Coördinator NVKVV: "Een verhaal schrijven waar alle verpleegkundige functies samenwerken"
Met een druk en bewogen jaar achter de rug klinkt het NVKVV, 1 jaar na de internationale feestdag Dag van de Verpleegkundige 2020. We klinken op een algemene visie op de sector, waar het beleid effectief mee aan de slag kan, waar elke verpleegkundige zich in herkent en met de eigen stem uitdraagt. Als tegengewicht voor een verdere versnippering door de vele specialisaties en opleidingsniveaus en als katalysator voor meer slagkracht. “Het algemeen belang is het pad van de toekomst voor het NVKVV en het actief informeren en mondig maken van onze leden plaveit die weg.”
Vol vooruit met duidelijke doelen en een concreet meerjarenplan voor een toekomstbestendige gezondheidszorg. Zo zet het NVKVV de koers na de coronapandemie verder. Niet enkel op vlak van permanente vorming, toegankelijke informatie en beleidssuggesties zet de organisatie de puntjes op de i. Ook het gerenoveerde gebouw in Brussel krijgt een duurzaam jasje aangemeten. “De ecologische benadering is zelfs bekroond met een Be.exemplary award door de stad Brussel. Zo wordt ons huis van de verpleegkundige een symbool voor de maatschappelijke waarde van verpleegkundigen. Beide zijn ingegeven door een langetermijnvisie op de algemene gezondheidzorg en combineren best practices voor een sterk resultaat.”
Waarom is het NVKVV zo belangrijk in het huidige zorglandschap?
“Het NVKVV verdedigt de belangen van alle verpleegkundigen, overlegt met verwante beroepsorganisaties en ijvert voor een correct en werkbaar statuut. Toch blijft het actief informeren en adviseren van leden onze belangrijkste functie. Zo worden verpleegkundigen mee voortrekker van hun beroep. We helpen hen een eigen stem ontwikkelen of versterken in het debat. Via digitale nieuwsbrieven, op sociale media en sinds kort ook met dit eigen magazine. Netwerk Verpleegkunde verspreidt heldere informatie. Het geeft onze verpleegkundigen niet enkel meer individuele slagkracht, maar ook een duidelijke identiteit als beroepsgroep die positieve interactie op gang brengt. De vraag bij onze leden was er al lang, deze coronapandemie maakte de uitvoering hoogdringend. Meer dan ooit is er nood aan toegankelijke en duidelijke informatie, specifiek uit Vlaanderen en België.”
Met welke uitdagingen krijgen verpleegkundigen in de toekomst te kampen?
“Met een steeds verouderende bevolking komt er nog meer druk op de algemene gezondheidszorg. Vandaag telt ons land 330.000 85-plussers, in 2050 zal dit aantal oplopen tot 700.000. Om die stijgende zorgvraag op te vangen, moet enerzijds de instroom in verpleegkundige opleidingen toenemen. Anderzijds wordt het cruciaal om de inzet van verpleegkundigen te optimaliseren. Een efficiënte match tussen kennis en vaardigheden met de passende job is noodzakelijk willen we het beroep aantrekkelijk houden en ook de uitstroom uit de job sterk minderen. Willen we hiermee naar taakverpleegkunde evolueren? Zeker niet. Feit is wel dat 80 procent van de verpleegkundigen ook niet-verpleegkundig werk doen, zoals maaltijden bedelen en patiënten vervoeren, en in bepaalde settings een groot aandeel verpleegkundige basiszorg opnemen. Dat is niet meer van deze tijd. Niet omdat ze dat werk niet willen doen, wel omdat er andere verpleegkundige taken zijn waar ze harder nodig zijn. Door de coördinatie van de zorg bij de verpleegkundige te houden, maar de uitvoering deels uit handen te geven, is geïntegreerde kwaliteitsvolle zorg mogelijk met een optimale inzet van de beschikbare handen op de werkvloer. Deze evolutie is al ingezet in zorginstellingen waar grote schaarste is, die hierdoor inzetten op de nieuwe rol voor verpleegkundigen.”
Welke rol speelt functie- en taakdifferentiatie hierin?
“Het NVKVV ziet in de toekomst een verhaal waar alle verpleegkundige functies op een constructieve en open manier samenwerken. Het behoud van de HBO5-opleidingen is een belangrijke schakel in de zorg van morgen. Meer theoretische verpleegkundigen in tandem met wie eerder praktisch opgeleid is, met kwalitatieve zorg voor de patiënt als gemeenschappelijk doel. Ook door het systematisch toevoegen van administratieve en logistieke ondersteuning aan dit team geraken we op de juiste weg. Alleen volgt de huidige financiering dit model te weinig, waardoor wordt vastgehouden aan wat vandaag is en de transitie onvoldoende wordt ingezet. Dit hopen we te veranderen.”

“Efficiënte match tussen kennis en vaardigheden met de passende job.”
De beslissing van de Vlaamse overheid in 2017 om de financiering voor specialisatie stop te zetten staat dus haaks op de vraag naar meer competentiegerichte functies?
“Inderdaad. Volgens ons is specialisatie en differentiatie in het werkveld net de weg van de toekomst. Voor de verpleegkundige zelf wordt het ook interessant als de verloning zou bepaald worden volgens functie en niet langer volgens de diensten waarop ze werken. Er is nood aan een variatie aan verpleegkundige competenties op deze diensten. We juichen de tweede loonsverhoging in IFIC deze zomermaanden uiteraard toe, maar blijven toch vooral ijveren voor een verloningssysteem in functie van verworven competenties die een verpleegkundige daadwerkelijk inzet op de werkvloer. Een visie waarin het loont om je als verpleegkundige te specialiseren, en om extra taken en verantwoordelijkheden op te nemen. Het NVKVV heeft zo samen met haar Franstalige en Duitstalige partnerorganisaties een voorstel geformuleerd dat het aantal functies in IFIC voor verpleegkundige functies reduceert tot 6 functies, de hiërarchische functies als verpleegkundige ziekenhuishygiënisten buiten beschouwing gelaten.”
In de voorbije turbulente periode heeft iedereen wellicht begrepen dat de zorgsector de nodige middelen moet krijgen?
“Ja, COVID-19 heeft het maatschappelijk belang van de gezondheidszorg extra in de verf gezet. Ik ben dan ook bijzonder fier over de manier waarop verpleegkundigen deze pandemie hebben doorstaan. We moeten dit in een sterk verhaal doortrekken naar de toekomst. Goede zorg vraagt middelen en we moeten reageren voor het probleem uit zijn voegen barst. De overheden hebben zo in 2020 miljarden vrijgemaakt voor de sector. Is het probleem hiermee opgelost? Absoluut niet. We zullen er als beroepsorganisatie op toezien dat de extra middelen efficiënt en correct worden ingezet. De werkdruk moet voor onze verpleegkundigen naar omlaag.”
“Een proces waarin alle schakels en zorgpartners samenwerken.”
De verpleegkundige in een centrale rol dus?
“Zeker, maar niet enkel de verpleegkundige. Het verhaal van het NVKVV – en bij uitbreiding dat van een kwalitatieve gezondheidszorg op lange termijn – is een proces waarin alle schakels en zorgpartners samenwerken. Elk op hun eigen niveau en volgens hun eigen werkgebied. Enkel zo worden kansen maximaal verzilverd en is de zorg van de toekomst gewaarborgd. Een onmisbare schakel om hierin te slagen is het aanreiken van de juiste tools aan zorgvragers, zij zitten aan het stuur van de zorg. Maar ook de educatie en begeleiding van mantelzorgers en bekwame helpers – zoals een kinderverzorgster die een kind in de kinderopvang eerste pijnstilling toedient – zijn onmisbaar om de toekomstige zorgvraag de baas te kunnen. Daarnaast moet er primair ook werk gemaakt van preventie, waar de verpleegkundige in een coördinerende rol van essentieel belang is. Hoe uit de lokale zorgnood zich specifiek? Welk type zorgvrager is er vooral en welke verpleegkundige functies vragen hun zorgen? Ook op dat vlak zijn we als beroepsorganisatie graag een proactieve partner. Vanuit een brede blik met een duidelijke missie: een werkbare context voor verpleegkundigen met kwalitatieve zorg voor de zorgvrager.”

IFIC Functies waarvoor het NVKVV pleit:
In aflopende volgorde:
- Verpleegkundig specialist (nieuwe functie)
- Referentieverpleegkundige buiten de dienst (6161) –> Verpleegkundig consulent -afdelingsoverschrijdend (6161)
- Referentieverpleegkundige binnen de dienst (6166) –> Gespecialiseerde verpleegkundige – binnen de dienst (6166)
- Bachelor verpleegkundige Europees conform
- HBO5-verpleegkundige functie
- Zorgkundige
Tien actiepunten voor het beleid
Nu de coronapandemie iets minder de aandacht vraagt, leverde het NVKVV een lijst van tien duidelijke, krachtige actiepunten af aan minister Vandenbroucke. Niet zomaar een insteek vanop de Vlaamse werkvloer, ook stuk voor stuk afgetoetst bij de Franstalige en de Duitstalige collega’s. Het zijn herkenbare werkpunten die je als verpleegkundige mee uitdraagt in functie van het algemeen belang.
Ontdek de hele lijst op de NVKVV-site bij ‘Over NVKVV’.
Voorzitter Federale Raad voor Verpleegkunde: “Enorme evolutie in beroep van verpleegkundige”
Eind 2013 startte Edgard Peters als voorzitter van de Federale Raad voor Verpleegkunde (FRV). Onder zijn leiding kwam er een nieuwe aanpak om het werk beter te stroomlijnen, de adviezen correct te kunnen voorbereiden en te streven naar consensus in de groep. Gedurende zijn legislatuur passeerden verschillende ministers de revue, wat hem het werk niet altijd vergemakkelijkte. Zijn mandaat zou uiteindelijk langer duren dan initieel gepland. Begin 2021 werd de nieuwe raad aangesteld. Een terugblik.
Dag Edgard, je bestuursopdracht liep normaal ten einde in oktober 2019. Waarom is dit verlengd?
Edgard Peters: “Oorspronkelijk waren we als FRV aangesteld voor een periode van zes jaar. Eind 2019 vroeg Pedro Facon, de toenmalige directeur-generaal van de FOD Volksgezondheid, of we als raad wilden aanblijven tot de nominatie van de nieuwe leden. En zo leidde ik de FRV meer dan zeven jaar. Begin 2021 werd de nieuwe raad aangesteld, maar het is wachten op groen licht van de federale overheid voor deze op actief wordt gezet.”
Dat is niet niks. Hoe was het om indertijd de rol van voorzitter over te nemen van uw voorganger?
“Voor mijn aanstelling was er nog sprake van de Nationale Raad voor Verpleegkunde. Die Raad bestond uit 25 leden. Met de komst van de Federale Raad werd het aantal verhoogd naar 37. Dat kan op termijn zelfs oplopen tot 60, afhankelijk van de toekenning van de beroepstitels. Dat vergt natuurlijk een totaal andere aanpak. Niet alleen qua aansturing, maar ook qua methode om adviezen uit te werken en goed te keuren. Dit was meteen mijn eerste uitdaging. Je komt niet snel tot een akkoord met een groep van meer dan 30 personen. Bovendien merkte ik bij de start dat over een groot aantal zaken weinig tot geen consensus te bespeuren was. Met nog communautaire verschillen er bovenop. Het was dus zaak om mensen samen te brengen rond bepaalde thema’s.”
“Als voorzitter heb je een verbindende rol. Zo zijn alle verstrekte adviezen ofwel unaniem ofwel met een 95% meerderheid goedgekeurd.”
Geen sinecure dus. Hoe pakte je dit aan?
“Eerst bepaalden we onze werkmethode. We werken enerzijds met een bureau en anderzijds met werkgroepen. Het bureau telt onder andere vertegenwoordigers van de grote Belgische beroepsverenigingen zoals NVKVV, en ook syndicale vertegenwoordigers. Zo worden de dossiers binnen het bureau correct voorbereid alvorens ze naar de plenaire vergadering gaan. Daar zit de voltallige FRV in. Een werkgroep bestaat uit leden van de FRV, externe experts en waar nodig onderwijsvertegenwoordigers van elke gemeenschap. Ze is steeds opgericht rond een specifiek onderwerp. De groep bereidt de adviezen voor, overlegt en brengt een ontwerpadvies voor discussie en validatie naar de plenaire. Het bureau ziet erop toe dat de werkgroepen binnen de missie van de FRV handelen.”
Eens de werkmethode vast lag, kon het echte werk beginnen?
“Daarna hebben we de prioriteiten voor onze legislatuur vastgelegd. Geen eenvoudige oefening. Je moet afwegen wat je kan verwezenlijken binnen de verantwoordelijkheden van de FRV, zonder in te boeten aan kwaliteit. Naast de eigen initiatieven behandelen we natuurlijk ook vragen van de ministers van Volksgezondheid en Onderwijs. En de actualiteit stuurt mee de agenda.”
Je bedoelt COVID-19?
“Niet alleen covid. Neem nu ons advies over de protocolakkoorden over zorgverlening door mensen die niet professioneel onderlegd zijn. Ik denk aan een leerkracht die de glycemie meet van een kind met diabetes of een verzorgster in een kinderdagverblijf die medicatie toedient aan een baby. Wettelijk gezien is dit een illegale handeling en dus strafbaar. Ons advies stelt een legale omkadering voor. Dat was absoluut noodzakelijk.”
Wat zijn andere belangrijke verwezenlijkingen voor jou?
“Wat betreft onze initiatieven zijn er voor mij drie belangrijke punten. Ten eerste het advies omtrent het functiemodel voor de verpleegkundige zorg van de toekomst. We hebben hier ontzettend veel werk verzet om tot een aanbeveling te komen. Voor 2013 was er geen akkoord over welke richting men uit wou. In juli 2017 brachten wij ons advies uit over de nodige studies en opleidingen per functie. Dat werd onderverdeeld in drie categorieën: de algemene zorgen, de gespecialiseerde zorgen en de advanced practice nursing. Aan die drie categorieën koppelden we bepaalde kwalificaties en vaardigheden. Jammer genoeg is er vanuit het kabinet De Block weinig feedback gekomen. Je moet weten dat onze adviezen niet bindend zijn. De minister beslist uiteindelijk wat ermee gebeurt.”
Je had het over drie belangrijke adviezen?
“Als tweede is er het advies over de thuisverzorging van chronische patiënten. Onze verpleegkundigen en het wettelijk kader errond is indertijd opgevat rond het concept van de ‘acute’ patiënt in het ziekenhuis. Vandaag de dag zien we veel meer thuiszorg. Het aandoen van steunkousen bijvoorbeeld is een verpleegkundige daad die alleen een gekwalificeerde verpleegkundige mag uitvoeren. Dus als familiehulp een oudere persoon hiermee wil helpen omdat hij of zij dit niet meer alleen kan, mag dat niet. Ons advies maakt zulke situaties wel mogelijk, mits een regelmatige controle en evaluatie van de patiënt door een bevoegde verpleegkundige.”

Een frustratie?
“De ene minister is de andere niet. Met minister Onkelinx werkten we goed samen, zowel qua vragen vanuit haar kabinet als feedback op onze initiatieven. Ik hoop dat er met Frank Vandenbroucke weer meer mogelijkheid tot samenwerking is. Al zal dat over enkele maanden voor mijn opvolger zijn.”
En het derde?
“Het derde advies dat me na aan het hart ligt, is dat van regulering van de deontologie van verpleegkundigen. Deze laat toe de deontologie te beheren en reguleren tussen de verschillende beoefenaars van de verpleegkunde. Er is geen orde voor verpleegkundigen met een legale waarde, zoals de orde van artsen of apothekers. Ons systeem van regulering biedt de verpleegkundige een houvast over wat al dan niet mag volgens de deontologische code. Met als doel de kwaliteit en de coöperatie met andere zorgverleners te verbeteren.”
Wat zijn volgens jou de prioriteiten voor de volgende raad?
”Het is belangrijk dat er duidelijkheid komt over de vereiste studies en opleidingen voor de verschillende types verpleegkundigen, zoals in ons advies over het functiemodel. Verder treedt dit jaar een nieuwe interdisciplinaire wet over de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg in werking. Die zegt onder meer dat een zorgverlener via een portfolio moet aantonen dat hij/zij over de nodige kwalificaties beschikt. Hierover moet de FRV een advies geven. Tot slot willen we ook onze visie meegeven aan minister Vandenbroucke over wat de elementen zijn om het beroep van verpleegkundige opnieuw aantrekkelijk te maken. Zoals meer erkenning voor het werk. Helaas hebben we die twee punten nog niet kunnen behandelen.”
Nog een laatste tip aan jouw opvolger?
“Mijn stokpaardjes waren kwaliteit en onderbouwde adviezen, gedragen door Belgische en internationale aanbevelingen. Verder is het cruciaal om mensen samen te brengen en te werken naar een consensus. Er is echt een wil binnen de FRV om vooruit te geraken en antwoord te bieden op de uitdagingen van morgen. Tot slot, als voorzitter kan je niet overal zijn, maar ik ondersteunde mijn team door net consensus te zoeken, door naar alle standpunten te luisteren en begrip te tonen voor twijfels of angsten. Als voorzitter heb je een verbindende rol.”
Wie vertegenwoordigt jou binnen het NVKVV in de FRV?
De Federale Raad voor Verpleegkunde
De Federale Raad van Verpleegkunde (FRV) geeft niet-bindende adviezen aan de minister van Volksgezondheid of aan de minister(s) van Onderwijs over de uitoefening van de verpleegkunde en de kwalificaties, studies en opleidingen die hiervoor nodig zijn. De missie van de FRV is bepaald bij wet en de leden worden benoemd door de minister van Volksgezondheid in een koninklijk besluit. De leden van de Federale Raad vertegenwoordigen zorgkundigen en alle verpleegkundige functies uit de verschillende landsdelen. Tijdens de vergaderingen wordt er gebruikt gemaakt van simultane vertaling in de drie landstalen opdat iedereen het debat kan volgen en actief kan deelnemen.
De aangereikte adviezen ontstaan ofwel als antwoord op een vraag van de minister, ofwel op eigen initiatief van de FRV of vanuit een actuele situatie, zoals de coronacrisis. Een nieuwe raad legt aan het begin van zijn legislatuur de prioriteiten vast. Deze vormen de basis voor de adviezen op eigen initiatief.


