Medicatienazicht: een nieuwe rol voor apothekers

Ook apothekers moeten hun beroep heruitvinden. Ze zijn een laagdrempelig contact voor de patiënt, net zoals verpleegkundigen. Ze doen meer dan pillen afleveren en kunnen een waardevolle bijdrage leveren voor huisartsen en thuisverpleegkundigen. Zo wordt het medicatienazicht uitgerold, een nieuwe federale dienst die alle Belgische apothekers sinds 1 april kunnen aanbieden.

Waar je als patiënt tot voor kort vooral naar de apotheek ging met een voorschrift om je geneesmiddelen af te halen, kan je sinds 1 april bij de apotheek terecht voor een nieuwe zorgdienst. Want bij het afleveren van medicatie hoort ook een begeleiding die in het belang van de patiënt is. “We zaten met de sector rond de tafel om na te denken over hoe we in de toekomst als apotheek een toegevoegde waarde kunnen bieden aan de patiënt”, zegt Hendrik De Rocker, secretaris-generaal van de Algemene Pharmaceutische Bond (APB). Het resultaat is de dienst medicatienazicht, die ze samen met andere zorgpartners willen realiseren. Onder meer met de huisarts en de thuisverpleegkundigen. “Bijvoorbeeld voor patiënten die niet tot in de apotheek geraken”, zegt Hendrik. “Daar kunnen thuisverpleegkundigen nuttige inzichten leveren over hoe de geneesmiddelen ingenomen worden.”

Het medicatienazicht focust vandaag nog op ambulante patiënten die naar de apotheek komen en die vijf of meer terugbetaalde chronische geneesmiddelen nemen. “Dat zijn er in België best wat”, zegt Isabelle De Wulf van de APB. “Waar die geneesmiddelencontrole tot nu toe eerder ad hoc gebeurde, willen we voortaan de medicamenteuze therapie van de laatste zes tot twaalf maanden beoordelen. Doen zich daar problemen voor? Hoe staat de patiënt tegenover de behandeling? Wordt de medicatie goed en op het juiste tijdstip ingenomen? Die dienst is anders dan de huisapotheker. Daar gaat het om een ruimere groep patiënten die vijf geneesmiddelen neemt, waarvan minstens één chronisch. De apotheek maakt het medicatieschema op, detecteert eventuele problemen met het gebruik of de kennis, maar tot voor kort ging hij niet in op de historiek. Het hield geen gestructureerde analyse in van de farmacotherapie.”

Grondig gesprek en farmacotherapeutische analyse

Het medicatienazicht bestaat uit verschillende stappen en beslaat al gauw anderhalf tot twee uur. Een belangrijk aspect van het medicatienazicht is het gesprek met de patiënt waarbij al zijn geneesmiddelen een voor een overlopen worden. Hoe neemt hij die in en weet hij waarvoor ze dienen? Gaat dat vlot? Het geneesmiddelengebruik en de verwachtingen van de patiënt worden onder de loep genomen. “Het gesprek gebeurt op afspraak zodat de apotheker de tijd heeft zich hierop voor te bereiden.”

Na het gesprek doet de apotheker de farmacotherapeutische analyse. “Is er sprake van over- of onderbehandeling? Zijn er klachten die te wijten zijn aan bepaalde geneesmiddelen? Kunnen we een geneesmiddel vervangen of kan de patiënt een geneesmiddel stopzetten? Moeten we de innamemomenten verminderen? Het zijn allemaal zaken die aan bod kunnen komen”, licht Hendrik toe. Na het patiëntengesprek en de farmacotherapeutische analyse stelt de apotheker een actieplan op dat ter advies naar de huisarts van de patiënt gaat. “Komt er feedback van de arts, dan overloopt de apotheker dat advies met de patiënt tijdens een tweede gesprek. Zo kunnen we de patiënt ook verder empoweren”, zegt Isabelle. “We verwachten niet dat alle apothekers dit zomaar kunnen. We koppelen hier een opleiding aan, die zowel een wetenschappelijke als een praktische insteek heeft. Hoe pak je dat aan? Wat zijn de stappen? Ook communicatieve vaardigheden komen aan bod om in gesprek te gaan met de patiënt en met de huisarts. Je leert er doorvragen. Tot slot is er de interactieve tool in de vorm van een e-form. Dat begeleidt de apotheker doorheen het proces van het medicatienazicht en laat toe om de bevindingen te registreren.”

Dieper graven

Als apotheker selecteer je de patiënten die in aanmerking komen voor deze dienst. Je informeert de arts hierover en die kan vervolgens aangeven of het medicatienazicht al nuttig is. “Patiënten die een risicogeneesmiddel gebruiken, zoals marcoumar® of insuline, zijn goede patiënten om een medicatienazicht bij uit te voeren”, zegt Isabelle. “Het nazicht wordt elke twee jaar vergoed door de mutualiteiten. Er is geen voorschrift nodig, behalve wanneer de arts een goede indicatie heeft om een tweede nazicht in die periode voor te schrijven. Het ontslag uit het ziekenhuis kan daar een reden toe zijn.”

Gebeurt dat nazicht nu dan niet door apothekers? “We controleren de interacties tussen medicijnen en sluiten contra-indicaties in het actuele medicatieschema uit”, zegt Hendrik. “Maar vandaag is er nog geen gesprek met de patiënt en dus ook geen analyse van de therapietrouw of van de historiek van afleveringsgegevens. Deze dienst ontwikkelen we vanuit de expertise van de apotheker, aanvullend op het werk van de huisarts. We zien dit als een samenwerking.” De dienst is niet verplicht uit te voeren door elke apotheker. Wel kan iedereen die een huisapotheker heeft, daar terecht om van deze dienst te genieten. Apotheken dienen zich zodanig te organiseren dat ze de dienst kunnen aanbieden door bijvoorbeeld gebruik te maken van een samenwerking tussen apotheken. Zo kan de patiënt dan doorverwezen worden. De huisapotheker blijft wel de contactpersoon, terwijl de anamnese en analyse door een collega gebeurt.

Inzichten van de thuisverpleegkundige

De focus van het medicatienazicht is vandaag de patiënt die naar de apotheek komt, of de mantelzorger van die patiënt. Samenwerkingen met thuisverpleegkundigen behoren volgens de APB zeker tot de mogelijkheden. Ziet de thuisverpleegkundige verschillende patiënten die niet of onvoldoende mobiel zijn en die bij dezelfde apotheek gaan, dan kan de verpleegkundige wel in gesprek gaan met de apotheek op basis van de medicatielijst en de problemen die een patiënt ervaart. “Een huisarts schrijft medicatie voor, thuisverpleegkundigen leggen de medicatie klaar en controleren of de patiënt die al dan niet inneemt. Die observatie is belangrijk en levert nuttige informatie over de dagelijkse opvolging van medicatie op”, vindt Isabelle. “Ze weten exact wat de patiënt neemt en waar de problemen of ongewenste nevenwerkingen zich situeren. Als apotheker zie je dat niet bij de aflevering.” Hendrik pikt in: “We kunnen als apotheker geen huisbezoeken doen. Je moet in je apotheek aanwezig zijn tijdens de openingsuren. Dat is je kerntaak en is wettelijk verplicht. We willen het medicatienazicht ook niet delegeren. De verpleegkundige levert een toegevoegde waarde, maar dat mag het gesprek met de patiënt niet volledig vervangen.”

Vandaag is het medicatienazicht opgebouwd rond ambulante patiënten. Het idee speelt wel om ook naar woonzorgcentra te evolueren. Daar kan de apotheek die de medicijnen levert dan deelnemen aan het interprofessioneel overleg. “Deze dienst is voorbehouden aan apothekers en kan niet door apotheekassistenten uitgevoerd worden”, zegt Hendrik.

Conclusies en samenwerkingen

Het medicatienazicht wordt momenteel uitgerold en de ambities zijn groot. Zo slaat het e-form alle gegevens op en legt het de ondernomen acties vast in een grote, centrale dataset. Daar worden kwaliteitsindicatoren aan gekoppeld die inhoudelijke analyses moeten opleveren. “Daaruit willen we vooral te weten komen voor welke problemen deze dienst al dan niet een oplossing biedt”, zegt Isabelle. “Ook voor verpleegkundigen kan het handig zijn. Als ze weten wat de vaak voorkomende problemen met medicatie in de thuissituatie zijn, dan kunnen ze die observeren en vroegtijdig opsporen.”

Dat het medicatienazicht doeltreffend is, bewijst het Nederlandse model. “Ik werkte zelf jarenlang in een Nederlandse apotheek en kon daar vaststellen hoe ze via medicatienazicht bepaalde patronen per regio analyseerden. Als zorgverleners pak je zo samen aan wat verkeerd loopt en verbetert het”, zegt Hendrik. “Ook in België moeten we in de toekomst meer samenwerken en samen zitten. We moeten breder durven kijken, onder meer bij het multidisciplinair overleg. Ik ben er van overtuigd dat we daar als apothekers ook een toegevoegde waarde kunnen hebben.”


Verhoogde technische zorgen in de thuisverpleging

De thuiszorg heeft met steeds meer technische zorgen te maken, die van een ziekenhuissetting naar een thuisomgeving verschuiven. Dat betekent een breed spectrum aan extra zorgen die bij de thuisverpleegkundige en de eerste lijn terecht komen. Annemarie Demeyere is stafmedewerker zorg, pijn en comfort bij het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen en vertelt hoe ze thuisverpleegkundigen voorbereiden op deze complexe technische zorgen.

Mensen komen na een ingreep in het ziekenhuis sneller naar huis waardoor zorg in de thuisomgeving complexer en technischer wordt. “De tijd dat thuisverpleging enkel de was en de plas was, ligt al zeer lang achter ons”, zegt Annemarie Demeyere. Zij is binnen het Wit-Gele Kruis West-Vlaanderen stafmedewerker zorg en verantwoordelijk voor palliatieve zorg, oncologie en STVV (Specifieke Technische Verpleegkundige Verstrekkingen). Daar horen ook de technische zorgen bij. “Zelf kom ik uit de ziekenhuiswereld en daar zie je dat expertise vaak op een dienst samen zit. In de thuisverpleging moet je een breed spectrum van zorgen aanhouden en dus ook een zeer grondige kennis van heel wat handelingen hebben.” Daarom is een goede basis belangrijk, zodat die kan aangevuld worden met enerzijds opleidingen en anderzijds samenwerkingen binnen de eerste lijn. “We kunnen al die zorg niet alleen bolwerken. We moeten evolueren naar een soort consortium dat toelaat om breed te kijken naar zorg. Dat doen we al in heel wat proefprojecten zoals Onco@Home, negatievedruktherapie, OPAT (ambulante parenterale antimicrobiële therapie), … Door samen te werken ontstaat meer tijd voor de patiënt waardoor die zich meer ondersteund voelt.”

Meer katheters

Binnen de toenemende technische zorgen merkt Annemarie vooral op dat de kennis van verschillende soorten katheters en sondes zeer belangrijk wordt. “We houden de cijfers nauwgezet bij, niet enkel om een evolutie te kunnen optekenen, maar vooral om te weten waar we met onze interne opleidingen en oefenmomenten op in kunnen zetten. Het spoelen, een bloedafname of het afkoppelen van chemotherapie via een poortkatheter komt vaak terug, maar ook antibiotica toedienen via een PICC-katheter, suprapubische sondes en perifere infuustherapie, tracheasondes, PEG-sondes, …”

Een verklaring waarom er meer katheterzorgen plaatsvinden in de thuiscontext zoekt Annemarie bij de verkorte ligduur in ziekenhuizen. Mensen verblijven er minder lang, of willen er minder lang verblijven. “Voor een oncologische patiënt vergroot je namelijk het comfort aanzienlijk wanneer de bloedafname thuis plaatsvindt en hij of zij in de thuisomgeving kan wachten of de chemotherapie al dan niet doorgaat. Ook de chemotherapie thuis afkoppelen is voor hen aangenamer. Ze kunnen rustig thuis blijven in een vertrouwde omgeving. Voor palliatieve zorg is dat niet anders en werken we samen met de palliatieve netwerken om de zorg rond bijvoorbeeld spuitaandrijvers in goede banen te leiden. Zo voorzien we door de nauwe samenwerking met de palliatieve netwerken en hun extra expertise, naast zorg ook emotionele en psychologische ondersteuning voor de patiënt en de naasten.”

Comfort centraal

Het bieden van meer comfort aan de patiënt in zijn thuisomgeving is met andere woorden een belangrijke insteek om in te zetten op die technische zorgen in de thuisverpleging. “Dat is positief voor de patiënt, maar het moet ook financieel gedragen worden. Daarom zijn we dankbaar voor de vele projecten die opgezet worden om terugbetaling mogelijk te maken. Soms verhogen het aantal bezoeken nu eenmaal. Voor antibioticatherapie moet een thuisverpleegkundige soms tot driemaal per dag langsgaan. Dat heeft financiële gevolgen voor organisaties, maar ook de werkdruk stijgt en de planning wordt gehypothekeerd. Dat maakt het allemaal niet eenvoudig om dit soort zorgen in de thuisomgeving te organiseren.”

Bij die technische zorgen komt ook een aspect verantwoordelijkheid, veiligheid en gespecialiseerd materiaal kijken. Goede afspraken met de patiënt en met de tweedelijnszorg wanneer iemand naar huis gaat zijn dan ook cruciaal om de zorgcontinuïteit te waarborgen. “Bij dringende zaken koppelen we meteen terug naar het ziekenhuis, maar anders hebben de verpleegkundigen regelmatig overlegmomenten waarin ze bespreken wat goed loopt en wat beter kan”, zegt Annemarie. “Als verpleegkundige ben je de oren en ogen van een patiënt naar andere zorgverleners toe. In de thuisomgeving sta je er vaak alleen voor. Daarom voorzien we altijd begeleiding van een referentieverpleegkundige waar ze terecht kunnen met technische vragen. Dat is niet opgenomen in de nomenclatuur, maar vinden we deel uitmaken van de kwaliteit van zorg in pijn en comfort. Het laat toe een patiënt goed op te volgen, maar ook om op de afdelingen een helikopterzicht te bewaren. Bovendien biedt het voor de verpleegkundige een extra zekerheid.”

Oefenmomenten

Dat zelfvertrouwen wordt ook gestimuleerd door interne opleidingen op regelmatige basis. “Een verpleegkundige kan niet alles weten. Soms zijn bepaalde technische zorgen niet aan bod gekomen in vorige werkervaringen. We vinden het belangrijk om het bespreekbaar te maken wat iemand wel en niet kan. Zo geven we door goede begeleiding niemand een oncomfortabel gevoel. We merken dat die opleidingen hun energie geven. Verpleegkundigen hebben een intrinsieke motivatie om iets te kunnen voor hun patiënt.”

Daarnaast werkte het Wit-Gele Kruis over de afdelingen heen ook gezamenlijke procedures uit, die aangepast kunnen worden in functie van de materialen die gebruikt worden. Technische zorgen worden ook gefilmd op oefenpoppen waardoor thuisverpleegkundigen via het digitale dossier snel een opfrissing kunnen krijgen. “Tot slot hebben we veel oefenmateriaal in huis. Vervallen materiaal gebruiken we voor opleidingen en wanneer we echt te veel overschotten hebben, doneren we dat aan hogescholen voor hun oefenmomenten. Want ook het onderwijs moet toekomstige verpleegkundigen voorbereiden op de toegenomen complexe zorg in de thuisomgeving. Ze simuleren casussen voor die technische handelingen, maar ook over hoe je omgaat met de patiënt en de mantelzorgers. Zo evolueren we weg van het hokjesdenken en dat is zeer positief.”


Terugbetalingsregeling peritoneale dialyse

Peritoneale dialyse is een vorm van nierdialyse waarbij het buikvlies de filter is om afvalstoffen uit het bloed te verwijderen. Deze behandeling moet dagelijks gebeuren en kan dus ook in de thuisomgeving plaatsvinden. Voor de ene valt de verzorging van de ingang van de peritoniale catheter onder complexe wondzorg, voor de andere onder geheelde stomazorg. Het RIZIV[1] schept duidelijkheid.

Op 15 januari 2018 keurde het Verzekeringscomité de financiering van medische honoraria en de forfaitaire tegemoetkomingen voor dialyse goed. Het was een verderzetting van de vorige overeenkomst, met enkele aanpassingen. Elk geconventioneerd ziekenhuis engageerde zich namelijk om tegen 31 december 2017 minstens veertig procent van de patiënten te behandelen met een alternatieve nierfunctievervangende behandeling. Die doelstelling werd mee opgenomen in de financiering van januari 2018. Er is ook een specifieke registratie voorzien voor self-care hemodialyse.

Een onderscheid kan gemaakt worden tussen:

  • CAPD overdag: continu ambulante peritoneale dialyse. vier spoelingen per dag op vaste tijdstippen.
  • APD ’s nachts: automatische peritoneale dialyse, terwijl de patiënt slaapt gedurende 8 à 12 u via een dialyse toestel.

Daarnaast werd de vergoeding vastgelegd die de verplaatsing van de thuisverpleegkundige en de verpleegkundige assistentie aan huis regelt, specifiek voor peritoneale dialyse en hemodialyse aan huis.

Honoraria en forfaitaire tegemoetkomingen

De overeenkomst bepaalt de voorwaarden voor de tegemoetkoming van geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten voor de behandeling van patiënten met chronische nierinsufficiëntie. Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende dialysevormen (incluis de pediatrische peritoneale dialyse) en de daarbij horende tegemoetkoming voor ziekenhuizen en artsen.

Wat betreft chronische peritoneale dialyse thuis, kan een honorarium “chronisch – low care – peritoneale dialyse thuis” aangerekend worden van 48,49 euro per dag. Voor kinderen jonger dan negentien jaar valt deze verstrekking onder “pediatrische peritoneale dialyse”. Voor de forfaitaire tegemoetkomingen gaat het als volgt: er is voor plus- en min-19-jarigen een tegemoetkoming van 104,10 euro per dag, voor elke dag waarop een peritoneale dialyse wordt uitgevoerd bij een patiënt tijdens een periode van ziekenhuisverpleging. De verplaatsing van de thuisverpleegkundige en verpleegkundige assistentie aan huis bedraagt 31,59 euro voor peritoneale dialyse en 57,91 euro voor thuishemodialyse met assistentie.

Wat doet de thuisverpleegkundige?

Het verzorgen van een peritoneale dialysekatheter is de levenslijn van een thuisdialysepatiënt. Assistentie door de thuisverpleegkundige is nodig. In samenspraak met het ziekenhuis worden thuisverpleegkundigen ingeschakeld.

Inbegrepen in deze vergoeding zijn:

  • het aan- en afsluiten van de patiënt
  • het opbouwen en afbreken van de cycler
  • het uitvoeren van een manuele wisseling
  • het toezicht houden bij het opbouwen van een cycler of het uitvoeren van een manuele wisseling
  • de evaluatie en meting van gewicht, bloeddruk en vochtbalans
  • de manuele spoeling (indien van toepassing)
  • het intra-peritoneaal toedienen van medicatie (indien van toepassing)

In afwachting van een analyse van de kostenstructuur van nierfunctievervangende verstrekkingen, dekken de tegemoetkomingen enkele belangrijke kosten. In de thuiscontext gaat het dan om:

  • de afschrijving van uitrustingskosten voor noodzakelijke aanpassingswerken aan de woning. Zoals water en elektriciteit, telefoon, en het installeren, onderhouden, herstellen of aanpassen van de dialyse-eenheid. De infrastructuurwerken vallen niet ten laste van het ziekenhuis. De nodige afkoppelingen van water en elektriciteit om thuisdialyse mogelijk te maken wel.
  • de kostprijs van het dialysaat en het gebruik van de pomp, indien van toepassing.
  • de bijkomende kosten die dialyse thuis met zich meebrengt, zoals een verhoogd gebruik van water, elektriciteit en telefoon. Voor peritoneale dialyse bedraagt dat 0,63 euro per dag voor de patiënt.

De vraag welke zorg men mag aanrekenen voor de ingang van de peritoneale dialyse katheter, is voorgelegd via de JAG aan de technische commissie verpleegkunde (TCV), om te bekijken of deze dan wel of niet onder stomazorg valt.

[1] Overeenkomst met ziekenhuis «NOM» betreffende de financiering van dialyse, 04/01/2022.


Casus ethiek: patiënt in de huisartsenwachtpost

Een huisartsenwachtpost beoogt verlening van dringende medische hulp (gegronde hulpvraag). Elke streek in Vlaanderen heeft een huisartsenwachtpost om ’s avonds, ’s nachts, in het weekend en op feestdagen de dringende eerstelijnszorg te verzekeren. De organisatie is afhankelijk van onder meer de grootte van de regio. De huisartsen nemen via een beurtrol de zorg op zich. In principe wordt er gewerkt op afspraak.

Alle oproepen komen binnen bij het onthaal en worden daar geregistreerd. Daar zijn drie mogelijkheden:

  1. Urgente hulpvraag: er wordt meteen doorgeschakeld naar de (triage)arts.
  2. Semi-urgent: oproeper krijgt een afspraak.
  3. Minder acuut probleem: arts belt terug om telefonisch advies te geven of geeft de oproeper een afspraak.

Wie is betrokken bij de casus?

De patiënt zelf, de huisartsen van wacht, de huisarts van de patiënt, de familie, de coördinator van de administratieve staf, het administratief personeel van de wachtpost

Wat is er gebeurd?

De patiënt vraagt herhaaldelijk telefonisch advies of een huisbezoek. Er zit geen systematiek in de oproepen. Soms volgen ze elkaar snel op, tot zes keer per shift. De oproeper heeft probleem X, waarvoor onderhoudsmedicatie is voorgeschreven. De patiënt controleert regelmatig zelf parameter X waardoor de stress bij hem/haar toeneemt door een eigen interpretatie. Dit veroorzaakt ook een toename van angst. Dit is al een erg lang aanslepend probleem.

Hoe gaan we hier mee om?

Er zijn verschillende visies over de hulpvraag en het aanslepende probleem bij collega’s van het onthaal en bij de artsen.

Knelpunt

  • Wat is in dit geval goede zorg?
  • Hoe verzoen je het verschillende perspectief van zorgverleners en patiënt?

Inventaris vragenronde

  • Is er noodzaak om zo vaak te bellen? In het verleden zijn er al opnames geweest en kreeg de patiënt begeleiding, maar het probleem blijft zich voordoen.
  • Zijn er al suggesties aangebracht om de situatie te verbeteren? Het probleem is al herhaaldelijk aangekaart en er werd gezocht naar andere manieren om de patiënt te benaderen.
  • Wat is de positie van de eigen huisarts? Onbekend
  • Is er mogelijkheid om actief met eigen huisarts samen te zitten? Onbekend
  • Hoe reageert de eigen huisarts op de verslagen van de wachtpost? Onbekend
  • Hoe is het met de leefsituatie van de patiënt? De persoon woont thuis, je hoort tijdens telefoongesprekken familie op de achtergrond zeggen: “Je moet niet bellen.”
  • Elk telefonisch consult kost 2 euro.
  • Hoe gaat het met huisbezoeken? Vragen van professionals naar huisbezoeken worden altijd gehonoreerd. Vragen van privépersonen voor een huisbezoek worden eerst door de (triage)arts beoordeeld.
  • Wat doe je zelf? Extra vragen stellen of wat afleiden?
  • Wat is de reactie van het administratief personeel? Diverse reacties
  • Wat is de reactie van de patiënt? Die neemt soms de oproep van de triagearts niet op. Dit wordt ook geregistreerd.
  • Zijn er afspraken gemaakt? Onbekend
  • Hoe reageert het bestuursorgaan? Zij zijn op de hoogte van het aanslepende probleem en het werd al herhaaldelijk besproken.

Deze casus huisartsenwachtpost van 13 maart 2023 is uitgewerkt door de werkgroep praktische ethiek van NETWERK VERPLEEGKUNDE.


Mobiele ploegen voor psychologische hulp aan huis

Covid schudde de hele samenleving door elkaar. Ook in de geestelijke gezondheidszorg zijn de effecten van de pandemie zeer duidelijk voelbaar. In het noordwesten van onze Belgische hoofdstad werd daarom een mobiele equipe in het leven geroepen. Mobiwest biedt zo psychiatrische zorgen binnen de thuissituatie aan kwetsbare personen vanaf 18 jaar.

Het initiatief voor Mobiwest startte eigenlijk al in oktober 2020. Toen dienden vijf centra voor geestelijke gezondheidszorg, samen met de Brusselse Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Franstalige Gemeenschapscommissie en het geestelijke gezondheid netwerk Norwest een projectvoorstel in om psychologische bijstand te bieden aan volwassen in het noordwesten van Brussel. “Deze verschillende partners kwamen samen om Mobiwest vorm te geven. Zo ontvingen we de nodige subsidies om het project te financieren”, vertelt Jessica Braquenier, coördinator van Mobiwest. “We startten in 2020 met twee psychosociale medewerkers en een psychiater. Vandaag telt de organisatie elf mensen, waaronder ook verpleegkundigen. We zijn dus sterk gegroeid.”

Op Brussels grondgebied werken vier mobiele teams. Mobiwest is als enige actief in het noordwesten van de hoofdstad. Ze doen de gemeenten Laken, Sint-Agatha-Berchem, Ganshoren, Koekelberg, Jette, Neder-over-Heembeek en een deel van Molenbeek aan. Mobiwest speelt flexibel in op de vragen van zorgvragers. Soms gaan ze één à twee keer per week langs, maar vaak ook maar één keer om de drie weken. Alles hangt af van wat de zorgvrager wil en nodig heeft.

Toegankelijke GGZ

Het doel van Mobiwest is de toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg verbeteren. Dit kaderde in het Relanceplan Covid van de regering. “Door COVID-19 ontvingen we ook meer financiering”, licht Jessica toe. “En dat is logisch, want je zag meer problemen van mensen die hun werk kwijt raakten, die vaak thuis zaten en troost vonden in alcohol of die zeer eenzaam waren. Niet alleen de risico’s op psychologische aandoeningen werd groter. Er was een bredere context van gezondheid en sociale en economische problemen die vroegen om preventieve, laagdrempelige gemeenschapszorg en een versterkte extramurale mobiliteit.”

Mobiwest richt zich voornamelijk op volwassenen, vanaf 18 jaar tot en met 65-plussers. Het zijn personen die psychologische, sociale of emotionele problemen ondervinden. “Die problemen bevinden zich in een zeer breed spectrum. Van depressies tot psychoses”, zegt Jessica. “Personen die bij ons komen, hebben vaak nog geen diagnose en hoeven zich daar bij ons ook niet aan te verwachten. Daar focussen andere hulpverleners op. We willen in de eerste plaats met Mobiwest heel laagdrempelig zijn voor kwetsbare mensen om zo de zorg beter te integreren in de maatschappij.”

Meerwaarde van thuisomgeving

Het verschil maakt Mobiwest door mensen te helpen hun leven opnieuw in handen te nemen en dagelijkse taken opnieuw uit te voeren. “We begeleiden hen op lange termijn en steeds vanuit de thuissituatie. Al ligt dat bij sommigen wat moeilijker. Dan gaan we eventueel samen een wandeling maken of boodschappen doen. Al is het een feit dat wanneer we hun thuisomgeving leren kennen, dit absoluut een meerwaarde is. Je ziet hoe personen leven en welke factoren eventueel nog meespelen in hun problemen. Zo bouwen we iets op en we nemen daar uitgebreid de tijd voor. We zullen ook nooit iets in hun plaats doen, maar hen wel in contact brengen met de juiste professionals, ook in de zorg. Zo organiseren we ook dat een thuisverpleegkundige langs komt, als dat nodig is. Op die manier verlagen we niet enkel de drempel tot psychologische bijstond, maar ook tot andere zorgberoepen.”


Thuiszorg van psychiatrische patiënte

STAP 1: CASUS

Joke heeft als thuisverpleegkundige een jonge psychiatrische patiënte die veel aandacht van de thuisverpleegkundigen vraagt. De patiënte leeft op bij het krijgen van aandacht. Ze is goed gekend bij de verschillende huisartsen in de regio. Geeft een arts niet de nodige medicatie, dan stapt ze naar een andere arts. Joke gaat twee keer per week langs voor een toilet en zet één keer per week de medicatie klaar.

Er is een afsprakenblad opgemaakt en Joke of de verpleegkundige die van dienst is zet enkel de medicatie klaar die op het afsprakenblad staat. De rest van de medicatie wordt bewaard in een afgesloten beautycase. De verpleegkundigen maakten met de huisarts en de psychiater de afspraak dat enkel de medicatie die op het afsprakenblad vermeld staat, wordt klaargemaakt en gegeven.

De patiënte heeft naast de medicatie die op het afsprakenblad staat een doosje met medicatie die drie keer per dag zou moeten toegediend worden. Dit staat niet op het afsprakenblad. De patiënte beweert aan Joke dat de medicatie wel werd voorgeschreven en dat zij de medicatie moet innemen. De verpleegkundige belt naar de specialist-psychiater. Hij kent de medicatie niet en dus geeft de verpleegkundige het ook niet. De patiënte beschuldigt de verpleegkundige, er vloeien tranen.

Van haar kant belt de patiënte bijna wekelijks naar het secretariaat van de thuiszorgdienst waarbij ze de verpleegkundige ervan beschuldigt dat er geen medicatie werd klaargezet, wat uiteraard niet klopt. Ook in het dagelijkse contact met de patiënte zijn er problemen. Het klaarzetten van de medicatie voor de hele week neemt een vol uur in beslag omdat de verpleegkundige steeds door de patiënte wordt onderbroken. Zowel de verpleegkundigen als de hoofdverpleegkundigen van de thuiszorgdienst weten niet meer hoe deze situatie aan te pakken.

STAP 2: DILEMMA’S

Voor een zorgverlener is een dilemma een situatie waarbij zij of hij wordt geconfronteerd met twee mogelijke oplossingen die met elkaar niet de verzoenen vallen, dus elkaar volstrekt uitsluiten.

Voor Joke en met uitbreiding haar collega’s stellen zich vier dilemma’s.

  1. Enerzijds de onredelijke tijdspanne die Joke moet steken in het klaarzetten van de medicatie, anderzijds haar andere patiënten die wachten.
  2. Enerzijds het respecteren van de procedure en de afspraken over medicatie, opgesteld door de psychiater, anderzijds het respect voor het voorschrift van andere psychiaters.
  3. Enerzijds het respect voor de eigen beroepsdeontologie, anderzijds de eigen gevoelens van irritatie en soms afkeer.
  4. Enerzijds het respect voor de afgesproken procedure, anderzijds de hiërarchie die door de patiënte wordt aangesproken wanneer het niet verloopt zoals zij het wenst.

STAP 3: OPLOSSINGEN

Eens de dilemma’s in kaart gebracht gaan we op zoek naar oplossingen. Telkenmale gaan we elk dilemma hernemen, maar niet vanuit het perspectief van Joke en haar collega’s, maar vanuit patiënten-perspectief. We doen dit onder vraagvorm:

Hoe gaan we vanuit het perspectief van de patiënte, ertoe komen om

  1. De verpleegkundige handeling toch met het gedrag van de patiënte te verzoenen.
  2. Het respecteren van de afsprakenlijst toch met de vraag naar bijkomende medicatie te verzoenen.
  3. De deontologie met het geven van aandacht te verzoenen: frustratie en irritatie kunnen op dat moment worden vermeden.
  4. Het respecteren van de procedure met de klachten naar de thuiszorgdienst te verzoenen.

Als antwoord op deze vragen werden de volgende oplossingen naar voor gebracht

  1. Om ervoor te zorgen dat de verpleegkundige in alle rust de medicatie kon klaarzetten zodat er ook geen tijd verloren ging nam de patiënte gedurende deze tijd haar douche. Er werden met de familie afspraken gemaakt om op bepaalde momenten langs te komen en met de patiënte een wandeling te maken zodat de verpleegkundige in alle rust haar werk kon doen.
  2. Met de patiënte werd afgesproken dat zij, bij een bezoek aan een andere arts, ook haar afsprakenblad meenam zodat deze de bijkomende medicatie kon noteren.

In het geval dat er zich toch problemen voordeden werd de referentiepsychiater gecontacteerd die dan op zijn beurt zijn collega kon contacteren voor verificatie.

  1. Aandacht voor de patiënten hoort deontologisch nu eenmaal ook bij de zorg. Deze aandacht werd dan ook gegeven onder de vorm van een apart gesprek waarbij de verpleegkundige beschikbaar was voor de vragen en bekommernissen van de patiënte.
  2. Met de thuiszorgdienst werd afgesproken dat het secretariaat niet meer de hoofdverpleegkundige door verbond zodat Joke of haar collega alle beslissingsbevoegdheid behielden.

Deze oplossingen werden door Joke en haar collega’s in de praktijk gebracht en dit met voldoening van zowel de patiënte, de verpleegkundigen, de familie, de dienst als de psychiater.

Werkgroep Praktische Ethiek


Meer financiering van het RIZIV voor de thuisverpleging

De begroting van het RIZIV voorziet voor 2022 ruim 36 miljard euro voor de zorgsector. Zo’n 1,92 miljard euro daarvan gaat naar de thuisverpleegkundige zorg. Een stijging ten opzichte van de 1,83 miljard euro uit het budget van 2021. Toch is het een logische evolutie, want de vraag naar verpleegkundige zorg in de thuissituatie stijgt. Hendrik Van Gansbeke, algemeen coördinator van het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen en vertegenwoordiger van verpleegkundigen binnen het RIZIV, gidst ons door de belangrijkste veranderingen voor thuisverpleegkundigen.

De stijging van het budget voor 2022 is niet zo vreemd. Die volgt de gebruikelijke trendanalyses en de verwachte groei van de sector thuisverpleging. Eind 2020 merkte de thuisverpleging een stijging van het aantal patiënten en een toename van de zorgzwaarte op en dat zette zich in de eerste helft van 2021 verder. Die verhoogde vraag naar en complexiteit van thuisverpleegkundige zorg brengt ook extra budget met zich mee. Toch is nog niet alles rozengeur en maneschijn. “De nomenclatuur en de waardering per prestatie blijven op zich gelijk”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Er is vanaf 1 januari 2022 wel een lineaire indexering van de honoraria van 0,79 procent. Dat is lager dan wat de sector in de dagelijkse realiteit meemaakt. De levensduurte ligt hoger, in september 2021 was er een loonindexering van 2 procent en vanaf februari 2022 komt daar nog eens 2 procent bij. Daarmee zien we een soort vertraging in de waardering van de honoraria van thuisverpleegkundigen.”

Diabeteseducatoren in de thuisverpleging

Geen nieuwe nomenclatuur dus, wel ruimte voor nieuwe initiatieven binnen de zorg door de groeinorm van 2,5 procent. Dat is 1 procent meer tegenover vorige legislatuur. Daarvan gaat een deel naar maatregelen voor betere en preventieve tandzorg, maar ook naar de algemene financiële toegankelijkheid van zorg met een verlaging van de voorwaarden voor de maximumfactuur. De thuisverpleegkunde is hier ook niet vergeten. “Onder meer voor de verpleegkundige diabeteseducatoren zal het een en ander veranderen met de herziening van de zorgtrajecten diabetes. Het NVKVV en NPTV haalden al aan in een visienota in 2020 dat de verpleegkundige diabeteseducator vaak ondergewaardeerd wordt en het administratief zeer moeilijk heeft”, licht Hendrik toe. “Bij de opstart van een zorgtraject moet de educator vier handtekeningen hebben om het zorgtraject contractueel te kunnen starten: van de diabetoloog, de huisarts, de patiënt en de educator zelf. Als de diabeteseducator te vroeg start met de educaties binnen het zorgtraject, kan hij vaak zijn prestaties niet aanrekenen omdat de administratie niet tijdig in orde komt. Op initiatief van de mutualiteiten zal nu een overgangsperiode van drie maanden voorzien worden om het papierwerk in orde te brengen terwijl de diabeteseducaties al opgestart kunnen worden. Zo wordt dit probleem toch opgelost.” De sector hoopt dat met de extra middelen in het budget 2022 er ook iets kan gedaan worden aan de financiële waardering van het werk van de verpleegkundige diabeteseducator. De inspanningen die geleverd worden en de verantwoordelijk die ze opnemen zijn ruimer dan aanvankelijk ingeschat.

Remgeld voor thuisverpleegkundigen?

Er liggen plannen op tafel om patiënten die bij de huisarts of tandarts langsgaan enkel nog het remgeld van 3,5 of 4 euro te laten betalen voor een consultatie, bij het verder uitrollen van het zogenoemde derde-betalerssysteem. Ook voor thuisverpleegkundigen werd de vraag gesteld. “Maar dat onderwerp ligt in de sector niet prominent op tafel”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Al zijn we het er mee eens dat de thuisverpleging niet anders behandeld moet worden dan andere zorgdisciplines. Het derde-betalerssysteem is al van toepassing voor de thuisverpleging. Patiënten krijgen haast nooit een factuur, behalve voor handelingen die niet in de nomenclatuur staan. Dat maakt de thuisverpleegkunde al zeer toegankelijk. Toch is er een chronische onderwaardering van de thuisverpleging. Daar komt nog de grote schaarste aan thuisverpleegkundigen en de stijgende werkdruk bij. Misschien moeten we op termijn inderdaad overgaan tot het innen van remgeld om tot een volwaardige financiële waardering van het beroep te komen. Vandaag is er een zeer grote kloof tussen de uitbetaalde lonen en de effectieve kosten. Voor thuisverpleegkundigen in loondienst betekent dat verstandig omgaan met subsidies en alternatieve middelen, voor zelfstandig thuisverpleegkundigen betekent dat meer prestaties per dag om iets analoog te verdienen ten opzichte van de kosten die er tegenover staan. Een situatie die haast niet vol te houden is.”

Wat met de coronamaatregelen?

Tijdens de pandemie waren verpleegkundigen niet meer verplicht per bezoek de e-ID’s van de patiënten in te lezen. Dat zal weldra weer genormaliseerd en verplicht gemaakt worden. De extra vergoedingen die er kwamen voor de aankoop van materiaal en persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in volle gang. Die verlopen vanaf september 2020 via een generiek systeem voor de volledige gezondheidszorg. “Al zijn er enkele problemen opgedoken tussen de verwachte schattingen en de effectieve terugbetalingen die moeten gebeuren”, licht Hendrik Van Gansbeke toe. “De vooropgestelde hypotheses in de telling van de patiënten contacten of bezoeken strookten niet met de realiteit waardoor er hier en daar verschillen op zitten. In de  werkgroep van het RIZIV met de administratie en  de mutualiteiten pleiten we als vertegenwoordigers van de thuisverpleegkundigen hier voor meer transparantie en communicatie. De voorbereidingen voor de betalingen voor de periode december 2020 – juni 2021 zijn aan de gang en er is naar verluidt een verlening voor de periode van juli 2021 tot vandaag of het einde van de coronapandemie in voorbereiding. Verwacht wordt dat nieuwe vergoedingen beperkter zullen zijn naarmate de crisis langer aanhoudt.”

Vooruit kijken naar 2023

Verder staat in het budget nog de nieuwe nomenclatuur voor wondzorg, die halverwege 2022 in voege gaat, en wil de sector ook negatieve druktherapie in de wondzorg bij patiënten thuis aan de nomenclatuur toegevoegd zien. Er komen ook betere en verregaande afspraken in verband met thuishospitalisaties, zeker voor antibioticatherapie en oncologische behandelingen onder de vorm van infuustherapie. Verpleegkundigen zullen extra vergoed worden voor het extra coördinatiewerk en de afstemming met het ziekenhuis en de huisarts hiervoor.

“We bereiden ook actief het budget van 2023 voor, waarin we onder meer het proactief opvolgingsbezoek willen opnemen”, zegt Hendrik. “Dat past volledig binnen de preventieve aanpak die we binnen een geïntegreerde gezondheidszorg moeten hanteren. Net zoals het principe van subsidiariteit, dat zich uit in het stimuleren van zelfzorg, het organiseren en begeleiden van mantelzorg en de multidisciplinaire samenwerkingen met andere zorgprofessionals voor de patiënten in de thuisverpleging. Daarbinnen past ook het werk voor het bedenken en ontwikkelen van een nieuwe financiering voor de thuisverpleging in 2022 waar ketenzorg een belangrijke plaats inneemt. Zo zetten we steeds meer in op geïntegreerd, transversaal en over de disciplines heen samenwerken.”


Op weg naar telemonitoring in de thuisverpleging?

Televerstrekkingen wonnen tijdens de coronacrisis aan belangstelling. En dat opende de weg naar innovaties in de zorgsector. Zo werden projecten opgezet om covidpatiënten op te volgen via teleconsult, om de druk op de ziekenhuizen te verlichten. Of dit ook de weg opent naar een bredere toepassing van teleconsults in de thuisverpleegkunde is nog maar de vraag. “Het RIZIV is iedere sector aan het bevragen”, zegt Els Bulteel, directeur zorgverleners bij ZorgConnect en lid van de werkgroep thuisverpleegkundigen van het NVKVV.

“Een huisbezoek van een thuisverpleegkundige is altijd een meerwaarde”, zegt Els Bulteel. “Het is voor ons bijna niet haalbaar om over te schakelen op teleconsultaties. Voor diabeteseducatoren kan het eventueel wel. Zij kunnen hun educaties over de pathologie en over omgaan met diabetes in het dagelijks leven wel digitaal laten plaatsvinden. Al is het tijdens zo’n educatie ook nuttig om de thuissituatie van een zorgvrager in te schatten en dat lukt niet altijd via een scherm.”

Het RIZIV bevraagt momenteel iedere zorgsector naar de haalbaarheid en toepassing van televerstrekkingen. “Het consensus voor de thuisverpleging zou daar zijn dat we het niet standaard toepassingen omdat het gewoon niet haalbaar is. Er zijn heel wat verstrekkingen die je als thuisverpleegkundige niet van op afstand kan uitvoeren, zoals inspuitingen toedienen, medicatie klaarzetten, infuustherapie, … Toch staan we er voor open om de mogelijkheid steeds in vraag te stellen bij een nieuwe nomenclatuur, zoals voor de nieuwe nomenclatuur rond wondzorg en de nomenclatuur voor proactieve opvolging het geval is”, zegt Els nog.

Thuisopvolging tijdens derde golf

Een van de projecten waar telemonitoring werd toegepast, is in de opvolging van covidpatiënten in Aalst sinds maart 2021. Thuiszorgorganisatie i-mens en koepelorganisatie voor zelfstandig thuisverpleegkundigen Mederi werkten hier aan mee, net zoals de Z-plus, technologieleverancier Remedus, huisartsenkring Aalst en het OLV en ASZ ziekenhuis.

Besmette patiënten kregen een thermometer en saturatiemeter mee naar huis en registreren hun parameters op een multidisciplinair platform. Bij de opstart kwam steeds een thuisverpleegkundige langs, die eventueel de patiënt ook dagelijks kon bijstaan in het registeren van die parameters. Verpleegkundigen van zorgcentrale Z-plus volgden de waarden op en grepen in bij een noodgeval of wanneer bijsturing door een arts nodig was. Zo werd de patiënt enerzijds enkel naar het ziekenhuis doorverwezen wanneer het echt nodig was. Anderzijds kon een opgenomen patiënt het ziekenhuis vroeger verlaten om van thuis verder opgevolgd te worden. Het project toonde tijdens de derde covidgolf aan dat patiënten gemiddeld 2,5 dagen vroeger naar huis konden, in veilige omstandigheden.

104 patiënten

Sinds maart 2021werden via dit project 104 covidpatiënten opgevolgd aan de hand van teleconsults. Dat aantal is intussen gestegen door de vierde golf. “Een goede zaak”, vindt Karin Van Mossevelde, algemeen directeur van i-mens. “Het verlicht de druk op de covidafdelingen. Maar er zijn nog andere zorgnoden. Ook de huisartsen worden overspoeld. Door hen tools aan te reiken om bepaalde patiënten op afstand op te volgen, komt meer ruimte vrij voor de gewone zorg.”

Ingrid Redant is thuisverpleegkundige en praktijkmentor bij i-mens. Zo heeft ze een brede blik over de praktische kant van het proefproject. De eerste ongerustheden over het nieuwe systeem waar ze mee moesten werken, werden al snel weggenomen toen het programma zeer intuïtief en makkelijk aan te leren bleek. “Ik ging zelf ook langs bij patiënten”, vertelt Ingrid. “Zij waren meestal nog heel vermoeid, maar wel in een goede gezondheidstoestand. De jongere patiënten namen hun parameters zelf op. Daar volstond een opstartgesprek waarin het project werd uitgelegd, wat je moest meten en hoe je dat moest doen, waar je terecht kon bij problemen, … De oudere patiënten hadden vaak geen smartphone of tablet, daar gingen we dan twee of drie keer per dag langs om de parameters op te nemen en door te sturen. Algemeen merkte ik dat mensen wel blij waren om weg te zijn uit het ziekenhuis. ‘Nergens beter dan thuis’, vonden ze. Ze hadden ook veel vertrouwen in de opvolging door de zorgcentrale Z-plus. Het is net in die opvolging dat telemonitoring misschien ook bij andere aandoeningen, zoals hartfalen of diabetes, een meerwaarde kan zijn. Je kan korter op de bal spelen terwijl de patiënt autonomer wordt en geen nieuwe consultaties hoeft af te wachten bij eventuele problemen. Al mag de computer het nooit van ons overnemen.”


Mobiliteit en thuiszorg: een en-enverhaal

Ellenlange files, parkeerregels, circulatieplannen, lage-emissiezones. Als burger dwingen ze ons om na te denken over onze verplaatsingen met de wagen. Maar als je, net als thuisverpleegkundigen, dagelijks je wagen nodig hebt, moet je op zoek naar oplossingen. Karolien Heirman is facility manager bij het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen en licht toe hoe zij vanuit haar job probeert de mobiliteit van de thuisverpleegkundigen te verbeteren.

Als facility manager is Karolien Heirman verantwoordelijk voor de gebouwen van het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen en voor de mobiliteit van het personeel. Daartoe behoort ook het wagenpark met 1.500 voertuigen. Liefst 99 procent van de thuisverpleegkundigen van de organisatie verplaatst zich met de wagen, maar door het circulatiebeleid van heel wat steden en gemeenten worden de rondes bemoeilijkt. “En het is onmogelijk om de planning daar op af te stemmen. Dus moeten we oplossingen zoeken”, zegt Karolien. “De zones 30, de vele knips, de parkeerproblematiek, wegenwerken, … Het verschilt van stad tot stad. Vaak willen de besturen wel helpen en ons toegang verlenen tot die knips, maar we moeten ook vanuit onze organisatie bijspringen.”

Zo bekijkt de thuisverplegingsorganisatie of het mogelijk is fietsen in leasing te geven aan de verpleegkundigen. “Al is dat geen totaaloplossing voor 1.500 mensen”, zegt Karolien. “Je moet ook werk maken van gepaste accessoires zoals fietstassen en hesjes. We kunnen eventueel fietsen plaatsen aan de rand van een stad, maar dan verlies je als verpleegkundige je flexibiliteit. Ook stadsoplossingen zoals deelfietsen zijn geen mogelijkheid. Je moet kunnen rekenen op de beschikbaarheid van deze vervoersmiddelen en die is niet altijd gegarandeerd. Deelsteps zijn te gevaarlijk en met het openbaar vervoer boet je in aan flexibiliteit en geraak je ook niet overal. Veel zorgvragers wonen vaak op plaatsen waar geen bus of tram komt.”

Creatief zijn

Momenteel ruilden twee thuisverpleegkundigen van het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen hun wagen in voor de fiets. Binnenkort volgt een evaluatiemoment. “Intussen blijven we verder zoeken. Het is nooit een kwestie van geld, wel een en-enverhaal van welzijn, veiligheid en duurzaamheid. Ook de weersomstandigheden spelen mee”, licht Karolien toe.

Afhankelijk van de stad of gemeente worden oplossingen op maat uitgewerkt. Zo worden verpleegkundigen in Gent vervoerd door jobstudenten. In Sint-Niklaas krijg je als zorgverlener speciale toestemming om te parkeren. Er was ook een eenmalige actie waar particulieren een bordje voor het raam hingen “hier mag je parkeren”, om het vrije plekje voor hun huis te benutten.

“Minder boetes, minder stress en meer tijd voor de patiënt”

Kimberly Claeys is thuisverpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen. Ze heeft een ronde in Petegem (Deinze) van minder dan een vierkante kilometer. Daarom koos ze ervoor om alle verplaatsingen voortaan te voet te doen.

Deinze is een druk verkeersknooppunt in de Gentse rand en het stadsbestuur voert een fietsvriendelijk beleid. “Dat is zeer positief, maar het resultaat voor mijn job is wel dat ik vaak in de file sta en moeilijk een parkeerplaats vind”, zegt Kimberly. “Je hebt pas recht op gratis parking in Deinze als je 100 euro aan parkeerkosten kan voorleggen. Daarvoor moet je ook een heleboel formulieren invullen.”

En dus zocht Kimberly naar een oplossing. Ze parkeert haar wagen aan de kerk van Petegem. Daar mag ze gratis staan tussen 9 en 12 uur. Van daaruit gaat ze te voet naar haar patiënten. “Daar is voldoende parkeergelegenheid en zo ontlast ik het centrum”, vertelt ze. “Ik ga op stap met mijn rugzak waarin alle materiaal zit. Onderweg beantwoord ik mailtjes, leer ik de buurt kennen of kom ik enkele bekende gezichten tegen. Wanneer ik na zo’n 7.000 stappen terug aan mijn wagen ben, is mijn hoofd leeg. De fiets nemen zag ik persoonlijk niet zitten. Ik vond het niet praktisch en te gevaarlijk. Al ben ik er van overtuigd dat het in een groter gebied wel handig is.”

Kimberly geeft nog enkele tips mee om andere thuisverpleegkundigen te inspireren. “Draag stevige schoenen, investeer in een goede rugzak waar al je materiaal in past en kleed je in laagjes. Bij slecht weer kan je gewoon wat dichter tegen de huizen wandelen”, zegt ze. “En mijn patiënten zorgen ook goed voor mij. Wanneer het regent of koud is, warm ik bij hen mijn sjaal op terwijl ik met de verzorging bezig ben. Het vraagt misschien wat organisatie, maar ik heb minder boetes, minder stress en meer tijd voor mijn patiënten.”

Tweevoudig probleem

Dat de mobiliteit het ook moeilijk maakt om extra verpleegkundigen te vinden, spreekt voor zich. Toch zijn er naast personeel nog twee andere grote mobiliteitsuitdagingen waar de thuiszorg voor staat. “Zo is er de elektrificatie van ons wagenpark. Benzine wordt heel duur en elektrische wagens doen hun intrede. Naast een wagen, zullen we voortaan ook laadfaciliteiten moeten voorzien. Bij de verpleegkundige thuis een laadpaal installeren is moeilijk omdat er een groot verloop is bij ons personeel. We moeten dus bekijken of laden centraal kan gebeuren”, zegt Karolien. “Hybride wagens zijn ook een optie en worden al volop getest. Maar de markt, de fiscaliteit en de wetgeving evolueert razendsnel en dus is afwachten voorlopig de beste keuze.”

“Een tweede probleem zijn de verkeer- en circulatieplannen van de steden en gemeenten. Het wordt steeds drukker op de weg. Voorlopig hebben we daardoor nog niet veel verpleegkundigen weten stoppen, maar je moet wel steeds de vinger aan de pols houden. Daarom zitten we steeds samen met steden en gemeenten om te bespreken wat de mogelijkheden tot samenwerking zijn. In de ene stad of gemeente loopt dat al vlotter dan in de andere. Er zijn er ook waar we helemaal geen medewerking krijgen.” Vanuit deze probleemstellingen lanceert het Wit-Gele Kruis van Vlaanderen over al haar afdelingen verschillende oefeningen. “Het is een nationaal probleem en we moeten van elkaar leren om dit goed aan te pakken”, besluit Karolien.