mannen.
Een keer je plas of stoelgang ophouden kan geen kwaad, maar wanneer je het herhaaldelijk doet, zijn de gevolgen niet min. Als je de drang voelt om stoelgang te maken maar daar niet op ingaat, verdwijnt de drang. De stoelgang blijft zitten en er wordt vocht aan onttrokken. Daardoor wordt je ontlasting harder en is het moeilijker om een grote boodschap te maken. Je buik raakt opgeblazen door bacteriën die gas produceren, waardoor je winderig wordt. Het resultaat: pijn, constipatie en in sommige gevallen ook aambeien. Hou je je plas op, dan kan dat ook in infecties en plasproblemen resulteren.
Een gedeelde verantwoordelijkheid
Hoe kunnen we toiletangst de wereld uithelpen? Het belangrijkste advies is om altijd naar het toilet te gaan wanneer de aandrang er is. Neem je tijd en schaam je niet: iedereen doet het. Heb je al last van harde stoelgang, probeer dan meer vezelrijke voeding te eten. Laat het toilet ook altijd proper achter voor de volgende persoon: daar dient die wc-borstel voor. Maar het individu kan een probleem niet wegnemen waar vier op tien mensen last van heeft. Het is belangrijk dat er altijd hygiënische toiletten voorhanden zijn, waar we kunnen rekenen op privacy. Zo hebben Japanse toiletten standaard een privacyfunctie, waarbij er geluid afgespeeld wordt zodra iemand op de wc-bril plaatsneemt. Zo hoor je het geluid van water of fluitende vogeltjes wanneer je je gevoeg doet. Is dat niet een pak ontspannender dan de geluiden uit het toilethokje naast je?
[1] https://radio1.be/luister/select/nieuwe-feiten/waarom-hebben-zoveel-mensen-last-van-toiletangst
De menopauze: een alom bekend begrip of een wereld vol misvattingen?
Bijna iedereen in de samenleving associeert de menopauze met opvliegers, maar daar stopt het voor velen. Wat weten we over deze periode die zowat alle vrouwen tussen veertig en zestig jaar meemaken? Is ons begrip over wat de menopauze omvat wel correct? “De menopauze is eigenlijk geen pauze, maar een stop”, vertelt prof. dr. Herman Depypere van het UZ Gent. “Tegelijk kan het ook een tweede start zijn, mits je als vrouw de juiste behandeling krijgt die bijdraagt tot de kwaliteit van leven.”
Laten we alvast een eerste misverstand uit de wereld helpen: de menopauze is niet de periode die voorafgaat aan het uitblijven van de maandstonden. Als vrouw ben je in je menopauze wanneer je twaalf opeenvolgende maanden geen menstruatie meer had. Eenmaal in de menopauze, blijf je in de menopauze tot op het einde van je leven. De periode voor de menopauze wordt perimenopauze of overgang genoemd. Prof. dr. Herman Depypere (UZ Gent) spreekt liever van de transitie: “De menopauze treedt niet van de ene op de andere dag op. Naarmate de eierstokken ouder worden, zitten er steeds minder goede eicellen in, waardoor de hormoonproductie wisselt en de cyclus verstoord wordt. In de menopauze zijn er geen eicellen meer in de eierstokken en valt de hormoonproductie definitief stil. Aanvankelijk verschuiven de maandstonden eens een week, dat is de vroege transitieperiode. Blijven de maandstonden een of twee maanden uit, dan zit de vrouw in de late transitieperiode.”
Juiste diagnose
Van zodra een vrouw een slechtere of mindere hormoonproductie heeft en dus een onregelmatige cyclus, kan ze te maken krijgen met uiteenlopende symptomen zoals warmteopwellingen, hartkloppingen, slecht slapen en stijfheid van de gewrichten. Dit laatste symptoom komt voor bij zo’n zestig procent van alle vrouwen met menopauzeklachten. Algemeen genomen worden de transitieklachten vaak verward met andere aandoeningen. “Er is veel meer aandacht nodig voor de transitie en de menopauze. Zo’n 77 procent van de Belgische vrouwen heeft klachten tijdens hun transitie en tijdens de menopauze. Vrouwen nemen heel wat taken op zich, van het huishouden en de zorg voor anderen tot hun carrière. Door die sandwichfunctie zijn ze vaak overbelast”, vertelt prof. dr. Depypere. “Als ze naar de huisarts stappen, dan associeert die symptomen zoals vermoeidheid of hartkloppingen niet altijd met menopauze. Zorgverleners denken aan overbelasting, overmatige stress of depressie. Soms krijgen deze vrouwen antidepressiva of slaapmedicatie voorgeschreven, terwijl in eerste instantie moet geluisterd worden naar hun verhaal.”
Minder diabetes, kanker of dementie
Volgens prof. dr. Depypere is een betere ondersteuning tijdens de transitie dus essentieel, al stopt het daar niet. “De menopauze duurt soms dertig jaar lang. De impact van het wegvallen van de hormoonhuishouding op het vrouwenlichaam valt niet te onderschatten. Vrouwen hebben na hun transitie meer kans op hart- en vaatziekten, osteoporose en dementie. Dat beïnvloedt hun kwaliteit van leven. Haarverlies, een droge huid, meer rimpels en buikvet hebben een negatieve impact op hun zelfzekerheid. We moeten veel meer inzetten op het voorkomen van deze aandoeningen. Bijvoorbeeld, we weten dat zo’n vijftien procent van de vrouwen drager is van het ApoE4-eiwit, waardoor ze een verhoogde kans hebben op dementie. Bij die vrouwen kan hormoontherapie, waarbij ze natuurlijke hormonen krijgen, een uitweg bieden. Door hormoonbehandeling neemt de kans op hart- en vaatziekten voor sommige vrouwen met vijftig procent af. Is dit daarom de juiste behandeling voor elke vrouw? Zeker niet, maar we moeten wel overwegen wat voor wie mogelijk is. Dit kan alleen door verder te kijken dan een specifiek symptoom op zich en een meer holistische benadering te hanteren.”
Hoe herken je als zorgverlener de menopauze?
Heeft een vrouwelijke patiënt last van een onregelmatige cyclus in combinatie met een of meerdere van onderstaande symptomen, dan kan dit wijzen op de transitie naar de menopauze.
- warmteopwellingen
- slecht slapen
- vermoeidheid
- libidoverlies
- hartkloppingen
- stijfheid van de gewrichten
De #Rouwrevolutie wint terrein
November wordt weleens rouwmaand genoemd. De natuur gaat in winterslaap, het wordt grijzer en kouder, en we herdenken onze doden. Al bijna tien jaar brengt Reveil troost en licht op deze donkere dagen. Frontman van brasspopband Zinger en bezieler van Reveil Pieter Deknudt maakt van afscheid nemen een warm, verbindend gegeven. Want rouwen doe je niet alleen.
In 2012 stierven in Deerlijk onverwacht enkele jongeren kort na elkaar. Twee jaar later vond in diezelfde gemeente de eerste Reveil plaats: een troostconcert op de begraafplaats met verhalen over enkele overledenen. Pieter Deknudt, zanger van brasspopband Zinger en zelf een goede vriend van een van de overleden jongeren, legde zo het fundament van de #Rouwrevolutie. “Rouw was lang een soort braakliggend terrein. Dat merkte ik na het overlijden van mijn vriend”, vertelt Pieter. “Ik kon niet aanvaarden dat we zoiets als Halloween moesten gebruiken om de dood luchtiger te maken. Ons land heeft zoveel talent, we hebben die commerciële insteek niet nodig. Oprechtheid en puurheid, dat wel.”
Troostconcerten
Op 1 november vinden in heel Vlaanderen troostconcerten plaats op begraafplaatsen. Lokale en bekende muzikanten, schrijvers, vertellers en kunstenaars brengen op een warme, creatieve manier een eerbetoon aan de overledenen. “Rouwen heeft soms iets krampachtigs, het is nog te vaak een gespreksstopper. Nochtans is samen verhalen vertellen of lachen om herinneringen niets om ons over te schamen. De troostconcerten van Reveil zijn heel verbindend. Er is ruimte voor humor, voor muziek, maar zeker ook voor tranen en verdriet. Er zijn voor elkaar en je hoofd vrijmaken om te mijmeren maakt rouwen gemakkelijker. Want het is hard werken en eigenlijk stopt het nooit.”
Rouwlandschap in Vlaanderen rolmodel voor Europa
Reveil groeide in bijna tien jaar uit tot een krachtig netwerk. 57 non-profitorganisaties die werken rond afscheid nemen, vormen zo een hechte rouwclub. Die gebundelde krachten organiseren conferenties en studiedagen, ontwikkelen lespakketten over de dood en omgaan met verlies, en verspreiden via sociale media getuigenissen en informatie over het thema. Dit alles helpt de maatschappij om in te zien dat het oké is om te rouwen en dat we er niet alleen voor staan.
Reveil bracht met dit netwerk Vlaanderen naar de Europese top op het vlak van rouwverwerking. Pieter: “Het is ongelooflijk wat we in beweging hebben gezet. Ik ga binnenkort naar Los Angeles om ons verhaal tijdens het End Well-symposium uit te doeken te doen. In het Verenigd Koninkrijk is er eveneens een grote interesse in Reveil. Toch willen we ook in Vlaanderen nog meer bekendheid verwerven. De media pikken meer en meer onze activiteiten op en jaarlijks stappen nieuwe gemeenten mee in het Reveil-verhaal. Dat danken we aan de tomeloze inzet van onze vrijwilligers en onze warme rouwclub.”
Reveil Tijdschrift
Sinds oktober 2023 ligt Reveil #2 in de winkelrekken. De tweede uitgave van dit tijdschrift bevat met zijn 292 pagina’s nog meer verhalen, teksten en beeldmateriaal dan de vorige editie en vormt een betrouwbare staalkaart van ons rouwlandschap. De artikels zijn geschreven door Vlaanderens beste journalisten van onder andere De Standaard, De Tijd en De Morgen. Het Reveil-tijdschrift is het eerste magazine ter wereld met een eigen soundtrack, dit keer gecomponeerd door Patricia Vanneste. Bestel jouw exemplaar online via de website van Reveil of haal het in de boekhandel.
Kan je een slaapreserve opbouwen?
Wat als we onze slaap op dezelfde manier aanpakten als een bankrekening? Dat is precies wat het nieuwe fenomeen ‘sleep banking’ doet: op rustige momenten één tot anderhalf uurtje slapen om toekomstige moeilijke periodes op te vangen. Kan dat?
Sleep banking betekent op voorhand meer slapen om slaaptekort nadien beter op te vangen. Het onderzoek dat hierover bestaat, is meestal van lage kwaliteit. Het is dus niet wetenschappelijk aangetoond dat het enige zin heeft om vooraf te slapen, wat uiteraard niet betekent dat het niet helpt. Heb je volgende week bijvoorbeeld een vroege dienst? Dan kan je je voorbereiden volgens de ‘sleep banking’-theorie, waarbij je op rustige momenten één tot anderhalf uur slaapt om een reserve op te bouwen.
Een team Amerikaanse wetenschappers ging na of sleep banking kan helpen om periodes van minder slaap efficiënt op te vangen[1].
- De onderzoekers voerden een literatuurstudie uit.
- Ploegenarbeid staat bekend om de wisselende werkuren, waarbij ook ’s nachts moet gewerkt worden. Dat maakt mensen die in ploegen werken een interessante studiegroep om sleep banking te onderzoeken.
- De onderzoekers selecteerden interventiestudies waarbij een deel van de nachtwerkers aan sleep banking deed voordat de nachtploegen begonnen, en een ander deel een normaal slaapritme had.
- Om te weten of sleep banking nut had, gingen de onderzoekers nadien via vragenlijsten stress, gezondheid en werkplezier na.
- De onderzoekers vonden slechts vijf interventiestudies die het onderwerp sleep banking behandelden.
De onderzoekers besloten dat
- het effect van sleep banking bij ploegenarbeid zeer onzeker is.
- het effect op de gezondheid van het individu helemaal niet bewezen is.
- er veel meer interventiestudies nodig zijn voor we besluiten kunnen trekken.
Hoe moet je dit nieuws interpreteren?
Bij het onderzoek kunnen we een aantal opmerkingen maken:
- de kwaliteit van de opgenomen interventiestudies was over het algemeen zeer laag, meestal als gevolg van een gebrek aan gerandomiseerde aanpak. Dat betekent dat het voor de onderzoekers duidelijk was wie in welke groep zat, wat de uitslag van de studie kan beïnvloeden.
- bij een aantal interventiestudies waren er eveneens ontbrekende gegevens. Dat doet twijfels rijzen over de studiekwaliteit.
- het is ook niet duidelijk hoe de interventie opgevolgd werd. We weten dus niet of de groep die aan sleep banking deed ook daadwerkelijk langer sliep.
- de meeste interventiestudies werden uitgevoerd op kleine groepen. Dat maakt het moeilijk om besluiten te trekken naar de ganse bevolking toe.
- de meeste studies waren ook van korte duur, waardoor het niet eenvoudig is om een gezondheidseffect te ontwarren.
- sommige aspecten zoals vermoeidheid en stress zijn niet eenvoudig te meten, en zeker niet via vragenlijsten. Het is helemaal niet zeker dat dergelijke vragenlijsten kleine verbeteringen kunnen opsporen.
Samengevat kunnen we stellen dat de kwaliteit van de interventiestudies niet toelaat om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Het is niet wetenschappelijk aangetoond in interventiestudies of sleep banking helpt, wat uiteraard niet betekent dat het niet helpt.
Conclusie
Sleep banking betekent dat je op voorhand meer slaapt om slaaptekort nadien beter op te vangen. Het onderzoek dat hierover bestaat, is meestal van lage kwaliteit. Het is dus niet wetenschappelijk aangetoond dat het enige zin heeft om vooraf te slapen, wat uiteraard niet betekent dat het niet helpt.
Met dank aan Gezondheid en Wetenschap.
[1] Patterson PD, Ghen JD, Antoon SF, et al. Does evidence support “banking/extending sleep” by shift workers to mitigate fatigue, and/or to improve health, safety, or performance? A systematic review. Sleep Health. 2019 Aug;5(4):359-369.
Hoe gezond is koud douchen?
In de hete zomermaanden zweren sommigen bij een dagelijkse koude douche om zich optimaal af te koelen. Meer zelfs, koud douchen zou allerhande gezondheidsvoordelen opleveren, zoals minder ernstig en minder lang ziek zijn. Moet je deze goede gewoonte dan ineens het hele jaar door in je ochtendritueel integreren of biedt het alleen maar wat extra verfrissing?
In Scandinavië zijn ze al eeuwen overtuigd van de voordelen die een frisse duik oplevert voor lichaam en geest. Ook in België is het zogenaamde winterzwemmen aan een opmars bezig. Huiver je bij de gedachte ’s ochtends minutenlang onder een ijskoude waterstraal te kruipen, dan is er alvast goed nieuws. Bij onderzoek[1] van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam naar de gezondheidsvoordelen van koud douchen werd aan deelnemers gevraagd om zich enkel de laatste dertig, zestig of negentig seconden af te spoelen met ijskoud water. In totaal werden zo 3.000 mensen onderverdeeld in vier groepen, waarvan één groep dagelijks een warme douche nam. Uit de resultaten bleek dat de personen die elke dag een halve tot anderhalve minuut koud afdouchten, zich minder vaak ziek meldden op het werk en dat ze minder lang en minder ernstig ziek waren. Hierbij wordt aangenomen dat de kou het immuunsysteem activeert.
Geen wetenschappelijk bewijs
Moeten we met zijn allen vanaf nu ijskoud douchen? Niet noodzakelijk. Het Amsterdamse onderzoek omvatte namelijk een aantal beperkingen:
- De deelnemers wisten in welke groep ze zaten en waren dus mogelijks beïnvloed door die kennis.
- De deelnemers hielden zelf hun douchetijd bij.
- De deelnemers rapporteerden zelf eventuele ziekteklachten.
- De deelnemers waren gezonder dan gemiddelde personen en sportten meer dan gemiddeld. Mensen met ernstige gezondheidsklachten waren uitgesloten van het onderzoek.
Deze studie levert dus geen wetenschappelijk bewijs dat ijskoud water goed is voor de gezondheid. Het is evenmin bewezen dat het goed is voor je bloedsomloop, meer energie geeft of symptomen van depressie kan verlichten. Andere studies geven aan de kou net een negatieve impact kan hebben op het immuunsysteem. Voor mensen met hartproblemen wordt het trouwens afgeraden. Tijdens een koude douche trekken de bloedvaten namelijk samen, waardoor de bloeddruk verhoogt. Advies van een arts is dus aangewezen.
Kortom, een koude douche is misschien een leuke manier om de ochtend te starten, maar geeft je op termijn geen garanties voor een betere gezondheid. Verder wetenschappelijk onderzoek is nodig om de effecten van kou op het immuunsysteem beter in kaart te brengen.
[1] Buijze GA, Sierevelt IN, van der Heijden BCJM, Dijkgraaf MG, Frings-Dresen MHW (2016). The Effect of Cold Showering on Health and Work: A Randomized Controlled Trial. PLoS ONE 11(9): e0161749. doi:10.1371/journal.pone.0161749.
SOS Spataders
Daar is de zomer, daar zijn de jurkjes en rokjes die we op onze vrije dagen en op vakantie graag uit de kast halen. Maar dan zijn daar die compleet ongevaarlijke, maar toch best vervelende spataders. Deze dikke, blauwe, voelbare en zichtbare aders zijn vooral een esthetisch probleem. Wat is het precies? Hoe voorkom je ze? En wat kan je er aan doen?
Wat zijn spataders?
Aders voeren zuurstofarm bloed naar de longen, die het opnieuw van zuurstof voorzien. In je benen stroomt het bloed van beneden naar boven. Om dit te faciliteren voorziet ons lichaam terugslagkleppen, die vermijden dat het bloed terugstroomt. Sluiten deze kleppen niet meer volledig, dan neemt de druk in de ader toe en zat die permanent uitzetten. Zo worden spataders, of varices, gevormd. Het zijn in principe dus verwijde aders.
Hoe kan je spataders voorkomen?
Er bestaan speciale kousen en windels om spataders tegen te gaan. Het nut daarvan is niet bewezen. Vermijd langdurig rechtstaan en als dat niet mogelijk is, probeer dan korte afstanden te wandelen of ga af en toe op je tenen staan. Beweging bevordert namelijk de bloeddoorstroming in je lichaam. Voelen je benen zwaar aan? Leg ze dan omhoog wanneer je neerzit. Ook dit helpt in de preventie van spataderen.
Spataders zijn vaak een erfelijk probleem. Ook de zwangerschap kan het vormen van spataders stimuleren. Door de hormonen zetten de aders uit. De baarmoeder drukt op het bekken, waardoor de terugstroming van het bloed tegen de zwaartekracht in soms bemoeilijkt wordt.
Wat zijn mogelijke behandelingen?
Ook al veroorzaken spataders meestal geen klachten, er zijn welke behandelingen mogelijk om de spatader af te binden, af te sluiten of te verwijderen. Ook deze behandelingen zijn niet gevaarlijk. Een spatader behandelen kan via niet-invasieve chirurgie. Dat noemt stripping, waarbij een stamader in de lies of knieholte wordt afgebonden en de spatader verwijderd kan worden. Dit wordt enkel gedaan wanneer andere ingrepen niet werken. RF of radiofrequentie-ablatie is een alternatief. De wand van de spatader wordt dan vernietigd door een radiogolven of een laser. De spatader wordt zo afgesloten, maar niet verwijderd. Deze behandeling is zeer doeltreffend bij kleine spataders. Bij sclerotherapie wordt een irriterende stof in de spatader gespoten. Door de ontstekingsreactie wordt de ader afgesloten.
Er zijn nog meer niet-invasieve technieken om spataders te behandelen. Zoals de transcutane coagulatie. Dit is een esthetische behandeling die uitgezette haarvaatjes aanprikt met naalden waardoor het haarvat afsluit. Tot slot is er foam echo sclerotherapie. Via een echo wordt schuim gespoten in de spatader om hem uit te schakelen. Je bloed circuleert dan via gezonde aders.
Bronnen: Gezondheid en Wetenschap, UZA
Kleur je humeur
Het effect van kleur verschilt van mens tot mens. Verschillende factoren zoals geslacht, leeftijd, cultuur, licht en ruimte spelen hierbij een rol. Het kleurengeheugen beïnvloedt ons gemoed en roept herinneringen op. Serge De Rouck, art director and hospitalitymanager bij Studio M van Moments Furniture en kleurenconsulente bij Advies 44 Sofie Spildooren, lichten toe hoe we kleuren inzetten voor een beter en veilig gevoel.
Een kleur is veel meer dan het oog ziet. Het is emotie, herinnering, gevoel en sfeer. “Kleur is iets complex”, steekt Serge De Rouck wal. “Ons advies bij interieurconcepten is daarom: bezint eer ge begint. Kleuren die perfect afgestemd zijn op elkaar, op de omgeving en op de doelgroep, dragen gegarandeerd bij tot een beter welbevinden.”
Sofie Spildooren van Advies 44 vult aan: “Iedereen heeft favoriete kleuren en kleuren die hij niet graag ziet. Het kleurengeheugen beïnvloedt ons gemoed en roept herinneringen op. Maar het is geen statisch gegeven. Onze situatie verandert voortdurend: je wordt ouder, kleuren worden minder populair, je leven neemt een andere wending. Ons kleurengeheugen past zich telkens aan.” Serge: “Dat klopt. Oudere personen nemen bijvoorbeeld kleuren minder helder waar. Contrast is voor hen dus zeer belangrijk. Door bewust in te zetten op het kleurenpalet in onze ruimtes, creëren we een healing environment.”
Elke kleur een andere beleving
Hoewel iedereen kleuren anders interpreteert, heeft elke kleur een algemene sfeer. Sofie Spildooren geeft een overzicht:
| Rood | Opgewekte, stralende kleur die energie geeft, maar ons ook waarschuwt voor gevaar. |
| Oranje | Warm en sympathiek. Oranje wekt een vreugdegevoel op en helpt bij het overwinnen van depressies. |
| Geel | De kleur van communicatie en creativiteit. Geel activeert de hersenen en zenuwen. Net door die activerende werking is het niet zo geschikt voor slaapkamers. |
| Groen | Groen geeft rust, neemt stress weg en geeft zelfs midden in een drukke stad een gevoel van welbehagen. |
| Blauw | We associëren blauw met lucht en water en voelen ons daardoor rustig, harmonieus, licht en vrij. |
| Paars | Paars is de kleur van de schemering die ons aanzet tot denken en ons tegelijkertijd ook rust brengt. De kleur zet aan tot dromen. |
| Roze | Denk aan ‘een rooskleurige toekomst’ of ‘het leven bekijken door een roze bil’. Roze wordt geassocieerd met optimisme, enthousiasme, vrolijkheid en tederheid. |
| Bruin | Bruin staat voor stabiliteit, rust, warmte en geborgenheid. Het is de kleur van eenvoud en betrouwbaarheid. |
| Zwart | Zwarte dieren worden als onheilspellend beschouwd en we associëren zwart met de dood. Ondanks die negatieve connotaties staat zwart in mode en interieurs voor zakelijk, elegant, stijlvol en chic. |
Stap voor stap naar de juiste kleur
Wanneer je een (zorg)ruimte inricht, sta je vooraf het best stil bij de volgende vragen:
- Welk idee heb je voor ogen? Welke sfeer wil je benaderen?
- Wat is de functie van de ruimte?
- Welke materialen en kleuren zijn al aanwezig?
- Hoeveel natuurlijk licht valt binnen?
- Wie zal de kamer gebruiken?
Met een antwoord op deze vragen, begin je te puzzelen aan het kleurenpalet. Dat kan gaan van vloeren of een likje verf tot meubels, planten en decoratie of zelfs gebruiksvoorwerpen in een bepaald accent.
“Bij het ontwerp van interieurconcepten voor zorginstellingen stemmen we ons ontwerp af met experts op verschillende domeinen: kleurenconsulenten, gespecialiseerde centra voor personen met dementie, het zorgpersoneel zelf”, vertelt Serge. “We bekijken het moodboard ook letterlijk door de ogen van de doelgroep. Met speciale brillen en lenzen manipuleren we ons zicht om in te schatten of de kleuren goed uitkomen en of de contrasten juist zitten. Zo creëren we het perfecte kleurenpalet voor een veilige en aangename omgeving waar patiënten en bewoners zo comfortabel mogelijk zijn.”
Foto: © Moments Furniture – Studio M
Hebben mannen een hogere of net een lagere pijngrens dan vrouwen?
Er wordt vaak gedacht dat vrouwen een hogere pijngrens hebben dan mannen. Want “vrouwen baren kinderen zonder verdoving” en “van de kleinste griepinfectie ligt een man out in de zetel”. Maar is dat wel zo? Recente onderzoeken wijzen uit dat gender een rol speelt bij pijnbeleving, zowel wat pijntolerantie betreft als de manier waarop ons lichaam pijn registreert.
Anesthesioloog–pijnspecialist prof. dr. Monique Steegers en onderzoeker dr. Esmeralda Blaney Davidson van het Radboud Universitair Medisch Centrum, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, voerden in 2017 in Nederland een grootschalig pijnexperiment[1] uit bij mannen en vrouwen om uit te wijzen wie van beide nu het meest gevoelig is voor pijn. Wat bleek? Gemiddeld gaven vrouwen hogere pijnscores dan mannen. Studies met pijnlijke metingen – waarbij onderzoekers tegen de onderarm van de proefpersoon een voorwerp houden dat langzaam steeds warmer wordt – bevestigen deze bevinding. Vrouwen vragen sneller om te stoppen met de pijnmeting dan mannen.
Weinig vrouwen betrokken bij pijnstudies
Eén verklaring voor een hogere pijngevoeligheid bij vrouwen is dat ze op bepaalde plaatsen meer pijnzenuwen hebben dan mannen. Maar ook hormonen beïnvloeden pijn en liggen mogelijks aan de basis van het verschil in pijnervaring. Al zijn de hormooncycli bij vrouwen net de reden dat pijnonderzoek vaak alleen bij mannen wordt uitgevoerd. Onderzoekers vrezen namelijk dat deze cycli tot meer variabiliteit in de tijd en tot minder betrouwbaarheid bij de beoordeling van pijn leidt. Recent onderzoek[2] toont aan dat vrouwen een hogere test-hertestbetrouwbaarheid[3] hebben op thermische pijnmetingen dan mannen. Daarmee wordt de veronderstelling waarop onderzoekers zich baseren om de pijnstudies alleen bij mannen uit te voeren, ontkracht.
Andere routes naar pijnsensatie
Al in 2009 ontdekten Robert Sorge en Jeffrey Mogil[4] door een studie bij knaagdieren dat pijn anders geregistreerd wordt bij mannelijke en vrouwelijke muizen. Door af te wijken van de conventies van de meeste pijnonderzoekers brachten ze aan het licht dat verschillende types immuuncellen en verschillende hormonen bijdragen tot de pijnervaring bij mannetjes en vrouwtjes. Beide geslachten hebben dus een andere bedrading om dezelfde pijn te voelen. Dit onderzoek betekent een mogelijke doorbraak in pijnbestrijding bij de verschillende genders. Ongeveer twintig procent van de mensen wereldwijd ervaart chronische pijn. De meerderheid van hen is vrouw. Als de oorsprong van pijn verschillend is, dan is naar alle waarschijnlijkheid andere pijnmedicatie nodig voor vrouwen en mannen. Verdere studies tonen bovendien ook aan dat pijngevoeligheid evolueert over tijd en beïnvloed wordt door genetica, anatomische ontwikkeling en hormoonspiegels.
De conclusies van de verschillende studies zijn eenduidig: er is nog veel onduidelijkheid over de impact van de geslachten op pijnbeleving. Al brengen deze nieuwe inzichten hoop dat in de toekomst pijnbestrijding gerichter kan worden toegepast en gepersonaliseerd worden naar de individuele zorgvrager.
[1] https://www.radboudumc.nl/en/news/2017/national-research-project-on-pain
[2] https://www.nccih.nih.gov/research/research-results/acute-pain-tolerance-is-more-consistent-over-time-in-women-than-men-according-to-new-research#:~:text=to%20New%20Research-,Acute%20Pain%20Tolerance%20Is%20More%20Consistent%20Over%20Time%20in%20Women,reliability%20in%20ratings%20of%20pain
[3] De test-hertestbetrouwbaarheid is een maat voor de consistentie tussen metingen.
[4] https://www.nature.com/articles/d41586-019-00895-3#:~:text=Researchers%20have%20long%20attributed%20sex,on%20its%20concentration%20and%20location
Eerste hulp bij stress en overspanning
Verpleegkundigen dragen een grote verantwoordelijkheid en staan onder hoge werkdruk. Daar komt stress bij kijken. Volgens coach Annita Rogier is stress in se niet ongezond, zolang stressmomenten afgewisseld worden met momenten van ontspanning. Als je niet meer tot rust kan komen, loop je risico op overspanning of een burn-out.
Uit onderzoek blijkt dat dertig tot veertig procent van de zorgverleners burn-outklachten ervaart, tien procent heeft een burn-out. Tussen 21 en 27 procent overweegt zelfs te stoppen met hun job. “Ondertussen zien we dat heel wat verpleegkundigen uitvallen door de gevolgen van aanhoudende stress”, vertelt Annita Rogier. “Verpleegkundigen hebben een hoge werkethiek en veel idealisme. Daardoor gaan ze soms te lang door, ook al hebben ze hevige spanningsklachten, uit schuldgevoel tegenover hun collega’s of patiënten. Ik wil hier het cliché benadrukken: voorkomen is beter dan genezen. Door op tijd in te grijpen en even gas terug te nemen, voorkom je dat je voor langere tijd uitvalt.”
5-vinger-check
Volgens Annita is het essentieel dat zorginstellingen een beleid voeren dat inzet op preventie, maar er zijn ook heel wat kleine ingrepen die je zelf kan doen om rustmomenten in te bouwen. Bijvoorbeeld de 5-vinger-check tijdens een drukke dag. Sta even stil en overloop je vijf vingers:
- Duim: moet ik iets eten of drinken?
- Wijsvinger: moet ik naar het toilet?
- Middelvinger: hoe is mijn ademhaling?
- Ringvinger: zijn mijn spieren ontspannen?
- Pink: heb ik contact met een ander nodig?
Check out na de werkdag
Betrokkenheid met je zorgvragers en collega’s is essentieel, maar als verpleegkundige moet je ook leren het werk los te laten. Dat kan door rituelen te creëren aan het einde van de shift. “Je kan het uittrekken van je uniform zien als het loslaten van de dag”, stel Annita voor. “Of voel bij het handen wassen hoe de stress van je afstroomt. Denk aan wie je allemaal geholpen hebt tijdens je shift en richt vervolgens de aandacht op thuis: een geliefde die je opwacht, een hobby die je helpt ontspannen, … De mogelijkheden zijn eindeloos. Gaandeweg zal je een ritueel ontdekken dat voor jou werkt.”
Oefenen met een app
In de gratis app Patient Journey vind je speciaal voor zorgverleners ‘Eerste hulp bij stress en overbelasting.’ Na het downloaden geef je ‘Physicoach’ in en selecteer je ‘in NL’. Je krijgt twee weken lang oefeningen en nuttige tips via de app. “Dit is een goede aanzet om zelf beter te letten op je welzijn. Het allerbelangrijkste is: praat erover. Met geliefden, met collega’s of met professionele zorgverleners als je klachten te ernstig worden.”
Wat is overspannenheid?
- Een toestand met aanhoudende fysieke en/of psychische spanningsklachten.
- Ontstaat door chronische overbelasting en stress.
- Je komt niet meer tot rust, hebt het gevoel dat je het niet meer aankan en functioneert minder goed.
- Duurt gemiddeld tussen drie weken en zes maanden.
Wat is burn-out?
Burn-out is een energiestoornis waarbij de klachten lang aanhouden (minstens zes maanden).
Kernsymptomen
- Uitputting: totale vermoeidheid
- Emotionele ontregeling: huilen, uitvliegen, …
- Cognitieve ontregeling: worstelen met nadenken, concentreren en beslissingen nemen
- Mentale distantie: onverschillige, afstandelijke houding tegenover patiënten (die ook tot schuldgevoel kan leiden)
Bijkomende dimensies
- Psychische spanningsklachten: weinig zelfvertrouwen
- Psychosomatische spanningsklachten: nek-, hoofd- en buikpijnen zonder aantoonbare oorzaak
- Depressieve stemming
Omgaan met koortsblazen
Koortsblazen of herpes labialis: een vervelend fenoneem. De slijmvliezen in de mond en de lippen worden geïnfecteerd door het herpes-simplexvirus type 1 (HSV-1). Wat kan je er aan doen? Hoe verzorg je ze? En hoe bescherm je zorgvragers wanneer je zelf een koortsblaas hebt?
Wat zijn koortsblazen?
Koortsblazen zijn de oorzaak van het herpes-simplexvirus type 1. Zo’n 65 procent van de Belgen zou drager zijn van het virus, maar niet iedereen krijgt daarom koortsblazen. Het virus sluimert in onze zenuwknoppen, waardoor het vaak terugkeert in situaties van stress, koorts, verminderde weerstand, tijdens de menstruatie, bij contact met zonlicht, wanneer je onder de zonnebank gaat of wanneer je ergens een wondje hebt.
De koortsblaas start als jeuk, een brandend gevoel of tintelingen en groeit dan binnen de 24 uur uit tot een blaasje. Die blaasjes drogen uit en verdwijnen weer na vijf tot acht dagen. Bij veel mensen uiten deze blaasjes zich op de lip, maar ze kunnen ook voorkomen op het gezicht, de handen en vingers.
Hoe raak je besmet?
Het virus wordt overgedragen door contact met de huid, met vocht uit de koortsblaas of door speeksel van een besmet persoon. Dat kan gebeuren door seksueel contact, maar ook door het bestek, een glas, de lippenbalsem, tandenborstel of handdoek van iemand die besmet is te gebruiken. Eens je besmet bent, draag je het virus levenslang mee.
Hoe behandel je koortsblazen?
Er bestaan heel wat huis-tuin-en-keukenmiddeltjes om koortsblazen te behandelen. Gaande van ijsblokjes om de zwelling te verzachten tot tandpasta, honing of azijn. Daarnaast bestaan ook antivirale zalfjes die de koortsblaas sneller zouden doen genezen.
Wanneer ben je besmettelijk?
Wanneer je blaasjes op je lip hebt, ben je 24 tot 48 uur besmettelijk. Ook wanneer de blaasjes openbarsten, let je maar beter op. De infectie verdwijnt na een tot twee weken vanzelf. Kortom: zolang de blaasjes niet droog zijn, is er een hoge kans op besmetting van andere personen.
Waar let je op?
Heb je als verpleegkundige een koortsblaas? Let dan goed op. Raak de blaasjes niet aan, krab niet en prik ze niet open. Was regelmatig je handen en wees alert om patiënten te beschermen. Vooral wanneer je patiënten met een verminderde weerstand, zoals bijvoorbeeld kankerpatiënten, verzorgt. Ook baby’s zijn zeer gevoelig voor het virus omdat ze geen antistoffen hebben.
Heeft je patiënt een koortsblaas? Wees ook dan op je hoede zodat je zelf niet besmet raakt. Situeert het blaasje zich rond de ogen? Dan kan de patiënt beter bij de dokter langsgaan, want het virus kan op die plaats gevaarlijke oogontstekingen veroorzaken.










