Juridische vragen en antwoorden #3 – 2026

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mag je als thuisverpleegkundige bij intrafamiliaal geweld persoonlijke notities gebruiken om evaluaties in het patiëntendossier bij te houden?

“Een dienst thuisverpleging wordt geconfronteerd met intrafamiliaal geweld door de partner, die toegang heeft tot het elektronische zorgdossier. Daarin staat informatie over het geweld. Uit angst dat deze evaluaties tot meer agressie zouden leiden, gebruiken ze adviesvragen en persoonlijke notities. Kan dit of druist dit in tegen de wet Patiëntenrechten? Is er een alternatief om objectieve, professionele gegevens zoals de observatie van hematomen door geweld te noteren zonder dat ze een trigger worden voor de dader?”

Antwoord:

Intrafamiliaal geweld is een complex probleem en het slachtoffer legt vaak geen klacht neer tegen de dader. De intentie is steeds te voorkomen dat inzage van gegevens door de dader (meer) schade zou toebrengen aan het slachtoffer.

Persoonlijke notities zijn strijdig met de Wet Patiëntenrechten zodra ze met anderen gedeeld worden. Ze verliezen dan hun persoonlijk karakter en ontnemen de patiënt het recht op inzage. De wet voorziet wel waarborgen. Zo heeft een partner geen automatisch inzagerecht in het dossier, enkel wanneer die als vertrouwenspersoon werd aangeduid. Zelfs bij druk mag een aangewezen vertegenwoordiger zijn bevoegdheden pas uitoefenen wanneer de patiënt niet langer beslissingsbekwaam is.

Indien inzage door een partner-dader de patiënt in gevaar brengt, kan de zorgverlener die inzage beperken of de vertrouwenspersoon weigeren. Het bewust toelaten van inzage kan anders als schuldig verzuim worden beschouwd. Wanneer een mogelijke dader vertegenwoordiger is (bv. een ouder bij kindermishandeling), laat art. 15 §1 WPR toe het inzagerecht te beperken tot onrechtstreekse inzage ter bescherming van het privéleven.

Volgens de JAG is het aangewezen een afzonderlijk dossier bij te houden met verklaringen en vaststellingen van geweld, onder de therapeutische uitzondering. De patiënt wordt geïnformeerd dat dit dossier en de attesten slagen en verwondingen bewaard worden voor het geval hij of zij later klacht wil neerleggen (art. 458bis SW).


Juridische vragen en antwoorden #2 – 2026

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mogen verpleegkundigen in een woonzorgcentrum medische dossiers raadplegen?

“Is er een wettelijke basis voor de stelling dat verpleegkundigen in een woonzorgcentrum het medische dossier van een bewoner niet mogen raadplegen?”

Antwoord:

Geen enkele wettekst stelt dat enkel de arts een patiëntendossier mag inkijken. De patiënt of bewoner beslist, volgens de wet Patiëntenrechten, wie toegang krijgt tot het dossier. Dat kan dus ook een vertegenwoordiger en/of vertrouwenspersoon zijn van de zorgvrager. Je kan als woonzorgcentrum in de opnamebrochure of -documenten vermelden dat de bewoner aan het zorgpersoneel van de instelling de toelating geeft om het dossier en de gegevens in te kijken.

Daarnaast geldt het gedeelde beroepsgeheim: alle zorgprofessionals hebben toegang tot de gegevens die ze nodig hebben om hun beroep uit te oefenen. Verpleegkundigen kunnen ook toegang krijgen tot e-healthplatformen waar verslagen van ziekenhuisopnames, ontslagdocumenten en labo-onderzoeken gedeeld worden tussen medische professionals.

Wat zijn de nieuwe vereisten voor voorschriften voor verpleegkundige zorg toevertrouwd door artsen?

“Sinds 1 november 2025 gelden nieuwe vereisten voor voorschriften voor specifieke verpleegkundige prestaties toevertrouwd door de behandelde arts. Hoe gaat dat nu in zijn werk?”

Antwoord:

De nieuwe eisen worden bepaald in het KB van 8 september 2025. Technische en specifieke verpleegkundige prestaties die een voorschrift vragen, worden enkel terugbetaald op basis van een voorschrift door de behandelende arts. In dringende situaties volstaat een mondeling medisch voorschrift, dat uiterlijk vijf dagen later schriftelijk bevestigd wordt. Op het voorschrift moet de aard, het aantal en de frequentie van de handelingen vermeld staan. Enkel het nomenclatuurnummer volstaat niet. Bij medicatie moet ook de aard en dosis van het geneesmiddel verduidelijkt worden, voor parenterale voeding of perfusies is dat debiet en de hoeveelheid per 24 uur.

Daarnaast stipuleert het KB nog enkele wijzigingen in terminologie. “Vermeld op het voorschrift” wordt geschrapt. Voor wondzorg veranderde de verwoording “andere huidletsels die volgens de voorschrijvend arts een uitvoerige eenvoudige wondzorg rechtvaardigen” in “andere huidaandoeningen die een behandeling met een specifieke huidzalf of ander geneeskrachtig product vereisen”. Ook het begrip “voorschrijvende” en “voorschrijver” wordt in dit KB verduidelijkt met “behandelend (arts)”.

Bron: despecialist.be


Juridische vragen en antwoorden #1 – 2026

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de juridische adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mogen ADL-helpers het dossier van een patiënt inkijken?

“Mag een ADL-helper medische diagnoses inkijken en wie draagt de aansprakelijkheid als dat gebeurt: de ADL-helper, degene de toegang verleende of de werkgever?”

Antwoord:

Volgens de WUG is een ADL-helper geen gezondheidszorgbeoefenaar en heeft die daarom geen toegang tot het patiëntendossier. Dat heeft een ADL-helper voor zijn taken ook niet nodig. De GDPR geldt enkel wanneer er geen specifieke wetgeving bestaat, maar de Kwaliteitswet bepaalt dat enkel gezondheidszorgbeoefenaars toegang hebben tot medische gegevens. De enige uitzondering is wanneer de patiënt de ADL-helper formeel aanstelt als vertrouwenspersoon volgens de wet patiëntenrechten. Elke andere vorm van inzage door een niet-bevoegde is een schending van het beroepsgeheim.

Wie deze toegang mogelijk maakt – zorgprofessional, leidinggevende of zelfs ICT-medewerker – is persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk, net als wie een niet-bevoegde toelaat tot verpleegkundige handelingen (WUG art.124). Slechts in burgerlijke zaken kan de werkgever aansprakelijk worden gesteld. Een woonzorgcentrum kan naast het patiëntendossier wel een apart, beperkt register bijhouden waarin enkel uitgevoerde ADL-handelingen worden genoteerd.

Welke BBT heb je nodig om op oncologie te werken?

“Is voor werk op een oncologieafdeling een specifieke bijzondere beroepstitel vereist? Hoe verhouden postgraduaten van 20 of 60 studiepunten zich daartoe? Bestaat er een vorm van gelijkstelling voor verpleegkundigen met jarenlange ervaring op oncologie?”

Antwoord:

Het KB van 23 oktober 1964 verplicht geen minimaal aantal verpleegkundigen met een BBT oncologie op een oncologiedienst, al moet de hoofd- of verantwoordelijke verpleegkundige die titel wel hebben. Chemotherapie en immunotherapie zijn C-handelingen die zowel bachelor- als HBO5-verpleegkundigen mogen uitvoeren, op voorwaarde dat ze de nodige competenties hebben. In erkende zorgprogramma’s oncologie bepaalt het KB van 21 maart 2003 dat chemotherapie moet worden toegediend door of onder toezicht van een verpleegkundige met een BBT oncologie. De vroegere gelijkstelling voor verpleegkundigen met vijf jaar ervaring stopte in 2008. Vandaag moet dus minstens één verpleegkundige met BBT oncologie (of in opleiding) aanwezig zijn voor cytostatica-toediening. Anderen kunnen wel algemene zorgtaken uitvoeren. De BBT zelf vereist een opleiding van 450 uur theorie en 450 uur stage, zonder uitzonderingen. Deelattesten of postgraduaten van 5 of 20 studiepunten zijn onvoldoende: enkel de volledige opleiding leidt tot de wettelijk erkende BBT.


Juridische vragen en antwoorden #9 - 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Is de VVAZ verantwoordelijk voor de handelingen gedelegeerd aan de basisverpleegkundige in het gestructureerde zorgteam?

“In hoeverre draagt de verpleegkundige verantwoordelijk voor de algemene zorg (VVAZ) als coördinerend verpleegkundige in een gestructureerd zorgteam de verantwoordelijkheid voor de handelingen van een basisverpleegkundige, met name voor de handelingen die via een verpleegkundig voorschrift gedelegeerd worden aan een basisverpleegkundige?”

Antwoord:

In een gestructureerd zorgteam deelt de VVAZ verpleegkundige handelingen met andere zorgberoepen en paramedici. Een echt verpleegkundig voorschrift bestaat (nog) niet. De VVAZ bepaalt welke niet-complexe zorgen de basisverpleegkundige, binnen diens competentie, autonoom mag uitvoeren in het team. De aansprakelijkheid voor opgedragen zorgen ligt bij de VVAZ en de zorgkundige/basisverpleegkundige voor hun eigen fouten. De VVAZ kan aansprakelijk gesteld worden voor fouten in de delegatie, zoals een verkeerde of onvolledige opdracht of weigering van steun waar die gevraagd wordt. De zorgkundige en basisverpleegkundige kunnen aansprakelijk gesteld worden voor eigen fouten bij de uitvoering.

Wat wordt concreet verstaan onder kortdurende zorg door basisverpleegkundigen?

“We blijven met vragen zitten over kortdurende zorg (binnen de 24 uur) toegediend door basisverpleegkundigen. Begint bij een gehospitaliseerde patiënt waar plotse complicaties optreden, de periode van 24 uur dan pas te lopen waarin de basisverpleegkundige zelf de inschatting kan doen van de complexiteit van zorg? Mag de basisverpleegkundige hoogrisicomedicatie intraveneus toedienen als daarvoor een staand order is?”

Antwoord:

De Juridische Adviesgroep van NETWERK VERPLEEGKUNDE deed een voorstel aan de Federale Raad voor Verpleegkunde (FRV) over de interpretatie van kortdurende zorg voor de basisverpleegkundige. Dat is momenteel niet duidelijk. De FRV bespreekt dit en zal nog naar buiten komen met een officiële toelichting. Let wel, de basisverpleegkundige mag volgens het KB van 20 september 2023 geen hoogrisicomedicatie intraveneus toedienen.


Juridische vragen en antwoorden #8 - 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Is een verpleegkundige aansprakelijk voor fouten gemaakt door studenten onder toezicht van een mentor?

“Het Burgerlijk Wetboek veranderde. Is een verpleegkundige nu niet langer aansprakelijk voor fouten die studenten maakten onder het toezicht van een mentor?”

Antwoord:

De automatische aansprakelijkheid van ‘onderwijzers’ (mentoren) voor leerlingen is weggevallen. In eerste instantie zijn studenten zelf aansprakelijk voor hun fouten. Boven de twaalf jaar geldt de aansprakelijkheid voor de eigen daden. De aansprakelijkheid van de onderwijzer (mentor) is vervangen door die van de onderwijsinstelling.

De onderwijsinstelling wordt dus vermoed aansprakelijk te zijn, tenzij ze dit kan weerleggen. Ze kan proberen te bewijzen dat ze voldoende voorzichtig is geweest om de student op stage te sturen met goede richtlijnen en afspraken, checken dat de technieken gekend zijn, …

Heeft de onderwijsinstelling voldoende toezicht gehouden, dan zal de stagiair zelf aansprakelijk zijn. De mentor, begeleider, … is enkel aansprakelijk wanneer kan bewezen worden dat die een persoonlijke fout maakte, zoals de student zonder toezicht iets laten doen dat die nog niet leerde. Het is dus belangrijk dat de student een goede verzekering burgerlijke aansprakelijkheid heeft, wanneer de (hoge)school dit niet heeft voor alle studenten.

De meeste verzekeringen komen niet tussen voor de gevolgen van strafrechtelijke feiten. Het is belangrijk om bij het afsluiten van een verzekering de waarborgen en uitsluitingen te vergelijken. De verzekeringspolis van NETWERK VERPLEEGKUNDE biedt een ruime dekking voor leden.

Is een thuisverpleegkundige aansprakelijk voor personen die “onder hun toezicht staan”?

“In het nieuwe Burgerlijk Wetboek worden personen aansprakelijk voor schade aangericht door personen die ‘onder hun toezicht staan’. Is dit ook van toepassing op thuisverpleegkundigen, of enkel voor afdelingen waar patiënten langer verblijven?”

Antwoord:

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek heeft het over “de persoon die (…) op globale en duurzame wijze de levenswijze van andere personen organiseert en controleert, is aansprakelijk voor de schade”. Wie zeer kort toezicht uitoefent, is niet aansprakelijk. Toezicht houden is een persoon die iemands leven op het vlak van voeding, verblijf, verplaatsingen, … organiseert. Onthaalmoeders, babysitters, grootouders, … vallen niet onder deze wetsbepaling. Ook thuisverpleegkundigen niet.

 

Uiteraard blijft de normale voorzichtigheid. Als de verpleegkundige merkt dat de patiënt op het punt staat schade te veroorzaken, kan verwacht worden dat hij binnen zijn mogelijkheden verwittigt of reageert.

De bepaling over toezicht is wel van toepassing op instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, open of gesloten jeugdinstellingen, pleegouders en -zorgers, …

De wetgeving is nieuw en nog niet afgetoetst in de rechtspraak. Het is voorzichtig aan te nemen dat medewerkers van woonzorgcentra, instellingen voor gehandicaptenzorg, PVT’s en andere instellingen waar personen langer verblijven onder dit artikel vallen.

Voor beroeps- en vrijwillige medewerkers van deze organisaties blijft de werkgever/aansteller aansprakelijk voor het vergoeden van de schade waarvoor ze tijdens het werk aansprakelijk zouden gesteld worden.


Juridische vragen en antwoorden #7 – 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mag de basisverpleegkundige na het eerste bezoek bij een patiënt beslissen om zorg aan een zorgkundige te delegeren?

“Mag een basisverpleegkundige toezicht houden op zorgkundigen, of heeft de basisverpleegkundige zelf een toezichthoudende VVAZ nodig? Heeft de basisverpleegkundige recht op premies zoals telematica, bijscholing, RIZIV sociaal statuut, conventiepremie, …?”

Antwoord:

De basisverpleegkundige mag zelf toezicht uitoefenen, want de zorgkundige werkt onder toezicht van een verpleegkundige. Wat de premies betreft, moet dit beslist worden door het RIZIV. Momenteel zijn de voorwaarden voor deze tussenkomsten dat de zorgverlener in kwestie geconventioneerd is, de voorgeschreven software gebruikt en de voorziene bijscholing volgt. Als aan deze voorwaarden voldaan is, is het antwoord momenteel ja.

Welke handelingen mag de basisverpleegkundige uitvoeren en komt er een beperking op die handelingen?

“Op de werkvloer merken we heel wat vragen over wat de basisverpleegkundige wel of niet mag doen. Mag de basisverpleegkundige na het eerste bezoek bij een patiënt beslissen om zorg aan een zorgkundige te delegeren? Komt er een beperking op het aantal basisverstrekkingen voor basisverpleegkundigen? Mag de basisverpleegkundige beoordelen of een wondzorg al dan niet stabiel is? Mag de VVAZ het spoelen van een poortkatheter aanleren aan een basisverpleegkundige?”

Antwoord:

De VVAZ bepaalt wat complexe of niet-complexe zorg is. Oordeelt de VVAZ dat het gaat om niet-complexe zorg, dan kan de basisverpleegkundige dit delegeren aan een zorgkundige. Gaat het om complexe zorg, dan kan dit enkel als het voorzien is in het zorgplan van de VVAZ. Ook de beoordeling of een wondzorg al dan niet stabiel is, moet door de VVAZ gebeuren. Bijkomende erkenningen van de basisverpleegkundige, zoals referentieverpleegkundige wondzorg, moeten later nog beslist worden.

Basisverpleegkundigen mogen, binnen hun voorwaarden, alle verpleegkundige verstrekkingen uitvoeren zoals vermeld staat in het KB van 20 september 2023. Het spoelen van een poortkatheter is niet opgenomen voor de basisverpleegkundige.


Juridische vragen en antwoorden #6 – 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Wat met het beroepsgeheim van een schoolverpleegkundige?

“Hoever gaat het beroepsgeheim van de schoolverpleegkundige? Welke informatie kan, mag of moet met leerkrachten worden gedeeld? En welke informatie moet naar ouders gecommuniceerd worden?”

Antwoord:

Zoals elke zorgverlener is de verpleegkundige in een school gebonden aan het beroepsgeheim.

De ouders van een minderjarige hebben de voogdij en zijn voor de gezondheidszorgen de vertegenwoordiger van de jongere (tenzij er afwijkende rechterlijke beslissingen zouden zijn). Ze mogen dus alle inlichtingen krijgen over de toestand van en zorgen aan hun kind. Als de verpleegkundige, bij voorkeur na overleg binnen het medisch team, evenwel beslist dat de jongere voldoende matuur is om zelf verantwoord te kunnen beslissen, en de jongere vraagt geheimhouding tegenover de ouders, moet de verpleegkundige die beslissing respecteren.

Tegenover leerkrachten geldt het gedeeld beroepsgeheim. De zorgverlener mag gegevens, die onder het beroepsgeheim vallen, delen met andere personen die dezelfde jongere verzorgen indien zij die voor hun functie nodig hebben. Let op: het volledige dossier mag niet zomaar gedeeld worden. Ook hier geldt de uitzondering van een oordeelsbekwame leerling die geheimhouding vraagt aan de schoolverpleegkundige.

Carrièrekansen als basisverpleegkundige beperkt?

“Via Project 600 startte ik in januari 2023 een opleiding verpleegkunde op niveau 5. Ik zit nu in het tweede jaar waarin HBO5-verpleegkundigen en basisverpleegkundigen in opleiding samenzitten. We krijgen ook dezelfde cursussen, al zullen we in het werkveld andere bevoegdheden invullen. Is dit geen discriminatie en beperking van de carrièrekansen? Studeer ik af als basisverpleegkundige of als HBO5-verpleegkundige?”

Antwoord:

Je koos voor de driejarige opleiding en startte die voor het schooljaar 2023-2024. Je zal dus nog afstuderen als HBO5-verpleegkundige. Begon je pas vanaf september 2023 aan de opleiding, dan studeer je af als basisverpleegkundige en mag je dus enkel de handelingen van de basisverpleegkundige uitvoeren.

De wetgeving kwam tot stand na vele overlegmomenten tussen de betrokken ministers en onderwijsinstellingen. Ze geldt voor iedereen in België.

De scholen moeten studenten duidelijk informeren over de wetgeving en de gevolgen ervan voor het carrièrepad van de elke student. Wie wil doorgroeien kan met een diploma basisverpleegkundige een brugopleiding volgen aan de hogeschool en vervolgens starten aan de bachelor verpleegkunde.


Juridische vragen en antwoorden #5 - 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Geeft een specialisatiejaar recht op een BBT of een specialisatiecomplement in IFIC?

Antwoord:

Het specialisatiecomplement in IFIC wordt toegekend aan verpleegkundigen met een bijzondere beroepstitel (BBT). De vroegere afstudeerrichtingen in een vierde jaar specialisatie gaven een diploma van verpleegkundige en geen BBT. In sommige scholen was het mogelijk na twee jaar algemene verpleegkunde het derde jaar pediatrie of psychiatrie te doen en zo in drie jaar het diploma van verpleegkundige te halen.

Bij het invoeren van de BBT’s (2012) konden verpleegkundigen het specialisatiejaar laten meetellen voor de overgangsmaatregel, maar deze mogelijkheid bestond slechts drie jaar na de invoering van de titel, dus tot 2015. Nu is dit niet meer mogelijk.

Wie nu de BBT wil halen, moet na het diploma van verpleegkundige een banaba of postgraduaat van 900 uur volgen. Eventuele keuzevakken of -stages in de huidige bacheloropleiding tellen hiervoor niet mee, ze zijn deel van de basisopleiding tot verpleegkundige.

Mag een zorginstelling euthanasie weigeren?

Antwoord:

Een individuele arts mag weigeren om euthanasie uit te voeren, maar moet zijn of haar patiënt dan wel doorverwijzen naar een collega die dit wel wil doen. Zorginstellingen mogen de vraag naar euthanasie of de procedure niet weigeren, maar kunnen wel weigeren dat de euthanasie in de instelling wordt uitgevoerd. De patiënt moet dan voor de uitvoering naar een instelling gebracht worden die dit wel aanvaardt. Als zorginstelling doe je er goed aan de patiënt hierover vooraf te informeren, bijvoorbeeld in een informatie- of opnamebrochure.


Juridische vragen en antwoorden #4 – 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mogen zelfstandige thuisverpleegkundigen prestaties verrichten bij familie?

Antwoord:

Voor deze vraag ging onze Juridische Adviesgroep te rade bij de juridische dienst van het RIZIV. In hun reglementering staat geen bepaling die verbiedt om de verzekeringstegemoetkoming toe te kennen voor zorgen die een zorgverlener verleende aan naaste familieleden of aan zichzelf. Al mag dit niet tot misbruik leiden. Het is verboden om overbodige of onnodig dure verstrekkingen uit te voeren en aan te rekenen. Daarnaast dient het ook vanuit een deontologisch standpunt veilig en verantwoord te gebeuren.

Kortom, verpleegkundige handelingen moeten met de nodige deontologische voorzichtigheid uitgevoerd worden bij familieleden, maar kunnen aangerekend en terugbetaald worden volgens de gangbare tarieven.

Wat is de rol van de verpleegkundige in de huisartsenpraktijk bij de screening naar baarmoederhalskanker?

“Wat is de rol van de verpleegkundige of vroedkundige in de huisartsenpraktijk of in een wijkgezondheidscentrum bij de screening naar baarmoederhalskanker? Is dit een B1-handeling? Mag de verpleegkundige of de vroedkundige dit uitvoeren?”

Antwoord:

Voor verpleegkundigen valt deze handeling onder “bloedafneming of staalafneming en collectie van secreties en excreties en opdracht geven tot laboratoriumanalyse daarvan”. Gaat het om een door de overheid opgezet screeningprogramma, dan is het “initiëren, uitvoeren en opvolgen van screenings voor primaire, secundaire en tertiaire preventie in het kader van overheidscampagnes”. In beide gevallen is het een B1-handeling, die door de verpleegkundige autonoom kan uitgevoerd worden. De verpleegkundige mag wel opdracht geven voor het labo-onderzoek, maar de RIZIV-wetgeving is hier nog niet op aangepast. Het labo ontvangt dus pas een terugbetaling wanneer het onderzoek wordt voorgeschreven door een arts.

Onderzoeken en behandelingen bij zwangere vrouwen zijn voorbehouden aan vroedkundigen en artsen. Verpleegkundigen mogen dit als medisch toevertrouwde handeling wel doen. Het wordt dan een C-handeling met voorschrift door de arts en een gezamenlijk opgestelde procedure.

Vroedkundigen die hun diploma behaalden voor 2018 zijn gelijkgesteld met bachelorverpleegkundigen en VVAZ. Voor hen is dit een B1-handeling. Wie als vroedkundige het diploma behaalde na 2018 mag dit ook uitvoeren. Alle vroedkundigen zijn bovendien bevoegd voor de opsporing bij zwangere vrouwen.


Juridische vragen en antwoorden #3 – 2025

Heb je nood aan een juridisch antwoord op maat? Dit is gratis voor leden van NETWERK VERPLEEGKUNDE. Je stelt je vraag eenvoudigweg via juridisch.advies@netwerkverpleegkunde.be en de Juridische Adviesgroep NETWERK VERPLEEGKUNDE gaat voor jou op zoek naar het antwoord.

Mogen verpleegkundigen medicatievoorschriften opmaken?

“Verpleegkundigen worden soms onder druk gezet door artsen om medicatievoorschriften in het digitale medicatieprogramma te zetten. De arts controleert en valideert die voorschriften binnen de 24 uur. Intussen wordt de medicatie toegediend op basis van overgeschreven schema’s. Soms zijn dat amper leesbare papiertjes van familieleden of huisartsen, of is de lijst niet volledig. Mag de verpleegkundige dit doen?”

Antwoord:

De huidige wetgeving laat niet toe dat een verpleegkundige medicatie voorschrijft. Het voorschrift moet ondertekend zijn door een arts. Sinds 1 januari 2025 kan de verpleegkundig specialist dat onder bepaalde voorwaarden wel.

Bestaat er al een medicatieschema, dan kan de arts dit vooraf tekenen. Als dit schema telkens overgeschreven moet worden, kan de arts dit vooraf tekenen als een staand order zodat het geldig blijft. In dringende gevallen mag de verpleegkundige de arts telefonisch contacteren en een mondeling voorschrift vragen dat zo snel mogelijk schriftelijk bevestigd wordt. Een niet ondertekend voorschrift mag niet uitgevoerd worden door de verpleegkundige. De verpleegkundige mag ook zelf geen voorschrift maken. Dat is strafbaar. Artsen of directies die verpleegkundigen opdragen niet toegelaten medische handelingen te stellen plegen ook een strafbaar feit. Het ondertekenen van een voorschrift mag volgens de Kwaliteitswet niet gedelegeerd worden.

Mogen zorgkundigen de mobiliteit van patiënten beoordelen?

“Een ziekenhuis houdt in het kader van het ergonomiebeleid mobiliteitsklassen bij in het elektronische patiëntendossier. Enkel verpleegkundigen bepalen en registreren deze score. Mogen zorgkundigen dit ook doen?”

Antwoord:

Het KB van 12 januari 2006 bepaalt de handelingen van de zorgkundigen. Daarin staat dat de zorgkundige in het patiëntendossier de gegevens mag noteren waarvoor hij of zij bevoegd is. Daartoe behoort ook ‘het observeren en signaleren bij de patiënt/resident van veranderingen op fysisch, psychisch en sociaal vlak binnen de context van de activiteiten van het dagelijkse leven (ADL), de patiënt/resident in een functionele houding brengen met technische hulpmiddelen en het toezicht hierop, conform het zorgplan, hygiënische verzorging van patiënten/residenten met een dysfunctie van de ADL, conform het zorgplan’.

Merkt de zorgkundige tijdens deze activiteiten zaken op aan de mobiliteit van de patiënt, mag hij of zij dat noteren in het dossier. Toch is de zorgkundige niet bevoegd om een score te geven of conclusies te trekken. Dit blijft de bevoegdheid van de arts, verpleegkundige of in sommige gevallen de ergotherapeut (KB 27 februari 2019).