Je lichaam weet het
Je kan perfect denken dat je alles onder controle hebt, en toch reageert je lijf anders. Een versnelde hartslag bij een bepaalde patiënt. Opgespannen schouders na een drukke shift. Moeite om in slaap te vallen terwijl je hoofd zegt dat het tijd is om te rusten. Lichaam en geest werken samen. Wat je meemaakt, laat sporen na in je lijf.
In Hoe het lichaam onthoudt wat je zelf vergeten bent beschrijft Tom De Prest hoe ervaringen zich kunnen vastzetten in je lichaam. Emoties en stress blijven niet beperkt tot gedachten. Ze beïnvloeden je ademhaling, spierspanning, hormonen en zelfs je houding. Het lichaam reageert vaak sneller dan je verstand. Het is een thema dat leeft. In de bestseller The Body Keeps the Score toont psychiater Bessel van der Kolk hoe ingrijpende ervaringen het zenuwstelsel langdurig beïnvloeden. Zelfs wanneer iemand rationeel weet dat het gevaar voorbij is, kan het lichaam reageren alsof het er nog is.
Stress zit niet alleen in je hoofd
Stress is in de eerste plaats een lichamelijke reactie. Bij spanning schakelt je systeem over op paraatheid: je ademhaling versnelt, je spieren spannen zich aan, je focus vernauwt. Dat helpt in acute situaties. In de zorg volgen zulke momenten elkaar soms snel op. Hoge werkdruk, emotioneel beladen gesprekken, onverwachte incidenten … Het lichaam krijgt weinig tijd om volledig te herstellen.
Wanneer die verhoogde waakstand blijft aanhouden, ontstaan klachten. Slaapproblemen, prikkelbaarheid, hoofdpijn, rugpijn of een constant gevoel van vermoeidheid. Zulke signalen hebben vaak meerdere oorzaken. Naast medische factoren spelen ook emotionele belasting en chronische stress mee. Je lichaam wil je iets vertellen.
Luister naar je lichaam
De connectie tussen je lichaam en geest vraagt een bredere blik. Gedrag van patiënten krijgt meer betekenis wanneer je het ook ziet als een mogelijke stressreactie. Iemand die snel geagiteerd reageert, voelt zich misschien onveilig. Een rustige stem, duidelijke uitleg en voorspelbare handelingen helpen dan het zenuwstelsel tot rust te komen. Veiligheid ondersteunt herstel.
Ook voor jezelf geldt dat principe. Je kunt stress niet wegdenken. Wat wel? Help je lichaam reguleren. Kleine acties maken verschil: bewust trager ademen voor je een kamer binnengaat, je schouders ontspannen tijdens rapportage, even bewegen na een intens gesprek. Deze handelingen helpen om je zenuwstelsel opnieuw in balans te brengen. Want herstel is mogelijk. Ons zenuwstelsel blijft veranderbaar. Nieuwe ervaringen van rust, veiligheid en verbinding sturen oude patronen bij.
Eigenlijk gaat het hier over de kern van zorg: aandacht hebben voor het geheel van de mens. Fysieke klachten, emoties en gedrag staan nooit los van elkaar. Wie die samenhang ziet, kijkt anders naar patiënten, en misschien ook naar zichzelf. Vaak begint het met één eenvoudige vraag: wat vertelt mijn lichaam mij nu? Luisteren is de boodschap.
Bronnen
The Body Keeps the Score: Brain, Mind, and Body in the Healing of Trauma, Pinguin books, 2015, Bessel van der Kolk
Hoe het lichaam onthoudt wat je zelf vergeten bent, Borgerhoff & Lamberigts, 2022, Tom De Prest
Gun jezelf - en je zorgvrager - een adempauze
Je doet het duizenden keren per dag, vaak zonder erbij stil te staan. Tussen twee zorgen door, soms met een zucht. Ademen. Maar goed ademen is veel meer dan lucht in- en uitblazen. “We ademen niet altijd op een manier die ons lichaam helpt”, zegt ademhalingskinesitherapeut Marie-Laure Sibret. In dit artikel geeft ze tips over hoe het wel moet.
Wie klachten krijgt zoals benauwdheid, hartkloppingen, duizeligheid of een drukkend gevoel op de borst, denkt zelden meteen aan ademhaling. “Veel patiënten leggen een hele weg af”, vertelt Marie-Laure Sibret. “Ze starten bij de cardioloog, belanden bij de gastro-enteroloog en pas als alles ‘in orde’ blijkt, komt ademhaling ter sprake.” Nochtans ligt daar vaak de sleutel. Stress en verkeerd ademen kunnen klachten uitlokken of versterken, zowel lichamelijk als emotioneel.
Opvallend: ademhalingsproblemen komen steeds vaker voor. Niet alleen bij volwassenen, maar ook bij kinderen. “Ik zie vandaag kinderen van acht of negen jaar met hyperventilatieklachten”, zegt ze. “Dat heeft vaak te maken met stress, denk maar aan prestatiedruk op school of sociale druk.” Bij volwassenen ziet ze daarnaast een duidelijke stijging sinds de coronapandemie.
De impact van covid en mondmaskers
Volgens Marie-Laure heeft covid een blijvende invloed gehad op onze ademhaling. “Tijdens de pandemie zijn mensen tijdelijk anders gaan ademen door mondmaskers te dragen. Wie gespannen is en een masker draagt, schakelt sneller over op hulpademhalingsspieren hoog in de borst en hals. Dat patroon kan blijven hangen, zeker bij stress.” Voor verpleegkundigen is dat herkenbaar. Zij dragen vaak en langdurig een mondmasker. “Een masker op zich is geen probleem”, nuanceert Marie-Laure. “Een aandachtspunt is hoe je ermee ademt.” Oppervlakkig en snel ademen in een masker kan klachten versterken: vermoeidheid, hoofdpijn, een opgejaagd gevoel. Bewust blijven ademen met voldoende aandacht voor een rustige uitademing is dan extra belangrijk.
Wat is een goede ademhaling?
Een goede ademhaling draait minder om hoeveel lucht je inademt, maar meer om hoe je ademt. “Inademen is een actieve beweging”, legt Marie-Laure uit. “Verschillende spieren trekken samen, met het middenrif als belangrijkste ademhalingsspier.” Dat middenrif zakt bij het inademen, waardoor de longen zich uitzetten en zich vullen met lucht. Door die beweging komt er druk op de buikorganen, waardoor de buik naar voren beweegt. “Er wordt vaak gesproken over buik- versus borstademhaling, maar in werkelijkheid bewegen borst en buik altijd samen.” Het probleem zit meestal bij het uitademen. “Veel mensen forceren die: ze trekken hun buik in of persen de lucht eruit. Terwijl uitademen in rust passief verloopt en vooral langer duurt dan inademen.” Dat forceren verstoort het ademritme en kan klachten veroorzaken. Ook wanneer je te kort uitademt, kan dat de volgende inademing nadelig beïnvloeden.
Minder tellen, meer voelen
Ademhalingsoefeningen zijn populair, maar volgens Marie-Laure ligt daar ook een valkuil. “Veel technieken focussen sterk op tellen en vasthouden, zoals de bekende 4-7-8-methode of bepaalde apps. Voor beginners kan dat te belastend zijn.” Mensen fixeren zich op tijd, houden te lang hun adem in, worden duizelig en forceren vervolgens de uitademing. In haar praktijk start ze daarom zonder cijfers. “Eerst leren we voelen: hoe bewegen borst en buik samen, zonder te forceren?” Pas daarna worden eenvoudige ritmes geïntroduceerd, zonder pauzes en met een langere uitademing, en vervolgens met een pauze. “En altijd afwisselen: een paar ademhalingen met pauze, daarna weer zonder.”
Ademhaling als zorgtool
Verpleegkundigen kunnen ademhaling ook inzetten als praktisch hulpmiddel. “Samen ademen kan rust brengen bij een angstige patiënt, een kind dat een prik krijgt of iemand die snel buiten adem is.” Ook bij technische handelingen zoals aerosols of puffers speelt ademhaling een rol. Houding en ademritme bepalen mee of medicatie effectief in de longen terechtkomt.
Goed ademen vraagt geen lange oefeningen. “Het begint met bewustwording”, besluit Marie-Laure. “En net omdat het zo belangrijk is, mag het gerust wat meer aandacht krijgen binnen de opleiding verpleegkunde en bij uitbreiding binnen het onderwijs in het algemeen.”
Een maand zonder alcohol? Yes you can!
De feestdagen zijn achter de rug. Je hebt ze overleefd, al denkt je lever daar misschien anders over. Welkom, Tournée Minérale: dertig dagen zonder alcohol. Hoe voelt dat? Wat gebeurt er nu echt in je lichaam en hoofd als je die maand overslaat aan de toog? Doe je mee?
Elk jaar opnieuw neemt ongeveer een op de vijf volwassenen in Vlaanderen deel aan de maand zonder alcohol. Terecht, want meedoen met initiatieven als Tournée Minérale, dat naar jaarlijkse gewoonte in februari plaatsvindt, kan je wel degelijk helpen om ook de rest van het jaar bewuster met alcohol om te springen. En dat is nodig.
Alcohol is een sluipend genotmiddel en helaas sociaal ingebed. Iemand jarig? Laat de kurk maar knallen. Na het werk een glaasje om te ontspannen … Maar lichamelijk en mentaal betalen we de tol. Wie het een tijdje laat, merkt vaak verrassend snel het verschil.
Slaap als eerste beloning
Een van de eerste effecten die deelnemers merken, is een betere nachtrust. Alcohol lijkt je sneller te doen inslapen, maar verstoort de diepe slaap. Zonder dat glaasje ‘ter ontspanning’ herstelt het slaappatroon zich: je slaapt dieper, wordt minder vaak wakker en voelt je overdag frisser. Ook mentaal heeft dat effect. Een goed herstellende slaap vermindert stress, verhoogt de concentratie en verbetert de stemming. Je voelt je scherper en rustiger tegelijk. Dat merk je niet alleen in je werk, maar ook in je omgang met anderen.
De spiegel liegt niet
Naast wat er vanbinnen gebeurt, zijn er ook zichtbare veranderingen. Minder alcohol betekent vaak een meer zuivere huid, minder wallen en een stabieler gewicht. Alcohol droogt uit, belast de lever en beïnvloedt de hormoonhuishouding. Na enkele weken zonder verdwijnen de typische grauwe teint en gezwollen blik waar velen zich pas bewust van worden als ze veranderen.
Wie na een maand onthouding een glas wijn drinkt, merkt vaak dat de tolerantie gedaald is, een teken dat het lichaam intussen ontgift is. Dat bewustzijn is precies het doel van campagnes als Tournée Minérale: niet iedereen hoeft volledig te stoppen, maar wel bewust te kiezen wanneer en waarom men drinkt.
Een reset voor de geest
Naast de fysieke effecten is er ook een psychologisch luik. Een maand zonder alcohol zet aan tot reflectie over gewoontes en copingmechanismen. Veel mensen grijpen naar alcohol om te ontspannen na een stressvolle dag of een late shift. Tijdens een alcoholvrije periode ga je sneller op zoek naar andere manieren: wandelen, sporten, muziek luisteren of gewoon op tijd slapen. Dat helpt om gezondere routines te ontwikkelen die ook na een maand blijven hangen.
Uit cijfers van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) blijkt dat acht op de tien deelnemers zich na afloop beter in hun vel voelt, en zes op de tien bewuster omgaat met alcoholgebruik nadien. Eigenlijk een vorm van zelfzorg. Je leert luisteren naar wat je lichaam echt nodig heeft om te ontspannen of te recupereren.
Durf jij de vraag stellen?
Ben je ongelukkig? Waarom heb jij geen kinderen? Wat denk jij over de nieuwe vriend van tante Sonja? Als je een antwoord wil, is het belangrijk de vraag te stellen. Toch voelen we ons vaak geremd om iets op de man of vrouw af te vragen. Kinderen voelen die schroom niet: hun nieuwsgierigheid wint het op elk moment van hun manieren. Door met een open blik vragen te stellen, maak je ruimte voor verbinding en om bij te leren. Wij delen enkele tips.
Kinderen stellen de meest eenvoudige, maar soms ook de meest onthullende vragen. “Waarom is de lucht blauw?”, “Waarom huilt die meneer?” of “Ben jij boos op mij?” Volwassenen vermijden zulke vragen uit beleefdheid, schaamte of angst om naïef te klinken, terwijl deze nieuwsgierigheid ons net helpt elkaar beter te begrijpen. Het lef om onbevangen vragen te stellen toont je oprechte interesse en laat je op een dieper niveau met iemand verbinden.
Verander je houding tegenover niet-weten
Een kind denkt: “Wat raar. Waarom is dat zo?” Als volwassene denk je vaak dat je alle antwoorden moet hebben. Je bent bang door de mand te vallen en dom te lijken als je een vraag stelt. Terwijl eerlijk iets vragen en je open opstellen juist je oprechte interesse toont. Het is het begin van leren, ontdekken en begrijpen.
Stel verkennende vragen
Eerlijk, we stellen allemaal soms vragen waar we het antwoord op weten, of denken te weten. Wil je echt weten wat iemand denkt over de vriend van tante Sonja, of wil je je eigen mening ventileren? Kinderen stellen vragen om iets te begrijpen, niet om een doel te bereiken. Denk aan: “Waarom doen we dat op die manier?” of “Wat zou er gebeuren als we het anders deden?” Zo’n vragen openen nieuwe perspectieven en stimuleren creatief denken.
Toon op een beleefde manier interesse
We houden onze vragen vaak voor ons, uit angst de etiquette te doorbreken. Vragen over uiterlijk, geld, politiek of gezin durven we niet te stellen om het gesprek niet ongemakkelijk te maken. Toch kan juist een oprechte vraag leiden tot een aangenaam, diepgaand gesprek. Door een vraag te stellen, toon je dat je geïnteresseerd bent in iemands mening of leven.
Stel een ‘nutteloze’ vraag
Kinderen vragen ook dingen die niet meteen een antwoord nodig hebben: “Waarom ruikt regen zo?” of “Kan tijd moe worden?” Zulke vragen prikkelen verwondering en nieuwsgierigheid. Durf eens zo’n vraag te stellen, gewoon om te ontdekken. Het is een manier om je brein wakker te houden en te laten spelen.
Hoe stel je een vraag
Een vraag stellen begint bij het erkennen dat het oké is om iets niet te weten. Je kan het bijvoorbeeld kaderen door te zeggen: “Ik ga een vraag stellen en misschien lijkt die dom, maar ik wil het echt begrijpen.” Begin klein, bijvoorbeeld met vrienden, familie of collega’s, en oefen met verkennende vragen. Later kun je een ‘domme’ vraag ook eens publiek stellen. Je zal merken dat anderen vaak met dezelfde vraag zitten. Door op deze manier vragen te oefenen, wordt nieuwsgierigheid een vanzelfsprekend onderdeel van je gesprekken en je denken.
Roddelen: lijm of gif?
“Zeg, heb je gezien dat Sarah te laat was?”, “Ben ik de enige die vindt dat de patiënt in kamer 4 overdrijft?” Roddelen. Iedereen doet het: onder vrienden en op de werkvloer. Vaak gaat het over iets luchtigs, soms steekt er meer onder. Roddelen is zo ingebakken in ons sociale leven dat wetenschappers het zien als een onmisbare vorm van communicatie. Tijd om dat fenomeen eens onder de loep te nemen. Want waarom smullen we er zo van? En welke functie heeft het op de werkvloer?
Zestig procent van onze communicatie gaat over anderen. Waarom doen we dat? Volgens Nele Verrezen, auteur van Gekonkelfoes in organisaties. Roddelen is niet onschuldig! (Politeia, 2018), gaat het vaak om een poging om gedrag te begrijpen. Stel dat een collega geen goeiemorgen zegt, dan bespreken we dat met anderen om te plaatsen wat er aan de hand is. Verrezen noemt het ‘menselijk vlooien’. Het helpt ons situaties te kaderen en geeft een gevoel van verbondenheid.
Wie ooit samen met collega’s gniffelde om een grappige uitspraak van een patiënt, of trots vertelde dat iemand langer bleef om een bewoner te helpen, herkent dat verbindende effect. In een context waar intens wordt samengewerkt, vaak onder hoge druk en met emotioneel belastende thema’s, is roddelen haast onvermijdelijk. Het kan een manier zijn om frustraties te ventileren, steun te zoeken of spanning te ontladen. Als sociale lijm creëert het samenhorigheid en maakt het impliciet duidelijk welke gedragingen we waarderen.
De keerzijde: stemmingmakerij
Maar roddelen heeft ook een donkere kant. Wat onschuldig begint, kan uitgroeien tot stemmingmakerij: verhalen die worden aangedikt, aangevuld met interpretaties en die uiteindelijk meer geloof krijgen dan de feiten zelf. Negatieve roddels, bijvoorbeeld over collega’s, kunnen leiden tot wantrouwen, uitsluiting of een ‘wij versus zij’-sfeer. En dat heeft impact. Een studie in Organizational Behavior and Human Decision Processes (Ellwardt, 2012) toont dat negatieve roddels samenhangen met lagere werktevredenheid en meer stress in teams.
De intentie speelt daarbij een doorslaggevende rol. Deel je iets om begrip te krijgen of spanning te ventileren, dan kan een roddel nog verbindend werken. Maar is het doel iemand te ondermijnen of belachelijk te maken, dan kantelt het mechanisme. Dan wordt roddelen geen onschuldig praatje meer, maar een middel om macht uit te oefenen of iemand in een kwaad daglicht te zetten.
Neem het voorbeeld van een nieuwe collega die nog zoekend is naar haar plek binnen de organisatie. Als er in de koffiekamer zuchtend wordt gezegd: “Zo chaotisch dat ze is”, voelt dat niet alleen kwetsend wanneer het haar ter ore komt, het kan ook de rest van het team verdelen. De bedoeling achter zo’n opmerking is zelden constructief, en dat maakt het effect des te schadelijker.
Wat kan je doen?
Roddelen uitbannen is onmogelijk. Maar er bewuster mee omgaan kan wel:
- Sta stil bij de intentie. Vertel je iets om te begrijpen of te verbinden, of doe je mee aan stemmingmakerij? Dezelfde zin kan steunend of ondermijnend zijn, afhankelijk van het waarom.
- Gebruik de vuistregel: zou ik dit ook rechtstreeks tegen de betrokken persoon zeggen? Zo niet, denk twee keer na.
- Benoem het. Als je zwijgt, dan bevestig je de roddel vaak onbewust. Door hem (voorzichtig) tegen te spreken, verminder je de impact.
- Buig om naar iets constructiefs. Vervang: “Zij is altijd chaotisch” door “Hoe kunnen we haar helpen zodat ze sneller haar weg vindt?”
- Neem collectieve verantwoordelijkheid. Als team kan je er bewust voor kiezen om negatieve roddels minder ruimte te geven en elkaar daarin aan te spreken.
Hoe je het ook draait of keert: roddelen hoort bij ons mens-zijn. Net als apen die elkaars vacht verzorgen, zoeken wij naar verhalen die ons dichter bij elkaar brengen.
Even scherpstellen
Wat als je hoofd voller zit dan je agenda? Je rent van de ochtendshift naar oudercontact, probeert boodschappen te doen terwijl je een doktersafspraak herinnert, en beantwoordt tussendoor nog snel een werkmail. En plots weet je het niet meer: wat was nu eigenlijk echt belangrijk vandaag?
Herkenbaar? Dan ben je niet alleen. In een wereld die steeds sneller draait en meer van ons vraagt, is het moeilijk om je focus helder te houden. De aandacht gaat naar wat het hardst roept, niet naar wat het meest telt.
Van to-dolijst naar betekenis
In de zorg werk je vaak onder hoge druk. Je takenlijst is lang, de noden van patiënten zijn urgent en je team rekent op je. Dan dreig je op automatische piloot te belanden. Je doet wat moet, zonder nog echt stil te staan bij het waarom. Maar wat geeft jou het meest voldoening? Een patiënt die je hebt verder geholpen en waarvoor je dus echt iets betekende? Of dagen vol administratie waarbij het wel dweilen lijkt met de kraan open? Om opnieuw te focussen op wat er toe doet, helpt het om regelmatig stil te staan bij wat jij belangrijk vindt in je werk. Wat wil je bijdragen? Waar haal je veel voldoening uit? Die vragen kunnen richting geven, zelfs op drukke dagen.
Focus vraagt rust, geen drukte
Goed kunnen focussen begint bij mentale ruimte. Net die ontbreekt vaak. Elk piepje van de gsm, elke ‘mag ik je iets vragen?’ trekt je aandacht weg van waar je mee bezig was. Een onderzoek van de University of California[1] toont aan dat het terugkeren naar een taak na een onderbreking gemiddeld 20 tot 25 minuten kan duren. Bovendien is bij complexe taken soms nog eens 15 minuten extra nodig om weer volledig geconcentreerd te werken. De oplossing? Creëer (micro)momenten van focus:
- Werk in blokken van 25 minuten zonder afleiding, gevolgd door een korte pauze.
- Zet meldingen op stil wanneer dat kan.
- Plan een vast moment om je administratie of rapporten af te werken en geef aan collega’s door wanneer je niet gestoord wil worden.
- Gebruik de ‘brain dump’-techniek: heb je duizend dingen aan je hoofd? Schrijf alles van je af op een los blad of notitie-app.
- Staat je agenda vol moeilijke taken in de late namiddag, wanneer je concentratie zakt? Verplaats waar mogelijk iets naar een energieker moment.
- Beweeg tussendoor: even rechtstaan, stretchen of kort wandelen helpt je brein resetten. Zelfs twee minuten bewegen verbetert je focus en stemming.
- En misschien wel de belangrijkste: geef jezelf toestemming om niet alles tegelijk te doen.
Vertragen om vooruit te gaan
Focus gaat niet over harder werken, wel over bewuster kiezen. Het vraagt soms moed om het tempo te verlagen of de verwachtingen bij te stellen. Door te vertragen, krijg je net weer zicht op wat voor jou telt: in je werk, je team, je leven.
En dat hoeft niet groots te zijn. Eén oprecht gesprek met een patiënt. Vijf minuten adempauze in de koffieruimte. Een heldere ‘ja’ tegen iets wat je belangrijk vindt, en dus ook een ‘nee’ tegen de rest. Zo maak je van ‘druk druk druk’ weer ‘rust, richting, resultaat’.
[1] University of California, Berkeley. The Impact of Interruptions on Work. HR Wisdom Café: https://hr.berkeley.edu/grow/grow-your-community/wisdom-caf%C3%A9-wednesday/impact-interruptions
Koken tegen de pijn: voeding als medestander
Professor Bart Morlion, anesthesioloog en hoogleraar aan de KU Leuven, gelooft al bijna dertig jaar in een holistische aanpak van chronische pijn. Naast beweging, slaap, stressmanagement, sociale verbondenheid en mentaal welzijn, ziet hij voeding als één van de zes pijlers van leefstijlaanpassingen. “Voeding is geen wondermiddel, wel een haalbare leefstijlstap.”
Wanneer professor Bart Morlion het heeft over de kracht van voeding bij pijnbestrijding, dan blijft hij ver uit de buurt van gehypete TikTok-diëten. Waar hij wel een lans voor breekt is de mediterrane keuken. Wat er zeker op het menu moet staan:
- omega‑3‑vetzuren uit vette vis zoals makreel, sardines en haring
- olijfolie in de plaats van boter
- vezels uit peulvruchten en volle granen in de plaats van geraffineerde producten
- verse groenten en kruiden
Die ingrediënten helpen tegen neuro-inflammatie: een laaggradige, aanhoudende ontsteking die chronische pijn voedt. Tegelijk ondersteunen ze het microbioom, het netwerk van darmbacteriën dat een verrassend grote invloed heeft op ons immuunsysteem en ons pijngevoel. “Onze darmen zijn ons tweede brein”, zegt Morlion. “Steeds meer studies tonen aan dat het microbioom mee bepaalt hoe we pijn ervaren.”
Morlion staat niet alleen in zijn visie. De Hoge Gezondheidsraad publiceerde op 17 juni 2025 haar nieuwe voedingsaanbevelingen, en die sluiten naadloos aan bij de mediterrane principes. Zo wordt aanbevolen om dagelijks minstens 125 gram volkoren granen te eten, peulvruchten vaker op het menu te zetten en sterk bewerkte voeding zo veel mogelijk te vermijden.
Verpleegkundigen in de keuken
Voor verpleegkundigen biedt voeding een concrete ingang om het gesprek met zorgvragers te openen. “Ze hoeven geen diëtist te zijn”, zegt Morlion, “met kleine, onderbouwde tips geven ze het goede voorbeeld. Zonder vingertje, wel met kennis.” Het past perfect binnen de opmars van culinary medicine, een beweging waarbij zorgprofessionals zelf leren inkopen en koken om beter advies te kunnen geven.
Zelf toont Morlion tijdens lezingen graag hoe eenvoudig het kan. “Een makreel droog in de pan, een salsa verde van groene kruiden erbij, en je hebt een gezond en lekker gerecht.” Hij haalt ook pijnverzachtende ingrediënten uit zijn kruidenrek. Citroenverbena bijvoorbeeld, heerlijk in een sabayon, maar ook spierontspannend. Of chilipeper dat capsaïcine bevat. Deze prikkelende stof reageert met hittereceptoren in het lichaam en werkt op die manier pijnstillend bij zenuwpijnen.
Uiteraard is dit een en-enverhaal. Morlions aanpak stoelt op de zes pijlers, dus naast voeding tellen ook de pijlers als slaap, beweging, ontspanning, verbinding en mentaal welzijn mee. Door hiermee aan de slag te gaan, creëer je een haalbare route naar pijnverlichting.
Meer weten over de link tussen voeding en pijn?
Dit najaar verschijnt Morlions nieuwe boek Grip op je pijn (Lannoo). Het uitgebreide hoofdstuk over leefstijlaanpassingen bevat een flinke portie praktische en lekkere tips om met voeding aan de slag te gaan. Smakelijk.
Kritisch kijken naar gezondheidsinfo in tijden van virale verzinsels
“Sinusitis? Steek een teentje look in je neus. Acne? Smeer wat luierzalf op je gezicht.” Verschillende gezondheidstips op TikTok en andere media doen de wenkbrauwen fronsen. Toch is dit voor velen de plek geworden voor gezondheidsadvies. En precies daarom is Maarten Van Clé, alias Dokter Maarten, daar ook te vinden. Als arts in opleiding en actief bij Gezondheid en Wetenschap wil hij tegenwicht bieden aan de stortvloed van misinformatie die online circuleert.
De laatste jaren verschuift de zoektocht naar gezondheidsinformatie van Google naar TikTok. Dit platform dient niet alleen om te scrollen, maar ook als zoekmachine. Hashtags zoals #sinustok, #tourettetok, #diabetestok, #guttok, … krijgen miljoenen views. ”Veel van die informatie is niet correct, of soms zelfs ronduit schadelijk. En dat is problematisch”, zegt Dokter Maarten.
Volgens hem is er een breed spectrum. “Soms verspreiden mensen verkeerde info met de beste bedoelingen, zoals de video waarin iemand zinkoxide – een luiercrème – aanprijst tegen acne. Dat is niet gevaarlijk, maar ook niet het meest aangewezen middel. Andere claims zijn veel ernstiger: van anti-vaccinatie tot complottheorieën over reguliere geneeskunde.” Het gevaar? Als mensen vertrouwen verliezen in wetenschappelijke zorg, dreigt de volksgezondheid te lijden. “Zo wordt de aanpak van ziekten zoals mazelen, waarvoor recent opnieuw uitbraken zijn gemeld, bemoeilijkt door de verspreiding van misinformatie over vaccinaties”, waarschuwt Maarten.
Van luisterend oor tot wetenschappelijk kompas
Wat kunnen verpleegkundigen en studenten doen? “Vooral luisteren”, zegt Maarten. “Patiënten die zich niet gehoord voelen, zoeken hun heil sneller in alternatieve oplossingen.” Door open in gesprek te gaan, zonder te veroordelen, kunnen zorgverleners misinformatie ontmijnen nog voor die schade berokkent. Daarnaast hebben verpleegkundigen een krachtige troef: vertrouwen. “Mensen geloven ons, omdat we een zorgopleiding volgden. Gebruik dat vertrouwen goed en baseer je op wetenschappelijke bronnen, zoals Gezondheid en Wetenschap, of de richtlijnen die je in je opleiding meekrijgt.”
Ook sociale media kunnen daarbij een rol spelen. “Als je weet welke fabels er circuleren, kan je ze beter weerleggen. Zelf actief worden op sociale media is niet nodig, maar het helpt om de digitale vinger aan de pols te houden.”
Opletten voor valkuilen
Hoe herken je misleidende info? Maarten noemt drie alarmsignalen:
- Snelle beloftes: “Verlies tien kilo in twee weken”.
- Commerciële belangen: influencers die hun eigen supplementenlijn promoten en daar sponsoring voor ontvangen.
- Grote woorden en vage claims: “Detox je lichaam met dit wondermiddel”.
Er zijn ook zorgverleners die correcte informatie delen. Tegelijkertijd zijn er mensen die vanuit persoonlijke ervaringen iets vertellen dat niet helemaal klopt, ook al doen ze dat met de beste bedoelingen. “Wees daarom voorzichtig met het baseren van informatie op individuele verhalen, en neem de wetenschap altijd als uitgangspunt”, beklemtoont Maarten. “De verhouding tussen juiste en foute info is moeilijk te kwantificeren, maar de verkeerde berichten verspreiden zich vaak sneller – omdat ze spectaculairder of emotioneler zijn. Juist daarom is het belangrijk om als zorgverlener dat verschil te maken en anderen daarbij te helpen.”
Bekijk Instagram of TikTok via @zoek.gezond of zoek ‘Zoek Gezond’ via Google.
Netiquette: netjes online communiceren doe je zo
E-mails, appjes, berichten, … Onze communicatie verloopt grotendeels online. Vaak zijn het korte teksten zonder volzinnen. Soms zelfs enkel een reeks emoji’s. En dat beperkt zich niet tot vrienden. Ook tijdens het werk vliegen berichten over en weer. Helaas hebben we niet altijd in handen hoe zo’n bericht binnenkomt bij de ontvanger. Tijd voor vijf praktische tips om ook online netjes en genuanceerd met elkaar te communiceren. Netiquette, met of zonder knipoog. 😉
1. Bezint, eer je begint
Schrijf je een bericht? Onthoud dan vooral dit: je praat niet met een machine, maar met echte personen. Denk na over wat en hoe je schrijft. Alles wat je online zet, blijft daar namelijk eeuwig staan. Een screenshot of een kopie van je berichten is snel gemaakt en deze blijven bestaan, ook nadat jij je berichten achteraf verwijderde.
2. Een kort antwoord is niet altijd boos
Een e-mail met alleen ‘Ja, prima’ of ‘Oké’ voelt misschien kil, maar betekent in de meeste gevallen simpelweg dat de ander snel antwoordt en geen tijd verspilt. Geen verborgen boodschap, geen passief-agressieve toon: gewoon efficiëntie. Probeer dus niet meteen te twijfelen aan de intentie van de ander. En als je zelf kort antwoordt, voeg dan eventueel een extra woordje of emoji toe: ‘Ja, prima! 😊’ of ‘Oké, dank!’.
3. Besteed aandacht aan grammatica en interpunctie
Neem de tijd om je antwoorden nog eens na te lezen. Controleer ze op grammatica, interpunctie en spelling. Het kan voor anderen frustrerend zijn als ze slecht geschreven zinnen moeten ontcijferen om te begrijpen wat je bedoelt. Bovendien leidt het af van het doel van je bericht. Blijf ook weg van uitroeptekens. Eentje kan geen kwaad, maar te veel uitroeptekens maken je bericht onprofessioneel of zelfs kinderachtig. Het wekt de indruk dat je schreeuwt of dat je niet in staat bent om je boodschap helder en overtuigend over te brengen.
4. Emoji’s: ja of nee?
Emoji’s kunnen helpen om je toon zachter te maken. Een ‘Bedankt!’ kan zakelijk of streng overkomen, terwijl ‘Bedankt! 😊’ net iets warmer voelt. Gebruik emoji’s met mate, vooral in formele mails. Let ook op. Emoji’s zijn niet eenduidig. Voor de een is een aubergine een groente, voor de ander is het seksueel getint. Het gebruik van emoji’s is ook generatiegebonden. Neem nu deze:👍. Jongeren gebruiken deze emoji op een heel andere, ironische, manier. Met de duim zeg je op een passief-agressieve, sarcastische manier dat iemand iets ‘goed’ heeft gedaan. Bijvoorbeeld: “Bedankt dat je de vuilniszak weg hebt gebracht 👍”, als iemand dat dus niet heeft gedaan.
Wil je emoji’s gebruiken op je laptop? Zo doe je dat:
- Windows: Druk op Windows-toets + . (punt) en kies een emoji
- Mac: Druk op Control + Command + Spatie om het emoji-venster te openen
5. Laat je online van je beste kant zien
Ook al leidt online communicatie tot een gevoel van anonimiteit, laat jezelf toch maar van je beste kant zien. Blijf vriendelijk, ook als je van mening verschilt. Goede netiquette gaat over respect, beleefdheid en professionaliteit. Wat je vooral niet moet doen? Hele berichten of losse woorden in hoofdletters schrijven, zelfs als je je woorden meer kracht wilt bijzetten. Hoofdletters op het internet staan namelijk voor schreeuwen en worden over het algemeen beschouwd als onbeleefd. Blijf dus weg van de capslock.
Feiten en fabels over tandenpoetsen
Poets minstens tweemaal per dag je tanden! Deze gouden regel is ondertussen flink ingeburgerd. Maar moet dat per se na het ontbijt en vóór het slapengaan? Neen. Ook beter niet doen: je mond spoelen na het poetsen. Je ziet: als het over tandenpoetsen gaat, staan we nog te vaak met onze mond vol tanden. Dit artikel brengt hier verandering in. Alle do’s en don’ts op een rij.
Een gezond gebit is niet alleen van belang voor een stralende glimlach, maar ook voor de gezondheid. Zowel fysiek als mentaal. Onderzoek wijst uit dat ontstekingen in de mond een verhoogd risico meebrengen op hart- en vaatziekten. Ook diabetes en zelfs reumatische aandoeningen worden hiermee in verband gebracht. Daarnaast kan een slecht gebit leiden tot pijn en voedingsproblemen en een verminderd zelfvertrouwen, wat de mentale gezondheid beïnvloedt. Genoeg redenen om dagelijks een tandje bij te steken voor een optimale mondhygiëne.
Tweemaal per dag, minimum twee minuten poetsen
Wist je dat de meeste tandartsen aanraden om je tanden te poetsen vóór het ontbijt? Idealiter zit er een halfuur tot drie kwartier tussen je ontbijt en poetsbeurt. Waarom? Voedingsmiddelen zoals ontbijtgranen en fruitsappen maken de mond zuurder. Als je meteen na het eten poetst, kan het zuur dieper in de tanden doordringen en schade veroorzaken. Dus best eerst tandenpoetsen en dan pas ontbijten of lang genoeg wachten.
Hoeveel minuten moet zo’n poetssessie dan duren? Hoe langer, hoe beter? Ook dat klopt niet helemaal. Waar wel veel van afhangt, is de grondigheid waarmee je poetst. Doe je dat op de juiste manier, bij voorkeur elektrisch, dan volstaan twee minuten. Liever manueel? Gebruik dan een zachte tandenborstel. Weet wel dat je dan vijf keer langer moeten poetsen voor hetzelfde effect.
Flossen: ja. Spoelen: liever niet
Correct flossen is niet voor iedereen weggelegd. Gelukkig zijn er tegenwoordig gebruiksvriendelijke alternatieven zoals tandenstokers en interdentale borstels die helpen bij het reinigen tussen de tanden. Een must, want de eerste gaatjes ontstaan net daar.
Hoe zit het met spoelen? Heb je geen tandproblemen, dan is mondwater niet per se nodig. En na het poetsen? Spoel niet na met water. Spuug de overtollige tandpasta uit, maar laat de fluoride en andere beschermende stoffen in je mond achter. Zo krijgen ze extra tijd om hun werk te doen.
Je bent wat je eet
Alcohol, nicotine en suiker zijn niet alleen slecht voor je gezondheid, ook je gebit ziet ervan af. Al deze ongezonde gewoonten verhogen de zuurgraad in de mond, wat schade aan het glazuur kan veroorzaken. Wil je je tanden versterken? Kies voor voedingsmiddelen die rijk zijn aan calcium zoals zuivelproducten of vezels zoals groenten, fruit en bepaalde granen.
Wist je trouwens dat ook nagelbijten een invloed heeft op je gebit? Vooral als je gel- of acrylnagels draagt. Deze nagelproducten kunnen een acrylatenallergie veroorzaken, wat problemen kan opleveren bij tandheelkundige behandelingen, aangezien acrylaten ook in vullingen en andere tandheelkundige materialen zitten. Hou hier rekening mee, zeker als je een nagelbijter bent.










